© Kurt Van der Elst

Gilles Michiels

Leestijd 4 — 7 minuten

Locke – Compagnie Cecilia

Plankgas op de pechstrook

De claustrofobische indiethriller Locke (2013) behoort tot de spannendste nagelbijters van het voorbije decennium. Bij Compagnie Cecilia hertimmert Yahya terryn de film tot een meeslepend theaterconcert met Koen De Graeve en Tom Vermeir. Hun dollemansrit onderscheidt zich met humor en explosiviteit, maar boet ietwat in op de sluipende mentale odyssee van zijn protagonist.

Toen Arne Sierens eind 2018 afzwaaide als artistiek directeur van Compagnie Cecilia, stond het populaire Gentse gezelschap voor een onzekere doorstart. Nu, zo’n jaar later, tekenen de krijtlijnen van de hernieuwde oriëntatie zich af: de compagnie zet niet zozeer in op een strikt ensemble theatermakers, als wel op een herkenbare huisesthetiek, verwant aan de diepmenselijke tragikomedies van Sierens.

Die keuze lijkt goed uit te pakken. Vorig jaar scoorde Cecilia al met de muzikale monoloog Marinus, een historisch doorwrochte karakterschets van een stoere zeebonk. Dit seizoen volgden Glory Box, een monoloog over eenzaamheid, en Frontaal, een tragikomedie over de breuk tussen twee zussen. Ook Locke is zo’n menselijk verhaal dat dicht op de huid van de kijker zit.

Rechttoe rechtaan

Zijn scenario ontleende de voorstelling aan de gelijknamige film uit 2013 van Steven Knight, waarin Tom Hardy non-stop achter zijn autostuur telefoneert om zijn leven voor instorting te behoeden.

Met die rechttoe rechtaan plot is Locke dankbaar materiaal voor een meeslepende theaterbeleving, die zijn kijkers letterlijk opsluit in één claustrofobische ruimte, zonder al te veel (maatschappelijke of reflectieve) zijpaden te moeten opzoeken over de wereld daarbuiten.

Het stuk behoudt dan ook het gros van Knights scenario, met zijn contrast tussen bouwen en ineenstuiken, geboorte en afscheid, overwinning en verlies: Ivan Locke, werfleider en warme familieman, bezwangert tijdens een werkreis zijn secretaresse, die op het punt staat te bevallen in een Nederlands ziekenhuis. Wanneer Locke tijdens de autorit naar huis rechtsomkeert maakt om haar alsnog bij te staan, moet hij via de telefoon de betonstorting van een prestigieus bouwproject in goede banen leiden, zijn echtgenote over zijn overspel inlichten én het enthousiasme van zijn nietsvermoedende, tv-kijkende zonen over de Rode Duivels echoën.

Toch speelt Locke allerminst paniekvoetbal. Het is opvallend hoe gedecideerd en verantwoordelijk hij handelt – afgezien van die misstap waarvan hij de consequenties heeft aanvaard: wars van alle opportunisme stelt Locke zijn vaderschap, plichtbewustzijn en eerlijkheid boven het behoud van zijn job of huwelijk. Die eigenschap maakt dat je als kijker met de pechvogel sympathiseert – op de theaterscène zit hij met zijn rug naar je toe, waardoor je min of meer zijn perspectief deelt.

Kop of munt

In deze opvoering speelt Koen De Graeve Locke, en dat is meteen een punt waarop het stuk zich onderscheidt. Elke avond tossen De Graeve en zijn tegenspeler Tom Vermeir om wie de hoofdrol mag spelen en wie alle gesprekspartners voor zijn rekening neemt – soms zichtbaar op de achtergrond, soms tot een stem herleid. Een leuke vondst die niet zozeer een extra inhoudelijke laag aanboort, maar de acteurs wel op scherp houdt (en hen dubbel zoveel tekst laat blokken, waardoor Vermeir nu en dan eens spiekt). Nog zo’n gevolg: je moet op z’n minst twee keer naar Locke gaan kijken om alle mogelijke versies gezien te hebben.

Een tweede verschil in deze bewerking is de verbeelding en verklanking van Lockes claustrofobie. Waar Knight zijn filmpubliek anderhalf uur in zijn rijdende auto opsluit, zoekt terryn dezelfde beslotenheid en opgedreven nervositeit in de weidsheid van de theaterruimte. De Graeves personage wordt van zijn medespeler afgescheiden door een groot scherm en een vierkoppige rockband (Ben Brunin, Frederik Heuvinck, Luk Vermeir en The Van Jets-frontman Johannes Verschaeve), die met dwingende ritmes de stressmeter de hoogte injaagt en de meest dramatische sequenties in uitzinnig gitaargeweld doet ontaarden. Het zorgt ervoor dat je deze Locke vooral als hoorspel gaat benaderen.

Dankzij de soundtrack is deze bewerking ook heel wat explosiever dan zijn origineel, een keuze die de intensiteit ten goede komt maar de onderhuidse spanning wel afhankelijk maakt van een gevoelig evenwicht. Dat de bijrollen hier door één enkele acteur worden gespeeld, geeft ze – meer dan het realisme uit de film – een bijkomende humoristische lading. Locke is een speeltuin voor Vermeir, die verschillende accentjes en speelstijlen mag etaleren, met als hilarisch hoogtepunt een scène in een Indiaas restaurant, waarin hij de behoeftige Locke treitert met exotische fluitmuziek. Als zijn speaker het laat afweten, veinst Vermeir doodleuk een plotwending over de versleten telefoon van zijn personage – of hoe je zelfs een technisch euvel met wat zelfrelativering als troef kunt uitspelen.

De keerzijde van die upgrade voor de bijrollen en de soundtrack is dat ze Lockes psychologische strijd kunnen overstemmen. Een hele uitdaging voor De Graeve om daartegen op te boksen: in de eerste helft moet je het als kijker stellen met enkel zijn rug en zijn stem, en als je daarna eindelijk zijn hoofd ziet op het grote scherm, houdt hij steevast een microfoon in de hand. Waar Hardy’s personage dus nog handsfree telefoneerde, krijgt De Graeve veel minder bewegingsruimte om Lockes gevoelswereld te visualiseren. Pas in de pakkende slotscènes, als de omringende drukte verstomt en zijn vertolking ademruimte krijgt, kan hij voluit zijn emotionele spectrum ontplooien.

Beklijvende theatertrip

Dat neemt niet weg dat ook deze Locke in de kleren kruipt. Met zijn strakke en goed gedoseerde scenario behoudt deze versie de efficiënte spanningsopbouw van de film, en die injecteert het met een portie goedgemikte kolder en een extatische muziekscore. Dat levert een beklijvende trip op die, als de verhouding tussen die uitgesproken vormingrediënten en de ingehouden hoofdfiguur verder aan balans zou winnen, ook de beklemming van het origineel moet kunnen benaderen.

(Nog een kleine slotbemerking: het siert Compagnie Cecilia dat het bij dit stevig rockende muziektheater oordoppen voorziet – zelf hield ik daar, als lid van een organisatie die tinnitus bestrijdt, ooit een pleidooi voor. Maar daar kom ik nu enigszins op terug: dat je ze net tijdens de meest intense momenten moet instoppen, dempt toch wel de beleving. Misschien zou de muziek met wat minder decibels een soortgelijk effect bereiken?)

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#159

15.12.2019

14.03.2020

Gilles Michiels

Gilles Michiels recenseert theater voor De Standaard en Etcetera, is lid van kunstkritiekcollectief De Zendelingen, redacteur bij rekto:verso en hoofdredacteur van OPENDOEK-magazine.