The time when we knew nothing about one another, Schaubühne Berlin

Eddie Vaes

Leestijd 10 — 13 minuten

Lissabon 94 – Antwerpen 93

Portugezen keren hun rug naar het schiereiland en kiezen voor de zee, zegt een lokaal adagium. Ze blijken vóór alles individualisten: het bij theater zo onmisbaar teamwork ligt hen niet. Toneel is niet hun aangeboren expressiekanaal. De collectiviteit van het medium en de samenwerking tussen disciplines staat haaks op hun eigenzinnigheid. Ze spelen liever solist, kiezen voor poëzie, lyriek, fado en de zee.

Lissabon telt evenwel een aantal schouwburgen en groepen. In de rest van het land mag er amper iets van theater te merken zijn, in de hoofdstad is het geënt op een traditie uit de glorietijd als handels- en zeevaartmogendheid. Gil Vicente, de grote schrijver uit de eerste helft van de 16de eeuw, kon in de culturele hoofdstad niet ontbreken. Die opende op 26 februari met een remake van Vicentes Beknopte Geschiedenis van God, hét succesnummer uit de jaren zeventig, een beetje vergelijkbaar met Mistero Buffo bij ons. Hier liep ook zijn Overwinning op de Winter naar het thema uit Shakespeares Wintervertellingen. Vincente was tegelijk de Lusitaanse Shakespeare, Goldoni en Calderon de la Barca. Met de teloorgang van Portugal als mogendheid verschraalde het theater, dat vooral een afspiegeling was van ontwikkelingen elders. Onder dictator Salazar ontstond er meer nieuwsgierigheid voor de plaats waar met enige verbeelding ook politieke noten werden gekraakt. Na de Anjerrevolutie in 1974 mocht en kon alles. Dat veroorzaakte een ‘boom’ van vooral politiek en experimenteel theater, maar na enkele jaren verdwenen de anjers en de slogans en kwam de dagelijkse werkelijkheid weer aan bod in een onbehaaglijk realisme. Midden de jaren tachtig zat – met de doorbraak van de audiovisuele media -andermaal de klad in het toneelbestel.

Geen prioriteit

Het theater kreeg in Portugal nooit een behoorlijke politieke of sociale status en binnen Lissabon 94 geen grote prioriteit. De subsidies voor de Culturele Hoofdstad worden – elk voor de helft – gedragen door het Staatssecretariaat voor Cultuur en het Stadsbestuur van Lissabon, samen goed voor 1.600 miljoen frank. Mét 18 miljoen EG-geld, 150 miljoen sponsoring en 80 miljoen tickets is er een budget van 1.848 miljoen, waarvan 335 miljoen naar restauraties ging met als belangrijkste project: de 3000 plaatsen tellende 19de eeuwse concert- en spektakelzaal Coliseu, die in een nog abominabeler staat verkeerde dan de Antwerpse Bourlaschouwburg. Voor theater en dans heeft Lissabon 115 miljoen over en dat is iets meer dan het vergelijkbare budget van Antwerpen 93.

In Antwerpen bedroeg de besteedbare ruimte 985 miljoen frank (zonder restauraties) waarvan nog geen 100 miljoen naar podiumkunsten ging. Of deze begroting achteraf is overschreden valt op dit ogenblik nog niet te achterhalen. Procentueel geeft Lissabon 7.5% van haar middelen aan theater en dans, terwijl Antwerpen 10% van haar budget aan theater, dans en opera besteedde. De cijfers zijn relatief omdat voor Antwerpen en Lissabon niet duidelijk is of en hoe overheadkosten op het theaterbudget drukken en of de begrotingen kloppen met de eindresultaten.

Ook het aantal produkties verschilt. In Antwerpen was het grootschalig aanbod niet overweldigend: 4 opera’s, 7 van de 23 dansprodukties en 7 van de 24 theaterproducties, daarnaast nog enkele jeugdprodukties en een deel van het Theaterfestival. In totaal, inclusief De Ark, Kunstonderacht, opera’s en de festivals waren er 429 opvoeringen van 177 produkties, waarvan ongeveer 25 grootschalige.

De balans opmaken van Lissabon 94 is moeilijker omdat het programma nog loopt en er produkties worden afgelast en voorstellingenreeksen onaangekondigd worden ingekort. De produktie Fados werd dan weer twee weken geprolongeerd.

Lissabon 94 brengt precies 18 theaterprodukties met ongeveer 70 voorstellingen en 24 dansprodukties met ongeveer 70 voorstellingen. Opera’s vallen onder een apart budget. In totaal gaat het om ongeveer 140 voorstellingen van 35 groot- en 7 kleinschalige produkties. De accenten worden in Lissabon dus wel anders gelegd. Met een kleiner budget bracht Antwerpen iets minder grote produkties, waaronder in elk geval vier opera’s. Maar daarbij bood Antwerpen een grote hoeveelheid kleine produkties, voornamelijk in De Ark en. als jeugdprogramma’s. Ook als creatieve motor was Antwerpen 93 actiever dan Lissabon 94. De huidige cultuurstad stak als coproducent wel geld in de meeste Portugese podiumprodukties en maakte, zoals Antwerpen met Ja Wacht! en het omstreden 1834 enkele eigen creaties. Bij de voorbereiding van het programma werd uitdrukkelijk aan de plaatselijke groepen gevraagd om stukken te zoeken, die een zekere universele belangrijkheid hebben of toonaangevend zijn voor de Portugese cultuur. In slechts enkele gevallen zoals Fados en Clamor kwam de opdracht van Lissabon 94.

Politieke invloed

De politieke verschillen tussen de twee participanten, de PSD van eerste minister Cavaco Silva en de PS, die de stedelijke overheid domineert, maakt de samenwerking niet gemakkelijk. Weliswaar richtten beide participanten een vennootschap op, de Sociedade Lisboa 94, maar je ontkomt niet aan de indruk dat de rechtsteekse invloed van stad en staat tot in de kantoren van Lissabon 94 doorwerkt. Dat merk je ook aan het team dat, anders dan bij Antwerpen 93, voor een groot deel afkomstig is uit de nationale of stedelijke administratie.

Vanaf 1981 werkt Maria Manuela Pinto Barbosa binnen de structuren van het Portugese cultuurbeleid, eerst bij de administratie, daarna als verantwoordelijke voor de sectie Theater. In 1990 leidt ze de ‘Culturele Actie’ op het Staatssecretariaat van Cultuur, dat rechtstreeks afhangt van de eerste minister Cavaço Silva, want Portugal kent geen apart ministerie van cultuur. In een poging om het Portugese theater – ‘dat toen een twijfelachtige reputatie had’, zegt Pinto Barbosa – te stimuleren, wordt de steun fors uitgebreid. Het Portugees vormt wereldwijd geen klein taalgebied, maar binnen Europa blijft het een klein broertje, wat geïsoleerd aan de periferie en afgesloten van het internationaal podiumgebeuren. De Culturele Actie resulteerde in 1991 in het eerste Internationaal Theaterfestival van Lissabon, waardoor plaatselijk betrokkenen voor het eerst in contact kwamen met werk van bekende buitenlandse regisseurs. Vanwege haar ervaring werd zij gevraagd als verantwoordelijke coördinator voor de podiumkunsten van Lissabon 94.

Evenwicht

Zowel voor dans als theater zocht ze een evenwicht tussen klassieke en moderne, internationale en nationale creaties. Voor de klassieke dans deed ze een beroep op de twee geïnstitutionaliseerde gezelschappen die Portugal rijk is: het Gulbenkian Ballet – dat ruim vijftien jaar een internationale respons heeft opgebouwd – en de Nationale Ballet Compagnie. Voor nieuwe choreografieën werd opdracht gegeven aan de Lissabon Dans Compagnie en aan individuen van de nieuwe Portugese dansbeweging, nog geen sterke beweging maar eentje waarbinnen interessante dingen gebeuren en waarvan de eerste resultaten enkele jaren geleden te zien waren op Europalia 91 in Klapstuk en elders. De topper van deze zomer was de getheatraliseerde produktie Fados, waarin fadolyriek en -muziek centraal stonden. Naast de prachtige muziek op teksten van o.a Paul Celan, Fernando Pessoa, Linhares Barbosa en vele anderen, speelden dans en beweging een niet onbelangrijke rol. Er werd gedanst door Amélia Bentes en Paulo Ribeiro, een oud-gediende van het Brusselse Mudra, die tevens de choreografie van Fados voor zijn rekening nam.

Omdat dans onafhankelijk is van taal heeft Lissabon 94 het ook buiten de eigen grenzen gezocht. Dat daarbij vooral hedendaagse dans aan bod komt is meer een zaak van budget dan een bewuste keuze, “omdat klassieke repertoiregezelschappen zoals het Ballet van de Opera van Parijs of het New York City Ballet niet te betalen zijn,” zegt Barbosa. Zij offreert een programma dat niet hoeft onder te doen voor de dansaffiche van Antwerpen 93, met grote namen uit de hedendaagse dans: een cyclus van vijf stukken van Pina Bausch; Sankai Juku als vertegenwoordiger van de nieuwe Japanse dans; een choreografie van Forsythe door het Nationale Ballet van Nederland; Merce Cunningham en de nieuwe produktie van Rosas. Daarnaast is er de etnisch geïnspireerde dans van de Georgische Staatsdansers, een ballet op Kaapverdische muziek en een flamenco-programma van het Spaans Nationaal Ballet.

“Alles samen een vrij uitgebalanceerd programma met nationale en internationale, klassieke en nieuwe componenten,” zegt Barbosa. Het werk van de belangrijke hedendaagse dansgroepen en van kleinere experimenten is in Portugal niet onbekend, dankzij de inspanningen van Acarte, de podiumafdeling van de Gulbenkian Stichting, die al jaren moderne dans naar Lissabon haalt.

Toonaangevend

Dat ligt in het theater helemaal anders. Hier is de vertrouwdheid met werk van internationaal topniveau veel geringer, vooral door de taal. De inhaalbeweging van de Culturele Actie bracht het publiek in 1991 voor het eerste in contact met werk van bekende buitenlandse regisseurs zoals Jérome Savary, Ingmar Bergman, Joeri Ljoebimov en Mathias Langhoff. Het internationale programma van Lissabon 94 telt slechts vijf belangrijke projecten, waarvan er één moest worden afgevoerd wegens het. laten afweten van sponsors. De dure Oresteia in de regie van Peter Stein door het Moskous Legertheater, voorzien voor juni, werd eerst uitgesteld en daarna definitief afgelast. Pinto Barbosa slaagde er niet in de nodige fondsen te verzamelen om de produktie alsnog te brengen. Pogingen om aanvullende steun te zoeken bij de Gulbenkian Stichting of bij het Cultureel Centrum van Belèm haalden niets uit. De eerste belegt haar fondsen weloverwogen, het brandnieuwe miljardenproject in Belèm zat nog voor het cultuurjaar goed en wel begon zelf al in de rode cijfers, maar dat is een ander verhaal.

Barbosa koos ‘voor theatermakers die vandaag toonaangevend zijn op de internationale podia en die de poort openen voor het theater van de 21 ste eeuw’. Dat zijn dan Robert Wilson met Alice op muziek van Tom Waits, gespeeld door het Thalia Theater van Hamburg; Luca Ronconi met zijn Teatro di Roma, niet met het eerder aangekondigde Affabulazione van Pasolini maar met Aminta van Torquato Tasso. Vervolgens Tony Kushners Angels in America. De vrees van Barbosa dat de mensen zich bij deze voorstelling vragen zouden stellen ‘omdat we in een conservatieve gemeenschap leven’, bleek achteraf ongegrond. Het is nog wachten op Peter Handke‘s stuk zonder woorden voor driehonderd personages, The Time When We Knew Nothing About One Another, een metafoor op onze maatschappij door het Schauspielhaus van Bochum in een regie van Jean-Luc Bondy. Een mager internationaal aanbod voor een cultuurstad. Daarmee vergeleken was het internationale luik in Antwerpen 93 een stuk boeiender met Hamlet/Maschine van en door Heiner Müller door het Deutsches Theater Berlin, Brace-Up! van de Wooster Group, het Nationaal Theater van Craiova uit Roemenië met Titus Andronicus van Shakespeare enz.

Natuurlijk passeren er meer internationale groepen in Lissabon, kleinschaliger en niet opgenomen in het officiële programma. Of er naast dit gerenommeerd aanbod ook nog plaats was voor experimenten zoals de op De Ark en het jeugdprogramma van Antwerpen 93, antwoordt Barbosa dat het stuk van Handke door het Schauspielhaus Bochum zeer experimenteel is en dat Angels in America internationaal wel een groot succes blijkt te zijn, maar bij aanvang er enkele jaren heeft over gedaan om de status van bestseller te bereiken. Barbosa heeft in haar programma omwille van het budget ook rekening gehouden met het Internationaal Festival van Lissabon, waarvan zij de oprichter was en dat dit jaar aan zijn vierde editie toe is, met veel theater uit de voormalige Sovjetstaten, de Canadees Robert Lepage en zijn Théâtre Répère enz. Daarmee wordt het magere internationale luik wat in evenwicht getrokken. Wat opvalt is dat het programma van dit festival nergens te vinden is, nergens wordt er naar verwezen, alleen de agenda’s geven summiere informatie over de stukken maar vertellen er niet bij of dit een programma-onderdeel is van het Festival, dan wel een reguliere voorstelling, of een deel van Lissabon 94.

De communicatie met het pubhek loopt bij veel facetten van deze Culturele Hoofdstad mank. Musea en theaters die anders dan aangekondigd gesloten zijn, voorstellingsdata die laattijdig worden bekend gemaakt en vooral een stad die zich in haar schoonheid weinig gelegen laat aan dit cultuurjaar. Waar je in Antwerpen werd bedolven onder de informatie en er op straat niet naast kon kijken is er in het straatbeeld van Lissabon nauwelijks iets dat naar het cultuurjaar verwijst. Alles lijkt slechts op een algemene repetitie voor de wereldtentoonstelling van 1998.

Nationale projecten

Voor het cultuurjaar 94 heeft Pinto Barbosa de belangrijkste theatergezelschappen en infrastructuren van de stad aangesproken. Dat is het grootste verschil met Antwerpen 93, dat wel de opgeknapte infrastructuur van de Bourlaschouwburg benutte maar de gevestigde gezelschappen buiten de deur hield en resoluut koos voor de jonge en nieuwe podiumkunsten.

Kortom, Lissabon 94 biedt een programma aan waar veel Antwerpse theaterdirecties van hebben gedroomd: produkties van het eigen huis van vertrouwen met het kwaliteitslabel van een Culturele Hoofdstad.

Pinto Barbosa had het een stuk gemakkelijker met een geringer aanbod uit eigen stad. “Ik heb veel projecten ontvangen maar slechts enkele groepen uitgenodigd voor creaties. Omdat dit een dure kunst is, besloot ik mij niet te verliezen in een veelvoud van projecten maar slechts een zestal grote plannen uit te werken. Daarnaast zijn er nog kleinschalige projecten.”

Bij de grote nationale projecten werd gezocht naar een goed evenwicht tussen oud en nieuw, tussen eigen en buitenlandse stukken al dan niet overgoten met een Portugese dramaturgische saus. Over Gil Vicente hadden we het al. Zijn Overwinning op de Winter werd gebracht door het Teatro da Cornucópia, destijds ontstaan aan de universiteit van Lissabon. Oprichter en artistiek leider Luis Miguel Cintra, tevens lievelingsacteur van cineast Manoel de Oliveira, regisseerde. Cintra en zijn gezelschap was in 91 in Brussel te gast op Europalia Portugal met Comedia de Rubena van Vicente.

Een voor de Portugese cultuur belangrijk historisch project opgezet door Lissabon 94 zelf, was Clamor naar de 17de eeuwse jezuïet Antonio Vieira door het Theatro Nacional Donna Maria II, geregisseerd door Ricardo Pais. Vieira is zo’n figuur die in zijn tijd de Portugese grenzen oversteeg en door zijn verblijven in Brazilië – waarmee hij een zeer intieme band onderhield – en zijn reizen door Afrika en Europa, zijn gezantschappen en geheime missies in Rome, Antwerpen en Amsterdam een opvallend actuele kijk ontwikkelde. Hij pleitte toen al voor een multiculturalisme pur sang en schetste de problemen waar we ook nu nog mee worstelen.

“Aan de ene kant kiezen we voor zeer klassiek werk in de Portugese taal, aan de andere kant krijg je enkele cosmopolitische projecten die te maken hebben met de wereld zoals die er vandaag uit ziet,” zegt Barbosa Pinto. In het algemeen zijn de internationale gezelschappen gekende tot zeer vermaarde groepen, die evenwel nog nooit in Portugal waren en dat is volgens Barbosa een bewuste educatieve keuze geweest.

Portugese projecten met teksten van de twintigste eeuw ontbreken niet. Dezelfde Ricardo Pais voerde de regie van de multimedia show en evocatie Fados in het nieuwe Cultureel Centrum van Belém, waarin de mythe van de fado, de fadozangers en de stad vorm wordt gegeven.

Belangrijk modern werk gespeeld door Portugese gezelschappen werd getoond in Pirandello’s Vannacht improviseren wij, in drie variaties gemaakt door drie regisseurs, gespeeld door Culturgest, een andere naam voor het ook in Belgiëbekende Theater O Bando van Joao Brites. Verder in Peter Handkes De Kwis door het Cornucopia Theater en in Arthur Schnitzlers De Journalisten door acteurs van het Nationaal Theater, geregisseerd door Jorge Lavelli van het Parijse Théâtre de la Colline.

Opvallend is de afwezigheid van hedendaagse Portugese dramaturgie, waarvan enkel sporen te zien zijn in musicals zoals de aanvankelijk geplande Luisa Todi van Agustina Bessa Luis door het Nationaal Theater, waar hij directeur is, over het leven van de in Europa maar niet in eigen land beroemde 18de eeuwse lyrische zangeres. Deze produktie werd om een of andere reden vervangen door A Furias van dezelfde schrijver. Filipe La Feria schreef en regisseerde een ander musical, Vervloekte Cocaïne, over het bohemienleven in Lissabon anno twintig, gespeeld door de cast van het vernieuwde en heropende Teatro Politeama, een van de oudste theaters van Lissabon. Dan is er ook nog de musical Sneeuwwitje en de vijf dwergen naar een script van José Pinto Correia door Cassefaz en een jeugdmusical in Portugese stijl Cinderella Revisited door het Kindertheater van Lissabon.

Geen spoor van bijvoorbeeld Pessoa, hoewel het Cultureel Centrum van Belém Lissabon 94 om in mei een Pessoa-week organiseerde met twee semi-professionele produkties: Pessoa’s bewerking van Faust door het Théâtre du Paradoxe, het theater van de franssprekenden in Wenen, en Ophelinha, een compositie uit Pessoa’s liefdesbrieven door de engelstalige Lisbon Players. Deze laatste voorstelling was echt niet om over naar huis te schrijven. Los van de voorstelling kan men zich afvragen of de liefdesbrieven wel zo interessant zijn om ze op een podium te brengen. Ze overstijgen het triviale van gewone liefdesbrieven niet en enkel een scheut cynisme en de bijzondere humor maken dat Pessoa er in te herkennen valt.

Behalve met Luisa Todi liep het ook mis met twee jonge Portugese produkties. Maar het jonge theatertalent in Portugal heeft volgens Barbosa wel kansen gekregen. “Het is een kritiek die men zou kunnen maken. De twee groepen die we vanaf het begin hebben ondersteund zijn op een of andere manier mislukt. Het ene stuk werd afgevoerd, van het andere was de tekst en het concept niet klaar voor de deadline van ons programma.” Wat overblijft is een prestigieus maar dun theaterprogramma, waarin het jonge theater uit binnen- en buitenland nauwelijks aan bod komt. Dat was in Antwerpen 93 even anders.

 

artikel
Leestijd 10 — 13 minuten

#46

15.10.1994

14.01.1995

Eddie Vaes

artikel