© Wannes Cré

Simon Baetens

Leestijd 4 — 7 minuten

Life, Death & Tell-Lie-Vision

Collectiviteit, entertainment en politiek volgens K.A.K.

Met Life, Death & Television brengt het Brusselse collectief K.A.K., hoofdzakelijk bestaand uit afgestudeerde spelers en makers van het RITCS, een avondvullend overzicht van de televisiecultuur waarmee generaties westerse kinderen zijn opgegroeid.

Als publiek krijg je inkijk in het reilen en zeilen van een televisiestudio en zie je het resultaat simultaan op meerdere schermen. Het geheel vormt een entertainende, humoristische en vernuftige trip doorheen lage en hoge cultuur, glorie en verval, eenzaamheid en collectiviteit. Bovendien vindt de voorstelling plaats op een schitterende locatie en wordt ze onderbroken voor een maaltijd.

When I got my first TV set, I stopped caring so much about having close relationships with other people. […] so in the late 50s I started an affair with my television which has continued to be present, when I play around in my bedroom with as many as four at a time. (Andy Warhol)11WARHOL, Andy, The Philosophy of Andy Warhol, Harcourt Inc., 1975

De Koekelbergse Alliantie van Knutselaars, kortweg K.A.K., schotelt hun publiek een visueel en technisch hoogstaand staaltje theater voor. Het collectief, dat meer dan twintig leden telt, werkt zonder hiërarchie en thematiseert dat in deze voorstelling. Wie het ene moment nog een reclameboodschap lipt of verkleed als Martin Heidegger een soapaflevering van een cliffhanger voorziet, bedient in een volgende scène de camera of klimt op de stellingen om een spot te richten. Life, Death & Television gebruikt beeldtechnieken die we kennen van o.a. FC Bergman. Zowel in hun 300 el x 50 el x 30 el (2011) als in JR (2018) combineert het Antwerpse gezelschap rond onder meer Marie Vinck en Stef Aerts theater met videobeelden, die live worden opgenomen en uitgezonden in een speciaal daarvoor ontworpen scenografie. Als toeschouwer moet je de hele tijd je blik verdelen. Af en toe krijg je een glimp te zien van een cameraman of een scènewissel. Je kan genieten van het verrassingseffect dat bereikt wordt door een sublieme timing.

K.A.K. daarentegen laat alles zien: een als Donald Trump verkleed figuur loopt voorbij terwijl een andere acteur voor een green screen klaarstaat om het ‘klimaatbericht’ te presenteren – want het voor het weer kan u gewoon bij uw venster terecht, aldus de weerman. Afhankelijk van waar je zit, kan je zelfs de beeldregie volgen. Ook de muziek wordt centraal op scène gespeeld en technisch ondersteund. Daarmee geeft K.A.K. zowel inkijk in de off screen techniek die bij het maken van televisie komt kijken, als in hoe ze zelf werken: de rollen zijn inwisselbaar; niemand speelt de hoofdrol; er is geen onderscheid tussen performer, technieker en vormgever. Zowel FC Bergman als K.A.K. werken graag op locatie, maar hoewel JR in elke ruimte die groot genoeg is kan getoond worden, is de voormalige filmstudio waar K.A.K. speelt een absolute meerwaarde voor de beleving van de voorstelling. Decor en locatie vormen een coherent, doorleefd geheel dat zowel de geschiedenis van de studio’s als het nomadische karakter van K.A.K. omvat, zonder te bedacht over te komen.

Waar het eerste deel vooral een flitsende hitparade van referenties en sketches is, vormt het tweede deel het theoretische tegengewicht. Na een pauze waarin er samen gegeten wordt, verschijnen steeds meer historische figuren ten tonele. Zo komt Karl Marx een pleidooi houden voor het omarmen van technologie zodat betaalde arbeid verdwijnt en de mens zich echt kan bezighouden met zingeving en zorg voor elkaar, wordt Hannah Arendt meermaals geïnterviewd over hoe de media Jan Met De Pet voor de gek houdt en komt Charlie Chaplin als Adolf Hitler waarschuwen voor populisme. Hoewel al deze scènes schitterend vertolkt zijn en inhoudelijk een duidelijke meerwaarde vormen voor het geheel van de voorstelling, voelt het tweede deel nogal lang en dens aan. Het verrassende van een Heidegger die in deel één middenin een soapscène een filosofisch discours verkondigt, waarna gezapt wordt naar bijvoorbeeld een shampoo-reclame is naar het einde van de voorstelling toe een beetje zoek. Monoloog na monoloog volgen elkaar op. Vraag is of de pauze zelfs nodig is en of beide delen niet nog grilliger door elkaar heen gemonteerd kunnen worden. Dan zouden de momenten van serieuze contemplatie en de meer entertainende scènes (waar trouwens ook altijd een cultuurkritiek uit spreekt) elkaar nog beter kunnen tegenkleuren en versterken. Hier en daar zoomt de troep onnodig in op de psychologische ontwikkeling van een bepaald personage, wat de absurditeit en verbeelding van het geheel vertraagt.

Life, Death, & Television is een schijnbaar lichte voorstelling die zich desondanks niet altijd even makkelijk laat lezen. Je kan vragen stellen bij het opvoeren van historische figuren als Adolf Hitler; voegt hun optreden iets toe, of reproduceert het enkel het geweld dat ze onoverkomelijk representeren? Is de cynische cover van Erik en Sannes Veel Te Mooi, voor de gelegenheid Veel te Blank gedubd, een poging om mogelijke kritiek op de witheid van de groep te counteren of wil K.A.K. hiermee echt iets aanklagen? Is de maaltijd een essentieel element voor de dramaturgie van de avond of zou de voorstelling sterker zijn zonder deze onderbreking?

Dit soort bedenkingen worden K.A.K. meer dan vergeven door de vorm waarbinnen ze hun materiaal laten zien. Wie zapt op tv, heeft immers ook niet altijd de tijd om tot de essentie van een uitzending te komen, als die er überhaupt is. Tussen de hilariteit en ontroering van Life, Death & Television sijpelen zonder meer clevere en politiek relevante ideeën door. Er wordt ook geen duidelijke keuze gemaakt voor vertier of reflectie, voor art of voor pop, bij K.A.K. werken beiden elkaar naadloos in de hand. De keuze voor het medium televisie, een medium dat met uitsterven bedreigd is, lijkt niet louter een nostalgie keuze te zijn. De veelheid aan televisieprogramma’s reflecteert over onze beeldcultuur en on demand-samenleving. Hiermee lijken de makers van K.A.K. vragen te stellen over in hoeverre ze als kunstenaar aan hun publiek moeten tegemoetkomen, over hoeveel ze moeten maken voor ze opgemerkt en serieus genomen worden en welke media hun werk tot zijn recht laten komen.

Daarmee overstijgt Life, Death & Television de eerstegraads-lezing over het verval van TV als medium en roept de voorstelling bij het publiek via entertainment vragen over entertainment op. De metafoor van theater als live ‘doos waarin beelden worden gemaakt’ waarmee de voorstelling eindigt, speelt op de emotie maar raakt tegelijkertijd aan een belangrijk topic: verkiezen we live kunst waarvoor we ons moeten verplaatsen boven thuis Netflix kijken? En verlangen we stiekem van theater dat het steeds meer op Netflix lijkt? Of komen we net naar theater voor de meerwaarde die on demand-tv overstijgt? Al deze vragen worden je, samen met de vegetarische vol-au-vent, voorgeschoteld door het Brusselse collectief. Beste K.A.K.: we want more!

gezien op 27 augustus 2018 in w-o-l-k-e, Brussel

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Simon Baetens

Simon Baetens is masterstudent Drama op KASK School Of Arts en is lid van de Grote Redactie van Etcetera.

recensie