‘Pablo in der Plusfiliale’ Volksbühne am rosa Luxemburg Platz, Foto Thomas Aurin

Elke Van Campenhout

Leestijd 3 — 6 minuten

Liefde als biopolitiek

Lidl behandelt personeel ‘mensonwaardig’ (van onze correspondent Rob Savelberg, De Standaard, 11/12/2004)

BERLIJN – De Duitse vakbondskoepel Ver.di beschuldigt de supermarktdiscounter Lidl van ‘overtredingen tegen de menselijkheid’. Er zou bij het snelgroeiende bedrijf een klimaat van angst heersen. De vakbond heeft een honderd pagina’s dik zwartboek over de behandeling van Lidl-personeel opgesteld. ‘Lidl neukt je beter dan elk ander’ (Pablo in der Plusfiliale)

Pablo in der Plusfiliale

Een pensenkermis of een braderie, daar doet het decor van Pollesch’ Pablo in der Plusfiliale je nog het meest aan denken. Plastic stoelen, goedkope rode strass aan de feesttenten, banale pop door de luidsprekers, en enkele charmante serveuses die je tijdens de voorstelling hapjes komen aanbieden. Pablo in der Plusfiliale speelt zich af in het commerciële hart van de wereld. Waar elke relatie wordt bepaald door economische factoren. Waar seks in alle omstandigheden niet meer is dan een transactie tussen persoonlijke ondernemingen. En waar alles in het teken staat van steeds meer, steeds amoreler, en steeds onrechtvaardiger winstbejag.

Pablo in der Plusfiliale houdt het midden tussen een live reality show en een soap in de Lidl-saga. Vanuit een afgesloten caravan krijgen we beelden doorgezonden van het appartement van een huisjesmelker waar de uitgebuiten, de sans-papiers en de hopelozen naast elkaar liggen opgestapeld. Tussen alle intriges en bedrog, speelt zich het verhaal af van Pablo en de Contessa. De confrontatie tussen het 30.000 en het 30-dollarleven in de Aldi-metropool. Pollesch formuleert een drammerige, maar vlijmscherpe tekst, die deels gefluisterd, deels in hysterische uithalen het publiek wordt ingeslingerd. De acteurs zitten bijna de hele voorstelling lang opgesloten in de stacaravan op het zijtoneel waar we geen inkijk in krijgen. Het beeld dat wordt geprojecteerd, is dat van de gulzige camera die schaamteloos doorheen de ellende ploetert. Hij registreert vulgaire mediageile gezichten en protserige entertainment-persiflages. De personages zijn afsplitsingen van één uitgesponnen gedachte, die liefde en seksualiteit in een technologische stroom van conditionering en gewin plaatst. Geliefden worden gereduceerd tot wisselgeld in een commerciële transactie. Zij geraken de greep op hun lichaam kwijt, omdat zij in de houdgreep van het kapitaal het bezit over hun eigen lijf zijn kwijtgespeeld, en zich enkel nog in de gemediatiseerde hiërarchie van de strikt voorgeschreven heteroconditionering kunnen inschrijven. De hele voorstelling speelt zich af rond de centrale rekenmachine die objecten en acteurs herleidt tot hun nutswaarde en hun bruikbaarheid in het economische bestel. In dit opzicht is Pablo in der Plusfiliale niet meer dan een satirisch en onbarmhartig doordenken van de marketing-strategieën die ketens als LIDL er in hun personeelsbeleid op nahouden. Een economie van lichamen, waar de regels op het lijf van de werknemers worden geschreven. Waar elke werknemer een urinestaal als toegangsticket dient voor te leggen en alle omgangsregels door internationale verdragen worden bepaald. Het is een wereld die maakt ‘dat je vriendelijk bent tegen klootzakken, en afschuwelijk tegen geliefden’. In Pollesch’ tekst is het koppel de dagdagelijkse belichaming van de Twin Towers waar de vliegtuigen net zijn ingeslagen.

Geheel in tegenstelling tot wat hij zelf formuleert in zijn tekst, leveren de precaire werkomstandigheden van de modale LIDL-werknemer wel degelijk geschikt materiaal op voor een theatervoorstelling. Pollesch’ analyse van macht, kapitaal, liefde en disciplinering is de spijker die genadeloos het systeem wordt ingeklopt. Het is theater dat politiek is zonder naïef te zijn, en zich niet beperkt tot de spectaculaire uitwassen van terrorisme, oorlogvoering en Derde Wereld-problematiek, maar deze thema’s aansnijdt vanuit een veel herkenbaarder en persoonlijker kader. Doorheen de lijven van de werknemers die dag in dag uit de gevolgen dragen van de verdragen die boven hun hoofd worden afgesloten.

De sans-papiers, voor wie een mensensmokkelaar nog de enige is die zich hun lot aantrekt, de gigolo’s van de markteconomie, de hoeren van de entertainment-begeerte – er schuilt geen troost in het mensbeeld van Pollesch. Zijn personages zullen niet ineens op wonderbaarlijke wijze aan de andere kant van de balans terechtkomen. Tenzij ze zich, zoals Pablo, aan de meest biedende verkopen. Of zich laven aan de troostautomaten van entertainment en popsongs. Subtiel is anders, maar krachtig is de taal van Pollesch wel. Door het onophoudelijke spervuur van oneliners, analyses, getuigenissen en verbanden, raakt de toeschouwer net als de personages het noorden kwijt. Wat maakt dat hij onbeschermd staat tegenover het verbale geweld dat als een splinterbom in zijn lichaam detoneert. En die geen enkele illusie over individualiteit, keuzevrijheid of vrije liefde intact laat.

And the band played on:

So when you’re near me, darling can’t you hear me, SOS.

The love you gave me, nothing less can save me, SOS.

When you’re gone, how can I ever try to go on?

When you’re gone, though I try how can I carry on?

De Belgische première van deze voorstelling vond plaats in het Kaaitheater op 4 december 2004.

Pablo in der Plusfiliale

Regie René Pollesch

Gezelschap Volksbühne am Rosa Luxemburg Platz

Performers Inga Busch, Christine Groß, Gordon Murphy Kirchmayer, Volker Spengler, Susanne Strenger

Scenografie Bert Neumann

Video Ute Schall

Productie Ruhrfestspiele Recklinghausen

in coproductie met Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz (Berlin), Festival d’Avignon, Productiehuis Rotterdam (Rotterdamse Schouwburg)

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#95

15.02.2005

14.05.2005

Elke Van Campenhout

Elke Van Campenhout is redacteur van Etcetera, is freelance publicist voor diverse kunsttijdschriften, en werkt als curator en dramaturg.

recensie