Leestijd 7 — 10 minuten

Lekker

Een techno-erotisch kortverhaal

Ze werkte er nu al twee jaar. Ondanks de vervelende vragen van de recruiters was het sollicitatiegesprek goed verlopen.

Verkiest u uw linker- of rechterhand?
Welke emoticon doet u aan uw moeder denken?
Bent u bekend met de theorie van de honderdste aap?
Hebt u ooit al seks gehad met een computer?

Haar antwoorden kwamen overeen met de vragen die ze haar stelden, onsamenhangend en ongepast, ze hield haar blik soms gefixeerd, soms ontwijkend. Ze voelde zich als een adoptiehond die niet begrijpt wat er van hem verwacht wordt. Ze had deze job nu eenmaal nodig. Het bedrijf had er waarschijnlijk alle baat bij om haar in dienst te nemen. Aangezien ze werkzoekende was zouden de overheidsdiensten een deel van haar loon betalen. Ze hadden geen enkele andere vraag gesteld, niet over haar diploma’s, noch over haar vaardigheden, noch over haar persoonlijkheid.
Alles leek al op voorhand beslist, het gesprek fungeerde slechts als een schijnvertoning. Ze bevestigden onmiddellijk. Ze werd aangenomen, zou ’s nachts werken, zou goed betaald worden en zou de volgende dag al starten. Gedurende de eerste dertig dagen zou ze haar collega’s vergezellen naar de verschillende locaties en zou ze op de werkvloer opgeleid worden om vervolgens in haar eentje aan de slag te gaan. In de loop van de dag zou ze een e-mail ontvangen met alle praktische info.

Toen ze het gebouw verliet, viel er een last van haar schouders waarvan ze het gewicht ondertussen vergeten was. Zoals de dag waarop ze, na drie lijdzame jaren van soms scherpe, soms milde pijnklachten, besloot haar wijsheidstanden te laten trekken. Na de operatie onder volledige verdoving — de vier tanden werden in één keer verwijderd — en enkele dagen herstel voelde ze geen pijn meer.

Ze vroeg zich af hoe ze al die jaren met haar half ingegroeide en ingesloten tanden had kunnen leven, waarvan de wortels diep doorliepen en haar inferieure tandzenuw raakten. Zelfs nu nog kon ze zich de pijn zo levendig voor de geest halen dat het leek alsof haar ontbrekende tanden nog in haar mond zaten. Een beetje zoals fantoompijn bij ledematen.

Ze was te voet naar huis gestapt en had er wel een uur over gedaan. Ze had de moed niet gehad om naar het metrostation te gaan, de moed niet gehad om te checken of er geen controleur was, de moed niet gehad om te wachten tot er iemand door het poortje ging zodat ze mee door het poortje kon stappen.
Ze belde haar moeder, die niet opnam. De hemel leek zich neer te storten op de glazen torens, die het vlakke grijs weerkaatsten, en ervoor zorgden dat je hoog noch laag kon onderscheiden.
Het was koud. Ze herhaalde hardop “Hygiatech, Hygiatech, Hygiatech” en er kwam een dikke rookwolk uit haar mond.

Zoals beloofd kreeg ze een korte werkopleiding, sommige van haar collega’s hadden meer pedagogische skills dan andere. Ze kon het uitzonderlijk goed vinden met Guss, een Vlaams meisje dat daar, net als zij, een jaar eerder toevallig terecht was gekomen. Ze werd haar vaste mentor en leerde haar alle kneepjes van het vak. Ze begonnen met het schoonmaken van de computerparken, wat ongetwijfeld de eenvoudigste taak was. De taak bestond uit het grondig schoonmaken van het kantoormateriaal: pc’s en laptops, toetsenborden, beeldschermen, muizen, telefoons, printers. Het protocol was steeds hetzelfde: afstoffen, antibacteriële behandeling, microdeeltjes stofzuigen, interne en externe reiniging, analyse en handhaving van de luchtkwaliteit.

Guss leerde haar de verschillende soorten stof — plantaardig, mineraal en menselijk — van elkaar te onderscheiden, hun samenstelling en herkomst te analyseren en vooral het juiste schoonmaakmateriaal en -product te kiezen om ze te verwijderen zonder de apparaten aan te tasten. Deze kleine stofdeeltjes, geduchte vijanden van computerapparatuur, ontaardden in een obsessie. Ze moest en zou ze laten verdwijnen.

Het plantaardige stof, zoals granen en meel, was voornamelijk afkomstig van voedsel dat ter plaatse werd geconsumeerd.
Het minerale stof, een amalgaam van magnesium, aluminium, ijzersilicium en zink, was het gevolg van de erosie van materialen, leidingen en airco. Het menselijke stof was elektrostatisch en vertegenwoordigde tot 80 procent van de dagelijkse verontreiniging. De samenstelling was een subtiel mengsel van insectenresten, haaruitval, roos, nagels en dode huidcellen. Wanneer deze ongewenste stoffen in contact kwamen met computerapparatuur, veroorzaakte dat kortsluitingen, oververhitting en storingen in de micromechanica. Het stof stond in het beste geval synoniem met slijtage en storingen, in het slechtste geval met defecten en brandgevaar. Voor de menselijke gezondheid zelf was het geen haar beter. Het stof kon toxische gevolgen hebben op het lichaam en ongemakken aan de luchtwegen en allergieën, neus- en longschade veroorzaken.

De toetsenborden, muizen, trackpads en beeldschermen werden beschouwd als gevaarlijke toestellen, die ziektekiemen konden verspreiden zoals stafylokokken of salmonella. Deze gastheren konden misselijkheid, braken en zelfs vergiftiging veroorzaken. Zodoende werd bijzonder veel aandacht besteed aan alle fysieke raakvlakken tussen mens en machine, die als uiterst gevaarlijke zones werden beschouwd.

Naast de schoonmaakroutines leerde Guss haar hoe ze een werkplan moest optimaliseren, verbindingen opnieuw moest aansluiten, repareren wat gerepareerd kon worden en ten slotte hoe ze elektronisch afval kon verwerken. Na hun schoonmaakbezoek werden de machines en de werknemers opnieuw aan elkaar geïntroduceerd, en werd besmetting van de ene door de andere ingeperkt. De volgende dag zou het vuil zich opnieuw beginnen opstapelen tot de volgende interventie. Zodra de “revaluatie van de IT-apparatuur” was uitgevoerd, ontving het bedrijf een WEEE-certificaat — een garantie voor het juiste beheer van elektronisch afval — alsook een IT-herstelcertificaat — een garantie dat de normen werden nageleefd en een bewijs dat ook als wettelijke buffer diende — waardoor men aanspraak kon maken op terugbetaling door de verzekering indien zich, ondanks al deze voorzorgsmaatregelen, toch een fiasco zou voordoen. Iedereen deed een beroep op de diensten van Hygiatech, zowel de openbare als de privésector, grote bedrijven en instellingen, alle organisaties met een omvangrijk IT-park. Het werd aanbevolen om een of twee keer per jaar een onderhoudsbeurt te laten doen, of vaker als de verontreiniging te groot was. Kortom, de vrouwen hadden voldoende werk.

De twee vrouwen weken na die eerste werkweek niet meer van elkaars zijde. De ene was de schaduw van de andere, niet enkel op het werk maar overal. Ze sliepen samen, douchten samen, aten samen uit hetzelfde bord, ontbijt, middag- en avondmaal. Niemand leek deze plotse, verontrustende versmelting op te merken en iedereen deed alsof de twee vrouwen al altijd één waren geweest. Het grootste deel van de dag sliepen ze. Ze stonden op om 16 uur, deden boodschappen, dronken koffie op een terras. Rond 20 uur reden ze met Guss’ auto naar hun werkplek. Ze kwamen altijd te vroeg, haalden hun toegangspasjes en deden hun werkkledij aan. Daarna namen ze eerst een kijkje op de locatie, de kantoren waren leeg, de toestellen stonden paraat. Ze brachten hun eigen verlichting mee, twee kleine bouwlampen, die ze op grondniveau richtten om een intiemer licht te bekomen. Uiteindelijk begonnen ze te werken. Het werk was repetitief, stil, bijna meditatief.

Na drie observatieweken waarin ze in de voetstappen van Guss had gelopen tot ze haar eigen voetstappen niet meer herkende, heroverde ze weer een beetje autonomie. De handelingen van de ene waren door het lichaam van de andere gegaan, de herhaling had zich een weg door haar lichaam gebaand, de choreografieën waren in haar spieren gegrift.
Het deed niet langer pijn om het gereedschap in de hand te houden, het contact met de harde oppervlakken van de machines was zelfs aangenaam. De randen waren rond, de omlijsting verrassend vloeibaar, zacht en sponsachtig. Haar handen leken met de elektronische onderdelen samen te smelten tot een beenmergachtig materiaal. Ze gleden verder zonder ooit de impact te voelen. De spuitbussen perslucht en ministofzuigers waren een verlengstuk van haar armen, haar lichaam kronkelde rond metalen werkstations, haar behendige, delicate vingers decodeerden printplaten zoals blinden braille lezen. Deze job was haar op het lijf geschreven.

Ze zouden nog maar een week samenwerken, de maandag erna zou ze voor de eerste keer alleen aan de slag gaan.
Guss gedroeg zich steeds vreemder. Haar stem was zo schokkerig dat het onmogelijk was om te ontcijferen wat uit haar mond kwam. Uiteindelijk zweeg ze volledig. Het was een paar dagen eerder begonnen toen ze naar een van de vestigingen van de Europese Commissie waren gestuurd, Rue du Luxembourg, gebouw LX40, bij het departement Justitie. De opdracht duurde bijzonder lang en eindigde op vrijdag.
Die avond regende het en het gezoem van de machines synchroniseerde met de regen die tegen de ramen sloeg. Het licht van de stad scheen door de grote ramen, het uitzicht werd enkel belemmerd door de muur van de toren aan de overkant.
Een Konica Minolta BH C284 laserprinter stond aan de ingang.
Guss wandelde vreemd. Alsof ze misvormd was. Haar ogen waren gepixeld, haar benen getorst, haar tong gezwollen.
Haar bekken was niet meer in lijn met de rest van haar lichaam en schokte. Er kwam een vreemde geur uit haar rug. Ze wankelde tussen de computers in de grote kantoorruimte en elk deel van haar lichaam leek de hik te hebben.

Ze maakte zich zorgen om haar collega, maar zei niets uit angst dat het erger zou worden.
Ze was de printplaten van de achterste computers aan het afstoffen toen haar slapen begonnen te bonzen. Een onbekende stroom probeerde langs de zijkanten van haar hoofd naar binnen te sijpelen. Een intens licht, dat aan de rand van haar schedel zweefde, doorboorde haar hersenen.
Toen hoorde ze voor het eerst in dagen duidelijk de stem van Guss weerklinken.
Aangezien ze niet goed Nederlands sprak, herkende ze alleen ‘lekker’ vol K’s en R’en. LeKkErlEkKeRLeKkErLeKkErlEkKeRLeKkErLeKkErlEkKeRLeKkE rLeKkErLeKkErlEkKeRLeKkErLeKkErlEkKeRLeKkErLeKkErlEkK eRLeKkErLeKkErLeKkErlEkKeRLeKkErLeKkErlEkKeRLeKkErLeK kErlEkKeRLeKkErLeKkErLeKkErlEkKeRLeKkErLeKkErlEkKeRsLe KkErsLeKkErSlEkKeRsLeKkErsLeKkErsLeKkErslEkKeRsLeKkErsL eKkErslEkKeRsLeKkErSLeKkErSlEkKeRsLeKkErSLeKkErsLeKkEr SlEkKeRsLeKkErSLeKkErSlEkKeRsLeKkErSLeKkErSlEkKeRsLeKk
ErSLeKkErS
Toen ze weer bijkwam, was Guss verdwenen.

Ze had intens naar haar gezocht, zonder succes. Na enkele maanden was ze het beu.
Ze had de verdwijning niet gemeld. Wat zou ze gezegd hebben? Niemand had haar trouwens vragen gesteld over de afwezigheid van haar vriendin.
Ze vestigde zich permanent in de flat van haar vermiste vriendin, gebruikte haar auto, haar computer, droeg haar kleren, haar schoenen. Na een tijdje had haar geur die van Guss volledig overgenomen.

Overdag droomde ze van omheiningen en luchtbellen.
Het kostte haar veel tijd om haar eigenheid terug te vinden. Elke ochtend raakte ze de contouren van haar gezicht aan, dat geleidelijk aan weer vertrouwd aanvoelde.
Ze blikte terug op die nacht toen alles in rook was opgegaan.
Guss’ lichaam.
Het bonzen van haar slapen.
De verdamping.
Er bleef niets van over.

Op een zomeravond, toen de herinneringen aan deze tijd vervaagd waren, hoorde ze een geluid in de garage.
Ze liep er langzaam heen. Het was donker, er was niemand, de auto stond op zijn plaats.
Ze legde haar hand op de motorkap, die warm was. Ze deed de zaklamp van haar smartphone aan.
De autoruiten waren beslagen en de carrosserie was gebarsten. Er kwam een witte vloeistof uit de uitlaatpijp.
Dit beloofde niet veel goeds. De geur van roestige huid en verbrand metaal drong haar neus binnen.
Toen ze de autodeur opende, werd ze door een elektrische stroomstoot van de grond getild. De boordcomputer gaf dit bericht:

*I’m falling*

Voor haar oogleden dichtvielen ving ze een korte glimp op.
Ze zakte in elkaar op de voorstoelen. De pook van de handrem groef zich in haar navel. Het herinnerde haar eraan dat ze geen kind kon krijgen. Ze wilde er geen.
Haar tong klakte en haar bovenlip raakte haar onderlip. Ze herkende de smaak van ijzer, kon haar eigen stem niet meer horen en viel flauw. Toen ze weer tot bewustzijn kwam, bevond ze zich op de snelweg, met hoge snelheid, vastgebonden, met de wind door haar haren, het dak van de auto open, een verkeersbord voorbijrazend richting Spanje. Het asfalt strekte zich kilometers uit en alles leek op elkaar.
Ze hadden een afspraak en hadden hem herkend vanaf het ogenblik dat hij de oprit van de snelweg opreed. De auto versnelde onmiddellijk en reed tegen de vangrail in de middenberm, alvorens aan de andere kant van de autosnelweg te belanden. Ze reden nu in tegenovergestelde richting met meer dan 300 kilometer per uur, slechts enkele seconden van de crash verwijderd.

 

Illustraties: Anastasia Guevel

Vertaling: Tülin Erkan

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 7 — 10 minuten

#167

15.03.2022

14.05.2022

Anastasia Guevel

Anastasia Guevel is choreograaf, performer en beeldend kunstenaar. Op het snijpunt tussen dans en filosofie stelt haar praktijk de rol van het lichaam in leerprocessen en het produceren van kennis in vraag.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!