Leen Thielemans

Leestijd 3 — 6 minuten

Leen Thielemans

Na een paar maanden in Warschau wordt het dagelijkse leven een zodanige gewoonte dat ik mijn verbazing begin te verliezen.

Toen mijn hospita, een brave vrouw van rond de 60, zonder familie, me tijdens de eerste week van mijn verblijf een kilo pompelmoezen schonk, verdacht ik haar ervan het vriendinnetje van een partijbons te zijn, want pompelmoezen zijn exotische, onvindbare rariteiten. Intussen sta ikzelf in de file voor pompelmoezen en heb ik nog geen Jaruzelski & Co leren kennen.

Ja, voor pompelmoezen en citroenen (als er zijn) moet je in de file staan, en voor een krant in ‘t weekend, en voor vlees en chocola (die daarbij nog op de bon staan). En als je pech hebt, en slechts op de spitsuren kan winkelen, moet je zelfs voor brood in de rij staan, of loop je het risico dat de melk uitverkocht is.
De mythe van de file is intussen een diep ingeworteld fenomeen, waar blijkbaar niemand zich nog vragen over stelt. Zolang de Polen het gevoel hebben dat er nog begeerbare produkten bestaan, die voor hen moeilijk bereikbaar zijn, zolang zal aan de intussen geïnstitutionaliseerde files geen einde komen. En de voorstelling dat ooit alle gewenste koopwaren in voldoende aantal en tegen schappelijke prijs op de markt zullen zijn, is vrij utopisch. De Polen zullen zich voorlopig niet vervelen.
Met de files staat of valt de gehele Poolse maatschappij. Ik wil het niet hebben over files op spitsuren. Ook aan de kassa van Delhaize schuif je op zaterdagmorgen een half uur aan. Dit zijn files die ontstaan door een organisatorisch mankement. De Poolse files daarentegen ontstaan door constant aanwezige, onbevredigde behoeften, onder de hele bevolking.
De tijd dat er niks te krijgen was, behalve bonen en aardappelen, is voorbij. De gemiddelde burger, Janusz met de pet, laat zijn eetlust niet bederven, omdat hem geregeld hetzelfde voorgeschoteld wordt. Hij eet met veel smaak driemaal daags zijn bord leeg en dankt God voor deze volle maag.

Doch soms wil Janusz wel eens iets anders op zijn bord. En dan ontstaat het probleem, wanneer hij meer wil dan dat wat eenvoudig te krijgen is.
Vlees is er te weinig. Om de verkoop enigszins te regelen, ontvangt elke persoon een kaart: “Goed voor 2,5 kg. vlees per maand”, en naarmate je koopt, slinkt je tegoed. Het bezit van zo’n bon verzekert echter niet dat je aan vlees komt. Er zit niets anders op dan er als de kippen bij te zijn. Voor de slagerij haar deur opent, staat er al een file. Daar er elke dag vlees aangeboden wordt, kan de gewenste proteïnenbehoefte met een beetje moeite bevredigd worden.
Om aan chocolade te komen, moet je niet enkel de winkels kennen waar er zou kunnen zijn, maar moet je ook het geluk hebben om op het juiste moment voorbij te komen. Hetzelfde geldt voor het zelden aangeboden toiletpapier. Het toppunt van luxe in Polen is: tijd hebben. Want nadat je twee weken naar toiletpapier hebt gezocht, kom je natuurlijk toevallig aan een winkel-met-voorraad voorbij, onderweg naar een dringende afspraak. En de vijftig tot honderd geduldigen voor jou kennen geen uitzondering. Wachten zul je, als je niet met lege handen wil thuiskomen.

Een mens leeft niet van brood alleen. Ook spelen wil hij. Panem et circenses! Daar is het probleem niet zo nijpend, integendeel. In een stad als Warschau wordt dagelijks een zo groot aantal culturele manifestaties aangeboden, dat je steeds ergens naartoe kan. Tussen de voorstellingen van een dertigtal theaters, een vijftigtal bioscopen en nog een paar studentenclubs, is geregeld iets aantrekkelijks te vinden. Aan een kaartje komen, is meestal ook geen probleem, omdat de meeste stukken gedurende een volledig seizoen op het repertoire staan.
Dat vlees en chocolade meer begeerd worden dan theater, spreekt voor zich.

Een anekdote om af te sluiten. Aan de Berlijnse Schaubühne ensceneerde Andrzej Wajda Schuld en Boete van Dostojewski. Eind 1986 ging de produktie in première en ze staat het volledige seizoen dagelijks op het programma. De export van Poolse kunstenaars gooit de Poolse zeden om. Voorlopig is het onmogelijk om op de avond zelf nog aan een kaartje te komen. Twee weken vooraf is elke voorstelling reeds uitverkocht. Het heeft geen zin de rij te gaan staan. Men wacht tevergeefs.
Of de voorstelling dan zo biezonder is? Geen idee. Polen vragen niet naar de kwaliteit, als ze zich bij een file aansluiten. Een pompelmoes is een pompelmoes en Wajda is Wajda.

Groeten uit Warszawa, Czesz!

column
Leestijd 3 — 6 minuten

#17

15.03.1987

14.06.1987

Leen Thielemans

column