Hildegard De Vuyst

Leestijd 3 — 6 minuten

Le Siège d’Ostende – Théâtre de l’Esprit Frappeur

KRONIEK – DE PAPIEREN MENSEN VAN ETCETERA

Er zijn van die voorstellingen die om één of andere reden belangwekkend zijn: omdat ze tot evenement gebombardeerd worden zoals de Aïda van Verdi, die voor het eerst in Luxor, zijn natuurlijke decor, opgevoerd wordt; omdat de thematiek die ze behandelen veel stof doet opwaaien, zoals Ghetto en De Palestijnse van Sobol; ter wille van hun historische waarde, zoals de wereldcreatie van Le Siège d’Ostende, dat zo’n vijftig jaar geleden door Michel de Ghelderode geschreven werd.

Hoewel de redenen dus zeer uiteenlopend kunnen zijn, hebben deze soort produkties veelal met elkaar gemeen dat hun belangwekkendheid omgekeerd evenredig is aan hun intrinsieke kwaliteit. Le Siège d’Ostende vormt hierop geen uitzondering.

Onder de indruk van zijn eerste ontmoeting met James Ensor in 1924, maar waarschijnlijk nog meer van een lofzang op zijn werk die Ensor in La Nervie publiceerde, vat de Ghelderode in 1933 het plan op een stuk te schrijven met Ensor en zijn creaturen als hoofdpersonages en met als thema het Oostends verzet ten tijde van de aartshertogen Albrecht en Isabella; Ensor had hem immers toevertrouwd dat hij het Beleg van Oostende (1601 – 1604) als een van de belangrijkste wapenfeiten uit de geschiedenis beschouwde. Begin ’34 stuurt de Ghelderode het voltooide stuk naar Ensor. Het schiet in het verkeerde keelgat – Ensor voelt zich belachelijk gemaakt en laat niets meer van zich horen. Ook vrienden haken af; ze vinden Le Siège te scatologisch. De Ghelderode doet zijn best om het stuk alsnog te laten opvoeren of publiceren maar het lot (of wie?) heeft er anders over beslist. Pas jaren na zijn dood, in 1979, geeft echtgenote Jeanne toestemming tot publicatie.

Deze petite histoire verklaart enerzijds waarom het stuk nooit eerder opgevoerd werd. Anderzijds laat ze vermoeden dat Le Siège d’Ostende in zijn ontstaansperiode een grote subversieve kracht had als politieke farce waarin Kerk en Staat duchtig over de hekel gehaald werden: ambassadeur Mirabolar die zijn pas geplante herdenkingsboom wil bewateren, verliest, na een been, ook nog een ander vitaal lid; omdat de aartshertogin gezworen heeft zich niet meer te verschonen vóór Oostende gevallen is, ziet Albrecht zich al spoedig genoodzaakt elders te gaan zondigen; de Oostendenaars beschieten de belegeraars met knallende winden; nonnen wachten in ongeduldige opwinding de Spaanse soldaten op. Scatologie als wapen tegen eschatologie. Daarin ligt meteen ook de kwetsbaarheid van het stuk: zijn potentiële ontwrichtende functie werd door het verloop van tijd te niet gedaan. Zoals Claus het in Suite Flamande zegt: “Dit volk dat naar men beweert,/ zich tussen twee polen beweegt,/ het vette en het vrome,/ gelooft minder in het hiernamaals dan in zijn dagelijkse gort.” (uit Antropologisch)

Een vergelijking met Ubu van Jarry lijkt mij dan ook wat voorbarig. Ubu heeft zijn kracht bewaard, is veel anarchistischer dan Le Siège, want veel minder anekdotisch. Tegenover de dada van Jarry is de Ghelderode folkloristisch en sappig. Le Siège d’Ostende wordt verwezen naar een literair Bokrijk. Nochtans liet Jeanne de Ghelderode zich niet gemakkelijk overhalen om het stuk te publiceren: “II fallut de nombreux arguments pour la convaincre et pour qu’elle se rende compte que de nos jours cette farce ne pourrait choquer que les esprit bornes et malades de bigoterie.” Het is de eerste keer dat ik het mag meemaken dat een programmaboek zo onomwonden de overbodigheid van de voorstelling toegeeft.

Le Théâtre de l’Esprit Frappeur heeft zijn uiterste best gedaan om het stuk in dezelfde lijn te ensceneren. De weinige zere tenen waar nog kon op getrapt worden, ontwijkt de voorstelling angstvallig. Operatiekamer-clean, met hier en daar een borst in papier-maché en veel maskers die slecht functioneren omdat ze fysiek te weinig onderbouwd zijn. Een oeverloze carnavalstoet, zonder een zingevende Aswoensdag.

Er zijn van die voorstellingen die om één of andere reden totaal overbodig zijn.

 

LE SIÈGE D’OSTENDE
auteur: Michel de Ghelderode; gezelschap: Le Théâtre de l’Esprit Frappeur; regie: Albert-André Lheureux; decor, kostuums, maskers en maquillage: Christian Ferauge; muziek: Alain Pierre; belichting: Christian Halkin; spelers: Jean-Francois Delacour, Bernard Sens, Nicole Shirer, Bernard Villiers, e.v.a.

Gezien in Résidence Palace, Brussel, op 18 april.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#18

15.06.1987

14.09.1987

Hildegard De Vuyst

Hildegard De Vuyst was tot 2016 dramaturg bij KVS, en werkt mee bij Les Ballets C de la B.

recensie