© Michiel Devijver

Jenne Van daele

Leestijd 3 — 6 minuten

Lam Gods – Milo Rau

Lam Gods luidt een nieuwe start in voor NTGent, dat een stadstheater op maat van de mondiale burger wil zijn, toegankelijk en divers. Regisseur en artistiek leider Milo Rau  verweeft erfgoed en persoonlijke geschiedenissen met reflecties over theater in zijn openingsproductie. Een ambitieuze doelstelling, die echter een weinig daadkrachtige vertaalslag maakt van het 15e-eeuwse altaarstuk naar een hedendaagse mythologie.

Hoe kan erfgoed relevant blijven in een geglobaliseerde samenleving? Hoe verhoudt een stad zich tot haar cultuurgeschiedenis? Diezelfde vragen tracht Milo Rau te beantwoorden door het retabel van de broers Van Eyck tot leven te wekken in een eigentijdse reconstructie. Tientallen ‘gewone’ Gentenaren, jong en oud, kregen een rol als een van de Bijbelse figuren op het doek en brachten hun ongefilterde werkelijkheid zo binnen in de betekenisruimte van het kunstwerk en in de schouwburg. Tijd om de bühne te democratiseren.

Bottom-up

Het altaarstuk fungeert in de eerste plaats als een formeel vertrekpunt om de Gentse stadsbewoners te verbinden met hun Bijbelse equivalenten. Op het podium staat een gigantisch zwart scherm, waarop de panelen worden geprojecteerd. Presentatoren van dienst, Frank Focketyn en Chris Thys – tevens de enige professionele acteurs in het stuk, gidsen het publiek van verhaal tot verhaal en interviewen tussendoor de performers. De sfeer is ongedwongen en aangenaam. Theater hoeft immers geen elitair bastion te zijn, maar begint klein, bij de mens.

Zoals wel vaker (bijvoorbeeld in zijn Europa-trilogie), baseert de Zwitserse regisseur de inhoud van de voorstelling grotendeels op de biografieën van de spelers zelf. In het stuk ontstaat zo een netwerk van levensverhalen dat in juxtapositie met de iconische Van Eyck-figuren een reeks universele thema’s zoals (moeder)liefde, sterfelijkheid en (on)schuld aankaart. Fatima Ezzarhouni, moeder van een Vlaamse Syriëstrijder, kon zich bijvoorbeeld makkelijk identificeren met Maria omdat ook zij ‘problemen had met haar zoon’. In deze humaniserende beweging ligt de schoonheid en betekenis van de voorstelling.

De persoonlijke anekdotes prikkelen de kijker bovendien om te reflecteren over de (meer)waarde van de privé-sfeer in het theater. In de proloog, getiteld ‘The Creation of the World’, geeft Focketyn toe het hier moeilijk mee te hebben, al wil hij wel zijn verbeelding delen. Wat zal hij uitvergroten?, vraagt hij aan Thys. Deze passage getuigt van Rau’s opmerkelijk zelfbewustzijn.

Globaal realisme

 Naast de biografieën van een brede groep Gentenaars, wortelt Lam Gods in wat Rau omschrijft als het globaal realisme, een poëtica die met “mondiale realiteiten”11Rau, Milo. (2018). Voorwoord. Globaal realisme – Gouden Boek I. NTGent & International Institute of Political Murder. zoals massamigratie kan omgaan. Rau schuwt allerminst het gebruik van perspectieven die in de mainstream media amper aan bod komen. Zo vertelt Rames, die Sint-Christoffel representeert, over zijn levensgevaarlijke reis door de Turkse woestijn en zijn helse boottocht over de Middellandse zee. Het is irrationeel om migratie te vrezen, beweert de tweede Adam-vertolker, Nima, nog in het begin van de voorstelling: de homo sapiens migreerde ooit zelf van het Afrikaanse continent richting Europa. It’s a tale as old as time.

 Toch loopt de voorstelling zeker niet het risico om te zwaarmoedig of subversief te worden. Dat was ook niet Rau’s opzet. De gevreesde coïtus-simulatie bleek een intieme choreografie tussen man en vrouw te zijn, zonder obsceniteit of shock-effect. Ook de jihadi-monoloog was weinig aanstootgevend. Daartegenover staat dat de meer gewaagde uitspraken (Fanny’s impromptu bekering tot  de Islam of schaapherder Koens bedenking over het slachten van zijn lammetjes) of intrigerende beelden zoals het scheren van het schaap dreigen op te gaan in het geheel door een gebrek aan verstilling of uitdieping. Na de ontwapenende getuigenis van Fatima over de afscheidsbrief van haar zoon, kabbelt de voorstelling rustig verder. De panelen volgen elkaar telkens vrijwel meteen op, vlotjes aan elkaar gepraat door de hosts. Dat bijna alle figuranten al vanaf het begin aanwezig zijn op het podium, doet de spanningsboog evenmin deugd.

Het format van de ‘talkshow’ levert bovendien een lastige balans op tussen toegankelijkheid en oppervlakkigheid. De hele voorstelling baadt hierdoor in een gemoedelijke veiligheid, die weinig uitspattingen toelaat. De humoristische intermezzo’s van Focketyn over de renovatiewerken of Rau’s veelbesproken Manifest van Gent zijn makkelijke treffers (zelfs Fabre passeert de revue), maar verrijken het geheel niet. Sommige passages lijken zelfs volstrekt overbodig binnen de constellatie. Zo is het gissen naar de betekenis van de ‘live’ rondleiding achter de coulissen waarbij Focketyn ons kort voorstelt aan de gebroeders Ben Chikha van het gezelschap Action Zoo Humain. Niet dat deze scènes het geheel verstoren, eerder nivelleren ze de mogelijke impact van andere panelen.

Het in- en uitzoomen op de miniaturen van de Gentse stad levert desalniettemin zeker mooie momenten op, al blijft een diepere, genuanceerde reflectie uit. Kan een mens of het theater überhaupt “op ooghoogte”22Ibid. staan van de globalisering, zoals Rau nastreeft? Het meanderen, zwemmen of verloren lopen in elkaars verhalen is misschien wel de krachtigste manier om te verbinden. Laat dat nu net de meest ontroerende scènes van deze voorstelling opleveren. Je kan alleen maar bewondering opbrengen voor de indrukwekkende getuigenissen die de performers met je delen. Met zijn Lam Gods belooft Rau je een vree schone theaterbeleving, al is het niet zijn meest uitdagende werk.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Jenne Van daele

recensie