Hier, ik als keizerin. Molenstraat 103/bus 5 – Veerle Baetens & Bo Spaenc
Radicale eenzaamheid
Klaas Tindemans
In de operawereld heersen twee taaie opvattingen. Je hoorde nog niet zo lang geleden dat de opera in de 21ste eeuw dood en begraven zou zijn, maar het genre beleeft een ongekende bloei. De operamensen hebben daarnaast altijd getracht om het verwijt onschadelijk te maken dat opera slechts voor een kleine groep mensen belangrijk is (kleine groep = elite, natuurlijk). In de jaren zeventig en tachtig heeft men inspanningen gedaan om een breed publiek te bereiken via het genre van de operafilm. Belangrijke regisseurs zoals Joseph Losey en Francesco Rosi werden erbij gehaald om bekende partituren een nieuwe, meer dynamische look te geven. Het initiatief was na enkele jaren (vooral economisch) dood, zonder dat het op esthetische hoogvliegers kon bogen.
Nu heeft de Metropolitan Opera van New York een nieuw initiatief genomen. Het probleem van de spreiding krijgt er een heel andere dimensie door. Eerst en vooral is de technologie bijgesprongen. Een opvoering kan dankzij een satellietverbinding de wereld rondgezonden worden. In de loop der jaren hebben televisieregisseurs een eigen taal ontwikkeld om een opvoering op een interessante en boeiende manier in beeld te brengen. Algemeen directeur Peter Gelb, die een lange staat van dienst heeft in theater, televisie en de platenindustrie (Sony Classics) en sedert 2006 aan het hoofd staat van de instelling, heeft samen met muziekdirecteur James Levine (in die functie sinds 1976!) het plan opgevat om een aantal keren per seizoen een operavoorstelling de wereld rond te sturen. Het gaat dan niet om een televisie-uitzending, maar om een vertoning op groot scherm in een aantal filmzalen in de Verenigde Staten, Europa en Japan. Het eerste seizoen viel zo goed mee dat de heren het initiatief hebben uitgebreid. Sinds 15 december doet in België de Kinepolisgroep mee. Net zoals in de rest van de wereld was het initiatief ook hier een succes. De grote publiekslieveling La Bohème was niet alleen uitverkocht, maar werd in mei nog eens hernomen – en dat voor alle deelnemers aan het initiatief wereldwijd. In Nederland is er zelfs een beperkt zomerprogramma met hernemingen te zien. Volgende herfst wordt aangekondigd welke opera’s op dvd zullen verschijnen.
De laatste voorstelling van het seizoen, het minder bekende La Fille du Régiment van Donizetti, werd op hetzelfde ogenblik op 553 plaatsen getoond, onder meer op een aantal cruiseschepen én in een aantal New Yorkse middelbare scholen. De ‘Met’ bereikte op die ene zaterdag zo een 110 000 toeschouwers. Dat zijn sprekende cijfers, en meteen is het moeilijke debat over publieksuitbreiding van de baan. Als je naar de prijzen van operakaartjes kijkt, is het bijwonen van een satellietvoorstelling een ongelooflijk goede koop. In de opera van New York kost een plaats met beperkte zichtbaarheid rond de 53 euro. De goedkoopste plaatsen, ergens bovenaan in de immense zaal, kosten ongeveer 10 euro. Op het scherm volg je het gebeuren van op de eerste rij. In de Met zou je daarvoor 275 dollar moeten neertellen. Tussen haakjes: dat zijn voor ons onwaarschijnlijke prijzen, maar de voorstellingen van La Fille zijn in New York wel uitverkocht.
Natuurlijk is het bijwonen van een voorstelling in de opera nog wat anders dan in de bioscoop. Het geeft een apart gevoel dat je tegelijkertijd met de operaliefhebber uit de VS deze voorstelling volgt, maar de betrokkenheid is wel wat minder. In La Fille du Régiment komt een bijzonder moeilijke aria voor, waarin de tenor een paar maal tot aan de hoge do moet reiken. Dat de jonge Pavarotti dit vlekkeloos deed, maakte hem op slag beroemd. Hier doet Juan Diego Flores dat met zulk een gemak, dat je nauwelijks de moeilijkheidsgraad opmerkt. In de opera volgt na zijn prestatie een minutenlang applaus. In de bioscoopzaal blijft het muisstil terwijl iedereen kijkt naar het enthousiasme van dat andere publiek. Vroeg of laat, moet het publiek hier weten, moet je dan toch ook eens naar een van onze operazalen voor the real thing.
Het voorbije seizoen was zo succesvol dat de Met beslist heeft om de reeks in het seizoen 2008-2009 uit te breiden tot elf captaties. Er komt ook een pak nieuwe zalen bij, want de bioscoopuitbaters hebben gemerkt dat er voor dit initiatief meer dan voldoende liefhebbers zijn.
In het verleden genoot de Met met zijn muziekdirecteur James Levine een zeer goede muzikale reputatie. Maar iedereen wist dat Levine een heel conservatieve smaak had als het op theater aankwam. Daar is nu dankzij de aanwezigheid van Peter Gelb verandering in gekomen. Gelb breekt een lans voor ‘opera als theater’ en heeft meteen zowat de top van de Europese regisseurs naar New York gehaald. Het gaat om mensen als Patrice Chéreau, Luc Bondy, Willy Decker, Nicholas Hytner en onze eigenste Guy Joosten.
Naar Amerikaanse standaarden gaat het om een radicaal inhaalmanoeuvre, want de Vlaamse operaliefhebber heeft van al deze regisseurs reeds werk gezien op de Belgische podia. Voor ons zijn het de zangers die een extra dimensie aan de uitzendingen toevoegen, want binnen hun branche behoren zij tot de top.
Neem nu als voorbeeld La Fille du Régiment. Deze operakomedie van Donizetti heeft niet veel om het lijf en laat de Franse regisseur Laurent Pelly toe om breeduit te gaan – hij is een specialist als het om komedies gaat. We zagen vele seizoenen geleden zijn Platée van Rameau in de Vlaamse Opera, één van die avonden waar men met plezier aan terugdenkt. Bij deze Donizetti van Pelly staat in de hoofdrol de Franse coloratuur Nathalie Dessay. Niet alleen kan ze moeiteloos door de noten van Donizetti buitelen, ze geeft ook nog eens blijk van een feilloze komische intuïtie – op haar beste momenten is ze een vrouwelijke Charlie Chaplin. Zij en Juan Diego Flores vormen een ideaal paar om deze muzikale chantilly tot een erg genietbare voorstelling te maken. Meteen is deze Fille een goed voorbeeld van de nieuwe politiek van Peter Gelb.
Voor het komende seizoen gaat de keuze heel breed: een klassieker als Lucia di Lammermoor, met het droompaar Anna Netrebko en Rolando Villazon, staat naast het minder gekende Thaïs van Massenet, met Renée Fleming en Thomas Hampson, en Doctor Atomic, de nieuwste opera van John Adams, over Robert Oppenheimer. Dat alles zorgt voor een merkwaardig derde seizoen.
Toen ik La Fille in Gent zag, viel het me op dat alleen een ouder publiek de weg naar de Met-op-groot-scherm gevonden had. Dat was natuurlijk erg gevleid toen het voor de voorstelling een gratis glas champagne kreeg. Dat bevordert het ‘operagevoel’. Voor de voorstelling begint, krijg je van Luc Joosten een uitgebreide inleiding. Dat bevordert dan weer het begrip. Een probleem vormt de ondertiteling. De Met geeft de Engelse, Spaanse en Duitse vertaling mee. Bij La Fille kon je in Gent in het Duits meelezen, wat niet door iedereen gesmaakt werd. Een klein ongemak, vermoed ik, dat niet kan weggewerkt worden. Maar verder is alles dik in orde: uitstekende beeldkwaliteit, een heel goede klank. Gewoon een aanrader dus.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.