Kristof van Baarle, Charlotte De Somviele

Leestijd 7 — 10 minuten

Kunstenaarsbijdrage: Tibaldus

‘Het verhaal moet letterlijk zo begrepen worden als het beschreven is; ik ben trouwens nooit symbolisch.’ -Witold Gombrowicz

Een jonge Gombrowicz schreef dit in een inleiding op zijn vroege verhalen, maar het zou evengoed het adagium kunnen zijn van het Gentse gezelschap Tibaldus. In de twaalf (!) voorstellingen die KASK-alumni Simon De Winne,Timeau De Keyser en Hans Mortelmans de voorbije zeven jaar maakten, komt telkens een bijzondere verhouding tot het spelen en theatraliteit naar voren. Hun poëtica wordt gekenmerkt door een intrigerende letterlijkheid. Tibaldus speelt letterlijk theater. Deze zin valt uiteen in twee delen: er wordt demonstratief gespeeld, op een manier die de conventies van het spelen en de theatrale uitdrukking benadrukt en deconstrueert. Dat levert dan weer letterlijk theater op, waarvan de echtheid (‘het-gebeurt-karakter van het theater’) uit de letterlijke geste voortvloeit. Elke handeling ‘doet’ of ‘beweegt’ iets omdat ze letterlijk is en niet naar een symbolisch buiten verwijst.

Door steevast te vertrekken vanuit een onderzoek naar wat theater als medium betekent, en wat zijn eigenheid is ten opzichte van andere disciplines, ontstaat de mogelijkheid om meer na te denken vanuit een vorm of situatie dan vanuit psychologie. De cirkel, de arena, de scène (waarvan het op- en aftreden meestal bewust gemarkeerd wordt), het licht: uit deze concrete vormelijke elementen ontstaat de betekenis. Het spel is bij Tibaldus deel van deze vormelijke visie. Hun methode is die van het expliciete spelen, een taak die het gezelschap met ernst vervult, maar ook met speelsheid en humor, zoals je van een spelerscollectief verwacht. Tibaldus toont uitdrukkelijk de transitie die een speler doormaakt wanneer hij een ‘personage’ wordt: een acteur zet een kroon op en wordt zo een koning. Zo eenvoudig is dat, en tegelijk zo complex. Tussen het samenvallen van het ‘spelen’ en de afstandelijkheid van ‘het tonen’ zit de letterlijkheid. En daar ontstaat… ‘iets’.

De frictie tussen speler, tekst en spel doet het theater als uitzonderlijk momenten plek dan ook niet vervallen. Integendeel, het wordt voortdurend bestendigd. Door zo zorgvuldig om te gaan met deze misschien oldskool factoren van de theaterkunst, en een dito woordenschat nieuw leven in te blazen, legtTibaldus een passie voor het medium én het metier aan de dag, en dat speelt ook inhoudelijk mee. ‘Wij doen hier iets voor u, nu.’ De naakte esthetiek maakt dat dit engagement wordt aangescherpt. Dat engagement impliceert trouwens ook: elk creatieproces opnieuw vrijwel van nul beginnen, met als enige gegeven en moeilijke keuze ‘het theater’.

De uitzonderingspositie van het theater wordt bij Tibaldus overigens vaak uitgelokt door het tegenover zijn negatief te plaatsen. Op temporeel niveau vinden we die antitheatraliteit terug in de verstilde, tableau-achtige scènes en het gestuele karakter van Paard: een opera (2013). Maar ‘het wringende niets’, waaruit de theatrale dynamiek ontstaat, krijgt ook een concreet lichaam op de scène. Bij Tibaldus duiken er vaak figuren op die elke communicatie problematiseren, die zich niet in de mal van de symbolische orde laten sluiten en weigeren een vastomlijnde identiteit of personage aan te nemen, dat bij uitstek wordt geconstrueerd door de taal-een belangrijk thema in Tibaldus’ werk. Denk maar aan de ‘zwijger’ in Persona, 2013 of aan de koppige Yvonne, prinses van Bourgondië in Gombrowicz’ gelijknamige stuk. Die laat zich door iedereen uitkafferen omwille van haar lelijkheid, maar verkiest stoïcijns niet te reageren. Net dat maakt haar aanwezigheid ondraaglijk en drijft het drama, ‘het gevangen zitten in de taal’ van de andere personages, op de spits.

Yvonne en ‘de zwijger’ verzetten zich tegen de representatie, maar net daarin licht de werking van het theater en de speler, die zich altijd verhouden tot de representatie, op. Ook de STAP-acteurs, die er zo hun heel eigen, vaak onverstaanbare, geïmproviseerde en eclectische, manier van vertellen op nahouden in 4:3 (2013), belichamen het ideaal vanTibaldus’ letterlijke spelvisie, omdat er geen afstand is tussen wie ze zijn en hoe ze zich uitdrukken. Het ‘letterlijke’ wordt hiermee niet alleen een tooi, een visie op spelen, maar ook een latent droombeeld. Het tonen van het spelen-niet doorleefd, niet psychologiserend, maar wel zeer betrokken en in die zin persoon-lijk-breekt idealiter door de muur van het theater op zoek naar een puur ‘zijn’ voor elke speler op de scène. En dat ‘zijn’-of de poging daartoe-kan alleen maar benaderd worden in die bijzondere ruimte van het theater.

Tibaldus toont kortom een haast tautologische liefde voor theater, omdat het theater is. Niet vanuit een gemakkelijkheidsoplossing, wel vanuit een radicale, onvoorwaardelijke en consequente liefdesverklaring en verantwoordelijkheidszin. Waarom theater? Daarom.

NOOIT

OPGEVOERD

TONEEL

TEKST :
Hans Mortelmans

REGIE :
Timeau De Keyser

SPEL :
Simon De Winne

MUZIEK :
Seppe Gebruers

DECOR :
Simon Van den Abeele

DRAMATIS PERSONAE :
(te verschenen in onderstaande volgorde)

— De koning
— De koningin
— De gezelschapsdame van de koningin
— De duivel
— De luie zoon van de koning
— De heks
— De vriend aan het hoi
— De kleermaker van de koning
— Het dansende paard dat de dood symboliseert
— De jonge heks die de overspeligheid symboliseert
— Het paard dat het paard symboliseert
— Een verre kennis van het hoi
— De waanzinnige dochters
— Een toevallige passant
— De hofdames en het meisje dat bij hen in woont
— Andere verschoningen

Het toneel speelt zich af in Wetteren. Behalve het derde toneel in het tweede bedrijf dat in Milaan plaatsvindt.
Een hof met edellieden. De edellieden zijn nooit vrij in hun manier van spreken. Ze zijn gebonden aan hun positie in de wereld. Ze zijn leugenachtig. Leugenachtig!

1

Drie acteurs komen op.

Dit is niet de eerste keer dat we de drie zien.

In de eerste scène stonden ze ook al samen op het podium.

Ze spelen drie kleine rollen uit een stuk van Shakespeare.

De oudste acteur kennen we nog omdat hij iets

verkeerd zei.

Hij moest “doodgraver” zeggen maar versprak zich en zei

“doodgaver”.

Daarom is de oudste van de drie nu wat zenuwachtig

en zijn draad kwijt.

De drie acteurs gaan weer af.

Maar de oudste van de drie is zo zenuwachtig dat

hij vergeet

mee te gaan.

Het duurt een minuut, misschien iets korter,

voor hij beseft dat hij daar nog staat en dit

niet de bedoeling is.

Hij doet zijn ogen dicht.

En hij doet

wat hij altijd doet

wanneer hij zenuwachtig is op

de toneelscène:

hij speelt dat zijn hond gestorven is.

Het is zo’n goede acteur

dat hij erin slaagt het publiek te doen geloven dat hij

1-een hond heeft.

en 2-dat zijn hond gestorven is,

en dit met zijn ogen dicht.

De twee andere acteurs zien dit gebeuren

vinden dit merkwaardig

en besluiten mee te spelen.

Ze komen op, gaan staan, doen hun ogen dicht,

en spelen dat hun hond gestorven is.

2

Een acteur komt op.

Hij heeft gisteren met De Kamerheer gesproken.

Hij zei:

De schouwburgen lopen vol met bonenstaken.

Voor ons, oude bomen, is er geen plek meer.

De mensen willen enkel nog jong theater zien, en ik

begrijp niet eens wat dat is.

3

Er staat een acteur op de scène.

Hij wacht daar al uren.

Er zou normaal gezien toch een danseres moeten

komen opdagen?

Hoe is dat in godsnaam mogelijk?

De acteur gaat dan maar weer af.

En net op het moment dat hij in de coulissen verdwijnt,

komt de danseres op.

Maar de scène is op dat moment al ingestort.

De danseres merkt dit op

en gaat dan ook maar af.

Het is trouwens veel te groot voor de kleine zaal.

4

Drie oudere acteurs staan op de scène.

Ze staan er nog maar net, maar ze spelen,

ze spelen!

dat ze daar al uren en uren staan.

Ze doen dit zo goed dat ik van mijn stoel val.

Even wil ik me verontschuldigen

en was dit geen toneel,

dan had ik mij ook verontschuldigd.

Ik weet het niet, het was een vreemd gevoel,

alsof ik en alle andere toeschouwers in de zaal

te laat waren gekomen.

Ze spelen!

Ik word opnieuw wat kalmer, want ik weet dat ik

op tijd ben.

Acht uur stond op het kaartje en het is precies

vijf over acht.

5

Eerst is de scène leeg en donker.

Er klinkt helemaal geen muziek.

Dan beweegt er iets op de scène

en je voelt aan dat er drie jonge acteurs staan.

Ik denk dat zowat het hele publiek samen met

mij dacht:

Aha, drie jongemannen!

Dan zien we ook dat

er een decor opgesteld staat dat

geen dramaturgische reden heeft om daar zo te staan.

Onoverzichtelijk in feite.

Het decor is duidelijk gepikt

uit een andere voorstelling.

Ik weet het niet helemaal zeker maar

ik denk dat het er een van het NTGent was.

Uit het toneelstuk Vergeten straat geloof ik.

Op zich vind ik het bijzonder grappig

dat de drie jonge acteurs heel dat decor

met zijn ingewikkelde houten constructie,

de vele precies opgestelde spots,

draden, schroeven, schermen,

helemaal naar dat zaaltje hebben gesleurd.

God mag weten hoe het daar binnenging!

En wat nu zo vreemd was,

de hele voorstelling lang zat ik daar en dacht ik

dat het decor nu net daarom zo veel betekenis kreeg.

De mensen die Vergeten straat hadden gezien,

die moesten wat meemaken!

Want daar stond nu dan die lange, grote muur,

symbool voor het failliet van een samenleving,

of voor de angst van de mens,

of het vallen van de Tsarenmaatschappij,

ik weet het in feite niet meer zo goed,

maar hier, hoe het hier stond, symboliseerde het niets.

En toch hadden deze drie jonge acteurs

zo hun best gedaan om dat hele spul,

met dwarsbalken en al

in dat kleine zaaltje te krijgen.

6

De tweede acteur is zijn tekst vergeten.

De actrice die aan de rand van de scène staat te

wachten, denkt:

Jah, dat gaat hij nu zelf oplossen.

De acteur weet niet zo goed wat hij moet doen.

Hij denkt dat de actrice hem wel zal helpen.

De actrice denkt nog steeds dat hij zijn plan maar moet trekken.

De tweede acteur is zo goed dat hij niet wegsluipt,

maar speelt

speelt!

dat zijn personage wegsluipt.

Het is een personage uit een stuk van

Witold Gombrowicz.

En de acteur komt ermee weg en brengt het publiek

aan het lachen.

De actrice is nu zo kwaad dat ze niet meer opkomt.

Na de pauze

komt de tweede acteur opnieuw op.

Hij heeft het bij gelegd met de actrice.

Hij is tevreden,

maar is nu toch weer zijn tekst vergeten.

De tweede acteur doet precies hetzelfde als voor

de pauze.

Op precies dezelfde manier, met precies dezelfde

rare bewegingen,

sluipt hij niet weg,

maar speelt hij dat zijn personage wegsluipt.

En enkel de grootsten op aarde weten

hoe briljant het is om twee keer dezelfde fout te maken.

En opnieuw komt de acteur er niet alleen mee weg

maar laat hij het publiek nog harder in lachen

uitbarsten dan daarnet.

De actrice is zo ongelooflijk kwaad dat ze weggaat.

Het blijft akelig stil op de scène.

Je zou dan denken dat het daarbij blijft,

maar neen,

de acteur is zo goed,

dat hij de fantastische fout maakt,

dronken van adrenaline, roemzucht, en ik weet

toch niet wat,

dat hij opnieuw opkomt en voor de derde keer

hetzelfde doet.

En wat nu zo merkwaardig is

hoewel we nooit hebben kunnen raden

welk stuk of welk personage van Witold Gombrowicz

hij precies speelde,

ik precies begreep waar de scène over ging.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

kunstenaarsbijdrage
Leestijd 7 — 10 minuten

#146

15.09.2016

14.12.2016

Kristof van Baarle, Charlotte De Somviele

Kristof van Baarle schreef recent een doctoraat aan de Universiteit Gent over het posthumanisme in de podiumkunsten. Momenteel is hij verbonden aan de Universiteit Antwerpen en werkzaam als dramaturg voor Kris Verdonck 
(A Two Dogs Company).

Charlotte De Somviele schrijft freelance over dans en theater voor o.a. De Standaard en is kernredactielid van Etcetera.

kunstenaarsbijdrage

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!