‘De Golf’ (KJT)

Luk Van den Dries

Leestijd 4 — 7 minuten

Kruispunt theater

Kruispunt theater. Oversteekplaats voor talloze dwarsende lijnen. Lichaam en blik. Ik en de ander. Individu en gemeenschap. Tekst en geschiedenis. Leugen en waarheid. Fictie en werkelijkheid. Doen en denken. Afstand en nabijheid. Verleden en toekomst. Tijd en ruimte. Het theater als wrijfpunt. Snijlijn. Schuurplek.

In het venstergat tussen ik en wij kantelt het theatraal kader voortdurend. Aarzelend tussen reflectie en vergezicht. Nu eens op zoek langs de poriën van het lichaam, dan op de tast naar wat zich elders in de kamer afspeelt. Tussen de tijd van het individu en de ruimte van de wereld, zoekt het theater een betrekking. En vraagt voortdurend betrokkenheid.

Wanneer de wereld zelf een spektakelstuk geworden is, waarbij je van het ene hoogtepunt in de andere climax tuimelt, waarin de tijd zich verdicht in een helse opeenvolging van dramatische taferelen, en de ruimte steeds weidser wordt doordat alle muren gesloopt worden, staat het theater stil. Als essentiële tegenkracht van het ritme van de realiteit kan het ook niet anders. De plankenretoriek haalt het niet bij de pathos van het plein. Bewegingen van massatonelen doen altijd onder voor de dynamiek van de manifestatie. Het is niet de taak van het theater de wereld achterna te hollen, maar te vragen naar het doel en de richting, te peilen naar verlies en verdringing, de mechanismen te tonen die leiden tot stilstand en terugval.

Revolutie

In december ’89 was de produktie La Mission/Au perroquet vert van de ex-Oostduitser (maar zijn ze dat binnenkort niet allemaal ?) M. Langhoff in Brussel te gast. Het tijdstip is interessant : het stuk La Mission (Der Auftrag) van H. Muller uit 1979 behandelt de naweeën van de Franse revolutie : de beslissing in 1794 van de Parijse Conventie tot wereldwijde afschaffing van de slavernij, wordt hier in praktijk gebracht door de export van de revolutie naar Jamaica. De komst van Napoleon doorkruist echter één en ander en de revolutionaire opdracht vervalt. Moeiteloos herstellen zich de oude machtsverhoudingen tussen blank en zwart. Maar de mislukking is niet absoluut : de tekst laat nog een sprankel hoop op een andere, zwarte, revolutie. De tekst van A. Schnitzler Au perroquet vert (Der grüne Kakadu) uit 1898 speelt zich af op die bewuste quatorze juillet, in een groezelig cabaret waar de adel zich komt vermaken met het spel van een aantal aan lager wal geraakte acteurs-bandieten. Theater en realiteit worden hier in tegenover elkaar staande spiegels eindeloos gereflecteerd.

De dubbelproduktie van Langhoff was opgezet ter ere van de Franse Bicentennaire, de viering van tweehonderd jaar Liberté, Egalité et Fraternité. In Brussel kreeg het stuk nog een nieuwe dimensie : het speelde tegen de fond van de omwentelingen in het Oostblok en spectaculaire wijzigingen in de DDR-structuur.

Oostduitser zijnde, is Langhoff onverbiddelijk cynisch : zijn tweeluik kan als een bijtend manifest gelden over de vraag naar zin en impact van revoluties als ze de zoveelste Wende zijn in een eeuwig verhaal van onderdrukking. De sfeer is koud en troosteloos in Jamaica : het begint met een paar stripteaseuses die verveeld hun pasjes doen voor ongeïnteresseerde soldaten, en eindigt met de hoeren Vrijheid, Gelijkheid en Broederlijkheid die als stariets hun waar verkopen. De revolutie is een goedkoop produkt en betekent niets. Helemaal zwartgallig wordt het wanneer de zwarte Jamaïcaanse slaven daarna de rol van aristocraten spelen bij Schnitzler : de onderdrukte wordt onderdrukker, enkel zijn kostuum dient aangepast. Het masker is de centrale metafoor van deze fascinerende dubbelproduktie : het masker waarmee de revolutie zich prostitueert, het masker waarmee het theater zich afficheert.

Volk

Naar het schijnt is de Kafkaiaanse liftmonoloog die als scharnier in het stuk Der Auftrag van Muller verwerkt zit, geïnspireerd op een bezoek van de auteur aan de Oostduitse partijchef E. Honecker, nu afgedankt en opgesloten wegens hoogverraad, verpulverd onder de massale leus WIR SIND DAS VOLK waarmee de recente geschiedenis van de DDR herschreven werd. Wir sind das Volk brak muren en dictatuur, met Wir sind das Volk onderhandelt Modrow nu in Bonn met Kohl over een Duitse hereniging.

Het volk kwam in opstand tegen de dictatuur die in naam van het volk gevoerd werd. Problematisch is dat begrip alleszins. Bij Gorki betekent volk nog vanzelfsprekend het Russische proletariaat, waartoe de massa van de mensen gerekend wordt. In zijn stuk Zomergasten (1911) klaagt hij de vervreemding aan van de intellectuele elite, die haar tijd verdoet aan relationele probleempjes en prutsliteratuur. Hij pleit voor een voorhoedepositie als voorvechter van een nieuwe revolutie die er enkele jaren later ook zal komen en waarin Gorki als held ingehaald wordt, en onder het oog van vadertje Stalin het socialistisch realisme zal prediken.

Opmerkeliljk bij de produktie van de Blauwe Maandag Compagnie is dat dit volk geen rol meer speelt: het kritisch vermogen van de opzieners wordt door Joosten als onverstaanbaar ge-mummel gedebiteerd. Vooral is dit duidelijk in de coupure van de cruciale monoloog van Marja Lwowna die de ‘bekentenis’ van Warwara “wij zijn enkel zomergasten, we horen nergens bij…” sociaal fundeert: “Ik geloof dat Warwara gelijk heeft. Wij moeten andere mensen worden, zeker. Wij, wie zijn wij ? Kinderen van wasvrouwen, kokkinnen en arbeiders. En wat doen we ? We sterven van verveling en afkeer… Dat mag toch niet. Nooit eerder heeft ons land zo veel gevormde mensen gekend die uit de massa van het volk opgestaan zijn. Zijn wij vergeten hoe deze mensen zich dag aan dag afjakkeren en bijna verstikken in duisternis en smerigheid – en dat zijn onze bloedverwanten ? Wij zijn met huid en haar aan hen verbonden, en deze verwantschap moeten wij levend houden. (…)”

Bij de BMC blijft enkel een zich in liefdesverdriet ontbindende groep van individuen over, losgeslagen, zonder enig perspectief. Het volk bestaat niet meer.

Fascisme

Volk is in de twintigste eeuw een verdachte term geworden. Al te propagandistisch gebruikt, is het synoniem geworden voor de ijzingwekkende raszuiverheid waarmee het nazisme de wereld opdeelde en decimeerde. Hoe kon dat gebeuren, dat zoveel mensen daarin meestapten en medeplichtig werden aan een moordend regime ? Dat is de centrale vraag die in De Golf, door KJT dit seizoen hernomen, gesteld wordt. Ze komt van één van de leerlingen tijdens een les geschiedenis. De leraar zal het empirisch bewijzen. Hij start op de nietsvermoedende school een beweging die gebaseerd is op enthousiasme en inzet, orde en groepsgevoel. Ongemerkt laten de leerlingen zich meeslepen, worden uniformen aangetrokken , badges opgespeld, leden geworven, en wie niet meestapt wordt uitgestoten. In de slotscène wordt de parabel voor iedereen onthuld, en beseffen de leerlingen hoe licht het is om gemanipuleerd te worden, hoe gevaarlijk ook.

Een handig politiek stuk, deze Golf, met verve gebracht door KJT, op het levensritme van jongeren afgestemd, duidelijk in zijn karaktertekening en herkenbaar in zijn milieuschets. Maar schokkend was, hoe gewillig het publiek zich op sleeptouw liet nemen, mee affiches van de golfbeweging hielp ophangen, en badges kocht. En als verontschuldiging dan maar een staande ovatie gaf voor het theaterspektakel. De wereld verandert, maar de mens leert moeizaam. Het theater kan soms niet politiek genoeg zijn.

artikel
Leestijd 4 — 7 minuten

#29

15.03.1990

14.06.1990

Luk Van den Dries

Luk Van den Dries is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en redacteur van Etcetera. Hij wijdde zijn doctoraat aan de opvoeringsgeschiedenis van Heiner Müller in Vlaanderen en is gespecialiseerd in het naoorlogse Vlaamse theater.  

artikel