De Materie – Phia Ménard/Opera Ballet Vlaanderen/Bas Wiegers
Een schurend vooruitgangsdenken
Sébastien Hendrickx
The Daily Show with Jon Stewart.
Met de tweede termijn van Donald Trump is het beschaafde theater van de liberale democratie, voor zover dat ooit meer was dan een geruststellende illusie, definitief ingestort. In de plaats daarvan treedt een hedendaagse antipolitiek aan die Georg Döcker een “kluchtig fascisme” noemt — een theatrale politiek die de leegte in het hart van het fascisme viert en die zelfs voor haar diehards in essentie een grap is, gespeend van logica en immuun voor schaamte. Hoe kun je de hedendaagse fascisten nog bekritiseren nu ze de instrumenten van satire hebben gekaapt? Hoe persifleer je een parodie?
Het dwangmatige discours rond ‘hedendaagse’, ‘nieuwe’ of ‘late’ vormen van fascisme —deze nieuwste mutatie van het kapitaal waarin de opstandige krachten, voortgebracht door de onhoudbare neoliberale excessen van ongelijkheid, worden gerecupereerd in een steeds (zelf)destructiever gebruik van geweld via de zogenaamde culture wars en soortgelijke kwaadaardige mechanismen—, we moeten er even bij stilstaan. Sinds de herverkiezing van Donald Trump vliegen de discussies over fascisme ons om de oren en domineren ze in toenemende mate de mainstream. Nog maar een paar jaar geleden deed het liberale commentariaat het ‘f-woord’ nog af als hyperbool: een vulgaire aberratie en een dooddoener van wannabe-radicalen, -marxisten en -anarchisten, dat onmogelijk de o zo beschaafde vormen van onderwerping onder de pax americana kon beschrijven. Vandaag ziet een door en door liberaal-burgerlijke omroep als het Duits-Oostenrijks-Zwitserse 3Sat er geen graten in om een paneldiscussie over het ‘nieuwe fascisme’ uit te zenden. De grenzen van het zegbare, they are a-changin’.
“Waar de liberale hypocrisie en haar interne kritiek nog draaiden om een sluier van schijn die een lelijke realiteit moest verbergen, ontkent het fascisme de link tussen beeld en waarheid volledig.”
Is deze discursieve waterscheiding een kwestie van de liberale intelligentsia die met frisse tegenzin de pas van de geschiedenis probeert bij te houden? Betekent Trumps tweede termijn dat het fascisme een fundamenteel transformerende kracht en een, in de woorden van Slavoj Žižek (2024), “historische noodzaak” is geworden, en niet zomaar willekeurige uitglijder in ons vroeg-eenentwintigste-eeuwse heden? Of is het feit dat het fascisme niet langer een discursief taboe vormt juist een bewijs voor zijn feitelijke zwakte, zijn historische onbeduidendheid? Dat laatste suggereert althans politiek filosoof Maurizio Lazzarato (2025), die stelt dat “wat wij ‘nieuwe fascismen’ of ‘postfascisme’ noemen, louter acteurs zijn die bijrolletjes spelen. Ze hebben geen andere keuze dan zich te schikken naar de financiële, militaire, monetaire en statelijke machtscentra.”
Wat het historische gewicht van het hedendaagse fascisme ook moge zijn, Lazzarato’s retoriek van “acteurs die bijrolletjes spelen” sluit aan bij nieuwe theorieën over het fascisme, die vaak eveneens op theatrale motieven steunen. Inderdaad: vanuit het perspectief van theater en performance is het meest opvallende aspect van recente debatten over de sociopolitieke status quo en haar fascistoïde neigingen misschien wel dat ze hardnekkig de taal van het podium bezigen.
Dat dit allerminst een marginale positie is, werd begin 2026 het best geïllustreerd door de veelbesproken Davos-toespraak van de Canadese premier Mark Carney. Hij reageerde op de geopolitieke implicaties van het trumpisme door de komst van een nieuw tijdperk van “eerlijkheid” en zonder “schijn” af te kondigen—een politiek zonder theater, zeg maar. “Vandaag zal ik spreken over een breuk in de wereldorde, het einde van een aangename fictie en het begin van een harde realiteit, waarin de geopolitiek van de grootmachten aan geen enkele beperking onderhevig is.”1 In een speech doorspekt met theatrale analogieën verklaarde Carney dat de zogenoemde rules-based order, hoe gebrekkig en inconsequent ook toegepast, ten einde liep. “Maar wij hebben ook iets: het vermogen om te stoppen met doen alsof, om de werkelijkheid bij naam te noemen”. En: “We begrijpen dat deze breuk om meer dan alleen aanpassing vraagt. Het vraagt om eerlijkheid over de wereld zoals die is.” Ziedaar de stem van een nuchter liberalisme dat zich probeert te enten op een antitheatraal paradigma van waarheid en werkelijkheid.
“Zeker is dat de door de VS en het Westen gesteunde genocide in Gaza het genadeschot is gebleken voor de liberale hypocrisie.”
In dezelfde geest vertellen diverse commentatoren ons dat met Trump het masker van het Amerikaanse imperialisme is afgevallen. De hypocriete rechtvaardigingsspelletjes die het tijdperk van George W. Bush nog kenmerkten (denk aan de ‘massavernietigingswapens’ in Irak) zijn vervangen door een keizer zonder kleren die zonder blikken of blozen het Venezolaanse staatshoofd Nicolas Maduro ontvoert en illegaal Iran bombardeert, zonder zich te bedienen van voorwendsels als een regimewissel, zoals in het verleden wel nog het geval was. Het liberale theater van de hypocrisie is afgeschaft. Pars pro toto schreef activist Coll McCail voor het linkse platform Novara Media dat “het masker van het imperium niet is afgevallen; het is moedwillig weggegooid. In Amerika’s pogingen om regionale dominantie op te eisen en het spook van het verval af te wenden, is performatieve brute kracht een imperatief.”
Zeker is dat de door de VS en het Westen gesteunde genocide in Gaza—niet minder gefaciliteerd door de as Biden-Netanyahu dan door Trump-Netanyahu—het genadeschot is gebleken voor de liberale hypocrisie. Žižek (2026, p. 56) observeerde vlijmscherp de gevolgen daarvan voor de status van waarheid en kennis: “Ons morele fundament is niet alleen hypocriet (dat was het altijd al); met de oorlog in Gaza verloor het zelfs de hypocriete kracht van de schijn—daarin en daarmee wordt de schijn daadwerkelijk louter schijn, niet langer een schijn die zijn eigen waarheid in zich draagt.” Waar IDF-soldaten straffeloos en trots hun genocidale daden livestreamen, raakt de politiek-juridische band tussen schijn, waarheid en gevolg onherstelbaar beschadigd als collateral damage. Žižeks formulering vervangt Carneys antitheatrale vooroordeel door een nieuwe theatraliteit van het fascisme: ons politieke heden is niet verstoken van theatrale schijn, verre van. Maar waar de liberale hypocrisie en haar interne kritiek nog draaiden om een sluier van schijn die een lelijke realiteit moest verbergen, ontkent het fascisme de link tussen beeld en waarheid volledig. Fascisme verplettert het idee dat schijn überhaupt nog een andere betekenis heeft dan de verheerlijking van totaal geweld.

© Crackhead Barney
Wat Trumps binnenlandse imago betreft: de carnavaleske elementen van de bestorming van het Capitool op 6 januari en, recenter, de door AI gegenereerde en tot meme verheven zelfrepresentatie van de president online, tonen een leider die niet zomaar van een vleugje theater geniet, maar ook het kritische potentieel ervan usurpeert. Het MAGA-carnaval op Capitol Hill nivelleerde het verschil tussen symbolisch en fysiek geweld en betonneerde de grote leugen van de gestolen verkiezingen. Maar had carnaval, volgens de kritische verhalen van links, niet juist een ontwrichtende functie?2 AI-portretten van Trump als paus of als koning op een fake cover van Time Magazine: het zou normaal gesproken gelezen worden als satirische spot, ware het niet dat Trump deze ‘slopaganda’ inzet als theatrale zelf-immunisering. Het produceert een patstelling voor kritische kunst en comedy, zoals Hal Foster treffend beschrijft in zijn veelzeggend getitelde What Comes after Farce?: “Hoe kleineer je iemand die zich niet kan schamen? Of hoe bespot je iemand die put uit het absurde? Hoe over-dadaïseer je President Ubu?”
Wat hier op het spel staat—de theatrale logica van het hedendaagse fascisme—is geen bijzaak; het raakt aan de kern van de historische mechanismen van het fascisme en de voorwaarden voor politieke kunst. Er is inderdaad reden om aan te nemen dat, als het fascisme van de jaren 1930 de culminatie was van een moderne tragedie, het fascisme zich vandaag herhaalt als een klucht. Maar alleen als we begrijpen dat dit kluchtige fascisme van ons de ultieme voltooiing van het fascisme zelf is.
Danny Haywards (2024) uitmuntende recensie van het eveneens briljante Late Fascism (2023) van Alberto Toscano vat het perfect samen: het fascisme heeft op geen enkel moment “een eigen, onderscheidende filosofie. Het is een soort gat, geslagen in politieke ideeën waarvan we geloven dat ze ons hebben verraden. Haar concepten zijn, net als haar staten, ‘non-concepten’: het zijn de instrumenten en de littekens van hoe we de wereld interpreteren en veranderen, maar dan getransformeerd tot lege arena’s waarin strijdlustige, gekwetste vijandigheid de vrije loop krijgt.” In aanzienlijke mate ligt de politieke innovatie van het fascisme precies in dit gebrek aan substantie, deze dogmatische leegte, die tot uiting komt in het theatrale affect van leeg ressentiment. De vernuftigheid van fascistische operaties—want het fascisme is dus eerder een soort operatieve logica, een vorm, dan een rigide politieke ideologie—schuilt in het grotendeels performatieve en cynische karakter van haar racisme, antisemitisme, islamofobie, trans haat, enzovoort. Je hoeft er niks van te geloven; speel gewoon mee om je woede te ventileren en te genieten van je gewelddadige fantasieën.
“Niemand geloofde werkelijk dat Haïtiaanse immigranten katten en honden opaten. Maar het gaat dan ook nooit om de waarheid; het enige dat telt is het effect, de opwinding, de heerlijke roes van rancune.”
Toscano herinnert ons daarmee aan Theodor Adorno’s inzicht over de performatieve aard van de band tussen Führer en massa, die hij “schijnfanatisme” (“phony fanaticism”) noemt. In Adorno’s woorden: “Net zomin als mensen in het diepst van hun hart geloven dat de Joden de duivel zijn, geloven ze volledig in de leider. Ze identificeren zich niet werkelijk met hem, maar spelen deze identificatie, voeren hun eigen enthousiasme op, en participeren zo in de performance van hun leider.” Trump ensceneert deze cynische schijnpolitiek meesterlijk: hij voorziet zijn MAGA-achterban van een eindeloze voorraad theatrale rekwisieten waaraan zij hun destructieve jouissance kunnen ophangen. Niemand geloofde werkelijk dat Haïtiaanse immigranten in Springfield, Ohio, katten en honden opaten, zoals in de aanloop naar de verkiezingen van 2024 werd verspreid en door Trump werd aangehaald tijdens een debat met Kamala Harris; er was geen splinter bewijs voor deze ranzige racistische trope. Maar het gaat dan ook nooit om de waarheid—of over de spanning tussen fictie en realiteit; het enige dat telt is het effect, de opwinding, de heerlijke roes van rancune die voor de MAGA-gelovigen wordt opgewekt. De “overtuiging is hol, en juist daarom des te gevaarlijker”, schrijft Toscano. Het trumpisme is niets meer dan het showgehalte dat inherent is aan het fascisme, opnieuw opgedist en geperfectioneerd voor ons tijdsgewricht.
Wat met kunst en performance? Hoe zou een kritische of weerbarstige interventie binnen de kunst eruitzien onder de voorwaarden van het hedendaagse kluchtige fascisme? Twee duidelijk verschillende media- en straatperformances—de ene hardnekkig liberaal, de andere radicaal, maar beide uiterst ambigu—kunnen helpen om de wisselende successen van politieke kunst in het heden te duiden.
Aan het ene uiteinde van het spectrum weigert Paramounts satirische nieuwsshow The Daily Show haar liberale comedy aan te passen aan het veranderde politieke landschap, waarmee ze langzaam maar zeker de grens naar het onbedoeld lachwekkende overschrijdt. Jordan Klepper, een van de veldreporters van The Daily Show, staat inmiddels alom bekend om zijn “vinger aan de MAGA-pols”, zoals zijn vaste items suggereren. Zijn komische stokpaardje zijn voxpops met MAGA-aanhangers, waarbij hij de tegenstrijdigheden in hun argumenten, of simpelweg hun domheid, blootlegt. Voor de filmpremière van Melania in februari 2026 reisde Klepper naar Washington D.C. om bioscoopgangers te spreken in wat toen nog het Trump Kennedy Center heette. Wanneer een zichtbaar rijke sympathisant in bontjas jubelt dat “iedereen houdt van een verhaal van iemand die uit een klein Europees land komt en uiteindelijk de first lady van de Verenigde Staten wordt”, onderbreekt Klepper: “Het is echt een migrantenverhaal! Dus waarom gaat u daarbinnen kijken naar die woke bullshit?” Gotcha! Alleen: zo’n moment vertelt ons niets wat we nog niet wisten, en daarbij rust het komische mechanisme hier op de aanname dat rationele argumenten nog waarde hebben in het politieke discours—en dat is nu juist exact wat het trumpisme zo ostentatief heeft gelogenstraft. Waarom zou één ‘goede immigrant’ de virulente haat tegenover anderen tenietdoen? Het kluchtige fascisme ligt niet wakker van haar irrationaliteiten; het leeft ervan, zolang ze maar affect genereren.
In 2024, het jaar van de Amerikaanse verkiezingen, keerde Jon Stewart terug aan het roer van The Daily Show; het leek wel een ultieme poging om een nieuwe termijn voor Trump te helpen voorkomen. Nu Trump weer in het Oval Office zit, lijken Stewarts monologen op maandagavond steeds meer op de symptomatologie van een patiënt die een zenuwinzinking nabij is. Stewart is niet alleen verbolgen over de verbijsterende incompetentie, corruptie en brutaliteit van de regering-Trump, maar ook door het gebrek aan betekenisvol toezicht van zowel het rechtssysteem als de media. En dus culmineren zijn wekelijkse recaps steevast in een orgie van krachttermen in de trant van: “What the fuck is happening?! What the fuck is happening in this country?!” (zoals hij uitriep op 13 januari 2026).
In zijn monoloog op 5 mei besprak Stewart het bezoek van koning Charles aan het Capitool ter gelegenheid van het 250-jarige bestaan van de Verenigde Staten. Hij sloeg een somberder toon aan: “Ik begrijp oprecht niet wat dit land aan het worden is. Elk instituut laat ons in de steek. Is er nog hoop voor de liberale democratie die de wereld de afgelopen 250 jaar heeft geïnspireerd?”, om te eindigen met een nieuwe scheldpartij: “Als de sterkste verdediger van de Amerikaanse democratie de Britse koning is, zijn we echt fucked.” Het siert Stewart dat hij transparant is over zijn verbijstering: hij begrijpt simpelweg niet meer wat er gebeurt, hij is het vermogen verloren om van het heden comedy te maken. Grappen hebben plaatsgemaakt voor wanhoop.

Jordan Klepper in Fingers the Pulse.
De in New York gevestigde zwarte guerrillaperformer Crackhead Barney vertegenwoordigt ondertussen het andere uiterste van de artistieke strategieën die tegen het opkomende fascisme worden ingezet. Net als Klepper heeft zij een zwak voor het confronteren van MAGA-menigten bij Trump-rally’s, maar ze is er niet op uit om wie dan ook te ontmaskeren. In plaats daarvan nodigt ze mensen uit om te spreken, om ze vervolgens de mond te snoeren. Met haar DIY-interviewshow Crackhead Barney & Friends (de titel knipoogt naar de kinder-tv-serie Barney & Friends) op sociale media, is Barney helemaal niet geïnteresseerd in de argumenten van haar gesprekspartners, hoe redelijk of tegenstrijdig die ook mogen zijn. Meestal gehuld in whiteface, een Trump-masker, of beide tegelijk, is haar verschijning ontworpen om te provoceren, waarbij haar microfoon de rol van paard van Troje vervult.
Wie haar vragen beantwoordt, staat een verbale afranseling te wachten, zoals de Trumpstemmer die in de rij staat bij de inauguratie op 20 januari 2025. Als hij blijft doorpraten nadat Barney al klaar met hem was, krijgt hij de volle laag: “I’m not talking to you, turn the fuck around. You know you can’t win this war of words, you can’t win this one, honey.” Duidelijker kan niet: Barney pakt de fascistische retoriek aan op haar eigen terrein, dat wil zeggen: daar waar de taal al lang haar betekenisgevende en rationele kwaliteiten heeft verloren en niets meer dan een wapen is geworden dat maar één wet kent: winnen of verliezen—buig voor de affectieve slagkracht van mijn woorden, incasseer het verbale geweld waarmee ik je overspoel, of druip af. De Trump-stemmer in de rij bij The Heritage Foundation geeft toe: “I surrender”, waarop Barney fijntjes: “You better.”
Natuurlijk zijn Barneys ambush interviews, zoals ze weleens worden omschreven, evenmin gespeend van cynisme. Net als Trumps AI-memes onderwerpt ze zich aan de wetten van de algoritmische woedemachine, goed wetende dat om te scoren in de hedendaagse aandachtseconomie elke verontwaardiging maximaal moet worden opgeschroefd. Barney geeft grif toe (in een interview met Vice in 2023): “I’m just trying to shoot a damn episode [and] at a MAGA rally, I will get the best shit.”
De uiteindelijke winnaar is dan ook wellicht niet Barney, en evenmin haar MAGA-tegenstanders op straat, maar de online-platformen die de technologische infrastructuur van ons kluchtige fascisme in stand houden. Zij bezegelen de vertaling van politiek naar deze antagonistische show van louter affect-beelden.
Vertaling: Floris Baeke
BIBLIOGRAFIE
Foster, H. (2020). What Comes After Farce? Art and Criticism at a Time of Debacle. Verso.
Hayward, D. (2024). Fascist Ships of Theseus. Radical Philosophy, 217, 69–77. https://www. radicalphilosophy.com/reviews/fascist-shipsof-theseus
Lazzarato, M. (7 oktober 2025). The United States and Fascistic Capitalism. Ill Will. https://illwill. com/fascistic-capitalism
Žižek, S. (13 november 2024). After Trump’s victory: From MAGA to MEGA. e-flux Notes. https:// www.e-flux.com/notes/641013/after-trump-svictory-from-maga-to-mega
Žižek, S. (2026). Liberal Fascisms. Bloomsbury, p. 56
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.