Artiesteningang: Dries Verhoeven
Dries Verhoeven
© Wannes Cré
In BRUT gaat Kinga Jaczewska op zoek naar de expressie van betonnen wanden, de vreugde in minimalisme en de kleurschakeringen in monochromie. Een triomfantelijke ode aan de schoonheid van de danse brute. Een feest voor de aandachtige blik.
Typ ‘brutalistische architectuur’ in, en Google toont een reeks grijze, hoekige, massieve gebouwen met repetitieve vormen. Plomp. Kleurloos. Pas wanneer je goed kijkt, zie je de subtiele patronen en nuances in het beton, de variaties in de ontwerpen. Hun onopgesmukte béton brut was goedkoop – ideaal om in de jaren vijftig en zestig betaalbare sociale woonblokken en institutionele gebouwen op te trekken. Al snel vond de egalitaire insteek van het brutalisme weerklank bij de sociaal-utopische en communistische gedachtegoed in Oost-Europa – tot totalitaire regimes het brutalisme in een negatief daglicht stelden en de soms rottende betonnen constructies met verloedering werden geassocieerd. Tegenwoordig wordt het brutalisme weer naar waarde geschat, en ook choreografe Kinga Jaczewska onderzoekt de ideologie en de ogenschijnlijk weinig spectaculaire materialiteit van het béton brut in de theaterzaal.
De kale scène van de nieuwe theaterzaal in Kunstencentrum Nona is de ideale setting voor BRUT, met haar muren van grijze betonplaten. Op het halfdonkere podium ontwaren we drie dansers in kleurloze overalls, rechts hangt een rechthoekige banner van stevig crêpepapier – als een façade zonder diepte, een wand zonder gebouw. Langzaam zetten de dansers zich in beweging in vaal, gelig licht. Ze stappen naar voor en naar achter, synchroon. Ze kijken: naar elkaar of weg van elkaar, naar het publiek of weg van het publiek met hun blik naar de betonnen muren gericht. Hun minimale bewegingstaal varieert van stappen, naar draaien, naar stilstaan op een subtiele, industrieel klinkende soundtrack. Aanvankelijk komen er stemmen van buiten de zaal binnengewaaid. Ik stoor me aan het luide gepraat in de bar tot ik besef dat de stemmen deel uitmaken van de soundtrack: wat is binnen, en wat is buiten?
De dramaturgie van BRUT ent zich op elementen uit de brutalistische architectuur. Niet alleen de wisselwerking tussen binnen en buiten komt aan bod, maar ook de vormtaal van het brutalisme. Zowel de repetitieve bewegingen van de dansers doorheen de ruimte (rechte lijnen en diagonalen, draaiwegingen van 90 of 180 graden) als hun lichaamstaal is hoekig, geometrisch. Hun kostuums zijn haast identiek en monochroom grijs, hun haren strak naar achter of kort. In combinatie met de soundtrack met zijn eentonige industriële geluiden en spacy gebliep, zien ze eruit als arbeiders, laboranten of ruimtereizigers.
“Jaczewska exploreert het continuüm tussen socialisme en totalitarisme, tussen vrijheid en dwang.”
Daarnaast verkent Jaczewska de dynamiek tussen lichaam en omgeving. De dansers kijken niet alleen naar de mensen in hun omgeving, maar ook naar de (im)materiële objecten rondom hen. Ze interageren evenzeer met de muur, met de grote banner, en met de schaduwen die op de scène vallen. In een prachtige scène wordt Maisie Woodford geflankeerd door haar eigen schaduw die door de belichting tweemaal op de muur wordt geprojecteerd. Ook de spanning tussen individualiteit en collectiviteit wordt hierin op een originele manier opgevoerd – een ideologisch thema binnen het naar socialisme en communisme neigende brutalisme, zeker in Oost-Europa.
Doorheen de voorstelling komt die vaker terug: de drie dansers vormen samen geometrische figuren zoals driehoeken of diagonalen, ze kijken naar elkaar of wenden zich af, ze trekken zich terug door op hun buik te gaan liggen met hun gezicht naar de vloer. De spanning tussen individu en groep wordt groter, naargelang de performers enerzijds vrijere bewegingen en zelfs solo’s dansen en anderzijds meer toenadering zoeken tot elkaar door elkaar aan te raken – dan houden ze elkaar in evenwicht, dan duwen ze elkaar tegen de grond met een dwingende hand. Jaczewska exploreert zo het continuüm tussen socialisme en totalitarisme, tussen vrijheid en dwang.
BRUT eert het minimalisme zonder er dogmatisch mee om te springen. Langzaam maar zeker worden de strakke bewegingen van de dansers vrijer, sneller en vrolijker. Ze nemen meer ruimte in. Hun dansbewegingen worden vloeiender. Menselijk gezang geeft een warme kwaliteit aan de soundtrack. Zachter, helderder licht transformeert de ruimte. De schaduwen van de dansers vallen op de muur, de banner werpt een driehoekige schaduw op de vloer, gele en blauwe lampen overlappen frisgroen en onder de overalls van de dansers blijken felrode, felgele en felblauwe kostuums te zitten – een knipoog naar het rudimentaire kleurgebruik van Le Corbusier in zijn proto-brutalistische Unité d’habitation in Marseille. Een voor een stropen de dansers hun overalls af en onthullen hun uiteenlopende lichaamsvormen en de verschillende stoffen en kleuren van hun kostuums: Jaczewska draagt een blauwe top, Anne-Lene Nöldner een transparante gele top, en Woodford een fluwelen body en rode zijden blouse. In het licht glinstert nu ook het zilveren randje aan de zijkanten van de papieren banner, mijn blik verkent de textuur van het rimpelige crêpepapier. De bewegingen van de dansers worden groter, wijder op de steeds snellere soundtrack – hun mondhoeken gaan omhoog in een glimlach.
De minimalistische, monochrome choreografie breekt open in een dynamische, kleurrijke viering van de eenvoud. Ik voel de vreugde van deze dans resoneren doorheen de zaal, in mijn lichaam en dat van de rest van het publiek. Als dit eenvoud is, dan wil ik het omarmen, zoals Woodford haar armen herhaaldelijk voor haar borst kruist alsof ze iets wil vasthouden. Als dit eenvoud is, dan wil ik mijn armen triomfantelijk openspreiden en in de lucht werpen – omhoogreiken als een brutalistische creatie.
De voorstelling stopt abrupt. Duisternis. Applaus. Ik klap luid mee, maar had eigenlijk nog langer in dit artistieke universum willen blijven. Dan besef ik dat zo meteen de stemmen uit de soundtrack opnieuw zullen weerklinken in de bar. Op die manier heft BRUT het verschil op tussen binnen en buiten de theaterzaal. Jaczewska nodigt ons uit om aandachtig en genuanceerd te blijven kijken naar de textuur en kleurschakeringen van ogenschijnlijk monochrome materialen en lichamen in de choreografie van het zogenaamd alledaagse.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.