© Wout Vloeberghs

Leestijd 8 — 11 minuten

Killer Thriller – Les Âmes Perdues

Over-killer Thriller?

Na Fledermaus Forever (2023) toveren Les Âmes Perdues, Tom Goossens en Mitch Van Landeghem nu Killer Thriller uit hun muziektheatrale mouw, opnieuw voor de Zomer van Antwerpen. Dit keer proberen ze de operette te verzoenen met het genre van de whodunit. Terwijl slachtoffer na slachtoffer valt, trachten acht spelers vier moordmysteries op te lossen. Maar welke ingrediënten maken nu eigenlijk een perfect(e) moord(verhaal)? En… behoeft een goede whodunit wel een lijk?

Een kille loods aan de Antwerpse Slachthuissite is het perfecte kader voor een goed misdaadverhaal. Of beter: voor vier moordmysteries, want in Killer Thriller zullen zich grofweg vier verhalen tegelijkertijd door elkaar heen ontspinnen. Het eerste mysterie wordt ons niet live, maar via video voorgeschoteld. Op een half doorschijnend wit doek verschijnen in zwart-wit enkele kleppers uit de Vlaamse acteerwereld. Ze brengen het bordspel Cluedo tot leven. De detective van dienst – hier vertolkt door Clara Cleymans – staat op het punt één van de andere personages als schuldige te ontmaskeren. Was het Sir Blue, Mr. Green, Mr. Grey of Mrs. Purple?

Een harde klap, een drum, een scherpe gil brengen het videobeeld abrupt tot een einde. De filmprojector blijkt gevallen. Hierdoor zijn we van de film naar een victoriaans salon gekatapulteerd. We zijn, zo blijkt, op bezoek bij een gepensioneerde rechter (Mieke De Groote). Eveneens op bezoek zijn zeven ‘misdaad-experts’. De rechter heeft een select gezelschap verzameld om haar pièce de résistance – een misdaadfilm van hoogsteigen makelij – te komen bezichtigen en becommentariëren. (Voor veel commentaar staat ze echter niet open.)

Onder het gezelschap zijn hoofdzakelijk enkele archetypes uit de klassieke whodunit aanwezig: er is de capabele maar eerder ongeboeide wetsdokter (Ewout Lehoucq), de ietwat verwarde inspecteur (Isaak Duerinck), de detective (Naomi Beeldens), de onleesbare butler (Chanou Mekenkamp). Daarnaast vinden we ook nog een whodunit-schrijfster (Wim Muyllaert), een detective-actrice (Ikram Aoulad) en een jonge criminoloog (Mitch Van Landeghem) in het salon.

“Onder het gezelschap zijn hoofdzakelijk enkele archetypes uit de klassieke whodunit aanwezig: er is de capabele maar eerder ongeboeide wetsdokter, de ietwat verwarde inspecteur, de detective, de onleesbare butler.”

Voor de rechter telt maar één vraag: heeft het gezelschap de moordenaar uit haar film op tijd ontmaskerd? Ze heeft hierbij echter niet meteen door dat ook in haar eigen woonkamer, tijdens de commotie die door het vallen van de projector werd veroorzaakt, een dode viel: de detective. Al snel wordt duidelijk dat diens dood geen ongeluk was: de dood van een tweede gast – de dokter – bevestigt dat.

Een tweede mysterieus misdaadverhaal wordt hiermee ontketend. Want wanneer de aanwezige schrijfster Agatha Christies novelle And then there were none vermeldt, kunnen we vermoeden dat deze personages waarschijnlijk ook één voor één op ongelukkige wijze aan hun einde zullen komen… tot er niemand meer overblijft. Of althans niemand behalve de moordenaar.

De dood van de dokter introduceert trouwens voor het eerst een scène bovenop de scène. Het dak van de victoriaanse woonkamer blijkt soms ook al eens het dek van een luxe cruiseschip te zijn. “Sunny? Sunny?”, zoekt een vrouw in een witte satijnen jurk (opnieuw Naomi Beeldens) haar zus. Ook daarboven is iemand mysterieus vermist. Initieel zijn alle acteurs dus op het onderste toneel aanwezig. Eén voor één worden de personages daar echter afgemaakt. Boven – op de scène op verdieping – zien we het omgekeerde gebeuren. Bij aanvang is daar enkel Gina – de vrouw in de witte jurk. Ze zoekt haar zus Sunny, maar doet dat in de gedaante van haar zus die hààr zoekt. Waarom is niet meteen duidelijk.

Sterft de dokter beneden, dan betreedt Mr. Two even later boven het schipdek. Sterft de rechter, dan doet Miss Three haar intrede. Op dezelfde wijze wordt de schrijfster kapitein, wordt de criminoloog Sailor Five, wordt de inspecteur Lady Six en zal de actrice uiteindelijk tot Sunny vervellen. De butler is de enige die nooit op het bovendek geraakt. Aldus is de butler de enige die niet sterft. (Maar voor je conclusies trekt, denk je best aan volgende stelregel: in een whodunit heeft de butler het nooit gedaan.)

Een vierde en laatste plot komt er een twintigtal minuten voor het einde nog even bij. Net werd op het bovendek het derde mysterie opgelost en staan we op het punt om ook beneden de moordenaar te ontmaskeren. Dan plots “springt de plot/plon”. De personages vallen uit al hun rollen, spelen dat alle spel even onderbroken is. Een detective stormt via een buitendeur, waarachter het stormt, de scène op. Opnieuw blijkt een personage vermist in de commotie. Geheel ontoevallig werd dit personage natuurlijk vijf minuten eerder nog door diezelfde detective vertolkt.

“Niet alleen de bühne wordt ontdubbeld, ook het publiek wordt in twee gedeeld. Die tweezijdigheid lijkt een evidente beslissing: in een whodunit probeert de toeschouwer immers de schuldige op tijd te ontmaskeren, en iedereen is daarbij even betrouwbaar als verdacht.”

Met het victoriaanse salon op het gelijkvloers en het schipdek op het eerste niveau is de scène een dubbel speelveld, waarop een vierdubbel verhaal wordt verteld. Maar niet alleen de bühne wordt ontdubbeld, ook het publiek wordt in twee gedeeld en flankeert beide zijden van de centrale speelzone. Die tweezijdigheid lijkt een evidente beslissing: in een whodunit probeert de toeschouwer immers de schuldige op tijd te ontmaskeren, en iedereen is daarbij even betrouwbaar als verdacht. Als kijker weeg je de gevoelens die je koestert ten opzichte van bepaalde personages – hoe tegenstrijdig ook – tegen elkaar af. Je weet dat wat je ziet steeds slechts eenzijdig is, dat je slechts ziet wat je hoort te zien. Je wordt moedwillig gemanipuleerd, want daar heb je binnen de grenzen van de fictie volmondig voor gekozen. Tegelijkertijd train je daarmee het bewustzijn dat elk verhaal minstens twee versies kent.

We kunnen dit beeld binnen Killer Thriller echter nog verder doordenken. Elke whodunit kenmerkt zich ook dramaturgisch door een dubbel narratief. Dit dubbele narratief is verantwoordelijk voor de spanning van moordverhalen. Eén verhaallijn ligt initieel volledig open: er is de aangetroffen gebeurtenis – de moord of de misdaad – en de onmiddellijke aannames die dat veroorzaakt. Dit narratief lost gradueel op naargelang een tweede, initieel verborgen verhaallijn steeds meer op de voorgrond treedt: dat wat echt gebeurd is en het onderliggende motief.

Dat idee maakt Killer Thriller ook fysiek. In het salon wordt het verhaal al van bij aanvang grotendeels openlijk te grabbel gegooid: de personages zijn duidelijk en ook wat zal gebeuren wordt al vooraf doorvoeld. Boven wordt de ware toedracht achter het schipmysterie ons slechts echter met mondjesmaat meegedeeld. De twee decors – het benedensalon en het bovenschip – fungeren daarbij als communicerende vaten, met de acteurs als communicerend materiaal. Gradueel dikken ze het ene verhaal aan en puren ze het andere net uit.

Dramaturgisch is Killer Thriller daardoor een sterke voorstelling. Het plot zit goed in elkaar: over het algemeen zijn beide verhaallijnen – vooral het salontafereel, maar ook de bootmoord – gedetailleerd uitgedacht. Ook slaagt het gezelschap erin de nodige spanning en suspense op te bouwen. Er zijn net voldoende easter eggs die de identiteit van de moordenaar(s) (hadden kunnen) prijsgeven, maar ook net voldoende onopgeloste losse eindjes om diens identiteit(en) tot het einde verborgen te houden.

“Het gezelschap neemt je van begin tot einde geboeid mee – en dat is, gezien de veelheid van acteurs, personages en verhaallijnen, een absolute verdienste. Er zijn net voldoende easter eggs die de identiteit van de moordenaar(s) (hadden kunnen) prijsgeven, maar ook net voldoende onopgeloste losse eindjes.”

Het gezelschap neemt je van begin tot einde geboeid mee – en dat is, gezien de veelheid van acteurs, personages en verhaallijnen, een absolute verdienste. Dat de personages en gebeurtenissen duidelijk worden voorgesteld en samengevat, draagt daar zeker aan bij. Al voel je je door de vele herhalingen en letterlijke recapitulatie als kijker ook ietwat onderschat.

De voorstelling – narratief en scenografisch op zich al erg vol – wordt nog extra aangedikt door het format van de operette. Van dit genre heeft Les Âmes Perdues nu eenmaal haar handelsmerk gemaakt. Misschien is het een kwestie van smaak of stijl, maar de operette lijkt hier minder evident of rechtlijnig relevant voor de voorliggende verhaallijn dan bij Fledermaus Forever. Het plotse scanderen van de theaterteksten, de rijmelarij in het midden van zinnen, het abrupt uitbarsten in aria’s heeft voor mij helaas een eerder soms bevreemdend effect. Het voelt alsof de rijm- en zangstondes de mysteries eerder onderbreken dan ondersteunen.

Dit betekent niet dat muziek in deze voorstelling – om de musicalmomenten heen – geen waarlijke glansrol speelt, integendeel. De storm van trommels die weerklinkt telkens als er weer een dode valt, het tromgeroffel dat samen met hitchcockiaans vioolgestrijk de spanningsboog aanspant of de mineur pianomuziek die de tristesse van de bootscènes ondersteunt: tesamen hullen ze de lege loods in de ultieme whodunit-sfeer.

Tot slot is Killer Thriller zeker niet vies van een woordmopje: het ‘worst case-scenario’ verwijst naar een zaak waarbij een tv-worstje een moordwapen werd; niet de plon maar het plot is gesprongen; Miss Three zal bovenop het dek uiteindelijk het mystery oplossen en meermaals wordt Agatha met An Christie verward. Deze woordmopjes zijn slim en goed gevonden, maar flirten in veelheid en herhaling met de overkill.

Net zoals in Agatha Christie’s The Mouse Trap vragen de spelers op het einde aan hun publiek om de clue van de voorstelling als geheim te bewaren. Aldus zal ik hierover ook niets prijsgeven. Eén ding wil ik wel bevestigen: hoewel er op scène talloze slachtoffers vallen, is er op het einde gelukkig geen lijk. U kan u dus ontspannen overgeven aan de spanning.

De speellijst van de voorstelling vind je hier.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 8 — 11 minuten

#182

15.04.2026

07.09.2026

Tilde De Vylder

Tilde De Vylder is architecte en filosofe. Ze is ook mede-oprichter van atelier tilafolie en safe(r) space collectief LEDA.collective.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!