© Stef Stessel

Geert Sels

Leestijd 6 — 9 minuten

Kapitalismekritiek na de crisis

De Roovers spelen De laatsten der onverstandigen

begin jaren 1970 schreef Peter Handke De laatsten der onverstandigen, een stuk over verraad en Weltschmerz bij succesvolle ondernemers. Spek naar de bek van De Roovers, die met hun Dollarcyclus de financiële en morele crisis van het moderne kapitalistisch systeem willen analyseren. Geert Sels vraagt zich af of Handkes stuk, dat toch sporen van z’n tijd meedraagt, de beste keuze is om dieper in te gaan op de huidige financiële crisis.

Op YouTube slingeren nog een paar filmpjes rand van Golden Balls. Het entertainmentprogramma liep een jaar of vijf geleden op ITV, en nog roepen sommige uitzendingen heftige reacties op. In het pragramma kunnen twee finalisten tot 100.000 pond verdienen. Ze moeten daarvoor in het geheim kiezen tussen ‘split’ of’steal’. Hebben ze allebei ‘split’ gekozen, dan delen ze de winst. Ieder 50.000 pond in the pocket. Willen ze meer, dan worden de risico’s groter. Want hebben ze allebei ‘steal’ gekozen, dan krijgt niemand iets. Had de ene ‘split’ en de ander ‘steal’, dan gaat de stealer met 100.000 pond naar huis. Wat het programma zo intrigerend maakt, is dat de kandidaten na het maken van hun geheime keuze met elkaar overleggen wat ze gaan doen. Vertrauwen ze elkaar en delen ze de winst? Of gaan ze solo? De uitzendingen die de langste discussiefora genereren zijn die waarin de finalisten elkaar met uitgestreken gezicht beloven te splitten, en zich vervolgens niet aan hun woord houden. Ze doen appel op elkaars vertrouwen en beschamen dat nadien. Ze sluiten een pact en treden dat met de voe­ten. Wat een ploerten, zeg.

Het programma is een zuivere toepassing van het prisoner’s dilemma uit de speltheorie. Dat is een tak van de wiskunde, maar in 1973 was Peter Handke er al bij om het principe in zijn theatertekst De laatsten der onverstandigen te gebruiken. Het stuk speelt in kringen van succesvolle ondernemers. Hermann Quitt roept zijn dierbare rivalen samen om eens te praten. Zijn uitgangspunt: de markt is verzadigd. Hoe kunnen ze dan toch nog een groter marktaan­deel verwerven? Voor Quitt is het duidelijk dat de beproefde recepten, zoals een prijzenoorlog of nog een stel producten, niet meer werken. Het is simpel. Als de markt te ondoorzichtig geworden is, moet je hem opnieuw overzichte­lijk maken. Daaram stelt hij voor om met z’n vieren een pact te sluiten  en kartelafspraken te maken. Zo verdelen ze de markt in vieren. Iedereen gewonnen. De drie zijn de deur nog niet uit of Quitt wrijft zich in de handen. Hij  is allerminst van plan zich aan het pact te hou­den. Hij gaat voor een ‘steal’.

Volgens de speltheorie zou Quitt de grate winnaar van het verhaal moeten zijn. Dat is echter buiten Peter Handke gerekend. In zijn optiek is Hermann Quitt een wankelmoedige, maar dan  van het soort dat niet al te veel wankelt en godzijdank al helemaal niet overgaat tot tobberig psychologisch theater.

Verbijsterend nuchter registreert de man dat er enkele basiswaarden in zijn leven weggeval­len zijn. Om keiharde beslissingen te nemen kan hij beter niet te gevoelig zijn, maar o, wat zou hij graag nog eens wel willen voelen. Zo komt Handke tot de paradox dat hoe meer zijn personage volloopt met materieel bezit, hoe meer het leegloopt van zichzelf. De slotsom is een gigantisch zelfverlies, waarbij de man verbaasd kijkt naar de haargroei op zijn hoofd en zijn wc-geluiden, die deze van iemand an­ders lijken.

Doen of niet doen?

In De laatsten der onverstandigen komen onder­ nemen en eruit stappen diametraal tegenover elkaar te staan. Hermann Quitt is het punt waar ze elkaar kruisen. Het zit zelfs in zijn naam besloten. ‘Quittung’ is het Duitse woord voor ‘betaalbewijsje’, het meest ingeburgerde prulletje dat een koopverrichting staaft. ‘To quit’ is Engels voor ‘ophouden’. Ik weet niet of Handke zoveel symboliek gepland had met zijn naamgeving, maar ik heb me alleszins de vrijheid gepermitteerd om er plezier aan te beleven. Ondernemen of uitstappen? Beide opties galmen uit ‘s mans naam op. Doen of niet doen, dat is hier de vraag.

Voor de Roovers is dit onderwerp een bruikbare stapsteen in hun Dollarcyclus, over de financiele en morele crisis van het moderne kapitalistisch systeem. Na de instorting van de markt heeft het theater voor zijn doen on­ gemeen snel gereageerd. Niet zelden lagen concrete, aanstootgevende gebeurtenissen aan de grondslag van nieuwe teksten. Lucy Preb­ble schreef over de val van energiereus Enron, Jean-Louis Bauer over de risicotrader Jerome Kerviel (die nu als penitentie van Rome naar Parijs wandelt) en Elfriede Jelinek ging tekeer tegen de beleggingsfraude binnen het Oosten­rijkse Meinl-concern. Zo eerstegraads gaan de Roovers niet te werk; we zijn intussen ook al weer enkele jaren verder. Ze gaan eerder voor de analyse. Hun interesseren de achterliggende mechanismen. In De laatsten der onverstandigen brengen ze empathie op voor de figuur van de ondernemer. Wat doet fat met een mens om altijd keihard te beslissen in functie van poen?

De vraag is of ze met hun tekstkeuze niet van de regen in de drop raken. Is De laatsten der onverstandigen bij machte om adequate ant­woorden te geven op de financiele crisis van 2008? Daar kunnen toch enkele kanttekenin­gen bij geplaatst warden. De laatsten der on­ verstandigen is een tekst die zelfs na een lichte ontluizing wat sporen van zijn tijd meedraagt. Het is de periode waarin progressieve vrouwen zich in een relatie weigeren te laten ‘verdingelijken’. Lagere sociale klassen affirmeren zich en proberen de posities van de macht om te draaien. Dat blijkt in dit stuk uit figuren als Kilb (de kleine aandeelhouder die overal amok komt maken) en Hans (hier een new age variant van de volgzame knecht). Niet zoveel eerder heeft Handke Das Mundel will Vormund sein geschreven, waarin een meester-knechtrelatie centraal staat. Het is de era van de solidariteit, die hier echter nietsontziend wordt geslacht­offerd op het altaar van het grate geld.

Het is tevens het tijdsgewricht waarin Handke mondjesmaat poetisch begint te for­muleren. Een frase als ‘de bosanemonen onder de hazelnootstruiken uit de vroege lentes van mijn kinderjaren’ zou men niet spontaan associëren met een ondernemersgeest. Zelfs bij een blindproeverij haalt men er zo Handkes hun­ ker naar een pril Arcadie uit. Het is ook de tijd waarin de schrijver nog behoorlijk agressief uithaalt. Queruleren en mensen de mantel uit­ vegen zoals in de jaren 1960 is er niet meer bij, maar het slotbeeld waarin Quitt zich opnieuw en opnieuw tegen een rotsblok te pletter loopt, is toch nog van een onbedaarde razernij.

Moraal is een leugen

Richtinggevend zijn de opvattingen die Handke in die tijd met zijn theater de we- reld instuurt. In een theater van de moraal gelooft hij niet, zegt hij. In een hiërarchisch georganiseerde maatschappij vindt hij mo­ raal sowieso een leugen, want ze is een alibi voor de ongelijkheden die zich voordoen. Zou Handke dat nog steeds vinden? Veertigjaar na datum komt De laatsten der onverstandigen naar mijn gevoel vrij moraliserend over. Wie zijn maatschappelijke bindingen doorsnijdt wordt gekapitteld als ‘onverstandig’. Iemand die almaar kiest voor marktaandeel verliest zich­ zelf en rijdt zich klem. Snel na de creatie begin de jaren 1970 is het stuk een parabel genoemd, en die veraanschouwelijkende zegging heeft het nog steeds.

Hoe ontsnapt men aan de al bij al vrij eenduidige lezing van de kapitalismekritiek? Volgens Handke roepen de woorden in zijn spreekstukken geen beelden van de wereld op, maar een begrip van de wereld. Daarom ad­ viseert hij de acteurs een parodiërende stijl te gebruiken. Als hij er nu ook nog eens had bij­ gezegd wat hij daarmee bedoelt… De Roovers ensceneren dit stuk alleszins in hun eigen stijl: vanuit een helder, weldoordacht tekstbegrip.

De geprikkelde zegging die Jurgen Delnaet zo vaak typeert komt van pas om Quitt te spelen als iemand die geïrriteerd raakt over zichzelf. Hij voelt dat hij zichzelf kwijt is maar begrijpt niet waarom. In de interpretatie van Robbie Cleiren en Luc Nuyens vertonen de rivalise­rende ondernemers zoveel arrogantie dat men haast het leedvermaak  voelt wanneer ze in hun hemd warden gezet. In enkele kleine bij­ rollen passeert Sofie Sente over de scène terwijl een iele muziektoon klinkt. Een verwijzing naar een onzegbare dreiging die de persona­ges boven het hoofd hangt?

Meer dan het acteren brengt het dyna­mische decor helderheid in de voorstelling. De opstaande glaspanelen refereren aan de cliché­ oplossing waarmee zoveel gebouwen een beeld van transparantie pogen te suggereren.  Niets te verbergen, je kijkt er zo doorheen. Binnen is buiten en buiten is binnen. In de loop van de voorstelling zijn die panelen niets minder dan ‘spatborden’ waarop sporen van leven terecht­ komen. Eerst gaat het om vegen en vlekken. Uiteindelijk warden ze volgesmeerd met witte kalk en zijn ze ondoorzichtig. Zodra Quitt volkomen afgesloten is van de buitenwereld, is hij klaar voor zijn finale daad.

Voor de Dollarcyclus grepen De Roovers eerst naar Timon van Athene van Shakespeare, nu naar De laatsten der onverstandigen van Peter Handke. Als die laatste keuze iets duidelijk maakt, dan is het dat er slimmere en genuan­ceerder analyses nodig zijn om de mechanis­men van de financiele crisis bloot  te leggen. Is een parabel metals bottom line ‘geld maakt niet gelukkig’ wel afdoende wanneer we net een crisis hebben meegemaakt waarbij het falende systeem van een financiele elite ei zo na zorgvuldig opgebouwde sociale stelsels onder de voet liep? De vraag stellen is ze beantwoorden.

www.deroovers.be

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#137

15.06.2014

14.09.2014

Geert Sels

Geert Sels (1965) is cultuurredacteur bij De Standaard. Voordien werkte hij onder meer bij de vrt en De Morgen. Hij is de auteur van Accidenten van een zaalwachter, over Luk Perceval.

recensie