‘De soldaat-facteur en Rachel’ – Theater Zuidpool / Raymond Mallentjer

Griet Op de Beeck

Leestijd 8 — 11 minuten

‘k Moest alleen JA zeggen

Arne Sierens, toneelschrijver

International Theatre Bookshop publiceerde acht toneelstukken van Arne Sierens in één band. Een indrukwekkend hoofdstuk in onze toneelliteratuur, schrijft Griet Op de Beeck.

1. En daarmee was het weer begonnen. Een gloednieuw theaterseizoen. Koen de Sutter regisseerde bij Het Zuidpooltheater Jan Steen en Marijke Pinoy in De Soldaat-Facteur en Rachel, een stuk van Arne Sierens.

‘Een waardige opener van een nieuw seizoen’ blokletterde De Standaard. Ook Steven Heene van De Morgen was enthousiast over deze ‘gave en onderhoudende’ Soldaat-Facteur, ‘niet zomaar een seizoensopener… meteen ook een goede, kwaliteitsvolle productie.’ En inderdaad, mijn ouders zouden er op een onbewaakte zondagavond op TV2 graag naar gekeken hebben, denk ik. (Geen ironie, en met alle respect; mijn ouders zijn de eersten de besten niet.) Twee mensen die van op hun stoel hun wedervaren ten tijde van ‘den grooten oorlog’ vertellen, in aanstekelijk West-Vlaams dan nog.

Ze komen op, klappen de stoelen open, en met alle tijd en rust die twee oude mensen kunnen hebben, beginnen ze elk aan hun verhaal. De fluo-vliegenmepper, demonstratief tussen de klapzetel van Pinoy gestopt, doet echter al van in het begin vermoeden dat de gemoederen nog zullen verhitten. En inderdaad, na driekwart van het relaas is het zover. Ontgoocheling en machteloosheid over wat de oorlog Rachel en haar liefde heeft aangedaan nemen de bovenhand en driftig mept Rachel naar de vliegen die vreten aan de gapende wonden die de oorlog in haar kop geslagen heeft. Schone symboliek, zou je kunnen zeggen.

Wat je ook zou kunnen zeggen is dat deze De Soldaat-Facteur en Rachel een toonbeeld is van wat theater net niet moet zijn.

Een flink doorgekauwde, propere tekstzegging, wat getelefoneerde effecten (die af en toe nog werken ook), hier en daar een kleine eruptie van emotie (en-dat-dan-ook-weer-wat-onderuithalen-want-anders-wordt-het-naturalisme). Een vleugje humor, een druppeltje ontroering, een streepje muziek.

Allemaal degelijk. En zó keurig volgens alle regels van de kunst verpakt dat het me om de een of andere niet nader gespecificeerde reden een beter idee lijkt om het gewoon niet open te maken. Of misschien beter: dat de nieuwsgierigheid om dat te doen totaal ontbreekt. Theater dat er is, dat er mag zijn, maar waarbij je geen moment het gevoel krijgt dat het er moét zijn.

Kunst als een vaasje voor op de kast.

En dat terwijl De Soldaat-Facteur en Rachel, als ik het lees in het recent verschenen verzameld werk van Arne Sierens, zo dicht op het vel komt te zitten. Het is een tekst die ontroert zonder sentimenteel te worden, die direct durft zijn zonder in drammerigheid te vervallen, die loopt als een trein waar geen stoppen aan is, een trein die je willens nillens meevoert tot het eindstation, en daar voorbij.

2. Enkele dagen later. Jazz Middelheim. Jazzpianist Mal Waldron viert zijn tweeënzeventigste verjaardag in Antwerpen. Na het concert wordt Bo Mandevilles documentaire over hem getoond. Daar hadden twee bevriende muzikanten het over wat dat dan is: een echte muzikant, een echte kunstenaar. Reggie Walker zei toen iets als: ‘Creativity starts when you’re in trouble. You make the most beautiful things when you try to save your ass. An artist that always knows what his next step is going to be, will always be just another musician. A musician brave enough to let go and walk a road he’s never walked before, can fail of course, but if the mood is right, only that artist can rise above himself.’ Max Roach voegde daar nog aan toe: ‘a real artist has to invent himself.’

3. Nog een paar dagen later. De echt-echte, traditionele opening van het nieuwe theaterseizoen met het Theaterfestival. Om negen uur: Licht van Gerardjan Rijnders. Een tegelijk totaal verguisde èn bejubelde productie, in ieder geval één van de drie creaties van Toneelgroep Amsterdam die als ‘belangwekkend’ geselecteerd werden voor het festival. Licht is een voorstelling waarin het meer dan een uur duurt voor het eerste woord wordt gesproken. Dan een monoloog – geschreven door Rijnders -van één van de pakweg twintig acteurs die op de scène aanwezig zijn; en niet eens de meest bekende. Hij struikelt bijna over zijn eigen woorden, en heeft het over hoop en licht en liefde en ontreddering en waanzin en verlangen en moed en mededogen en overgave en opnieuw over hoop, allemaal ineens. Hier wordt de vaas met het kastje en de hele kamer omvergeflikkerd. Met muziek, met stilte, met licht, met veel te veel woorden. Hier wordt een wereld geschapen. Voor één avond. Voor één publiek. En ik mag erbij zijn.

4.

Francine:
‘k Heb nekeer ne Griek
achter mijn gat gehad
Is dat een spel geweest
Achtervolgingen
Bloemen
Juwelen kreeg ‘k van hem
Hij had 4 hotels
‘k Moest alleen JA zeggen
Dan zoudt ge mij nu niet verstaan

Philipke:
Waarom niet?

Francine:
Omdat ‘k dan nu Grieks zou klappen

Ook dit is een wereld. Het is een fragment uit Moeder en Kind, de successtory van het duo Sierens en Platel die aan Bernadetje voorafging.

Deze anderhalve zin vol gaten heeft het verhaal van een heel leven eronder en ertussen zitten. Met één anekdote – en het feit dat ze die vertelt of verzint – is het er allemaal. Al die zo onbestede hartstocht, dat groot verlangen van de, zo kom je tijdens het stuk te weten, eeuwige minnares-van-de-eeuwig-op-het-punt-van-scheiden-staande-man. En tegelijk spreekt uit die onomstotelijke logica van op het eind dan ook nog eens zo’n vertederende liefde voor de mensen rondom haar. Veel auteurs hebben daar lange monologen voor nodig. Arne Sierens een paar seconden tekst. Alles wat niet echt nodig is weggooien en precies daarmee alles zeggen. In het detail de totaliteit vatten -of daarnaar streven, in ieder geval.

De inleider van zijn verzameld werk heeft het fraai geformuleerd: Sierens’ teksten zijn choreografieën van ijsbergen’, schrijft hij. Choreografieën omwille van de talige en tekstuele kwaliteiten. En toppen van ijsbergen, want Sierens toont alleen het topje, en daaronder zitten hele verhalen. Ik zou daaraan willen toevoegen: choreografieën van ijsbergen die dan opeens ook lava spuwen.

5. Zomergasten met Arne Sierens in het randprogramma van het Theaterfestival, naar analogie met het programma op de VPRO – u weet wel, waar boeiende mensen een eigen avond vol beeldmateriaal mogen samenstellen en daar dan een gesprek rond voeren. Een kijk in het beeldarchief van Arne Sierens. Veel zwartwit miserie van mensen bij wie het leven flink slag heeft geleverd, en waardig gedragen kinderleed, verpakt in filmische smartlappen. En opeens, een jeannet die te veel gedronken heeft of een grootmoeder in de overgang waardig, Arne Sierens die ineens zijn zakdoek bovenhaalt.

En het was op zijn beurt die zakdoek die mij ontroerde. Omdat dat het schoonste bewijs is van de authenticiteit van Sierens’ bekommernis om de wereld en de mensen. Toch altijd weer het uitgangspunt van zijn schrijven. Terwijl engagement en betrokkenheid bij Het Onrecht In Deze Wereld al te vaak een gemakkelijke paraplu wordt waar theatermakers gezellig mee onder kruipen, is deze toneelschrijver echt de man van de Gentse volkswijken. De armoede en de miserie die hij als kind rondom zich zag, heeft een blijvend litteken achtergelaten. En hij is niet blijven steken bij de zwartwitbeelden in zijn hoofd, maar hij groeide mee, en weet ook de hartslag van deze generatie op het toneel voelbaar te maken.

6. Lava uit ijsbergen, daar waren we gebleven. Enerzijds dus omdat die ijsbergen in de loop der jaren zoveel weg hebben afgelegd dat ze al lang in heel andere klimatologische sferen zijn terecht gekomen. Qua nieuwe wegen verkennen, heeft Arne Sierens zijn strijd gestreden.

Van Het Vermoeden (1982), via De Soldaat-Facteur en Rachel (1986), Los Mueritos/Onze Lieve Doden (1988), Je pleure des bananes (1989), Mouchette (1990), Constant Pardon (1990) over Boste (1992) en De Drumleraar (1994) tot Moeder en Kind (1995) en Bernadetje (1996). (En dan vermeld ik enkel de twee recente hits en de stukken die in het Verzameld Werk terechtgekomen zijn.)

In volgorde goed voor:
1. een keurig opgebouwde tekst over collaboratie en de impact daarvan op een haast Clausiaans benepen Vlaamse familie;
2. groot leed van de oorlog die met kwaadheid herinnerd en met mildheid verteld wordt;
3. een strijdbare tekst over de Zappatistas en vooral de mensen daarachter;
4. een libretto met een hoog gecultiveerd deurenkomedie-gehalte;
5. een jong meisje aan wie het leven zich elke dag opnieuw van zijn onaangenaamste kant laat zien, een onbeholpen oudere man, en de vele gedaanten die de ontmoeting tussen deze mensen aanneemt;
6. geflipte massahysterie met Shakespeare ergens in de verte;
7. de big bang in de toneelliteratuur; zoveel wereld in zoveel vormen op zoveel niveaus dat elke zekerheid op de helling komt te staan -maar wat wil je als de hoofdfiguur een regisseur-schrijver is die een opera probeert te maken;
8. een man en een vrouw en nog een man die de broer van die man blijkt te zijn, en dan een gesprek in stukjes;
9. en 10. hippe en intense jaren-negentig-jeugd en bruisende bloedverwantschap bloot en met veel straf schrijverschap op het papier gesmeten.

Allemaal anders, allemaal volbloed theatrale teksten – al vind ik de libretti moeilijk blijven om in te geraken, maar ik hou er rekening mee dat dat alles met mijn gebrek aan kennis van en voeling met het medium te maken heeft -, en vooral: onmiskenbaar van de hand van de schrijver.

Dat heeft natuurlijk heel veel met Sierens’ al zo vaak liederlijk bezongen ‘kunsttaal’ te maken. Een idioom dat, zo kan Sierens zelf niet genoeg benadrukken, al te vaak verkeerdelijk voor Gents dialect gehouden wordt. De mensen in zijn stukken mogen dan al spreken op een manier die meer met ons dan met Shakespeare te maken heeft, wat melodie, ritmiek, tempo, opbouw en structuur betreft, hebben beide auteurs veel meer metier met elkaar gemeen dan je op het eerste gezicht zou vermoeden.

Bovendien weet Sierens als geen ander met zijn taal beelden tot leven te brengen. Door enerzijds gaten te laten die je uitdagen om zelf heel veel in te vullen. Maar ook door de invloed die film op hem heeft uitgeoefend op een heel eigen manier door te laten werken in zijn toneeltaal.

De voormiddag begint
Ik moet nog alles strijken
Zijn broek zijn hemd mijn kleed mijn geest
Mijn strijkijzer blijft plakken
Aan de zwartste gedachten
als ik mijn geest voor de 10de keer
glad wil maken

Wat is van ons geworden?

Een stukje uit Los Mueritos. Alsof de pen een camera wordt.

Maar, al zou Max Roach dit alleen al een reden tot applaus vinden, er is méér dan alleen het vernuft van de taal. Het straffe aan zijn teksten is wat die lava uit de ijsbergen ook nog kan betekenen.

Zoals er niet gesproken wordt zoals de mensen spreken, maar zoals Arne Sierens het geschreven heeft, zo is de wereld in zijn toneelstukken niet de wereld waar wij in rondlopen, maar degene die zich afspeelt in de hemel en hel in ieder van ons. En Francine is niet alleen Francine, maar is elke mens die hunkert. Zijn stukken presenteren geen brok realiteit, ze ontstijgen die voortdurend. Wat ontstaat is een langgerekte metafoor, die nooit de band met het banale verliest.

In elk stuk van Sierens is er minstens ergens een personage of een scène die aan die transformatie ook echt gestalte geeft. Volgeprate leegtes verstommen, zichzelf voorbijhollende mensen staan stil, emoties die je niet ziet maar vermoedt gaan op het groteske af in overdrive. Het is een extase die niets met geluk of verwondering, maar alles met de drek van de wereld te maken heeft. Het is Mouchette die buiten zinnen in haar flamencodans de wereld vertrapt; Boste die het op een hallucineren zet als hij zijn opera en zichzelf ten onder ziet gaan; Ramon die ritualistisch voorbereid in het spervuur van de vijand loopt; de slotmonoloog van Paola uit De Drumleraar waarbij alle begrippen vallen; het orgiastische hoogtepunt van de verhalen van De Soldaat-Facteur en Rachel waarin geboorte en verminking één lijken te worden; het botsauto-ballet op Bach in Bernadetje,…

Hetzij in crescendo of in decrescendo, de wereld wordt vervloekt en ontstegen, en net daardoor is hij des te meer aanwezig. Het is toch ook de vlucht die de dief verraadt. 7. En noem dat dan uitgebalanceerd hyperrealisme, of Kantoriaans transcendent realisme of politiek geëngageerde kroniekschrijving of symbolistisch post-modernisme. Het verzameld werk van Arne Sierens is in ieder geval een indrukwekkend hoofdstuk in onze toneelliteratuur geworden.

Misschien moeten we het er op houden dat dit eigenlijk gewoon kunst moet heten.

Iemand die zichzelf heeft uitgevonden, en blijft uitvinden, telkens opnieuw. Het eindstation voorbij.

Arne Sierens, ‘Toneel’, International Theatre & Film Books, Amsterdam, 1996, ISBN 90 6403 448 6.

In opdracht van het Vlaams Theater Instituut realiseerde de Filmfabriek de video ‘Theaterauteurs in Vlaanderen. Marilyn Monroe, het bezoek, de waterput en de revolutie’, met portretten van Paul Pourveur, Peter De Graef, Arne Sierens en Willy Thomas.

 

artikel
Leestijd 8 — 11 minuten

#61

15.10.1997

14.01.1998

Griet Op de Beeck

artikel