De dans van de bultenaar, Jozef van den Berg © Bert Nienhuis

Leestijd 4 — 7 minuten

Jozef van den Berg wees mij de weg

De troostrubriek

Mijn grootvader en dooppeter Valery Van Mulders speelde amateurtoneel bij Kunst en Vermaak. Samen met zijn broer Gentiel, die vijf jaar ouder was, vormde hij een gouden duo. We spreken over de jaren 1920-1930. Op familiefeesten vlogen de straffe verhalen ons om de oren. Kerst en Nieuwjaar waren nooit saai. Via via kon ik heel wat goed bewaard archiefmateriaal van zijn toneelbond op de kop tikken. Mooie, kleine, wat beduimelde en getaande affiches en programmabladen in ouderwets ‘Nederlandsch’. Kostbaar erfgoed voor mij.

Ik heb mijn opa nooit zien spelen. Zijn toneelbond bestaat intussen al lang niet meer. Zelf voelde ik nooit de behoefte om op een podium te gaan staan, noch te regisseren. Toch trok de scène mij aan. Het zat — dat vermoed ik toch — in mijn genen.

Als jonge twintiger las ik in de krant een interessant stuk over de charismatische poppenspeler Jozef van den Berg. Hij oogstte succes (en volle zalen) met Moeke en de dwaas en Bericht van Eenoog, voorstellingen die zowel voor kinderen als voor volwassenen werden opgevoerd. Een revolutionair idee, zo leek me.

We schrijven begin jaren 1980. Met uitgaan en meisjes had ik niet zo veel. Het leek me leuker om de nieuwste voorstelling — De dans van de bultenaar — van deze in mijn ogen zeer intrigerende man te gaan bekijken. Van mijn geboortedorp Welle naar de Sint- Annazaal in Aalst was het maar twintig minuten fietsen.

Ik wist niet wat ik moest verwachten, maar ik voelde nervositeit. Er hing elektriciteit in de lucht. Voor de eerste keer alleen naar een theatervoorstelling! Niet zoals voorheen met mijn vader de bus op, samen met andere leden van de plaatselijke Davidsfonds-afdeling naar de KVS of naar het MMT. Daar werd je vanaf een kwartier voor aanvang door de zaal- wachters naar je plaats gebracht.

In Aalst was het anders. We mochten niet meteen binnen. De organisator liet weten dat de deur pas klokslag acht uur zou opengaan. Ons werd gevraagd in ‘een soort van gewijde stilte’ de zaal te betreden. Schoorvoetend naar binnen. Vrije zit. Echt veel volk. Ik voel de bons in mijn borstkas nog.

In De dans van de bultenaar speelt Jozef van den Berg drie rollen: de koning, de bultenaar en de jongeman Zottekop. Weer zo’n revolutionair idee om alle rollen zelf te spelen, dacht ik. Hij gebruikt daarnaast in deze voorstelling slechts twee poppen (een haan en Rattekop), anders dan in zijn voorgaande werk, waar Frederik de Vogel, Portemonnee, Mevrouw de Heks, Grootoog, Mannetje Pluim en Pietje de Rups de revue passeerden. Hij wil duidelijk van het etiket ‘poppenspeler’ af, zo verneem en lees ik later.

De voorstelling begint. Het zaallicht dooft uit. Spots bundelen het licht naar de scène. Op het podium vormt een indrukwekkende blauwe toren met trap, een vestingmuur en een schandblok het decor. Aan die galg bungelt een kruik water. De dop is eraf, dat zie ik duidelijk. Links en rechts hangen handen roerloos door de dwarsbalk heen. Ik vermoed dat de handen echt zijn maar ik weet het niet zeker. Halfweg tussen de handen zie ik een groter gat met een muts schuin naar onderen. Ik zie voorlopig geen hoofd. De spanning bouwt op.

Even later beweegt één hand, nog iets later de andere. De muts zwiept omhoog. Het gezicht van Jozef van den Berg wordt zichtbaar. Hoewel ik hem nog nooit zag spelen, herken ik hem meteen. Van in de krant, weet je. De jongeman Zottekop heft aan: ‘Vanochtend, vanochtend heeft de koning, hem van boven — uit mededogen, zoals hij het zei — om mijn straf een beetje te verlichten een kruik water aan mijn blok gehangen. Met bovenmenselijke inspanningen is het mij uiteindelijk gelukt om het dopje eraf te krijgen…’ Aan het einde van het verhaal vraagt Zottekop iemand uit het publiek om hem te laten drinken. Meer nog, hem te laten ontsnappen uit het schandblok door de sleutel uit zijn zak te halen.

Dat een speler een voorstelling écht laat starten met medeweten van het publiek —w eer zo’n geniaal idee — ervoer ik als magisch. Alsof de hand Gods mij leidde. Kippenvel, elke keer als ik eraan terugdenk. Ik ben nog steeds nerveus bij de aanvang van elke nieuwe voorstelling. Steeds opnieuw. Ik raak het maar niet kwijt.

De dans van de bultenaar wordt neergesabeld door pers en recensenten, ook wijlen Wim Van Gansbeke hakt er stevig op in. Ik trek er mij geen bal van aan. Dat bijzondere moment koester ik zeer. Jozef van den Berg wees mij definitief de deur naar het theater.

Ik ben sindsdien theater blijven kijken. Overvloedig zelfs. Wanneer het maar even kan of kon. Theater is en blijft een permanente vraag naar openheid. Met onbevangen vizier de wereld in. Theater onderzoekt. Theater velt geen oordeel. Helpt je de wereld beter te duiden. Leidraad voor het leven. Blijven zoekend zoeken naar het waarom. Ook verzamelen raakt maar niet uit mijn DNA. Mappen vol. Warme kamers van troost. Het gaat maar niet over.

Jozef van den Berg trekt op 14 september 1989 de deur van de rode zaal in deSingel voorgoed achter zich dicht nadat hij — de Bijbel in de hand — zijn publiek een laatste keer heeft toegesproken: ‘Ik zal het u proberen uit te leggen. Ik hoop dat u één ding voor mij hebt en dat is respect voor mijn beslissing. Ik zal nooit meer spelen. Ik ben een werkelijkheid genaderd die niet meer te spelen is. Ik heb ontzettend lang gezocht, ben overal geweest. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie en die conclusie ben ik nu zelf: dat de zoeker zoekt maar hij wordt gevonden. Daarom sta ik vanavond voor het laatst op de planken (…).’ Hij speelde sindsdien nooit meer. Hij bekeerde zich tot de orthodoxe kerk en leidt tot op vandaag een teruggetrokken bestaan.

Met bijzondere dank aan Francis Jonckheere, auteur van Jozef van den Berg — Van poppenspeler tot acteur van Christus.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 4 — 7 minuten

#168

15.05.2022

14.09.2022

Rik Vanmulders

Rik Vanmulders is al 38 jaar studiemeester op het Leonardo College in Denderleeuw en al minstens even lang gepassioneerd theaterliefhebber. Hij bouwt samen met zijn vrouw Sarah Segers een persoonlijk theaterarchief uit (www.theaterarchief.be).

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!