Kurt Van der Elst

Tom Rummens

Leestijd 3 — 6 minuten

Josse De Pauw, Jan Kuijken/LOD: HUIS

Wat biedt ouderdom? Biedt hij wijsheid, inzicht, schoonheid? Relativeringsvermogen of troost? Hoop, alsnog? Maar hoop waarop? In Huis roept Josse De Pauw deze en vele andere vragen op. In het aanschijn van de dood blikken de personages die hij opvoert terug op goedgevulde levens. De balans is ontnuchterend en meedogenloos. De dromen zijn stukgeslagen, hun holle echo’s klinken als hoongelach. Een bodemloos nihilisme lijkt nog de enige uitweg te zijn.

Huis is een tweeluik, gebaseerd op twee verhalen van de Belgische auteur Michel de Ghelderode, ook wel de James Ensor van de dramatische literatuur genoemd. In het eerste deel, gebaseerd op het verhaal De vreemde ruiter, zien we een groep oude mannen. Ze leveren een gevecht om waardigheid in het aanschijn van de dood: het lijkt alsof ze uit het leven ontwaken. Ze worden wakker: het leven is eindelijk achter de rug. Vanuit dat standpunt aanschouwen ze wat het geweest is en of het de moeite waard was. De urgentie is nochtans groot: als één van hen, Josse De Pauw zelf, op een ladder kruipt en de verte in tuurt, ziet hij een ruiter aankomen. Het is de dood die hen komt halen. Kom jongens, zegt De Pauw, maak jullie klaar, we gaan naar de hel. Tot blijkt dat de ruiter niet hen komt halen maar een kind. Het feesten begint opnieuw. Er worden feesthoeden opgezet, er wordt gedanst, maar ook dat is niet echt. Ensor is nu heel dichtbij, inderdaad.

In deel twee, gebaseerd op het verhaal De vrouwen bij het graf, zijn de vrouwen aan de beurt. Geen gewone vrouwen weliswaar, maar iconische figuren, van Maria Magdalena tot Veronica. Ze zijn kleurrijker en stralen meer levenslust uit dan hun mannelijke voorgangers. Toch maakt ook hier onverschilligheid de werkelijke fond uit van de situatie waarin ze zich bevinden. Ze zitten niet in het vagevuur, zoals de mannen. Maar toch lijkt het erop. Ze verschuilen zich in een kamer terwijl buiten oorlog, geweld en destructie tekeer gaan. Ook zij zijn onverschillig en gelaten over het nakende einde, omdat ze veilig zitten. Het bandeloze feesten van de mannen ruimt plaats voor oeverloos gekeuvel. De vrouwen tellen hun desillusies.

Het is vooral die tragische dimensie van de voorstelling die goed werkt. De humor komt veel moeizamer over. Het is brave, voorzichtige humor, die echt alleen werkt omdat hij contrasteert met de tragische grondstroom van de voorstelling: écht grappig wordt het nooit, hoogstens bitterzoet. En uiteindelijk is het natuurlijk dat wat de tragikomedie vermag: de humor versterkt de tristesse. Hoe meer het einde nadert, hoe bodemlozer de put van het leven lijkt. Die boodschap weten De Pauw en de zijnen feilloos te brengen, en daarin ligt de grote kracht van Huis.

Huis is een groots opgezette voorstelling. Maar liefst zeventien spelers staan er op scène. De magistrale soundtrack die gecomponeerd werd door Jan Kuijken – die eerder al met De Pauw samenwerkte, onder meer voor De Gehangenen – werd weliswaar vooraf opgenomen door het Symfonisch Orkest van de Opera Van Vlaanderen, maar het geluid zit soms zo goed dat je zelfs twijfelt of er niet toch stiekem een symfonisch orkest in de zaal zit. Het resulteert is een nogal monumentale enscenering, een theatrale ruimte die bijwijlen sacraal wordt. Het is iets waaraan we in het hedendaags theater niet meer echt gewend zijn. Maar wie zich eraan overlevert, krijgt er een bijzondere ervaring voor terug. De tijd wordt verstild, hier is geen plaats meer voor hectiek.

Het is daarom spijtig dat sommige ingrepen in het toneelbeeld die stilte en rust doorbreken op een wat knullige, gekunstelde manier. Als op een bepaald moment een lichtgevend kruis verschijnt, heeft dat uiteraard veel symbolische waarde, maar het haalt wel de tot dan toe zorgvuldig opgebouwde esthetiek even onderuit. Dat geldt in nog grotere mate voor de boventiteling, die op maar liefst drie schermen wordt geprojecteerd. Het lijkt een poging om de boventitels in te zetten als scenografisch element, maar helaas werkt dat toch vooral storend.

Het zijn kleine smetten op een voorstelling die in al haar sacraliteit bijzonder eerlijk en oprecht is over wat ons allen te wachten staat. Huis tekent een semi-hiernamaals waarin het misschien wel onaangenaam, maar desondanks heel leerzaam toeven is. Het is een voorstelling die weinig beloftes doet en daardoor onbehagen genereert. Vooral het determinisme dat erachter schuilt is frappant. De voorstelling suggereert dat ouder worden en een op zichzelf gericht je m’en foutisme bijna per definitie hand in hand gaan. Het is niet iets van deze generatie alleen: het is de essentie van ouder worden.

Met Huis ensceneerde De Pauw een thematisch vervolg op An Old Monk, zijn spoken-word jazzvoorstelling over ouderdom, een samenwerking met componist Kris Defoort. Vormelijk hebben ze echter weinig met elkaar te maken: Huis is dan wel veel heiliger theater, maar minstens even oprecht.

Gezien in deSingel op 5 juni 2014. Zowel Huis als An Old Monk zijn in de maand juli nog op het Festival van Avignon te zien, zie hiervoor http://www.lod.be/

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#137

15.06.2014

14.09.2014

Tom Rummens

Tom Rummens writes for various media. Until September 2013 he was the performing-arts programmer at the Brakke Grond. He now is artistic coordinator at HETPALEIS.  

recensie