Rudi Laermans

Leestijd 4 — 7 minuten

Investment

Neoliberalisme, dat is onder meer de idee dat veel meer dingen dan alleen geld als een vorm van kapitaal kunnen worden beschouwd en daarom een passend management vereisen. Je professioneel talent, je gezondheid, je kookvaardigheden, je relaties met vrienden en bekenden,… en niet te vergeten de 24 uren die elke dag telt: het zijn allemaal kapitalen die vragen om een vooruitziende planning, om weloverwogen beslissingen en om langetermijninvesteringen. Toch blijft geld het meest engagerende en fascinerende soort kapitaal. Want geld is pure potentie, loutere koopkracht die voor iedere eigenaar een waaier aan mogelijkheden opent, in het bijzonder wanneer ze ook totaal ontkoppeld geraakt van de noodzaak om elementaire levensbehoeften te bevredigen. Met een beetje extra geld kan je immers heel veel dingen doen, zodat keuzes onontkoombaar zijn (wie in het geld zwemt, ontsnapt aan deze dwang). De vele mogelijkheden ondermijnen echter al snel iedere solide subjectiviteit en confronteren ons met een ‘zelf ’ boordevol wispelturige verlangens, waarden en preferenties. We denken dat we ons ‘zelf ’ kennen en daarom weten wat we willen, maar wanneer we een aanzienlijke som geld kunnen uitgeven verandert de pure potentie ervan ons in een rabiate twijfelaar zonder veel vaste grond onder de voeten. We worden ‘een man zonder eigenschappen’, een anomisch wezen dat niet langer een genormeerde appetijt heeft voor dingen en ervaringen. De persoonlijke omgang met geld is dus niet enkel een zaak van afstandelijke berekening, zoals economen doorgaans menen. Geld zet tevens aan tot zelfonderzoek of -reflectie en verdient daarom een ereplaats in iedere beschouwing over ‘de mens als subject’. Het radicaal twijfelende ego dat Descartes ooit ten tonele voerde en hem tot de beroemde uitspraak ‘ik denk, dus ik ben’ bracht, is al lang geen wereldvreemde filosoof meer maar een doodgewone consument die elk houvast lijkt te verliezen bij de vraag ‘wat ga ik met mijn eindejaarspremie doen?’ Gelukkig zijn er adviseurs die ons maar al te graag bijstaan bij het nemen van geldelijke beslissingen. Bankconsulenten, lifestylemagazines of gewoonweg uitstalramen zijn de therapeuten die we afwisselend vertrouwen en wantrouwen wanneer we tegelijkertijd met geld en ons ‘zelf ’ omgaan. Het zijn enkel adviseurs, de finale verantwoordelijkheid om dit en niet dat te kopen, en ook: wel of geen donatie voor een goed doel te doen, zal ons ‘zelf ’ worden aangerekend.

Investment van Davis Freeman is een voorstelling die de looping tussen geld en zelfonderzoek op een bijwijlen hilarische manier aankaart bij ieder ‘zelf ’ dat in het publiek zit. Uitgangspunt is de welbekende hypothetische vraag ‘wat zou je doen indien je de lotto won?’ Iedere toeschouwer krijgt bij aanvang van de voorstelling ook echt een lottobiljet, waarna de performers allerhande nobele of eerder egogerichte investeringsprojecten en – naar het einde toe – luxueuze koopwaren aanprijzen. Je kunt bijvoorbeeld investeren in duurzaam ondernemen, in levensverlenging via stamceltherapie, en ook in kunst: de virtuele lottowinnaar kan een toekomstige dansproductie en een aankomend theaterstuk ondersteunen waarvan de eerste aanzetten worden getoond. De toon van de voorstelling is niet meteen ironisch, daarvoor wedt ze te zeer op de reële identificatie van iedere toeschouwer met de imaginaire mogelijkheid om naar goeddunken te beschikken over een flinke som geld. Zijn we dan als kunstliefhebbers soms bereid om te investeren in een nog onaf kunstwerk? Of gaan we voor een aflaat voor onze ecologische zonden? Of kiezen we toch maar gewoon voor de luxe van Porsche en Rolex? Het zelfonderzoek waartoe de pure potentie van geld aanzet, confronteert ons niet enkel met schuivende verlangens en voorkeuren. Het is altijd ook een morele oefening, omdat het ons ‘diepe zelf ’ toont als oscillerend tussen een nietsontziend egoïsme en een humaan altruïsme. Op een tegelijk speelse en harde manier verplicht Investment het publiek zo niet alleen tot een erkenning van de open, anomische natuur van ieder menselijk individu. De voorstelling kaart ook zonder veel omwegen de ethische en politieke dimensie van pecuniaire beslissingen aan: je geld beheren is je ‘zelf ’ beheren, en vooral ook je moreel-politieke subjectiviteit bestieren. Juist door enkel reële mogelijkheden te ensceneren die de pure potentie van geld actualiseren en niet meteen op grootse politieke concepten of waarden te alluderen, weet Investment ook de meer afstandelijke toeschouwer die zich niet direct met de positie van lottowinnaar identificeert bij de leest te houden. Die toeschouwer doorziet het spel en speelt het niet mee – maar ook hij ontkomt niet aan een persoonlijke positionering tegenover de geënsceneerde dilemma’s.

Investment bezit een nogal aparte performatieve kracht door de directe positionering van de toeschouwer als een potentiële geldbezitter die van kunst houdt, graag lang wil leven, de groene zaak welgezind is, en tegelijk wordt gecharmeerd door een krachtige bolide met een pittig design. De voorstelling bespeelt echter ook uiteenlopende registers van performativiteit of theatraliteit. Sommige daarvan kennen we uit het alledaags leven, zoals de powerpointpresentaties van financiële adviseurs of mensen die opkomen voor een goede zaak; andere imiteren de professionele dans- of theatersituatie: een fragment van een investeerbaar stukin-wording wordt live uitgevoerd, wat zorgt voor een effect van een voorstelling-in-de-voorstelling. Investment verbindt zo uiteenlopende vormen van theatraliteit en is daarom een specimen van reflexieve performancekunst, maar dan met aftrek van de droogheid en vooral de gerichtheid op enkel de professionele theatrale setting die binnen het genre domineert. De voorstelling benadrukt gedurig dat de voorgespeelde werkelijkheid een gemaakte is, en tegelijk zorgen de vele dwarsverbindingen met het alledaagse theater voor een herkenningseffect dat precies binnen een fictieve context de vraag oproept wanneer we echt of authentiek handelen, dus zonder meteen ook ons publiek er op een strategische manier van te willen overtuigen dát onze zelfpresentatie gemeend is. Door de combinatie met de vraag naar ieders verhouding met de pure potentie van geld wordt deze inzet des te pregnanter. In de bekende laatste instantie handelt Investment over de wil om een decente burger te zijn, iemand die de met de mond beleden waarden van vrijheid, gelijkheid en solidariteit ook echt gestand probeert te doen.

Net als in zijn andere recente voorstellingen bevraagt Davis Freeman hier de mogelijkheid van een authentiek samen handelen binnen, ouderwets gesteld, de polis. Zijn werk toont de mens als een theatraal liegbeest, niet het minst in meer intieme situaties, en wedt daarbij op de kans van een werkelijk autonoom en moreel geïnspireerd handelen voorbij postmoderne zelfonzekerheden en het ijdele verlangen om te behagen. Op deze mogelijkheid wordt ook in Investment enkel gezinspeeld als een moreel en politiek ideaal dat we nooit helemaal kunnen realiseren, maar evenmin kunnen opgeven zolang we de notie van menselijkheid gestand willen blijven doen. Freeman hanteert inderdaad een klassiek mensbeeld dat focust op de ambiguïteit van de mens als een tegelijk immoreel en moreel, ijdel want theatraal en tevens naar oprechtheid hengelend wezen. Het klinkt als Goethes Faust – ‘Zwei Seelen wohnen, ach, in meiner Brust!’ – maar het blijft ook in postmoderne tijden een paradox waar iedere consument mee te maken krijgt telkens wanneer hij écht kan investeren. Het ontwarren van de knoop die we zijn, laat Investment aan de toeschouwer over.

Investment is op 11 en 12 december te zien op het Working Title Festival in Brussel. www.mokum.be, www.workspacebrussels.be

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

artikel
Leestijd 4 — 7 minuten

#119

01.12.2009

30.06.2008

Rudi Laermans

Rudi Laermans is gewoon hoogleraar sociale theorie aan de KU Leuven en is tevens actief als essayist.