© Bart Van der Moeren

Leestijd 7 — 10 minuten

Incompententiecompensatiecompetentie – Tiny Bertels & Evelien Bosmans

Zwembaden, zwarte gaten en feminisme zonder theorie

Tiny Bertels en Evelien Bosmans zijn in Incompententiecompensatiecompetentie twee Kempische huisvrouwen voor wie kleinburgerlijke banaliteit en kosmische wanhoop akelig dicht bij elkaar liggen. Wat begint bij zwembadproblemen en biologische olijfolie, eindigt bij zwarte gaten en een warm deken van duisternis, voor zover die troost geeft.

Kempische housewives

Een gordijn van zilverkleurige draden, en een grote, die zwarte schijf voor dit gordijn hangt, een ronde tafel, met witte tafellakens, enkele bloemstukken, gerechten die misschien gegeten zullen worden, alles verspreid over een podium dat nogal immens lijkt. Dat is het eerste beeld, een kort stilleven – vormgeving van Guy Cassiers. Dan verschijnt Tiny Bertels, in een donkergroene jurk. Haar personage krijgt geen naam, dat van haar tegenspeelster Evelien Bosmans evenmin, zij komt op een glinsterende blauwgrijze jurk, en met een kapsel (pruik?) even weelderig als Charlie’s Angels, dus zéér eighties, en met hoge laarzen. Bertels is in dat opzicht soberder. Beide dames ruimen de scène op, ze draperen de tafellakens, ze zetten het eten en de drank op tafel, ze schikken de bloemstukken.

Ze gaan aan beide kanten van de tafel staan en converseren. Over de dagelijkse zorgen van een gezin uit de goed verdienende middenklasse, zoals de installatie en het onderhoud van het zwembad, over eenvoudige doch lekkere maaltijden, waarbij de blender – zij spreken over een ‘belender’ – als een briljant hulpmiddel dient. Je denkt dat je enige tijd gaat moeten luisteren naar volstrekt middelmatige beschouwingen van twee housewives die nog niet helemaal desperate zijn, mét de passende Kempische tongval, maar na een tijdje gebeuren er vreemde dingen. Bosmans toont rare tics, haar lichaam heeft Tourette-achtige neigingen, en Bertels reageert daar niet op. Nooit vraagt ze ‘gaat het?’ of iets dergelijks, en het omgekeerde gebeurt evenmin, als Bertels raar begint te doen. Ze zijn dit van elkaar gewoon blijkbaar. Tenminste als je de code accepteert van een realistische dialoog, die de overdrijving gebruikt als komisch effect.

Ze wekken de indruk dat ze ons het beeld willen tonen van de vrouwen uit de vroege films van Pedro Almodovar, ook al enkele decennia geleden, maar ze hebben het wel nooit over seks. Wel over de geneugten van biologische olijfolie, die Bertels zélf teelt in haar Italiaans optrekje. Misschien dus toch over seks. En als het gesprek even stilvalt, begint één van de twee het ook over de ellende van de wereld, meestal in een schrijnende anekdote: wegkwijnende daklozen, aangespoelde vluchtelingen, Bertels en Bosmans scheppen er een bizar, misschien zelfs morbide, genoegen in om de gruwel in ons tijdperk, dat empathie (met wie dan ook) veracht, zo plastisch mogelijk te beschrijven – tot en met de stoffelijke resten die zinken naar de bodem van de Middellandse Zee. En telkens moedigen ze elkaar aan in de verontwaardiging, om dan plots weer terug te schakelen naar de problemen met het zwembad. Komisch effect gegarandeerd, maar met een bittere bijsmaak.

“De zorgen van deze welstellende families zijn van eenzelfde orde als die van de overlevenden van duizenden kilometers woestijn die tenslotte toch aanspoelen, dood of levend, op een Grieks of Italiaans eiland.”

De zorgen van deze welstellende families zijn van eenzelfde orde als die van de overlevenden van duizenden kilometers woestijn die tenslotte toch aanspoelen, dood of levend, op een Grieks of Italiaans eiland. Dat klopt objectief niet, maar het zorgt vreemd genoeg voor een soort begrip, al doen deze vrouwen er niet mee aan hulpacties. Dat zou hun routine (en hun villa) beschadigen. Ze geven wel af op de politiek, die zich daar wél absoluut mee zou moeten bezighouden (dan moeten zij dat dus niet zelf doen: dat is de implicatie), en daarmee bevinden ze zich op het niveau van ordinaire cafépraat – ontnuchterend. Met de electorale gevolgen die we kennen, ook ver buiten de Kempen.

Zwarte gaten

Maar dan krijg je ineens een waanzinnige tirade over je heen, en pas na een tijdje heb je in de gaten wat er gebeurt. Beide speelsters hebben een stem als een klok, zeker Bertels, en in de grote schouwburg resoneert die geweldig, bovendien versterkt met microfoontjes. Bertels begint een monoloog, ze deelt even wat prikken uit aan mannen, dertigers of veertigers met een mooi blauw pak, strak aan de kont en de borst, met een wit hemd en een smalle das. Het stereotype van de succesvolle ondernemer, bij voorkeur ergens in de IT. Haar litanie over falende mannen en hun hypocriete mannelijkheid zwelt aan, evolueert van mild cynisme naar regelrechte haatspraak, en het publiek reageert alsof ze luisteren naar een succesvolle demagoog, met een open doekje. Je hoort niet goed wat ze precies zegt, behalve af en toe een lelijk scheldwoord, of een woeste kreet, maar je weet wel tot wie ze zich richt.

Toch reageert ook nu Bosmans niet echt op dit verbaal offensief, ze luistert maar is niet geraakt, haar eigen disfunctioneel lichaam houdt haar meer bezig. Want ondertussen is de ronde witte tafel heel traag naar voren gaan kantelen, de bloemstukken en de schotels beginnen te schuiven, er valt al iets af, maar de dames stellen dat gewoon vast, zonder ophef. Hun conversatie neemt wel steeds meer afstand van de kleinburgerlijke bezorgdheid en het passieve medelijden van het eerste halfuur. Bosmans fantaseert over onsamenhangende utopieën, over een ‘betere wereld’ die wel even chaotisch lijkt als de wereld nu, en Bertels blijkt zich verdiept te hebben in Stephen Hawking en diens onderzoek naar zwarte gaten. Alsof de zwarte schijf die er hangt ineens een gevaarlijk personage wordt, die de vrouwen zou kunnen bedreigen.

Enkele lichteffecten, efficiënt maar niet spectaculair, ondersteunen de dreiging die Bertels creëert. De tafel is steeds verder gekanteld, het tafelblad staat verticaal, alles is eraf gevallen. En de vrouwen hebben het eten en de drank ook uitgekotst, alsof hun eigen lichaam ook een soort b(e)lender is, die alles vermaalt tot kleurloze, smaakloze en degoutante brij. Zonder dat ze echt met elkaars bekommernissen bezig waren, zonder ooit sentimenteel te doen over elkaar, zijn ze wel dichter bij elkaar gekomen, en dat is niet enkel de schuld van de drank die ze beiden overvloedig lieten vloeien. Ze zijn zelf elke richting kwijt, even fataal als de menselijke wrakstukken in de Middellandse Zee. Bertels gaat door over de zwarte gaten, ze vraagt zich af of wij er zelf niet middenin zitten, of wij niet opgezogen zijn en langzaam tot niets vermalen worden. Bosmans heeft ondertussen alle controle over haar lichaam verloren, in een halfduistere hoek van de scène krimpt ze ineen, met een lijf dat siddert als in een doodsstrijd.

“Het is alsof de wanhoop over het voorstedelijk bestaan enkel nog gecounterd kan worden door fantasieën over de zuigkracht van het heelal.”

De impressie is gruwelijker dan wat er echt op de scène gebeurt, dat wel. Het is alsof de wanhoop over het voorstedelijk bestaan, waar herfstbladeren in zwembaden en moeilijke afhaalregelingen voor kinderen op voetbaltraining de zwaarste crisissen uitlokken, enkel nog gecounterd kan worden door fantasieën over de zuigkracht van het heelal (die zwarte gaten dus). De witte schijf van de gekantelde tafel, leeg en verticaal, wordt letterlijk overschaduwd – weer een slim lichteffect (ontwerp van Frank Hardy) – door de zwarte schijf, die niet vergroot is, maar wel alles gaat domineren. Een pianosonate van Brahms, zacht en net hoorbaar, zorgt voor vertroosting, misschien. Bosmans is gaan liggen, Bertels zit helemaal vooraan op de scène, nauwkeurig denkend, filosoferend, ze vereenzelvigt zich met Stephen Hawkings denkkracht. Bosmans toont de lichamelijke aftakeling en stilstand van deze astronoom. Of is dat teveel hineininterpretiert?

Paradoxaal genoeg, misschien net door die identificatie met Hawking, hou je een beeld van twee sterke vrouwen over, die verdwijnen in het zwarte gat van hun eigen ziel. De doelgerichte scheldtirade over mannen en hun machtswellust zindert na, ook al spelen ze hun ondergang tegemoet. Of nauwkeuriger: ze spelen die ondergang, van bij het begin, en je hebt dat als toeschouwer pas (te) laat door. Dit is feminisme zonder feministische theorie, geen Audrey Lorde of Judith Butler (met alle respect), maar Stephen Hawking en zijn kosmologie, die zweverig en universalistisch is geworden in de handen van Bertels en Bosmans. Dan heb je geen opzwepende elektropop of iets dergelijks nodig, maar enkel een sober streepje Brahms, geen opwinding, enkel wegstervend licht. Eindigend bij de warme deken van de duisternis, voor zover die troost geeft.

Ook dit nog: de titel van de voorstelling is een begrip van de Duitse filosoof Oda Marquardt: vanuit de nostalgie naar tijd dat de filosofie wél in staat zou geweest zijn om alles te begrijpen, doet de huidige filosoof zijn best om zijn vermeend onvermogen te maskeren, bijvoorbeeld door alle denkers tot ‘kritiek’ te verplichten. Maar ook in het bedrijfsmanagement en in politieke machtsspelen viert incompententiecompensatiecompetentie hoogtij, tot iemand roept dat keizer geen kleren draagt en het faillissement of de verkiezingsnederlaag volgt. Bertels en Bosmans laten de achterkant zien, hun incompetentie om de wereld te redden – een onvermogen dat we allemaal delen, niet? – wordt niet gecompenseerd, behalve misschien door hun vlucht vooruit in de kosmologie. Of is dat gewoon onschuldig escapisme?


Speellijst via jimmiedimmick.be.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#178

15.12.2024

28.02.2025

Klaas Tindemans

Klaas Tindemans (1959) is Doctor in de Rechten. Hij werkt als docent en onderzoeker aan het RITCS. Hij is actief als dramaturg en regisseerde twee toneelstukken: Bulger (2006) en Sleutelveld (2009). In 2022 verscheen The Dramatic Society. Essays on Contemporary Performance and Political Theory, bij Routledge.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!