Luk Van den Dries

Leestijd 3 — 6 minuten

In memoriam

Nauwelijks vijftig jaar oud, stierf onverwacht en oneindig veel te vroeg, Dina Hellemans, professor literatuur en theater aan de Vrije Universiteit Brussel. Daarmee verliest de theaterstudie in Vlaanderen één van haar meest bijzondere en felle voorvechters.

Het theaterleven in Vlaanderen van een degelijke gefundeerde reflectie voorzien, betekende inderdaad een niet aflatend en slopend gevecht. Een gevecht tegen de vele vooroordelen in het veld t.a.v. elke intellectuele bedrijvigheid; een gevecht voor lijfsbehoud in een altijd te krappe personeelsbezetting.

Dina Hellemans leverde dit gevecht met de haar zo kenmerkende koppigheid. Tegen de stroom in. Alleen desnoods. Daarmee was ze één van de grondleggers van de theaterwetenschap in Vlaanderen. Uit het niets creëerde ze een studiecentrum voor theateronderzoek dat zich toelegde op de begeleiding van de theateractualiteit. Naast de dagelijkse al te snelle perskritiek had deze behoefte aan een langer-termijn-denken, een breedtegraad en een dieptezicht. Met een aantal medewerkers die ze in de ‘werkgroep theater’ rond zich verzameld had, slaagde ze erin de actuele geschiedenis van het Vlaamse theater van een uiterst kritische en gefundeerde commentaar te voorzien. Op een moment dat er nog geen kanalen waren voor ernstige reflectie, nog geen tijdschrift, en geen theaterinstituut, bood de VUB onderdak voor wie het denken en spreken over theater wou oefenen.

Dit onderzoek bleef nooit binnenskamers. Dina Hellemans zocht de toetsing met de theaterpraktijk, de dialoog met de theatermakers. Er werd driftig geschreven, congressen en studiedagen georganiseerd en cursussen samengesteld die vele studenten in contact zouden brengen met een voor hen onbekend medium. Met name als prof was ze onevenaarbaar. Wie haar meemaakte, genoot van de briljante manier waarop ze – om met Dali te spreken – een naaimachine en een paraplu organisch met mekaar in verband kon brengen; of hoe ze moeiteloos overstapte van de laatste theaterproduktie die ze gezien had naar de nieuwste ontwikkelingen in psychologie, filosofie of plastische kunst; hoe ze uit een kever in het stuk Vrijdag van Hugo Claus plots een hele onvermoede interpretatielaag creëerde.

Om het met een cliché te zeggen: ze leerde je lezen. In haar geval was dat vooral een les in diepzee-duiken waar je je ademloos door een permanent zuurstoftekort op sleeptouw liet nemen in de wondere binnenwereld van een tekst. Als je weer bovenkwam, bleek die ineens veel rijker en interessanter. En in tegenstelling tot anderen die door hun tanden in een tekst te zetten die meteen ook voorgoed verscheurden, bleef bij haar het genot en het plezier van het lezen en kijken altijd voorop staan. Zo leerden we Claus kennen en Boon, Lucebert en Slauerhoff, maar ook Adorno, Barthes en Bloch. Bij haar hoorden we voor het eerst van Artaud en Brecht, en druppelden de eerste namen door van het toenmalige avant-garde-theater in Vlaanderen en Europa.

Ze had aandacht voor de kleinste details van een voorstelling. Zo belde ze me op een avond om te weten of ik ook bij de voorstelling Point Judith van de Wooster Group gemerkt had dat in een filmfragment de acteurs een nonnenhabijt droegen. Ze verbond dat namelijk met een Jungiaanse interpretatie van het Zelf als antwoord op maatschappelijke repressie en fragmentatie. Na een uur tekst en uitleg bleek dat meestal ook nog te kloppen. Haar onnavolgbare, briljante analyse van één van de belangrijkste opvoeringen van de recente avant-garde is nu nog na te lezen in één van de vele boeken waarachter zij de stimulerende kracht was. Daarin ligt het meest tastbare bewijs van haar niet aflatende inzet voor de reflectie op het eigentijdse theater. Deze zesdelige boekenreeks vormt een geheugen van het Vlaamse theater. Twintig jaar Vlaamse toneelgeschiedenis voorzag ze van een kritische commentaar: van de eerste ontwikkelingen in het politiek theater van de jaren zestig tot de postmoderne golf van de late jaren tachtig. Deze analyse vormt een fundament in het denken over theater. Daarop kan nu verder gebouwd worden.

Maar wellicht nog belangrijker dan het tastbare in haar erfenis is de manier waarop ze een hele generatie studenten en medewerkers kon bezielen en enthousiasmeren voor het theatermedium. Met een tomeloze inzet en een onuitputtelijke energie. Zo leek het toch altijd. De laatste jaren was het gevecht te zwaar geworden, de tegenstand in het academische instituut te groot. Alle tijd ging verloren naar het verdedigen van wat al maar minimaal uitgebouwd was. Deze koppige papieren strijd heeft haar uitgehold.

De theaterwetenschap in Vlaanderen is een kopstuk kwijt. Ik zal haar missen.

artikel
Leestijd 3 — 6 minuten

#45

15.04.1994

14.07.1994

Luk Van den Dries

Luk Van den Dries is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en redacteur van Etcetera. Hij wijdde zijn doctoraat aan de opvoeringsgeschiedenis van Heiner Müller in Vlaanderen en is gespecialiseerd in het naoorlogse Vlaamse theater.

 

artikel