Bowling Buffalo – Daan Borloo/Compagnie Cecilia
Geluk onder (de)constructie
Jonas Istace
René Verheezen – Foto Patrick De Spiegelaere
“Zolang ik als acteur bij het Reizend Volkstheater speelde, schreef ik volkstheater. Later zat ik bij Theatergroep Splien en maakte mee hoe literatuur op verrassende en vaak verbijsterende manier werd gedramatiseerd. Ik schreef toen gedramatiseerde literatuur. De neerslag van dit alles plus die van mijn belangstelling voor een aantal zeer uiteenlopende zaken, zoals moderne Franse literatuur en oude Amerikaanse films, is te vinden, vermoed ik, in de stukken die ik voor het Nieuw Vlaams Toneel in Antwerpen schrijf… Alles bij mekaar kan ik niet klagen over de aandacht, en het soort aandacht, dat ik van de pers heb ondervonden. Al is het feit dat ik begonnen ben met volkse stukken te schrijven heel lang een reden geweest om mij niet met de consideratie te behandelen die iemand ten deel valt die debuteert met iets ‘kunstzinnigers'”
René Verheezen schreef dit neer in De goden van het theater, niet vermoedend dat hij twee jaar later, in november 1985, laureaat zou worden van de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelletterkunde. “Dat ik de Staatsprijs kreeg was heel vleiend maar dat heeft mijn leven niet veranderd” vertelde hij nog eens zes maand later in een radiogesprek. Hij had toen net de première achter de rug van Moeder, door hem geschreven èn geregisseerd voor KVS dat met deze “extra” produktie te gast was bij het BKT. Toen zat hij nog boordevol plannen want er waren aanbiedingen van KNS, Fakkelteater en BRT.
Als schrijver had hij het aanvankelijk niet gemakkelijk. Met zijn acteursdiploma (Conservatorium Antwerpen) op zak ging hij zeven jaar lang aan het werk bij het Reizend Volkstheater. Tussen het spelen in maakte hij bewerkingen voor het Koninklijk Jeugdtheater (Hoera Doornroosje in 1974 en Repelsteeltje in 1976). Zijn eerste oorspronkelijk stuk Onderons raakte hij nergens kwijt. Tot bij het Nieuw Vlaams Teater een geplande produktie wegviel en directeur Wil Beckers wel wat zag in die “eersteling” van René Verheezen. De première vond plaats op 24 november 1976 in dat bouwvallige pand, het Café-theater ’t Natiepeerd, bij de Antwerpse Waag, met in zijn bijrolletje de auteur zelf en met als hoofdpersonages een ontroerende oma en haar homosexuele kleinzoon. Dat soort volksstukken kenden we al, dank zij Hugo Claus en Walter Van Den Broeck. Maar er werd toch wel opgekeken toen bleek dat die jonge knaap in het stuk een relatie had met een Marokkaan en zich daar gelukkig bij voelde. In de kritiek werd zelfs gewag gemaakt van een Vlaamse Fassbinder en het leverde Verheezen de “Prijs van de Provincie Antwerpen voor een Dramatisch Werk” op. Een seizoen later creëerde het NVT, dat ondertussen verhuisd was naar de Antwerpse Ankerrui, zijn Zeven manieren om aan de kant te blijven. Dit cabaretachtig stuk in zeven scènes met zeven liedjes kende een gematigd succes, zeven fasen uit het leven van de kleine mens, waarbij aardig tegen instellingen en tradities geschopt werd in een decor van Jan Fabre.
Ondertussen was René Verheezen zelf verhuisd. In Nederland had hij een goede vriend gevonden en ook werk als acteur en auteur bij Theatergroep Splien in Zoetermeer (Robin Hood 1979, Karel en Elegast 1980, Gekleurde Kralen 1981). Maar hij bleef stukkenleverancier voor het NVT. Zo werd in 1980 De Caraïbische Zee een kassucces; terug naar de traditionele structuur voor een typisch volksstuk, fatalistisch van inhoud, een grote brok emotie vol herkenbare (ziekenhuis)situaties in een realistische taal. Later zal het stuk een topper worden zowel wij andere kleine Vlaamse gezelschappen als bij amateurverenigingen. Met De gek en zijn werk (NVT 1981) daarentegen loopt het verkeerd af.
“De toeschouwers waren geschrokken, sommigen zelfs woedend. Nu was ikzelf niet tevreden over het stuk. Maar na mijn volksstukken was het een eerlijke poging om in het water te springen èn te blijven zwemmen als auteur. Ik had alleen noch de kundigheid noch het doorzicht om het gevecht van dat individu met de complexiteit van de wereld in een dramatische structuur te gieten. Toch was ik achteraf blij. Want ik ben begonnen als een schrijvend acteur. Dan schrijf je wat je zelf makkelijk kan spelen en over wat je dan persoonlijk bezig houdt. Na een tijdje is dat afgeschreven en vind je het boeiender om het schrijven zelf als instrument te gebruiken en niet zozeer om dingen te signaleren,”
Als een echte leerjongen ging René Verheezen op reis. Van Splien naar de Noordelijke Voorzieningen in Groningen. Daar werd hij “huisschrijver”: hij koos samen met anderen een onderwerp en werkte dat uit voor een welbepaald publiek. Daar zag hij enerzijds zijn auteursvrijheid verloren gaan maar anderzijds deed hij er ook praktijk op. Een studiebeurs van de Nederlandse regering voor een schrijfcursus in New York scherpte zijn belangstelling voor film en televisiedrama aan. Naast eigen scenario’s zou hij voor de Vlaamse televisie ook bewerkingen maken van romans van M. Gijsen, M. Matthijs, W. Ruyslinck en J. Simons. Op vakantie in Porto Rico vond hij stof voor een nieuw stuk dat in 1983 in première ging bij het NVT: De Overtocht.
“Dat stuk is duidelijk het resultaat van het zien van veel oude films tijdens die schrijfcursus in New York. Achteraf ging ik op een eilandje onder een palmboom zitten met een paar boeken over de jaren twintig, over Ocean-liners en met een autobiografie van Gloria Swanson. Het stuk ademt de sfeer uit van die tijd, het speelt zich ook af op zo’n schip tussen oud en nieuw. Het gaat over een scheepsarts die aan de opium is, Slauerhoff citeert en scenario’s schrijft, over een gangster en een beeldschone actrice en over een jonge Italiaan die zijn zus wil gaan wreken in New York; vier mensen die de nieuwe wereld tegemoet varen, om opnieuw vaste grond onder hun voeten te vinden. Geen moralistisch stuk, want ik wil alleen dingen laten zien, niets bewijzen. En ik ben blij dat ik voor dit stuk de Staatsprijs gekregen heb en niet voor een van mijn volksstukken.”
Voor het eerst ging René Verheezen zelf regisseren, een beetje uit wantrouwen voor vroegere ervaringen. Chris Lomme die in De Overtocht meespeelde, haalde hem naar KVS om Agnes en God van John Pielmeier en zijn nieuwste stuk Moeder (1968) als een tweede-plateau-produktie te komen regisseren.
“Achteraf pas realiseerde ik me dat het stuk deed denken aan Gross und klein van Botho Strauss. Ik wou een drama in afleveringen schrijven. Eerder toevallig ging een vrouwfiguur daarbij de hoofdrol spelen. Ik heb het personage op een spoor gezet en daarna ging het consequent een aantal richtingen uit. Maar dat personage kwam niet uit mijn directe omgeving zoals dat nog het geval was met de figuren uit Onderonsje en De Caraïbische Zee. En jawel, ik lees stukken uit het buitenland en ga af en toe wat kijken en dat word ik jaloers. Want in Vlaanderen worden toneelschrijvers niet verwend. Mijn stukken worden nog altijd in de marge uitgebracht. Ik vind het een schande dat het NVT werd afgeschaft. Je kon kritiek hebben op het reilen en zeilen aldaar, maar het had een noodzakelijke functie. Ik beklaag jonge auteurs met talent die nu aan de bak willen komen in het Vlaamse theater. Dan had ik het in de jaren zeventig toch wel makkelijker.”
Eveneens in 1986 kreeg René Verheezen nog de Edmond Hustinxprijs. Een laatste keer zagen we hem aan het werk bij het Fakkelteater, dat vroeger nog zijn Liefde voor een terrorist (1983) gecreëerd had, een parodie op de soap-series van de Amerikaanse televisie. In februari van dit jaar regisseerde hij er De Verkeerde Dood van Larry Kramer, een Amerikaanse schrijver en filmproducent, medestichter van Act-up, een organisatie ter bestrijding van Aids in New York. Daarover ging het stuk en in de voorstelling speelde René Verheezen één van de hoofdrollen. Maanden later, op 16 oktober, zou hij, 41 jaar oud, aan diezelfde ziekte overlijden.
Het minste dat je van hem kan zeggen is dat hij een uiterst fijn man was.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.