Jef Cassiers als de Alverman – Foto BRT

Leestijd 5 — 8 minuten

In memoriam Jef Cassiers

KRONIEK – THEATER MÓÉT DAAR NOG

Begin juni 1987 ging Jef Cassiers dood. Hoe veelzijdig zijn creatieve arbeid ook was, voor velen zal hij de geschiedenis ingaan in de gedaante van Het Manneke… Met ernst, fijngevoeligheid en intelligentie heeft hij zich gedurende een groot deel van zijn leven beziggehouden met die wellicht meest menselijke der menselijke eigenschappen: de lach. Zijn relatie met het komische, met het-aan-het-lachen-brengen-van-mensen-in-een-zaal was, ondanks een sterke en steeds aanwezig gebleven belangstelling – én talent – voor tekenen, zeer vroeg tot uiting gekomen. In een interview in Gazet van Antwerpen op 24/11/1965 vertelde zijn moeder hoe hij tijdens een schoolvoorstelling als leerling van het Sint Lievenscollege te Antwerpen een uur lang de zaal op haar kop zette door als Sneeuwwitjes dwaze kabouter Doopy een reeks inventieve grappen uit te halen met… een stuk zeep. Daarna is ondanks hun beider opleiding aan de Academie te Antwerpen, spelenderwijs maar onvermijdelijk, het werk met broer Cois ontstaan: eerst was dat gewoon lol maken onder vrienden, dan werden het sketches in achterzaaltjes van cafés, ten slotte ontstond hieruit het duo de Woodpeckers en integreerde hun werk zich in het circuit van de revue, van de variété. De werkverdeling in het duo ging terug op die oude afspraken tussen twee clowns: Cois, de witte clown, die introduceerde, aanreikte, een steuntje gaf en Jef, de kleine clown, die de sprong maakte, de smoelen trok en op zijn gezicht viel. In die formatie zouden ze het land afrot-sen en ook optreden in de Vlaamse films van Edith Kiel, vaak met Gaston Bergmans aan hun zijde (cfr. De duivel te slim, Hoe zotter, hoe liever, De Boevenprinses, enz.).

Maar Jef Cassiers moet stilaan begrepen hebben dat dit soort populaire werk (zoals het ook in het circus gebeurt) door een oneindige herhaling van een beperkt aantal truuks en procédés ten slotte aan zich zelve kapot ging. Wellicht heeft de confrontatie met het toen nog jonge televisiemedium (waarin, zoals hij zelf zei “op twee uur tijd al het materiaal erdoor gedraaid werd waarmee hij normaal twee jaar lang het land kon rondtrekken”) hem mee tot het bewustzijn gebracht dat het door hem bespeelde medium nood had aan ontwikkeling. De volavondprogramma’s, zoals b.v. Hokus Fokus, die hij met Çois in het Nederlands Kamertoneel-theatertje aan de Leysstraat in Antwerpen (dus buiten het geëigende variétécircuit) bracht, zijn historisch belangrijke stappen geweest in de emancipatie van dit komische genre. Aan dit doordachte werk (weliswaar nog met sketches, maar ook met dramaturgische bogen die het hele spektakel omspanden) heeft een groep als Radeis zonder twijfel veel te danken gehad. De invloed van de Angelsaksische humor en zijn theatrale verwerkingen hebben een stempel op deze avondspektakels gedrukt: de gags, de visuele grappen wonnen erin aan belang t.o.v. het verbale. Bovendien begon ook het gebruik van het Antwerps dialect op dat moment zijn beperkingen te tonen. Maar het belangrijkste facet van deze shows was de breuk met de gesapig realistisch-herkenbare sketches en de introductie van absurde, onmogelijke en bizarre elementen, zonder dewelke een unieke creatie als die van Het Manneke niet mogelijk zou geweest zijn.

Het eerste “Manneke” verscheen op het televisiescherm in 1960: dat figuurtje met zijn hoedje en lange sjaal, dat naïef en onhandig voor de zwakkeren opkwam, won de harten van heel T.V.-kijkend Vlaanderen. Het imago van dit mannetje (Jef: “dat brave ventje dat compassie opwekt en een beetje kan toveren”) bleek een bijzonder authentieke hercreatie én actualisering van de essentie van de clownsziel. Het Manneke kwam in meer dan 10 landen op het scherm. Er werden zelfs 150 afleveringen aan het Amerikaanse T.V.-station N.B.C. verkocht, maar de “bemiddelaar” incaseerde het geld en verdween. En Jef, die uit eigen zak de dure copies had betaald, bleef achter met een diepe put en een grote kater…

In 1965 maakte Jef Cassiers zijn toneeldebuut in het E.W.T.-Deurne, nl. in de rol van Goldberg in Pinters Verjaardagsfeest. Aan deze absurd-beangstigende gangsterfiguur gaf hij een demonische dimensie. Een jaar later speelde hij in het Nederlands Kamertoneel de rol van Bludgeon in De Dans van Sergeant Musgrave van John Arden. Van dan af begon ook het intense televisiewerk. In de jeugdfeuilletons Johan en de Alverman (1966) en Midas (1968) vertolkte hij respectievelijk de Alverman en de onhandig-domme spion Blabber; hij was de Reinaert in Peter Welfens’ televisie-opera Stroppelacorde in een regie van Mark Liebrecht. Voor zijn eigen T.V.-regiewerk ontving hij in 1971 de prijs van de T.V.-kritiek “voor zijn constante poging om door een vindingrijke regie een artistiek peil in de amusementsprogramma’s te bereiken”. Zijn show rond Liesbeth List, geïllustreerd met schilderijen van René Margritte Bakatzeartea leverde hem in 1979 de persprijs op in Montreux. In 1984 regisseerde hij nog het jeugdfeuilleton Xenon dat door het niet-alledaagse gebruik van muziek en stilte, door het niet-stereotiepe ritme en door de beangstigende sfeer, inging tegen wat in een jeugdfeuil-leton “te voorzien en te verwachten” was. In 1985 ging de tekenfilm Jan zonder Vrees in première, een project waaraan hij zo’n drie jaar had gewerkt en waarin de tekenaar en de filmmaker Jef Cassiers mekaar eindelijk ontmoetten. Het was zijn grote wens ooit nog eens een tekenfilm te realiseren naar De Kleine Johannes

Zijn laatste verschijning op de scène maakte hij samen met zijn zoon, de theaterman Gui Cassiers. Het tweegesprek tussen vader en zoon, dat de titel kreeg van Natuurgetrouw ging in première tijdens de Theaterpromenade in Antwerpen in 1984 en werd achteraf hernomen en ook voor televisie verfilmd. Het stuk bevat een vage referentie naar Jef Cassiers’ eerste “echte” acteurservaring in Pinters Verjaardagsfeest. Het is een aan flarden gereten gesprek tussen vader en zoon, dat vooral zijn kracht ontleend aan de botsing tussen twee speelstijlen, tussen twee generaties: de keurig-koele zegging van Gui en de dramatische ontledingen van Jef. Hij slaagde erin al het “smoelenwerk”, alle ingegrifte beelden van sterke images als die van “het Manneke” of van “de kleine Woodpecker” te doen vergeten. Je zat gewoon gefascineerd te kijken naar een wonderlijk acteur die in het spel zichzelf bloot gaf en te grabbel gooide en die – met een enorme métier en controle over zijn middelen – de stukken weer bijeenraapte, in zijn zak stak en wegwandelde… Exit Jef Cassiers…

Met Jef ging een grote clown dood, een gevoelig theaterman, een bezeten artiest.

Marianne Van Kerkhoven

 

 

5 X denken aan Jef

Ik zag Jef een keer life en er was niks veranderd

De kop was uit solide eik gekapt. Het hoedje was er later opgemon-teerd samen met de sjaal. Zijn schouders ligt gebogen. Hij had ook veel te dragen, hij zag zoveel.

Hij droeg zijn hart in beide handen voor zich uit. Voor het geval hij ongelegen kwam.

“____________” zei hij. Dan bleek die kop uit rubber.

Met grote Swa swingde hij langs Vlaandrens wegen, kwam zijn Maria tegen en woodpeckte “con brio” zijn signatuur in elke plankenvloer.

De Swa ging weg en ‘t Manneke stond helemaal alleen langs de autosnelweg met vochtige ogen en een zonnebloem in zijn hand.
En de mensen lachen. Van dan af stapte ‘t Manneke elke avond voor het slechte nieuws de huiskamer binnen om te zeggen dat er nog hoop was.
En de mensen lachen.

Jef was een woodpecker.
Jef was een jan zonder vrees.
Jef was een alverman.

Een alver is een kleine zilverkleurige soort karper, tot ongeveer 15 cm. lang, die in onze binnenwateren vertoeft.
De man is dood, de alver zwemt nog vrij rond.
‘s Nachts lachen de vissen in ‘t Schelt.

Josse De Pauw

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

in memoriam
Leestijd 5 — 8 minuten

#19

15.09.1987

14.12.1987

Marianne Van Kerkhoven

Marianne Van Kerkhoven (1946-2013) was een Vlaamse dramaturge en theatercriticus. Ze was ondermeer actief als huisdramaturg bij het Kaaitheater en publiceerde tal van artikelen over podiumkunsten. Een aantal van haar teksten werd verzameld in Van het kijken en van het schrijven (2001).

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!