Bruno Koninckx

Leestijd 3 — 6 minuten

‘Ik wilde weten wat ik had moeten doen’

Peter De Graefs Ombat

Brazilië heeft de wereldbeker voetbal gewonnen. Het fungeert ook als locatie in één van de beste dramateksten én produkties van het afgelopen seizoen. Peter De Graef doet met zijn Ombat als tekstschrijver én als acteur niet onder voor de dribbelvirtuozen.

Het is donker. Dan weerklinkt ineens de felheid van een door Vivaldi bewerkt stuk Bach. Je hoort een man ‘meezingen’ , maar hij doet dat hoe langer hoe slechter. Als het stil en licht wordt, zit er links op de kleine scène een wat sjofel geklede man op één van drie stoelen. In het midden van de scène hangt aan de zoldering een lange plank met houten spulletjes die je niet zometeen kan thuisbrengen. Ook de tafel die rechts staat, ligt vol met houten wieltjes en andere dingen. Dan begint de man te vertellen. In de eerste zinnen vraagt hij zich af wat we hier eigenlijk komen doen. Hoewel de rest van het verhaal niet meer expliciet doorgaat op deze ‘filosofische’ vraag, zet ze wel de toon voor het vervolg van de vertelling: En ze komt trouwens nog terug, zij het in een gewijzigde en meer concrete vorm. Wanneer de verteller een beetje verweesd achterblijft na een bezoek van zijn jonge vriend Bénicao, stelt hij zich de vraag: ‘Moet ik nu iets doen?’ Verder in de voorstelling heeft hij alleen een veelbetekenende blik naar het publiek nodig om diezelfde vraag te stellen. De man stelt zich die vraag omdat Bénicao nogal een vreemde vogel is. Iemand die met het probleem zit dat hij slechts één van de 57 miljoen Brazilianen is. En één 57 miljoenste van iets, dat is toch niets. Om het zich te kunnen voorstellen heeft hij 57 miljoen zandkorrels in een emmer gedaan. Hij is ook iemand die zich afvraagt wat er zou gebeuren als hij de haargroeikapaciteit van de gehele mensheid zou concentreren op één mensenhoofd waarop slechts één haar groeit. De aanvankelijk grappige vraag die het hoofdpersonage zich stelt, wordt op het einde, wanneer hij Bénicao tegen 114 km per uur naar beneden heeft zien vallen, een met onderkoelde wanhoop gestelde vraag: ‘Ik wilde weten wat ik had moeten doen.’

Evenwicht

De mengeling van grappig en navrant in de fragmenten over Bénicao, is kenmerkend voor de toonzetting en inhoud van de hele monoloog. Peter De Graef heeft in zijn tekst een goed uitgebalanceerd evenwicht gevonden tussen humoristische en schrijnende, en tussen herkenbare en bevreemdende elementen. Er is ook een weiafgewogen afwisseling wat perspectief en vertelvorm betreft: nu eens ‘filosofeert’ de man wat voor zich uit alsof er niemand aanwezig is, dan richt hij zich tot het publiek, op andere momenten is er een ander personage aan het woord of krijgen we een gesprek tussen de verteller en iemand anders voorgeschoteld. Ook in de taal die De Graef hanteert zit een mooi evenwicht: die varieert van een sappig dialect over gewone spreektaal tot poëzie. Inhoudelijk is hij uit de valkuil van de al te herkenbare autobiografie en het zoveelste Vlaamse modder-drama gebleven: de ik-figuur, het resultaat van een ongelukje tussen een Fins avonturier en een artieste, is een ex-priester in Brazilië die op zijn leven terugkijkt. Alleen al als dramatekst is Ombat een juweeltje dat niet zozeer door de plaats waar alles zich afspeelt, maar vooral door zijn grillige fantasie doet denken aan een aantal van de betere Zuidamerikaanse schrijvers.

In zijn vertolking kruipt De Graef wél in de huid van zijn personage: hij beweegt zich moeizaam, en hij praat op een ietwat sappige toon, alsof hij echt een oude man is. Het is dan ook op z’n minst vreemd dat in de tekstuitgave staat “In ’28 werd ik geboren”, terwijl de Graef in de voorstellingen die ik gezien heb het jaartal ’58 noemt. Dit laatste jaartal kan heel goed het geboortejaar van Peter De Graef zijn, waardoor het stuk toch een autobiografische dimensie krijgt en de grens acteurpersonage ietwat vervaagt. Maar dat wringt dan toch sterk met de hiervoor beschreven manier van nogal realistisch een oude man aanwezig te stellen.

Ook op een andere, naar ik vermoed (eveneens?) ongewilde, manier wordt de acteur in de voorstelling af en toe ‘groter’ dan zijn personage, stelt hij zich tussen het publiek en het personage. Positief gesteld kan je zeggen dat Peter De Graef technisch zo goed acteert en vertelt dat hij de toeschouwer helemaal in de ban houdt. Maar af en toe gaat hij een beetje over die scherpe lijn: dan komt zijn techniek meer naar de oppervlakte en heb je het gevoel dat hij op effect speelt. Dat gevoel had ik tenminste bij de tweede voorstelling die ik zag.

Deze schoonheidsvlekjes doen echter geen afbreuk aan het geheel: in Ombat dompelt Peter De Graef je gedurende bijna een uur onder in een uiterst verkwikkend theatraal bad.

 

Ombat was geselecteerd voor het Theaterfestival 94

 

artikel
Leestijd 3 — 6 minuten

#46

15.10.1994

14.01.1995

Bruno Koninckx

artikel