© Danny Willems

Leestijd 7 — 10 minuten

Ifigeneia – Maaike Neuville & Tessa Hall / KVS

Ifigeneia, heldin van het verzet

In Ifigeneia komen we eindelijk te weten wat de Griekse prinses dacht toen haar vader haar offerde. Wou ze echt sterven voor haar vader en land? Adanna Unigwe zet een sterke en empathische Ifigeneia neer, ondersteund door scherpe observaties van Maaike Neuville en een energieke choreografie van Tessa Hall. Toch weet deze interpretatie niet altijd de juiste emotionele snaar te raken.

‘Weet je in hoeveel scènes ik voorkom in mijn eigen tragedie? Het zijn er drie.’ Aan het woord is Ifigeneia, hoofdpersoon uit Euripides’ Ifigeneia in Aulis en Ifigineia in Tauris. De eerste tragedie vertelt hoe Agamemnon zijn jonge dochter offert, zodat de Griekse oorlogsschepen wind in de zeilen krijgen om naar Troje te gaan. Daar willen ze Helena, de vrouw van Agamemnons broer, terugveroveren. Het tweede stuk toont hoe Ifigeneia gered is van het offer door de godin Artemis en een tweede leven krijgt op Tauris (de Krim) waar ze wraak neemt door elke aangespoelde Griek te doden. 

Het is die eerste tragedie waar Ifigeneia maar drie scènes heeft. En dat terwijl je juist daar wil weten wat er in haar hoofd omgaat. Enter Maaike Neuville, die een indringende monoloog schreef over hoe het is om ondergeschikt te zijn en te moeten zwijgen. En over hoe een jonge vrouw ook in die machtsverhoudingen empathie voelt en wil pleasen. De tekst, als boekje te koop, is een aanvulling op Neuvilles roman Zij (2023), over grensoverschrijdend gedrag. Tessa Hall (P.A.R.T.S.) vulde de monoloog aan met een choreografie. Het resultaat heet simpelweg Ifigeneia en omvat de periodes in Aulis en Tauris, plus een alternatieve afloop. 

“Deze Ifigeneia is geen passief slachtoffer maar een zelfbewuste, sterke vrouw.”

In de KVS Box wachten twee doeken met videobeelden op het publiek. Eentje toont de reis die de makers ondernamen naar het Aulis van nu, een ruw geïndustrialiseerd gebied waar alleen de sokkels nog herinneren aan zijn rijke geschiedenis. We zien Adanna Unigwe, die Ifigeneia zal vertolken, een heuvel opklimmen bij zonsondergang, met fonkelende ogen. Op het andere doek zien we licht bewegen tussen het loof van een bos.

‘Er is een bos’, zegt Unigwe vanuit het donker. Die ‘er’ doet denken aan een sprookjesbegin (‘er was eens’), maar creëert hier onnodige afstand. Het noodlottige voorval dat in dit bos gebeurt, haar vader Agamemnon die onbewust een heilige ree van Artemis doodt, bepaalt Ifigeneia’s leven nog voor haar geboorte. Dit is het moment waarop Agamemnon de godin belooft dat hij het mooiste wat hij dat jaar krijgt, zal offeren, een belofte die zestien jaar later als een boemerang terugkeert. We willen erbij zijn, maar de manier waarop deze scène gebracht wordt, houdt ons tegen.

Gelukkig gaat dan het licht aan en zien we Unigwe. ‘He, hier ben ik’, roept ze, en ze zwaait naar het publiek met een opgewekte en lichtjes provocerende blik. Ze draagt een neonroze sportoutfit en kniebeschermers en leunt nonchalant tegen een golvende houten brug in het midden van een podium. De knipoog naar Greta Gerwigs Barbie, waarin de personages elkaar begroeten met een opgewekt ‘Hi Barbie!’, is hier op z’n plaats: Ifigenia is een meisje dat eeuwig 16 is gebleven, en tegelijkertijd Ifigeneia een levenservaring heeft die eeuwen omspant.  

Op de vloer zijn linten in neonkleuren gekleefd. Die structureren de choreografie en doen soms dienst als stamboom van Ifigeneia’s familie. Anderhalf uur lang wervelt Unigwe vol energie langs deze (tijd-)lijnen, schiet ze met luchtpistolen en rolt ze over de grond. Af en toe lijkt ze sidderend te vechten tegen agressieve reflexen, familietrekjes die zich in haar DNA genesteld hebben. Of probeert ze haar levensdrift onder de duim te houden?

Soms vallen de bewegingen de tekst bij, bijvoorbeeld als Unigwe — ‘pieuw, pieuw pieuw’ — de vele conflicten in haar familie beschrijft. Op andere momenten clashen de twee. Zo komt Klytemnestra, Ifigeneia’s moeder, in de tekst over als een lieve vrouw die zich aldoor het zwijgen laat opleggen. In Halls choreografie verschijnt ze steevast boksend, wat past bij het feit dat ze later haar man zal ombrengen én weergeeft hoe ze altijd moest vechten om uit ieders schaduw te komen. Die wrijving tussen dans en tekst maakt het personage gelaagder. En dat de boksmoves al vanaf het begin van de voorstelling bij Klytemnestra horen, sluit mooi aan bij de rol van het noodlot in de Griekse tragedie. De vrouw is al bij haar geboorte genoemd naar haar latere samenzwering, onderstreept ook Neuville in haar tekst.

Unigwe volgt die tekst trouw, zonder dat het eindrijm dat opvalt op papier, hoorbaar wordt. Ze spreekt in haar eigen ritme, maakt zich de zinnen eigen. Zeker op de kwade en spottende momenten geloven we dat dit haar woorden zijn, voelen we haar woede branden. Neuvilles rake observaties wakkeren daarbij een feministisch vuur aan. Zo laat ze Ifigeneia fijntjes beschrijven hoe de mannen naar haar kijken op het moment dat ze geofferd wordt: ‘Zij zagen wat zij niet wilden zien en ieder vroeg zich stilletjes af / of hij de enige was die lust voelde bij het kijken.’

Deze Ifigeneia is geen passief slachtoffer maar een zelfbewuste, sterke vrouw. Moediger dan haar vader, die wegkijkt tijdens het offer om de gevolgen van zijn daden niet onder ogen  te hoeven komen. Een van Ifigeneia’s sterke eigenschappen is de empathie die ze blijft voelen, met name voor haar vader. Als wraaklustige priesteres op Tauris verliest ze daarom elke wil tot leven. Misschien zit dat agressieve van haar voorgeslacht toch niet in haar, want met elke Griek die ze de dood injaagt, verliest ze meer van zichzelf. Helaas komt die kwetsbaarheid, die blijkt uit de tekst, niet altijd even goed tot leven in de voorstelling. We vergeten soms hoe groot de pijn is die Ifigineia wordt aangedaan.

 

Dat ligt niet aan het acteerwerk van Unigwe, die vol verve speelt, maar aan enkele regiekeuzes. Op het moment dat Ifigeneia zich voor het eerst richt tot haar vader, is Unigwe’s gezichtsuitdrukking nauwelijks te zien. Ze staat achteraan de scène en door de schaarse belichting zien we alleen de contouren van haar gezicht. ‘Kijk naar mij, toon mij eindelijk uw ogen’, zegt ze, en het enige wat ik denk is: waarom zien we jouw ogen niet? Dit is zo’n kwetsbaar moment, waarop ze beschrijft hoe ze altijd klein gehouden werd, hoe ze verlangt dat haar vader eens naar haar opkijkt. Als ik de tekst lees, raakt het me, maar tijdens de voorstelling blijven die gevoelens op afstand.

Ook op het moment dat bij Ifigeneia doordringt dat haar vader van plan is haar te offeren, mis ik de emotie. Hall laat Unigwe sukkelen om van de houten brug af te komen. Door het komische effect van die worsteling wordt de spanning gebroken en dringt de ernst van de situatie niet door. Daardoor heeft het ook minder impact als Ifigeneia later begrip toont voor haar vader.

Het zijn spijtige keuzes in een voorstelling die verder opvallend doordacht oogt. Wél effectief is bijvoorbeeld de bijrol die de wind krijgt. Een grote ventilator achteraan de scène valt stil op het moment dat de oorlogsschepen niet wegraken uit Griekenland. Later worden de filmdoeken zeilen die wapperen, zelfs de neonlinten klapperen in de wind. Het toont dat de wraaklustige familielijn kan wankelen, dat de geschiedenis herschreven kan worden. Unigwe zet dat idee nog kracht bij door de linten aan het einde van de vloer te trekken en op te frommelen tot een bal. Keil al die jaren aan oorlogszucht maar mooi van een rots, denk ik. 

Het is dat wat Ifigeneia doet: ze zegt nee tegen het offer, nee tegen een oorlog die puur gevoerd wordt om agressieve mannen en goden bezig te houden. En ze nodigt haar vader, een ultieme blijk van empathie, uit om haar te volgen. Het schijnt me wel wat simpel toe in het licht van de oorlogen in onder meer Gaza, Oekraïne en Soedan. Je kunt er als mens (als je geluk hebt) van weglopen, maar dan gaat het geweld gewoon op volle kracht door. Zelfs in het licht van de Griekse mythologie is het einde wat naïef: tegen de wil van goden kun je als mens niet optornen. Maar goed, uiteindelijk is Ifigeneia 16 jaar: als jeugdig idealisme ergens op zijn plaats is, dan is het hier. Dit is een Ifigeneia vol hoop, mooi gesymboliseerd door de opkomende zon aan het einde. En ík hoop vooral dat Neuville en Hall zich nu verdiepen in Klytemnestra’s kant van het verhaal: daar zit nog een stevig stuk in. 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#173

15.09.2023

—

14.12.2023

Daphne de Roo

Daphne de Roo studeerde filosofie. Ze werkt als eindredacteur voor De Standaard en recenseert voor Etcetera en Pzazz.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!