‘Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was ‘ – Jan Fabre – Foto Patrick T. Sellitto

Theo Van Rompay

Leestijd 7 — 10 minuten

Iemand roept: “Jan Fabre, ik kom op je gezicht slaan Gelukkig kenden niet veel

KLAPSTUK 1983

Op 18 oktober hebben Jan Fabre en zijn acteurs een ongewone voorstelling gegeven van Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was. De voorstelling begon om achttien uur voor een goed gevulde zaal en kende het eerste uur zijn ‘normale’ verloop. Vanaf 19 uur reconstrueren we aan de hand van Fabres verslag de tumultueuze gebeurtenissen.

19 u : de eerste act van Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was is gespeeld. Alle acteurs gaan van de scène. De twaalf stoelen met daaronder een brandende kaars blijven ‘tentoongesteld’. Het witte doek (de lege canvas) dat de scheidingslijn vormt tussen speelvlak en backstage wordt langs achter belicht. Het publiek ziet op het doek afgetekende schaduwen van acteurs en objecten. De acteurs beginnen tegelijkertijd en door mekaar been flarden van recensies uit binnen- en buitenland voor te lezen. Dit zullen ze doen tot half twee ’s nachts. De muziek die tijdens andere voorstellingen wordt gebruikt, wordt ook nu op dezelfde tijdsmomenten gebruikt.

1. Het eerste incident tussen twee toeschouwers. De ene zegt: ‘Hou je commentaar voor jezelf of ga buiten’, de andere antwoordt: ‘Ik zal op je gezicht komen slaan.’

2. Het publiek lacht herhaaldelijk met de voorgelezen teksten.

3. Het publiek begint te beseffen dat het niet Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was zal te zien krijgen.

4. Men begint in de handen te klappen; ik denk als protest. De eerste mensen verlaten de zaal.

5. Een vrouw gaat op de scène en blaast één van de kaarsjes uit die opgesteld staan onder de stoeltjes. Gelach.

6. Iemand deelt de festivalkrantjes uit. Het publiek leest hier uit voor en probeert dit te doen op de manier waarop de acteurs hun teksten voorlezen. Algemeen gelach in de zaal, het publiek lacht met zichzelf.

7. Twee mensen lopen de scène op en blazen weer enkele kaarsen uit. Gelach en handgeklap.

8. Mensen beginnen luidop te praten over koetjes en kalfjes. Er ontstaan ook hevige discussies over de voorstelling.

8. Iemand roept: ‘Jan Fabre, waar zit je, ik kom op je gezicht slaan.’ Gelukkig kenden niet veel mensen mij.

10. Mensen roepen herhaaldelijk: ‘We willen ons geld terug, waar is Jan Fabre, waar is Michel Uytterhoeven.’ Michel zit in de zaal en zegt: ‘Wil alstublieft de voorstelling niet storen’, staat vervolgens op en verlaat de zaal. Een dertigtal toeschouwers volgt hem.

11. Een jongeman roept luid: ‘Mensen, sta toch op en verlaat de zaal, Jan Fabre speelt met je kloten… Verlaat de zaal en vraag je geld terug… Blijf hier toch niet zitten, dit duurt nog tot twee uur.’

12. Het publiek wordt zeer luidruchtig en begint rond te lopen in de zaal. Drie jongemannen stappen de scène op en gaan achter het gordijn. Eén van hen zegt tegen de acteurs: ‘Als je niet stopt, dan slaan we je erachter uit’ (dit vernam ik achteraf). De acteurs negeren dit. De drie verlaten de backstage én de zaal.

13. Een paar jonge mensen beginnen op de scène het witte doek los te trekken; dit hangt op aan een staalkabel en is met gewichten opgespannen. Ze gooien de gewichten eraf en trekken het doek naar de linkerkant van de kabel. Het publiek ziet de acteurs nu. Deze zitten, hangen of liggen rond een tafel, al rokend of etend, de recensies voor te lezen. De ‘objecten’ die tijdens andere voorstellingen van Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was gebruikt worden, staan ‘tentoongesteld’; een grote theaterspot staat opgesteld richting publiek; op een tafeltje liggen broodjes, fruit en flessen frisdrank.

14. De stekker van de spot wordt uitgetrokken. Het is donker, de acteurs lezen verder. Een acteur steekt de stekker terug in. Enkele mensen applaudisseren.

15. Een jongeman roept:’Jan Decorte is een scheet in een fles.’

16. Groepjes mensen komen met veel drukte de zaal terug binnen en roepen om mij. Ik reageer niet. Mensen wijzen naar mij of naar Jeroen (de technicus van de productie). Een jongeman stapt op mij toe en vraagt zijn geld terug. Ik antwoord: ‘Nee, en maak alstublieft niet teveel lawaai als je buiten gaat.’ Ik heb schrik. De spanning in de zaal is te snijden. Er hangt echte agressiviteit in de lucht.

17. Een meisje en een jongen uit het publiek kleden zich op de scène uit tot ze in hun onderbroek staan (ze proberen de aan- en uitkleedscène van Eric en Els te imiteren). Gelach en applaus.

18. Een jongeman neemt een handdoek in de backstage, legt die over de vogelkooi en verlaat de zaal.

16. Een paar jongemannen gaan naar de acteurs en trekken de recensies uit hun handen. De acteurs redden wat er te redden valt en lezen verder. Een jongeman duwt een actrice en trekt haar tijdschrift terug; zij slaat hem. Artikels worden in het midden van de scène op een hoop gegooid en er worden twee kaarsen bijgeplaatst. Eén tijdschrift wordt rechtop gezet en opengeslagen op een pagina waar ik een foto van mezelf zie. De jongeman wijst ernaar en roept: ‘Dit is Jan Fabre.’

12. Ongeveer honderd mensen hebben ondertussen de zaal verlaten. Het is half elf.

21. Er wordt een brandblusapparaat op de scène gezet.

22. Een ander koppel probeert weer de aan- en uitkleedscène na te bootsen, en probeert nogmaals artikels uit de acteurs hun handen te rukken. Een actrice grijpt de jongen zijn broek. Ze ruilt later de broek voor haar artikels.

23. Een jongeman komt op de scène, neemt de vogelkooi met vijf parkietjes en verlaat de zaal. Luid applaus.

24. Een man bekijkt me, wijst me een minuut lang aan en loopt dan met veel lawaai over de tribune recht op mij toe. Hij blijft voor mij staan, kijkt agressief en werpt een pak op de scène opgeraapte artikels in mijn gezicht.’Jij bent toch Jan Fabre,’ zegt hij. Ik zeg: ‘Ja, en bedankt om te komen kijken.’

25. De stekker van de spot wordt weer uitgetrokken. De acteurs lezen verder en steken de stekker wat later terug in. In een andere ruimte van het gebouw begint iemand luid piano te spelen; in de zaal liggen vier of vijf mensen te slapen.

26. Er roept iemand: ‘Jan Decorte is een fles in een scheet.’

27- Iemand loopt demonstratief naar de tafel toe waarrond de acteurs zitten, hangen of liggen (en een enkele slaapt). Hij neemt een sinaasappel en eet die met veel kabaal op.

28. Iemand neemt een staanlamp weg en knipt een vleeshaak af. Hij verdwijnt ermee (maar we krijgen hem meteen na de voorstelling terug).

29.1.25 u. Nog een twintigtal toeschouwers observeren keuvelend de voorstelling. De acteurs stoppen met lezen, verfrissen zich een beetje, ontruimen het speelvlak van de objecten die geen deel uitmaken van de voorstelling. De spot wordt gedoofd en er wordt een staanlamp aangeknipt.

30. Een tiental mensen komen haastig binnengelopen en nemen plaats op de eerste rij. Het publiek is muisstil. De acteurs spelen de voorlaatste act en gaan af. Een actrice doet de laatste act (dit is een installatie) en gaat af.

31. Het zaallicht wordt aangestoken. De acteurs komen buigen in hun dagelijkse kledij. Een mager applausje volgt, de acteurs gaan af.

32. Een organisator komt de zaal binnen met een pak bloemen voor iedere acteur (het waren mooie) en legt ze neer op de scène.

Luid applaus van de resterende dertig à veertig mensen. De acteurs komen op, nemen de bloemen, buigen en gaan af.

33. Een organisator leest een mededeling voor. Er worden felle betichtingen gemaakt omtrent de voorstelling, de acteurs en mezelf. Hij vraagt me of ik enige uitleg wil verschaffen aan het publiek.

34. Er worden domme vragen gesteld. Ik ben moe en moet nog nabespreking houden met de acteurs. Ik weiger enige verantwoording af te leggen.

(Nota’s van Jan Fabre)

Ruim veertig mensen eisten schriftelijk hun geld terug van de organisatoren. Dat kregen ze niet, maar ze hadden de volgende dagen wel gratis toegang tot de voorstelling. In de pers werd fragmentair en onbeholpen aandacht besteed aan het gebeurde en de voorstelling was geruime tijd talk of the town. Kernpunt in de discussie was of men zich al dan niet bekocht voelde. De achterliggende redenering is duidelijk: ik heb een kaartje gekocht voor Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was en ik heb die voorstelling niet te zien gekregen. Het roept vele vragen op over de eigenheid van een voorstelling, de conventies in het theater, de artistieke vrijheid van de theatermakers, het kijkgedrag, de relatie tussen scène en publiek.

Dat de voorstelling van 18 oktober ten zeerste verschilde van het een jaar lang gespeelde Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was staat niet ter discussie. Stellen dat het géén voorstelling was, is echter in de knoop geraken met zijn eigen verwachtingen. En men doet er bovendien Jan Fabre en zijn acteurs onrecht mee. Er is niets gebeurd, zoals mag blijken uit voorafgaand verslag. Samengevat: in een kader dat expliciet refereert aan Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was (namelijk decor, begin- en eindact, rekwisieten, geluidsband) doet Jan Fabre een uitspraak over de positie die deze productie gedurende het vorig jaar ingenomen heeft.

Het is evident dat een productie die aan een radicaal nieuw kijkgedrag appèl doet, de verwachtingspatronen van het publiek en de theaterconventies in het algemeen doorbreekt. In het theater bestaat geen handelsprincipe dat het toegangskaartje recht geeft op die of die portie toneel. Het theater is geen koopwaar. Het is een confrontatiepunt tussen theatermaker en publiek en het zou langs beide kanten een goed uitgangspunt zijn dat men theater maakt/kijkt om aan het eigen denken en voelen te schaven en niet om te verkopen, respectievelijk te consumeren.

Ongeacht of Fabre de beste middelen gekozen heeft om een standpunt te concretiseren, dient dus beklemtoond dat hij als maker de volledige vrijheid heeft zijn voorstelling te wijzigen, aan te passen, te corrigeren. De discussie over de accuraatheid en de trefkracht van dat ingenomen standpunt hoort thuis in bijvoorbeeld dit blad. Daarbij wil ik niet ontkennen dat ikzelf ook nogal wat twijfels had die avond. Hoewel ik Fabre volledig zijn artistieke vrijheid gunde, leek het mij op het moment zelf een inbreuk op het recht van de toeschouwer op een voorstelling.

Het was een spanningsveld. Enerzijds voelde ik me er als toeschouwer niet bij betrokken, raakte de voorstelling me emotioneel niet en klasseerde ik ze dus als géén voorstelling. Terwijl ook dit weer dient genuanceerd: de scène ademde een rokerige, samenzweerderige sfeer en in de zaal hing er vaak elektriciteit in de lucht: van verwarring over agressiviteit naar gelatenheid en zelfs rust. Die stemmingen charmeerden, maar het bleef slechts een ersatz-emotie.

Anderzijds had ik een onbepaalde sympathie voor wat wel een rebellie leek. De massale stroom van afkeer onder het publiek was echter zo sterk dat je mee de wrevel poogde te rationaliseren en verantwoorden, terwijl er fundamenteel toch respect was. Respect aanvankelijk voor zoveel lef; de volgende dag ook instemming met het ingenomen standpunt. In deze ambiguïteit heeft de intellectuele kracht die van de avond uitging, de analytische werkbaarheid ervan, uiteindelijk de doorslag gegeven.

In het gesprek onmiddellijk volgend op de voorstelling in Leuven werd Jan Fabre ervan beticht het publiek als dobbelsteen te gebruiken in zijn theaterwerk. Een slachtofferige houding die haaks staat op wat er net voordien gebeurd was. Die avond was het op de kop af immers één jaar geleden dat Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was in Brussel in première gegaan was (zaal Stalker). Om dat te ‘vieren’ heeft Fabre de rollen omgekeerd: acteurs en theatermaker werden publiek en critici (en vice versa). Door het voorlezen van theaterrecensies heeft Fabre er het publiek op gewezen waarom het aanwezig was; hij heeft het publiek gevraagd wat het daar kwam doen en waarom het überhaupt naar het theater gaat. Het publiek als slachtoffer ? Misschien, maar niet van Jan Fabre.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 7 — 10 minuten

#84

15.12.2002

14.03.2003

Theo Van Rompay