© Jan Rymenants

Gilles Michiels

Leestijd 3 — 6 minuten

Iemand die slaapt – BOG.

(On)mogelijkheid van een eiland

Wat kan het theater met een boek waarin niets gebeurt? In Iemand die slaapt confronteert het Vlaams-Nederlandse collectief BOG. het minimalistische meesterwerkje van Georges Perec met zijn eigen uitgepuurde theatertaal.

Een volledige roman zonder de letter ‘e’ (La Disparition) of een vuistdikke turf (La Vie, Mode d’Emploi) waarin 99 kamers van een flatgebouw beschreven worden: in de boeken van Georges Perec (1936-1982) zijn het opzet en de opsommingsdrang zo obsessief dat ze uiteindelijk wel over dat ene ontbrekende puzzelstukje moeten gaan. Een gemis tekent ook Un homme qui dort (1967), een  boekje over een Parijse jongeman die plotsklaps beslist om niets meer te doen of te willen. Nadat hij elke afspraak of toenadering heeft genegeerd, glijdt hij in zijn claustrofobische kamer af richting een impulsloze staat van lethargie.

Of die houding geldt als verzet tegen een doorgedreven functionalisme of zijn personage simpelweg overkomt, laat Perec in het midden. Hoewel het enigmatische boek in deze prestatiemaatschappij alleen maar aan relevantie heeft gewonnen, blijft ook de bewerking van BOG. en drummer Nina de Jong voor interpretatie vatbaar. Iemand die slaapt – in tegenstelling tot zijn brontekst genderneutraal – is het eerste stuk dat het gezelschap op een bestaande tekst stoelt. De vier makers grepen fors in in de novelle, maar hielden wel vast aan de bijzondere jij-vorm waarin het geschreven is.

Tussen verzet en bedwelming

Dat vertelperspectief genereert zowel onthechting als een universele aanspreking. Niet alleen de vier acteurs geven dus gestalte aan de lamzak, ook jij als kijker moet je ertoe verhouden. Meer zelfs: omdat je als theaterpubliek – in tegenstelling tot de lezer – dezelfde ruimte en tijd deelt met de acteurs, is er geen andere optie dan de stroom doelloze gedachten te ondergaan, gevangen in een tijd waarop je geen vat hebt.

Wie langer wil stilstaan bij de knappe literaire zinnen van BOG., zal dat betreuren, maar die ervaring versterkt wel de dwingende logica van de protagonist. Zijn bedompte observaties zijn zo stuitend dat je als kijker schippert tussen verzet en bedwelming. Hoe lang kun je deze neutrale onmens volgen, die als een oosterse wijsgeer het verlangen afwijst – de steunpilaar van het vooruitgangsdenken? Maar anderzijds: wat is de waarde van onverschilligheid in een wereld vol selectieve empathie, waarbij we ons met het ene dier identificeren, terwijl we het andere genadeloos slachten?

Het is diezelfde onverschilligheid die hoge eisen stelt aan de acteurs. Bij de kleinste ironische wenk zou Iemand die slaapt een andere lading krijgen. Dat alle vier de acteurs dit onbeweeglijke personage belichamen, is daardoor een kwetsbare keuze, die niet altijd goed uitpakt. Zo zoeken Sanne Vanderbruggen en vooral Benjamin Moen de neutraliteit op, terwijl Lisa Verbelen wat te vaak naar grimassen grijpt. Voor de subtiele beeldtaal van BOG. Blijkt de contrastwerking wel een plus. Wanneer hun personage verder wegzakt in zijn identiteitsloze crisis, wisselen de spelers hun kleurrijke, expressieve kledij voor een grijs outfit. Hun ‘vrije’ positionering rond het vierkanten platform op scène wordt een strakke lijn van vier als ze erop gaan staan.

Luttele seconde

Naarmate het stuk vordert, ontaardt de passiviteit in waanzin. Wanneer het platform begint rond te draaien, lopen de acteurs tegen wijzerzin – een eerste vorm van verzet. Beperkten de drums van De Jong zich voorheen tot sferische soundscapes, dan dringt het geluid van de buitenwereld zich steeds extatischer op. Visueel echoot BOG. die omslag: de kleuren die de acteurs hebben afgelegd, omvatten nu hun schaduwen op het platform. Alsof de menselijkheid die langs de voordeur werd uitgelaten langs achter weer naar binnen glipt.

Is een mens in staat om de uiterste objectiviteit te bereiken? Het slot lijkt dat te betwijfelen. De grote wending in Iemand die slaapt doet zich aan het einde voor, wanneer de hoofdpersoon zich identificeert met zijn al even kleurloze buurman. Haast onmerkbaar gebeurt het, maar één luttele seconde verbreekt Judith De Joode haar onbepaalde ‘je’-vorm en richt ze zich rechtstreeks naar haar medespeler.

Het effect is indrukwekkend: terwijl de aanspreking tijdens het stuk consequent alle coördinaten weert – een strategie die het veralgemenende relativisme van de protagonist in stand houdt –, keert dat moment die hele logica om. Finaal wint de empathie het van de apathie. Het maakt van Iemand die slaapt een hoopvol stuk, dat Perecs boek met een uitgekiende theatertaal verrijkt, maar wisselvallig is in zijn belichaming ervan.

 

Tot 26 februari op tournee.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#155

14.12.2018

14.03.2018

Gilles Michiels

Gilles Michiels is schrijver en cultuurjournalist. Hij publiceerde onder meer in Rekto:verso, DW B en Dans.Magazine en is momenteel theaterrecensent bij De Standaard.

recensie