Faust, Torka T / Herman Delahaye

Stef Driezen

Leestijd 4 — 7 minuten

Hoezo repertoire?

Men vangt geen snoeken met droge broeken

Stef Driezen is dramaturg van het nieuwe Antwerpse gezelschap Torka T., opvolger van De Fakkel. Voor deel 6 van onze reeks over repertoire vandaag, schreef hij enkele ‘vluchtige flarden tussen twee produkties in’.

‘De tekst moet voldoen aan de vooropgestelde artistieke beleidslijnen. Klassiek of hedendaags, een stuk moet altijd wezenlijke, menselijke vraagstellingen en onderwerpen aansnijden. Tegelijkertijd moet het stuk zich lenen tot een visuele en muzikale behandeling.

Tekst kan opstaan uit alles, afkomstig zijn van overal. Of men nu uit het bestaande wereldrepertoire put, of een tekstgegeven destilleert uit een krant van één dag. De tekst vormt de basismaterie waarmee het gezelschap schept en herschept; tekst is geen dogmatisch eindpunt.’ (Uit het artistiek manifest van Torka T., augustus 1993).

Een beloftevol auteur met schrijfopdracht haakt af omwille van dramatische auteurskramp. Een bezwangerde, baby-Ionische brainstorm ontketent. Er wordt zwaar getafeld om de meerwaarde van de pot tegenover de pint vast te stellen, en vooral om pot en pint te belasten met een toegevoegde waarde; een doordeweekse dag in een royaal gesubsidieerd postmodern (1) repertoirelandschap.

‘Elk klein drama is het begin van een creatief iets,’ zegt Robert Sian (in het Engels). Voor hem ligt het verdikt van de Raad van Advies (in het Nederlands).

‘Er bestaat geen toneel, zomin als er een god bestaat. Daar is een gemeenschap voor nodig,’ zegt Rilke (in een graffiti-boodschap op het dagdagelijkse toilet).

Elk kunstwerk is een kind van zijn tijd en vaak is het de moeder van onze gevoelens… Nieuwe principes vallen nooit uit de lucht, maar staan in causaal verband met verleden en toekomst. (Zei Kandinski al).

De dramaturg – steeds op zoek naar ‘de schok van het nieuwe’ – besluit de causaliteit van repertoire empirisch te testen. Hiertoe opent hij zijn archiefkast met toneelwerken, smeert de wielen van zijn bureaustoel, posteert fysiek en vehikel op voldoende afstand van de boekenwijsheid – zodat ruggen en titels hem niet in verleiding kunnen brengen – en stort zich met ware doodsverachting tussen de schatten van het wereldrepertoire. Ibsen valt driemaal uit de kast.

Directeur en produktieleider besluiten – tijdens de lunchpauze – het hele gezelschap te spijzen met broodjes mosselentartaar; geestelijk voedsel vereist materiële gronden. Onmiddellijk wordt besloten tijdens het seizoen 95-96 Les Moules van Jean Genet op het repertoire te zetten. Weliswaar heeft de auteur nooit een dergelijk stuk geschreven, maar dat is mooi meegenomen. Geen enkel ander gezelschap kan de rechten van dit stuk wegkapen. ‘Such stuff, as dreams are made on’!

Zoals mortel bakstenen tot een bouwwerk maken kan, zo hebben ideeën een bindmiddel nodig om gedachtengoed te worden.

Gedachtengoed, repertoire, is niet zoiets dat jaren gebeiteld zit in het hoofd van een welbepaald theaterindividu. Repertoire groeit en ontstaat, niet als een conceptuele naaldberg waaruit men een strohalm opvist, maar als een weerklank van de omringende, zich pregnant manifesterende, synchrone werkelijkheid. (…)

Torka T. is, als gezelschap, vrij jong. Mensen moeten elkaar tijdens het werkproces leren kennen; en gezamenlijk evolueren. Vooral omdat één van de beleidsopties het creëren van een gezamenlijke stijl is. Een stijl die bepaald wordt door de interdisciplinaire verscheidenheid van de medewerkers.

Om tot een synthese van de diverse agentiën te komen, opteerde de artistiek leider om tijdens het eerste seizoen twee stukken te programmeren vanuit zijn specifieke culturele identiteit. Faustus van Christopher Marlowe als klassiek monument en Deemster (Shades) van Sharman Macdonald, als een voorbeeld van eigentijds drama. Twee stukken ook die, qua benadering, een ander taalidioom en een andere tekentaal oproepen.

Merkwaardig genoeg blijkt, bij de vertaling van Shades, dat het Schots-Engels uit het origineel meer dan verwant is met het Zuid-Nederlandse idioom. Tot zelfs in de syntaxis toe.

Voor een artistiek leider, die uit de Schotse Hooglanden komt, is het continent een ontdekking die niet zonder gevaren verloopt. Hij moet ondermeer afstappen van een soort Pavlov-reflex bij het oversteken van de straat. In de woeste gewesten rijdt iedereen op het verkeerde baanvak.

Toch streeft Torka T. naar een universele theatercode.

Die zoektocht zal zich concretiseren in de repertoirekeuze voor het seizoen 94-95. Na een seizoen van toneelwerk dat als dusdanig door de auteurs geconcipieerd werd, verschuift het begrip repertoire naar de bewerking van literatuur die collectief historische akkoorden aanslaat. Er werd geopteerd voor twee stukken die wortelen in het cultuurpatrimonium van het Europese vasteland. De Gebroeders Karamazov naar Dostojevski en Carmen naar Prosper Mérimée. Weliswaar worden twee Engelstalige bewerkingen als basis genomen om het de nog-niet-polyglotte regisseur niet nodeloos moeilijk te maken, de originelen liggen echter bij de voorstudies van de projecten binnen handbereik.

Carmen, zo laat de artistieke leider verstaan, vormt het contrapunt van twee seizoenen werken binnen een vaste produktiekern. Niet alleen moet het individuele repertoire (of register) van elke artistieke medewerker in die produktie afgestemd zijn op een harmonisch geheel, tevens verruimt de produktie de culturele en etnische grens. Carmen zal namelijk het resultaat zijn van een kruisbestuiving tussen het multiculturele gezelschap De Nieuw Amsterdam en Torka T.

De tekstkeuze biedt de mogelijkheid om alle opties uit het hogergenoemde artistieke manifest ten volle waar te maken.

Seizoen 95-96, ten slotte, vertrekt vanuit het tekstgegeven gedestilleerd ‘uit de krant van één dag’. M.a.w. op dat ogenblik schrijven we een eigen repertoire. Niet vanuit een klassieke schrijfopdracht, maar vanuit een workshop-verband tussen de segmenten die op dat moment maken wat Torka T. als ‘company-in-progress’ is. Het thema is reeds vastgelegd; het dramaturgische raderwerk gestart. Of we de potentiële slagkracht van een Engelstalige artistieke leider zullen gebruiken om wat in originele Nederlandstalige vorm ontstaat te vertalen in het Engels en als culturele export aan te bieden, blijft een open vraag; niettemin een zich aandienende optie.

In elk geval, men draaie of kere, op het einde van dit seizoen dient er zich een nieuwe evaluatie van de subsidiënt aan.

Indien wat eergisteren als wijsheid gold, ontkracht wordt door de wijsheid van gisteren, die op zijn beurt valt met de wijsheid van vandaag, is er dan geen redelijke kans dat de wijsheid van vandaag ooit omvergeworpen zal worden door de wijsheid van morgen?

‘Defaitisme en fatalisme treden op in een maatschappij die de liefde veroordeelt, terwijl de natuur haar drijft’ (2).

(Repertoire is slechts het geheel van menselijke themata, motieven, etcetera.)

Aan ons om de vrijheid als ware passie te beschouwen.

 

artikel
Leestijd 4 — 7 minuten

#45

15.04.1994

14.07.1994

Stef Driezen

artikel