Ignace Cornelissen

Leestijd 5 — 8 minuten

Hoezo repertoire?

Archieven van leven

Eddy Merckx en Sophia Loren onder het behang. De manier waarop iemand zotteke zegt. Kartonnen dozen op de derde verdieping van een antiquariaat. Regisseur Ignace Cornelissen over zijn repertoirekeuze.  

Enkele jaren geleden kreeg ik omstreeks Kerstmis telefoon van een dramaturg van een groot repertoiregezelschap. Of ik het volgende seizoen nog vrij was en of ik een regie wilde

doen? Ik antwoordde dat ik wel eens wilde komen kennismaken en hij arrangeerde een afspraak met de oude directeur van het gezelschap, even na nieuwjaar.

De dag van de afspraak meldde ik me om elf uur bij de portier aan de achteringang van het theater. Via een netwerk van gangen, trapjes op en trapjes af werd ik naar het kantoor van de directeur geleid. Ik was een beetje zenuwachtig, want ik zou ontvangen worden door een man die ik vroeger vaak had zien spelen en die ik heimelijk bewonderd had voor zijn komisch talent. Met die man zou ik zo meteen gaan praten over mijn werk en een eventuele samenwerking onderzoeken.

De acteur speelde de directeur als een kleine, norse man. Hij begroette me en keek in een grote agenda: ‘Het is voor het openingsstuk van volgend seizoen. Had u zelf al aan een bepaald stuk gedacht?’ ‘Ik wist niet dat het de bedoeling was om meteen concrete afspraken te maken,’ antwoordde ik. ‘Ja,’ zei hij, ‘maar ik heb niet veel tijd, want er is zo meteen een nieuwjaarsreceptie.’

Vijf minuten later stond ik terug op straat. Ik moest er maar eens over nadenken en ze zouden me binnen enkele dagen opnieuw contacteren. Ik was verrast door de directheid waarmee hier repertoire werd samengesteld.

Taal

Wij hadden thuis niet veel woorden. Wij waren niet rijk.

Daarom moesten we vaak verschillende dingen met hetzelfde woord omschrijven. De toon waarop dat woord gezegd werd, bepaalde de precieze betekenis. Afhankelijk van hoe mijn moeder zotteke tegen me zei, bedoelde ze ofwel ‘lief kindje van mij’ ofwel ‘vervelend ventje’. Wij waren creatief met taal zonder dat we het zelf wisten. Gewoon uit pure noodzaak.

Omdat taal een schaars goed was bij ons thuis, ben ik taal gaan koesteren. Ik ging op zoek naar woorden. Ik verzamelde ze. Hoe mooier en hoe meer, hoe liever. Mijn verzameling groeide gestaag en gaandeweg ging mijn voorkeur uit naar zinnen. Woorden netjes geordend in een rij, bedoeld om te repliceren. In mijn zoektocht naar replieken kwam ik vrij snel bij theaterteksten uit. Die stilden mijn honger. Gretig verslond ik de woorden en de zinnen van verschillende personages. Eindelijk werd er gepraat in mijn gedachten wereld. Maar geleidelijk sloop ook de gevoelswereld van de personages in mijn leven. Ik werd geplaagd door de sentimenten van de zinnen die ik ontleende. De pathetiek van de grote klassieke helden ging in de clinch met mijn prille emotionaliteit. Een emotionaliteit die bij gebrek aan abstrahering (vanwege het tekort aan woorden) zich tot dan toe niet kon uiten. De twijfel van het ene personage, de verliefdheid van het andere, het werd allemaal mijn deel. Het liet me niet meer los. Maar wiens leven leidde ik nu eigenlijk? Geleidelijk besefte ik dat het bewustzijn van die personages iets vertelde over het mijne en vice versa.

Mijn repertoire

Het samenstellen van een repertoire. Het klinkt als een bezigheid uit lang vervlogen tijden. Lange-termijnplanning is niet meer in. De jachtigheid van het leven verdraagt geen themata.

Het samenstellen van een repertoire is meer en meer een strikt persoonlijke aangelegenheid geworden. Waar de theaterdirecteur tot voor kort in Londen of Parijs zijn inspiratie opdeed om zijn programma te stofferen, is het nu de regisseur die vaak om heel persoonlijke redenen een stuk kiest. Zo gaat het ook met mij. Omdat ik voor verschillende gezelschappen werk, laat ik het aan de theaterdirecteurs over om te proberen hun zoveelste theaterseizoen spitsvondig te lijmen met vage interpretaties.

Als artistiek leider van Het Gevolg ervaar ik dezelfde moeilijkheid wanneer ik met gastregisseurs werk. Aan de ene kant wil ik oneindig respect opbrengen voor hun artistieke integriteit, maar anderzijds raak ik hierdoor soms in de problemen wat betreft de coherentie van een seizoensprogramma. Het Gevolg wil geen theaterwerkplaats zijn.

Zowel als regisseur maar ook als artistiek leider, is er sprake van een aantal terugkerende thema’s. Hoe gaan mensen om met macht? Wat is de positie van de underdog? Of deze macht vertrekt vanuit een woonkamer of vanuit het paleis maakt weinig uit. Hoe zit het mechanisme in mekaar van dwang uitoefenen, bewust of onbewust? Vanuit deze optiek hebben Tsjechovs Oom Wanja (Antigone, 1993) en Shakespeares Henrik V (Zuidpool, 1993) voor mij veel overeenkomsten.

Maatschappelijke relevantie ervaar ik als heel belangrijk. De noodzaak tot engagement. De wereldverbeteraar die om de hoek komt kijken. Natuurlijk zal de kunst de wereld niet veranderen, maar de kunst kan wel mensen veranderen. Nieuwe horizonten geven. Niet zozeer op het ideële vlak, maar vooral emotioneel. Goed theater doet een appel op de ziel van de toeschouwer.

Gelaagdheid

In de grote vakantie gingen veel van mijn vriendjes op reis naar de zee, naar de Ardennen of nog verder. Hun ouders verruimden op die manier hun einders en konden uitblazen na een jaar hard werken. Bij ons thuis ging men nooit op vakantie. De grote vakantie was het moment bij uitstek om één of meerdere kamers opnieuw te behangen. Een nieuw bloemetjesmotief verschoonde onze horizon. Ik werd gemobiliseerd om het oude behang te verwijderen. Gewapend met een emmer water met zeepsop, een spons en een plamuurmes voor de hardnekkige restjes behang, ging ik de wanden van de kamer te lijf. Het natte papier rook lekker duf en liet zich meestal makkelijk verwijderen. Om de een of andere reden deed ik dit karweitje heel graag. Onder het behang waren oude kranten geplakt om de hobbelige structuur van de muren wat te verdoezelen. Tijdens het werk kon ik minutenlang staan mijmeren bij die oude stukken krant: Eddy Merckxwint de zoveelste koers. President Ken-nedy waarschuwt de Russen. Napalmbommen zetten Vietnam in brand. Indira Ghandi wordt eerste minister van India.

Het bloemetjesbehang verborg dus krantekoppen: wereldnieuws dat ooit moet zijn doorgedrongen tot de mensen die het huis bewoonden. Deze gelaagdheid had iets heel bijzonders. Wat deed het behang? Dingen verhullen. Ze mooier maken dan ze in werkelijkheid zijn. Angsten voor nieuwe wereldbranden verdoezelen. Het papier met zijn vrolijke motieven probeerde die angst te sussen, probeerde een waas van gezelligheid te creëren. Het was een beschermende mantel tegen onheil. Maar het hield meer buitenshuis dan me lief was.

Ineens was daar bij het krabben die krantefoto van Sophia Loren. Ik was in de ban van die vrouw. Een filmdiva, prinses van mijn tijd, dat enorme decolleté. Waarom in godsnaam zat zij onder het behang verstopt?

De kamers die ik tot nu toe heb bewoond, hebben nooit een laagje behang gekend. Zelf rijstpapier vond ik moeilijk te verteren. De gelaagdheid van de muren in de kamers in het ouderlijk huis vormt een mooie metafoor voor het soort theater dat ik wil maken. Mijn repertoirekeuze wordt erdoor bepaald.

Klassiekers

Ik stel mijn repertoire bij voorkeur samen uit klassiekers. Soms bewerk ik die klassiekers zo grondig dat er een nieuw stuk ontstaat. Bijvoorbeeld de bewerkingen van Wintersprookje en Henrik de Vijfde die ik voor Het Gevolg maakte. Ik ontleen het verhaal en probeer dat verhaal zelf van repliek te dienen.

Er is ook een romantisch streven dat me telkens weer doet terugvallen op die oude teksten die men klassiekers noemt. Als archeoloog gravend in de achtertuin van mijn bibliotheek op zoek naar unieke vondsten. Of geplet tussen kartonnen dozen op de derde verdieping van een antiquariaat. Gesmoord door de muffe lucht die opstijgt uit die oude boeken. Niet zozeer de tekst ervaar ik als een vondst, want die is inmiddels via allerlei druktechnieken netjes overgeleverd, maar het bewustzijn dat zo’n stuk bevat. De geest die erin ronddwaalt. Nieuwsgierig ga ik op zoek naar de motieven.

Waarom heeft iemand ooit dit of dat stuk geschreven? Dat intrigeert me. Door het reconstrueren van het bewustzijn van de verschillende personages, probeer ik de motieven van de auteur te achterhalen. Ik probeer een tijdgeest te doorgronden. Een denken over de dingen. Zoals de archeoloog uit brokstukken de vermoedelijke vaas in elkaar weet te puzzelen, zo wil ik als theatermaker met de acteurs de zinnen moduleren tot een levend geheel. Maar in tegenstelling tot de situatie van de archeoloog wordt dit proces sterk bepaald door mijn persoonlijk referentiekader. Het is niet louter reconstructie. Het onderzoek is archeologisch van aard maar het onthult niet enkel vroegere existentiële twijfels. Mijn eigen leven en ervaringen zijn determinerend voor het omgaan met de klassieke tekst.

Het ideale stuk uit mijn repertoire lijkt op het oude behangpapier uit mijn ouderlijk huis. Ik wil blijven schrapen en kijken wat erachter zit.

artikel
Leestijd 5 — 8 minuten

#44

15.02.1994

14.05.1994

Ignace Cornelissen

artikel