Martin Nachbar

Leestijd 5 — 8 minuten

Hoe word ik een indringer, of: hoe maak ik een scheur in de kaart

Dérive en choregrafie als kritische stedelijke praktijken

Jochen Roller en Martin Nachbar onderzoeken nu al bijna een jaar lang vier steden – Berlijn, Tel Aviv, Brussel en Zagreb. Ze nemen de stedelijke anatomie onder de loep, brengen die in kaart en relateren de resultaten aan hun eigen lichamen: hoe kan choreografie een kaart worden die alles wat ze in de loop van dit proces ervaren zichtbaar maakt? De methode die ze hierbij tot nu toe het meest gebruikten is de dérive. De dérive is een praktijk die werd ontwikkeld door de Situationisten in de jaren ’50. Het procédé is vergelijkbaar met een wandeling, maar dan niet met de bedoeling om van a tot z te raken. Bij een dérive gaat het eerder om het zwerven door straten. Op die manier word je makkelijk veranderingen in intensiteit en atmosfeer gewaar en kan je deel gaan uitmaken van situaties die je op je weg vindt. Dit onderzoek is een onderdeel van Rollers en Nachbars nieuwe stuk mnemonic nonstop, een opdracht van Steirischer Herbst, gecoproduceerd door Klapstuk #12 en met de steun van Fonds Darstellende Künste e.V.

Op 22 augustus 2005 komen Jochen Roller, Katrin Schoof, David Bergé en ikzelf samen aan de Wereldtijdklok op de Alexanderplatz in Berlijn. Ons plan is mensen te volgen en dit te documenteren met foto’s en nota’s. Elk van ons kiest iemand uit en begint aan z’n dérive, met een onbekende als gids.

Eerst ga ik naar beneden naar de metro die op verschillende niveaus onder de Alexanderplatz loopt. Wanneer ik een man vind die ik wil volgen, sta ik niet stil bij mijn keuze. Kort daarna zie ik iets wat ik niet verondersteld word te zien: nadat hij de trein naar Ostbahnhof heeft genomen, gaat hij eerst naar de self-service fotodesk van een drogisterij om er te kijken naar de foto’s van andere mensen. Vervolgens loopt hij een krantenwinkel binnen, gaat naar de pornoafdeling, grist een Playboy uit de rekken en bladert erin.

Daarna gaat de man verder met zijn boodschappen, naar het postkantoor, de supermarkt en een schoenmaker. Waarschijnlijk had zijn vrouw hem op boodschappentocht gestuurd en maakte hij van de gelegenheid gebruik om stiekem twee momenten van opwinding in te lassen, waarmee hij zijn geheime begeerten min of meer kon bevredigen.

Ik begin de stad te zien als een ingewikkeld web van belangen en begeerte. Ruimtes worden niet gecreëerd door de planning van urbanisten of de gebouwen van architecten, maar door de passage van mensen die allemaal het spoor volgen van belangen, begeerte en passie – om geld te verdienen en uit te geven, om niet nat te worden, om te plannen, te bouwen, om verwaarloosde buurten te renoveren, om te leren, te eten, om gezien te worden of net niet, om te kijken, voor seks…

Ergens op weg naar buiten uit de supermarkt verlies ik de man uit het oog. Maar aangezien ik nu een nieuwe gedachtegang volg, vind ik dat niet erg. Ik begin mijn terugweg naar de Wereldtijdklok op Alexanderplatz, waar ik afgesproken heb met mijn collega’s. De gedachte dat stedelijke ruimte gevormd wordt door passages, zet ik neer naast de westelijke ingang van het Ostbahnhof, waar ik op weg naar de trein voorbijkom (zoals die Russische dichter die tijdens zijn wandelingen zijn gedachten neerzette in de straten van Petersburg, om zo een soort melodie te creëren die hij zou kunnen ‘zingen’ telkens hij voorbij de ‘ingegrifte’ plekken kwam; zo zou hij zijn ideeën niet vergeten. Niet zoals ik dus, die zijn naam vergeten ben…)

Wandelend door het station resumeer ik mijn gedachten: een stad wordt gevormd door passages en deze passages worden gestuurd door verschillende belangen en vormen van begeerte. Laten we ons concentreren op de begeerte en ons een stad voorstellen vol gepassioneerde passages. Zulke passages zouden mensen voortdurend naar al dan niet verborgen plekjes leiden, plaatsen van intensiteit die een scheur zouden kunnen maken in de officiële kaarten die we kennen uit de A-Z’s of reisgidsen. De voorbijgangers zouden door die scheuren glijden of vallen, net als Alice die in de put viel en in Wonderland belandde. Zo’n stad zou enkel bestaan uit intensiteiten. Ze zou bewoond worden door gepassioneerde stadsmensen, niet op zoek naar geluk… Zo of in die aard gaat het verhaal. Ik zet het neer naast de kaartjesautomaat in de stationshal, voor ik links afsla naar de perrons toe.

Ik realiseer me dat de man die ik gevolgd heb me heeft getoond hoe ik ons werk rond mnemonic nonstop zou kunnen begrijpen: wanneer we een wandeling door een van de steden beginnen, proberen we gaten te vinden, scheuren in de officiële kaarten, zodat we er doorheen kunnen kruipen en de stad op een andere manier in kaart kunnen brengen dan de manier die we in onze reisgidsen terugvinden. We dringen niet letterlijk binnen op verboden terrein, maar verlaten de gebruikelijke stadspassages. Het resultaat van onze dérive is een verhoogde perceptie en een vermogen om te spelen met de situaties die we op onze weg vinden. Hiermee creëren we passages die ons toelaten om bekend terrein (van land, maar meer nog van perceptie) te verlaten; we de-territorialiseren en idealiter worden onze passages vluchtlijnen. De ruimte wordt geperforeerd zodat onze begeerte kan binnenlekken in de stad en vice versa. Ik ben binnengedrongen in de passieplekjes van de man. De man (die doorheen zijn heel persoonlijke foto- en pornorekken-scheurtjes glipte), lekte recht in mijn hersenen.

Maar dat we deze passages en de gebeurtenissen die erin plaatsvinden vastleggen (in nota’s, met foto’s, door voorwerpen te verzamelen en lichamelijk), betekent tegelijkertijd dat er een re-territorialisatie plaatsvindt. De vluchtlijn leidt naar of lekt recht door in een choreografisch proces. Op een bepaald punt laten we de vluchtlijnen altijd achter ons om de verzamelde gegevens te verwerken en te organiseren in een choreografie (die, in het geval van mnemonic nonstop, niet alleen de creatie van beweging inhoudt, maar ook het omgaan met taal en visuele elementen).

Intussen heb ik een ticket gekocht en zit ik op de trein. Net voor ik afstap aan de Alexanderplatz, laat ik de vorige twee paragrafen achter op de licht versleten stoel naast de deur. Op het moment dat ik het perron opstap, komt een vraag in me op: na zoveel over kaarten te hebben nagedacht – wat zijn ze eigenlijk? Of liever, hoe bekijken we de notie kaart voor dit project? En wat is de mogelijke link tussen topografie en choreografie?

Ik ga een kijkje nemen op de trein- en me-trokaart van Berlijn naast de kaartjesautomaat op het perron. Ik zie lijnen in verschillende kleuren voor verschillende metro- en treinlijnen. Ze lopen doorheen kleine cirkeltjes die allemaal namen hebben. Dat zijn de stations. De meeste ervan ken ik bij naam, een deel daarvan ben ik effectief gepasseerd, van een aantal heb ik nog nooit gehoord. Ik begrijp dat deze kaart de kennis en ervaring van iemand anders zichtbaar maakt voor mij, die deze specifieke ervaring nog niet heeft gehad. Mijn zintuigen hebben (nog) geen directe toegang gehad tot de gevisualiseerde objecten, in dit geval een aantal van de treinstations en hoe ze verbonden zijn door de trein- en metrolijnen van Berlijn. Kaarten doen dit door de driedimensionale ruimte te vertalen in de vlakte van een blad papier of door een fysieke ervaring om te zetten in een beeld. Een lezer vertaalt dat tweedimensionale beeld terug in een driedimensionaal innerlijk landschap of in een fysieke ervaring door zich naar de aangeduide plaatsen, stations, wegen of straten te verplaatsen. Het graveren van de afdruk en het graveren van het zenuwstelsel en andere lichamelijke systemen van de lezer gaan een uitwisselingsproces aan.

Dit moment van uitwisseling en vertaling is voor ons van uitzonderlijk belang. Als we vertrekken van de idee dat kaarten kennis zichtbaar maken en ervaring mogelijk maken doorheen vertaalprocessen tussen verschillende soorten gravures, dan maakt de choreografische activiteit deel uit van de notie ‘in kaart brengen’. Een choreografie maakt een ervaring zichtbaar doorheen herhaalbare acties die gegraveerd zijn in het lichaam van de danser/performer. Deze kaart wordt gelezen door een publiek en idealiter zijn er scheurtjes in de kaart waar iedereen die hierbij betrokken is doorheen kan kruipen en kan binnendringen in nog onbekend gebied. En hierbij waarschijnlijk iets van betekenis doet ontstaan.

De kaart waar ik naar stond te kijken terwijl ik de laatste twee paragrafen dacht, lijkt veranderd door mijn starende blik. Net alsof er een scheur loopt doorheen het station Alexanderplatz. Ik ben niet zeker of de gedachten doorheen deze scheur naar me toe zijn gekomen, of dat ik zelf de scheur gecreeerd heb met mijn gedachten. Ik zet niets neer, draai me snel om en verlaat het perron richting Wereldtijdklok, waar Karin, David en Jochen op me wachten.

Vertaling: Stien Michiels

artikel
Leestijd 5 — 8 minuten

#99

15.12.2005

14.03.2006

Martin Nachbar

artikel