Pieter Vermeulen

Leestijd 8 — 11 minuten

Hoe vrij is de vrije kunst?

Over BUY BUY ART –  De vermarkting van kunst en cultuur van filosoof Robrecht Vanderbeeken

BUY BUY ART verscheen op het moment dat de bespaarregering-Michel onder de noemer ‘het kerstakkoord’ aankondigde negen miljard euro vrij te maken voor bommenwerpers en ander oorlogstuig. Waar dat geld vandaag komt? Als nieuwjaarsboodschap verklaarde Bart De Wever enkele dagen later dat, wanneer het van hem afhangt, zijn regering alleen nog kan besparen in de sociale zekerheid. Voeg daar onderwijs, kunst en cultuur ook maar bij. Terwijl cultuurminister Gatz zijn bevolking in het ongewisse laat over de budgettering, spreken andere bewindvoerders klare taal.

Dit kerstcadeau en deze nieuwsjaarbrief van onze regeringsleiders maken meteen duidelijk dat de politics of austerity, die de zee komt overgewaaid uit het VK en heel Europa treft, een zaak van ideologische keuzes is. Het is deze ideologie die filosoof Robrecht Vanderbeeken in zijn boek BUY BUY ART op de korrel neemt, en het is ook deze ideologie die we aldus de auteur voor ogen moeten houden als we ten gronde willen begrijpen van wat er zich vandaag in de kunsten en de cultuurpolitiek voltrekt. Meer nog: net via die focus op wat er met kunst en cultuur gebeurt, krijg je een leerrijke inkijk op de manier waarop het neoliberalisme, als ideologie, onze samenleving in haar greep houdt. Want de cultuurstrijd speelt zich vanzelfsprekend ook en zelfs vooral af binnen het domein van kunst en cultuur.

Cultuur lijkt vandaag, zoals de filosoof het verwoordt, shot by both sides. Enerzijds moet zij inboeten aan structurele overheidssteun omdat het huidige neoliberale beleid inzet op privatisering. Anderzijds wordt ze onder de voet gelopen door een marktconform denken dat de kunstwereld zelf mee in de hand werkt. BUY BUY ART is een genuanceerde en grondige analyse van deze sandwichpositie én een zoektocht naar uitwegen.

De lezer is gewaarschuwd: Vanderbeeken veinst geen neutraliteit, hij schrijft vanuit een bezorgdheid en wil ons allen mobiliseren. Die positiebepaling getuigt dan wel van eerlijkheid – vanaf de inleiding liggen de kaarten op tafel – maar het maakt het kritisch lezen er niet gemakkelijker op. De auteur neemt de lezer namelijk op sleeptouw voor een rondleiding in sneltempo waarbij je veel hoeken en kanten te zien krijgt: van de stand van zaken in het sociaal verzet, de crisis van de kunsten, de maatschappelijke rol van kunstenaars, de valkuilen in het debat over de vermarkting van de kunsten, de crisis van 2008 als tipje van de ijsberg, de liberale dwaallichten, de zwaartekrachtpanne van links, de neoliberale aanval die als een paard van Troye in het Europese cultuurbeleid vervat zit, de uitverkooppolitiek van cultuurminister Gatz en ten slotte ‘het uitzetten van enkele lijnen’ voor een progressief cultuurbeleid…

Vanderbeeken wil het grotere plaatje schetsen en dat is net de meerwaarde van dit boek. Eerder dan die veelzijdige gedachtgang selectief te willen recapituleren, kan je als recensent daarom beter proberen in te haken op de betrachting van de auteur om de bandbreedte van het huidige debat over cultuurbeleid te verbreden naar een ruimer maatschappelijk en toekomstgericht perspectief. In wat volgt, licht ik er twee aspecten uit.

Kunstkritiek als maatschappelijke therapie

Vanderbeeken wil debat. Dat bleek ook uit het feit dat de boekvoorstelling niet als een promotiekransje was opgevat. Cultuursocioloog Pascal Gielen en Peter Mertens (voorzitter PVDA+) kregen het podium om dit essay aan een eerste publieke test te onderwerpen. Hoewel Gielen zich verheugde dat er nu eindelijk ook een kritische analyse was van de neoliberale hold-up in Vlaanderen, viel het hem zwaar zijn eigen pessisme bevestigd te zien. Hij stapte mee in het idee dat we, in plaats van meteen te willen nadenken over wat we zouden moeten doen om deze neoliberale cultuurpolitiek tegen te gaan, ons eerst de vraag moeten stellen waarom we dat alsnog amper gedaan hebben. Hij vond het antwoord – en daarmee ook de oplossing – in het begin van het boek terug eerder dan op het einde waar Vanderbeeken een aantal voorstellen uitwerkt. Het boek begint namelijk met een beschrijving van de manier waarop er vandaag stapsgewijs van onderuit een tegenbeweging op gang komt met burgerinitiatieven als Les Intermittents in Frankrijk en Hart Boven Hard in België. De kunstwereld wordt aldus Gielen vandaag door een neoliberaal discours onder de voeten gelopen omdat het teveel in zichzelf gekeerd op haar eigen eiland blijft zitten. In die poging om de muurtjes van de eigen sector te overstijgen en solidair met andere maatschappelijke sectoren een tegengewicht uit te bouwen, ziet deze cultuursocioloog een uitweg.

Toch valt er veel te zeggen over de uitwegen die Vanderbeeken op het einde van zijn boek aanhaalt, bijvoorbeeld de oproep om in de kunstkritiek meer oog te hebben voor ideologiekritiek. Vandaag wordt al te veel verondersteld dat kunst vrij is van de maatschappelijke context waarin ze oppereert. Dat betekent allerminst dat ideologie afwezig is, meer nog: net die autonomie-gedachte neemt niet zelden de rol op van blinde vlek. Want, zo benadrukt Vanderbeeken, de kunst van de voorbije jaren was uiteraard ook ideologisch gekleurd – en dus in een bepaald opzicht ‘politiek’ – dikwijls net door de ontkenning ervan. In BUY BUY ART lezen we: ‘Kunst verhoudt zich altijd tot de bestaande eigendomsverhoudingen. Door ze te negeren of te verzwijgen, door de wanverhouding ervan als een evidentie voor te stellen of net te problematiseren. Hoe een kunstwerk zich tot deze eigendomsverhoudingen verhoudt, geldt daarom als graadmeter voor het ideologische karakter ervan.’ (p. 60)

Vanderbeeken wil met zijn oproep voor een andere kritiek twee vliegen in één klap slaan: er is sprake van een crisis in de kunsten en die vindt zijn oorzaak niet zozeer in een creatief tekort van een bepaalde generatie van kunstenaars, maar wel in het feit dat ook kunst gewoon een kind van zijn tijd is. En die tijd is er een van postpolitiek: het geloof dat we de Grote Verhalen eindelijk achter ons kunnen laten, de ideologische veren afgeschud. De dwaalgedachte dat politiek niet meer hoeft te zijn dan ‘een goed bestuur’, dat vrijheid neerkomt op ‘ieder voor zich en de markt voor ons allen’ en dat kunst daar boven stond. Door zo’n ideologische therapie, zeg maar, kan kunstkritiek ook een bredere maatschappelijke impasse voor het voetlicht brengen. En als kunst een spiegel voor de maatschappij is, dan kan kunstkritiek dat ook zijn. Da auteur voegt overigens de daad bij het woord. Zijn betoog is doorweven van voorbeelden van ideologische analyses van kunst en massacultuur: Van House of Cards, Tomorrowland, Arne Quinze, de musicals van Studio 100, tot de politieke kunst van Jonas Staal.

Belangrijk aan dit pleidooi voor een andere kunstkritiek is dat Vanderbeeken – in tegenstelling tot wat je uitgaande van zijn geëngageerde zoektocht zou verwachten – niet vervalt in de opvatting dat kunst vandaag politieke kunst moet worden. Hij stelt daarentegen diversiteit voorop, die is door het oprukkende marktdenken in gevaar. De vraag is vandaag, aldus de filosoof, bijvoorbeeld niet of kunst politiek moet worden maar eerder of het ook politiek mag zijn. Dat roept veel weerstand op – opnieuw een teken van de tijd – zeker wanneer kunstenaars zich als bekende burgers mengen in het publieke debat. Ook reactionaire kunst, zoals Vanderbeeken het noemt, is uitermate boeiend als cultuuruiting. Maar dan als ziektebeeld van het kapitalisme. Ook wat betreft kunstkritiek pleit de auteur voor diversiteit. Die moet niet in toto van esthetica naar maatschappijkritiek evolueren. Kunst is veelzijdig. Een veelstemmige kunstkritiek, daar wordt de kunst alleen maar rijker van. In het verleden schreef Vanderbeeken nota bene zelf beschouwingen met een focus op het formalistische, het mediale of het epistemologische van kunstwerken, bijvoorbeeld, voor Etcetera.

Cultuurstrijd & kritisch (on)geduld

Misschien verrassend: het is vooral deze nadruk op diversiteit die Peter Mertens aansprak in de benadering van Vanderbeeken. Bij heel wat socialistische denkers, zo leert de geschiedenis ons, gaat de persoonlijke voorkeur uit naar ‘revolutionaire’ kunst. Of kunst die ‘de sociale strijd’ esthetiseert.  Hoe waardevol ook, dat is aldus Mertens een ongelofelijke reductie. ‘Cultuur zit in het DNA van de mens’, stelde hij tijdens het debat naar aanleiding van de boekvoorstelling. Kunst is speeldrift, ze helpt ons de interpersoonlijke omgang te overschouwen en te ritualiseren. Het is ook een humane en diepmenselijke manier om vorm te geven aan onze omgang met de natuur en de wereld. Kunst is het verleden ‘cultiveren’ en de toekomst verbeelden. Dat zijn, kortom, ook allemaal belangrijke aspecten van de cultuurstrijd. Om deze redenen vond Mertens, zelf socioloog van opleiding, het eveneens belangrijk dat Vanderbeeken het systematisch had over kunst en cultuur. Zonder ze van elkaar af te bakenen, zodat de onderlinge verwevenheid die vandaag dikwijls buiten beeld verdwijnt, terug onder de aandacht komt.

De ‘cultuurstrijd’, en dan vooral de diversiteit ervan, is de ‘rode’ draad doorheen BUY BUY ART. Vanderbeeken wil heel wat lopende discussies en afzonderlijke afwegingen binnen deze ruimere ideologische horizon kaderen: ‘Elke nationale cultuur is opgesplitst in verschillende culturen. Er is cultuur die systeembevestigend werkt en cultuur die bevrijding uitdraagt. De wereld is dan wel een dorp geworden, in elke straat van dat dorp doet zich een sociale strijd voor en iedereen die door die straat loopt, moet positie kiezen.’ (p. 247). Die dynamiek openlijk aan bod laten komen, dat is ook volgens Mertens een uitdaging voor een alternatief en progressief cultuurbleid. Deze cultuuropvatting staat wel haaks op het conservatieve verlangen dat kunst en cultuur vooreerst de harmonie van het sociale weefsel moeten nastreven, als een soort bindmiddel. Dat is de Burkiaanse cultuuropvatting die bijvoorbeeld Bart De Wever koestert. Het staat ook haaks op de invulling die Sven Gatz eraan gaf bij de start van zijn mandaat: ‘Kunst dient nergens toe, behalve de algemene tevredenheid’ (De Tijd, 2/08/2014).

Een progressieve cultuurpolitiek betekent bovendien dat opkomen voor kunst en cultuur niet impliceert dat we zomaar elke vorm van cultuurcreatie moeten verdedigen. ‘Cultuurstrijd houdt een normatief en kwalitatief oordeel in, spreekt een voorkeur uit. Elke samenlevig is een arena van conflict én consensus tussen verschillende belangengroepen’, aldus Vanderbeeken. We moeten deze dynamiek op zich naar waarde leren schatten en inzien dat de cultuurstrijd niet iets is waar we komaf mee moeten proberen te maken. De uitdaging ligt daarentegen in het erkennen van deze strijd als dusdanig, en het besef dat we ons daar niet aan kunnen onttrekken.

Zo was er recent de commotie rond de selectie van de Biënnale van Venetië (2017). Die procedure verloopt in vergelijking met vorige edities wel transparanter, maar tegelijk kwamen er ook private belangen aan zet. Juryleden als kunsthandelaar Axel Vervoordt en een vertegenwoordiger van het veilinghuis Christie’s brengen los van hun expertise onvermijdelijk hun zakenbelangen mee. Is het niet veelzeggend dat er vandaag vanuit het beleid nog zo weinig vertrouwen is in het oordeel van museumdirecteurs? Heeft bijvoorbeeld Dirk Snauwaert (Wiels) zijn professionaliteit al niet meer dan voldoende bewezen? De criteria die de nieuwe jury voorop stelde, illustreren alvast treffend de inzet van de lopende cultuurstrijd: ‘De voorkeur gaat naar een duidelijk beeld, dat de toeschouwer toelaat onmiddellijk in de beleving te stappen, emotioneel te raken en met zich mee naar huis te dragen. (…) De jury stelt ook eerder een voorstel met een positieve en mooie boodschap voorop, als tegengewicht voor politiek geladen of choquerende kunst met een negatieve boodschap, die op de Biënnale alomtegenwoordig is.’ Ideologie, zoals Vanderbeeken aanstipt, is het hardst aan het werk op momenten dat we denken dat ze niet aan de orde is.

Het belang van die cultuurstrijd kan ook volgens Peter Mertens niet onderschat worden. Hij maakte meteen een stand van zaken op: we zitten volop in een neoliberaal offensief. Die ideologie kwam niet plots uit de hemel gevallen. Ze is doorheen de jaren geduldig uitgewerkt en zag met de economische crisis van de jaren 1970 en het daarop volgende aantreden van Thatcher en Reagan haar kans. Wij zijn vandaag nog steeds doordrongen van het neoliberale discours dat decennialang ons denken over onszelf en de wereld heeft beïnvloed. Het is dus niet alleen belangrijk om ons kritisch denken te ontplooien, maar ook om een alternatieve visie op de wereld te verbeelden – hier is ook voor kunst een belangrijke rol weggelegd – en om een tegenkracht vorm te geven. Het is vooral van belang jezelf niet te laten ontmoedigen door het eigen ongeduld. Zo verval je na de eventuele quick wins van activisme en verzet soms snel in ontgoocheling en fatalisme.

De ideologische impasse, waar we vandaag in zitten, overwinnen zou sowieso een proces van enkele jaren zijn. Op korte termijn deelt deze partijvoorzitter het pessimisme van Pascal Gielen. Maar durven vooruit kijken betekent ook dat je moet inzetten op een langere termijn. Daarin schuilt de kunst van de hoop. Ook al mogen we ons in de nabije toekomst dan nog wel aan heel wat pijnlijke confrontaties verwachten, volgens filosoof Vanderbeeken zijn ze alvast, samen met de discussies die ze uitlokken, dankbare aangelegenheden. Ze zetten de zaken op scherp en maken ons bewust van wat er in wezen op het spel staat: ‘Ook de kunst wordt daar gaandeweg alleen maar beter van. De cultuurstrijd die zich vandaag overal in Europa op gang trekt, zal ook bij ons het debat breder en scherper maken. Dat is natuurlijk een proces van maanden eerder dan van dagen. De ziel gaat te voet, stap per stap.’ (p. 239).

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 8 — 11 minuten

#146

15.09.2016

14.12.2016

Pieter Vermeulen

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!