Leestijd 5 — 8 minuten

Hoe taal nooit gansch het volk is

Over inclusief taalgebruik op en naast de scène

De gedachte dat taal mensen dichterbij elkaar brengt, is eeuwenoud. De leuze ‘taal is gansch het volk’ is nauw verbonden met de culturele strijd van de Vlaamse Beweging. Die ageerde tegen de verdrukking van de Nederlandse taal en cultuur in het onafhankelijke België. Volgens Selm Merel Wenselaers gaat de cultuurstrijd die nu woedt opnieuw over ruimte maken: inclusief taalgebruik om meer mensen mee te nemen, op en naast de scène. Maar kan insluiten ook uitsluiten betekenen?

De politieke nazaten van de Vlaamse Beweging worstelen nog steeds met het begrip inclu­siviteit: wie behoort tot het volk? Wie hier geboren is? Wie de taal spreekt? Nationalisme zweert bij grenzen die bepalen wat erbinnen en wat erbuiten valt. Taal laat zich echter niet begrenzen, ze is een continuüm. Rond landsgrenzen vloeien dialecten in elkaar over, zodat mensen elkaar over die grenzen makkelijk kunnen verstaan. Taal is ook voortdurend in beweging. Al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw wordt de mannelijke dominantie in taal geproblematiseerd en pleiten feministen voor een meer inclusief taalgebruik.

“Taal heeft als grote beperking dat ze alleen het gekende (of wat men wil kennen) weerspiegelt.”

De afgelopen jaren nam de genderdiversiteit hier verder toe, wat leidde tot het openbreken van de taal. Zie de non-­binaire voornaamwoorden hen/hun (in Nederland) en die/diens (in Vlaanderen) die stilaan hun plek veroveren. De nieuwste editie van het Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal, de Dikke Van Dale, introduceerde een genderneutrale ‘x’ voor woorden die een persoon aanduiden, zoals minister, bakker en crimineel (m/v/x), een wijziging van bijna 15.000 woorden. Volgens Van Dale is het ‘een gevolg van de verande­rende opvattingen in de samenleving, waardoor het taalgebruik mee verandert’. Taal als spiegel van de samenleving dus.

Een meer inclusief taalgebruik is een nobel en noodzakelijk streven, zowel op als naast de scène, onderweg naar een meer inclusieve wereld. Taal blijft mensenwerk. Manieren van formuleren maken fenomenen zichtbaar, maar ook onzichtbaar. Taal heeft als grote beperking dat ze alleen het gekende (of wat men wil kennen) weerspiegelt.

Een anekdote

Op een luchthaven liep ik door een poortje, waarna de metaaldetector alarm sloeg. Een bewaker kwam naar me toe, de ogen wijd opengesperd. Ik herkende die blik, hij kon me niet lezen. Man of vrouw? Maar hij stelde de vraag niet aan mij, hij vroeg me of hij mijn paspoort mocht bekijken. Daarin stond een M. Aha, een man, en volgens de regels moet een man door een man worden gefouilleerd. Ik vroeg hem vriendelijk of dit ook door een vrouwelijke collega kon gebeuren. Nee, zei hij beslist, regels zijn regels. Ik weigerde beleefd, waardoor we in een patstelling belandden.

Datzelfde jaar, op een andere luchthaven, sloeg de metaaldetector weer alarm. Een bewaker kwam naar me toe en vroeg me meteen: ‘Bent u een man of bent u een vrouw?’ De vraag kwam niet onverwacht, toch was ik verrast door de directheid ervan. Ik had niet meteen een antwoord klaar, want wat was precies zijn vraag? Juridisch gezien was ik een man, zo stond het in mijn paspoort. In mijn geboorteakte, ook man. Maar hormonaal gezien, en bepaalde delen van mijn lichaam … En ik identificeerde me meer met vrouwen. De bewaker wachtte geduldig. Uiterlijk gebeurde er bij mij weinig, maar vanbinnen schoten allerlei gedachten door mijn hoofd. Hoe kon ik verder komen zonder mezelf helemaal te verklaren? Ik landde weer op aarde wanneer hij een andere vraag stelde: ‘Wilt u door een man of door een vrouw gefouilleerd worden?’ Die vraag begreep ik wel: ik wilde door een vrouw gefouilleerd worden.

Het zijn belichaamde ervaringen van de theorie dat gender een performance is. Sindsdien zorg ik er bij dit soort gelegenheden voor dat ik me genderspecifiek presenteer (het lange haar los, lichte make­-up, een strak zittend shirt) en daarmee leesbaar ben voor de poort­wachter van dienst. Zolang er geen begrip is, bestaat iets simpelweg niet.

The Pink Sheep of the Family, Het Zuidelijk Toneel © Julia van Wissen

Weinig nieuwe vergezichten

De voorbije jaren waren er verschillende theatervoorstellingen die gender thematiseerden, maar dat leverde zelden nieuwe vergezichten op.

In Het temmen van de feeks (2019, Toneelschuur Producties) draait regisseur Nina Spijkers de mannen­ en vrouwenrollen om in een perfect binaire wereld. Stereotypen van mannelijkheid en vrouwelijkheid worden simpelweg gereproduceerd terwijl de taal ongewijzigd blijft. What’s new? In Trojan Wars (2021, HNTjong) van regisseur Noël Fischer zijn het de kostuums van Carly Everaert die de boel openbreken, de theatertekst zwicht niet.

“Een bewaker kwam naar me toe en vroeg me meteen: ‘Bent u een man of bent u een vrouw?’ Ik had niet meteen een antwoord klaar, want wat was precies zijn vraag?”

Het loopt anders bij Fok me hokje (2021, Studio 52nd) van regisseur Gable Roelofsen, waarin jongeren zelf aan het woord komen en de hun beperkende hokjes van genderidentiteit en seksuele oriëntatie slechten. Ook bij The Pink Sheep of the Family (2022, Het Zuidelijk Toneel) van regisseur Corinne Heyrman zijn het de mensen met een geleefde ervaring die zelf de ruimte creëren en hun taal mee op de scène nemen.

Fok me hokje en The Pink Sheep of the Family zijn beide cocreaties waarin de verhouding tussen spelers / makers en regisseur fluïde is. Het maakproces vormt een voorafspiegeling van de (taal)inclusiviteit van een theatervoorstelling.

Ik was als dramaturg betrokken bij de creatie van The Pink Sheep of the Family. In de voorstelling getuigen trans*mensen van verschillende generaties over wat (gekozen) familie voor hen betekent. Heyrman interviewde de spelers, koppelde de tekst naar ze terug en zocht collectief naar een passende vertaling naar de scène. Tussen de generaties liep de betekenis en het gebruik van bepaalde woorden en uitdrukkingen soms mijlenver uit elkaar, wat onvermijdelijk gethematiseerd werd in de voorstelling.

‘Een tijdje geleden las ik op internet een opmerking waarin de uitdrukking ‘geboren in een verkeerd lichaam’ werd afgekeurd, maar ook belachelijk gemaakt’, zegt Alex Bakker, die als historicus en schrijver onder meer op transgenderkwesties focust. ‘Er werd iets gezegd als “dat was vroeger, dat was een ouderwets model en nu weten we gelukkig beter”. Denk je dat iedere trans persoon vroeger hetzelfde was? Misschien was het verhaal in de media hetzelfde. Er werd een narratief van gemaakt, zoals dat nu heet. Maar het ‘verkeerde lichaam’ is voor veel mensen, van vroeger maar ook van nu, nog altijd de meest accurate beschrijving. Ga jij dat verhaal nu wegnemen? Met welk recht? “Wij weten nu beter.” Dat is niet waar. Elke generatie reageert op de vorige, voelt zich slimmer, beter, begripvoller, nú is de waarheid, wìj weten het het beste. Maar elke generatie hoort bij een tijdsgewricht. Niemand heeft overzicht. Over tien jaar is het woord transgender en non­binair gedateerd en zal het “fout” voelen.’

De mist in

Zelf ging ik eens de mist in toen ik in een mail ‘gender non-­conform’ gebruikte in de overtui­ging dat dit een parapluterm is voor trans* en non-­binaire mensen. Een van de deelnemers was daar niet mee opgezet en reageerde dat hij als trans* man ‘best gender­-conforming’ is.

‘Taal verandert altijd’, vertelt Alex Bakker. ‘Maar pas op met het weggooien van oude verhalen. We leven veellagig. Is iedereen nu fluïde en genderqueer? Is niemand meer trans als de samenleving vrij is van gendernormen? Lijdt niemand dan meer onder het lichamelijk geslacht? Wat ik zeg is dit: vervang de oude transnormen niet door nieuwe narratieven, hoe bijdetijds ze ook klinken. Maak geen eenheidsworst maar een euh, lasagne! We vormen een lasagne van ervaringen en verhalen. Een laagje lichaamshaat, een laagje “gender non­-conform”, een laagje emancipatie, een laagje trots, een laagje schaamte, en ga zo maar door.’

Chloe O. Davis schreef met The Queens’ English – The LGBTQIA+ Dictionary of Lingo and Colloquial Phrases (2021) een vrolijk woordenboek dat de taaldiversiteit viert. Veel woorden worden etymologisch geduid en krijgen een ‘usage note’ mee. ‘Queer’, een term waarmee nu vaak naar leden van de LGBTQIA+­gemeenschap wordt verwezen, werd aan het begin van de twintigste eeuw populair in de homogemeenschap, nadat het eeuwenlang gebruikt werd als synoniem voor ‘vreemd’ en ‘ongewoon’. Het werd lange tijd denigrerend gebruikt voor homoseksuelen, tot in de jaren 1980 activisten het zich opnieuw toe­eigenden om hiermee op een provocatieve en politieke manier hun identi­ teiten uit te drukken.

Queer

> adjective
An umbrella term describing anyone who identifies as something other than heterosexual and / or cisgender.

> noun
A queer person

> verb
To make something queer, to analyze, deconstruct, and challenge thoughts or ideas rooted in heteronormativity.

Usage note: Once derogatory, the term has been reappropriated by much of the LGBTQIA+ community to be an inclusive identifier for anyone within it. However, not all members of the LGBTQIA+ community are comfortable with this term and refrain from using it.

Mogen bepalen om niet mee te spelen, is ook een vorm van inclusie.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 5 — 8 minuten

#169

15.09.2022

14.12.2022

Selm Merel Wenselaers

Selm Merel Wenselaers werkt als dramaturg, gespreksleider, curator, schrijver en onderzoeker. Eerder was hen aan de slag bij onder meer theater Frascati in Amsterdam, Productiehuis Theater Rotterdam en SoAP Maastricht. Begin 2023 verschijnt hun boek Tussenmens bij Atlas Contact.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!