Leestijd 2 — 5 minuten

Hibari To Nejaka

Byakko-Sha, Kyoto

De Japanners zijn een raar volkske. Economisch gezien staat het land aan de top van de industriële wereld met lengtes technologische voorsprong op de stramme hand van Flanders Technology. Dat gebeurt, zo wil het mediacliché het, dankzij de uiterste discipline en hardwerkende uniformiteit van de Japanse arbeidersklasse. In de kunst daarentegen zie je dezelfde Japanners in prachtige kimono’s genieten van een rijk erotisch leven: in pastelkleuren, maar mét hoog verheven roeden.

De Japanse erotiek is op zich al een tweesnijdend zwaard. De rustige, haast meditatieve sfeer van de prentkunst gaat gepaard met plat genitale handelingen. In talrijke films (o.a. L ‘Empire des Sens) gaan pijn, doodsverlangen, en seksueel genot hand in hand. Dat is natuurlijk geen exclusief Japanse aangelegenheid, maar nergens vindt het dezelfde op de spits gedreven morbiede vorm als in wat van de Japanse cultuur in het Westen bekend raakt.

In de Butoh-dans vind je datzelfde fenomeen terug. De dansers hebben prachtige witgekalkte lichamen, maar door de gebroken bewegingen wordt die esthetiek kapot gemaakt. Er is geen vrijblijvende schoonheid, geen eenvoudig genot. Bewegen is het opeenstapelen van talloze spanningen. Sex is lijden en erotisch raffinement gaat probleemloos over in perverse obsceniteit.

De complexiteit van de Japanse gevoelswereld en de amoraliteit ervan, oefenen een sterke aantrekkingskracht uit op het Westerse publiek. De Japanse’look’ is in en daar spelen de export-grage Japanners gretig op in wat een proces van commercialisering tot gevolg heeft. Zo vond ik het eerste wat ik zag van de Japanse Butoh-cultuur veel authentieker: de 70-jarige Kazuo Ohno, de vader van de Butoh, bracht op het festival van Nancy in ’80 twee produkties. Als enig instrument gebruikte hij daarbij zijn oud knokig lichaam voor een eerlijke en ontwapenende dans. Het discontinue bewegingsritme, eigen aan het stramme lichaam van Kazuo Ohno, bleek een kenmerk van de Butoh: de produkties van de mannengroep Sankai-Juku en de vrouwelijke Ariadone, gaven een bewegingstaal te zien die totaal nieuw was en enorm rijk leek: vooral de weigering van elke vloeiende lijn, de afschuwelijke gezichtsmimiek met de weggedraaide ogen, en de ongelooflijke energieconcentratie spraken mij daarin erg aan. Dat was op de Westerse dansscène ongezien.

Na de solo’s van Carlotta Ikeda en vooral het wervelende spektakel van de groep Byakko-Sha is het nieuwe van de esthetische en culturele schok eraf. Je kent ondertussen de kapotte bewegingen van de ledematen, de eigenaardige versmelting van muziekstijlen, de onderliggende schreeuw van angst en ontzetting die overgaat in een bulderende lach. Bij het bekijken van Hibari To Nejaka stond het zweet niet in mijn handen. Misschien had de gewenning ondertussen haar werk gedaan. Misschien. Maar naarmate de vertoning vorderde kreeg ik het ambetante gevoel dat wat eens eerlijk en authentiek leek, nu tot commercieel produkt was gemaakt. Zeker, het slagwerk van de muzikanten was vervoerend, de kostumering adembenemend schoon, de enscenering biezonder gevarieerd, maar het leek allemaal zo gladjes, zo op export afgestemd (zelfs de T-shirts, affiches, cassettes ontbraken niet). Te veel show naar mijn smaak en bovendien technisch niet eens zo sterk. Dat proces van commercialisering is spijtig, maar is in het hedendaagse culturele leven onafwendbaar. Dat is in Japan niet anders. Het gevecht tegen de recuperatie is een uitdaging voor iedere kunstenaar.

Het publiek was laaiend enthousiast: een uitverkochte Singel die rechtplooide in een minutenlang applaus. De consument was tevreden. Misschien ben ik te verwend.

Hibari To Nejaka (De leeuwerik en de rustende Boeddha)

groep: Byakko-Sha;

leiding: Isamu Oshuka;

muziek: groep Marupa;

licht: Yasuo Daito;

toneel: Toru Ibaraki;

dansers: Isamu Oshuka, Sanae Hiruta, Norikazu Sato, Torio Nogi, Karuka Auyama, Ritsu Minatama, e.v.a.

Gezien in de Singel, 20 juli 85.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 2 — 5 minuten

#12

19851015

19860114

Luk Van den Dries

Luk Van den Dries is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en redacteur van Etcetera. Hij wijdde zijn doctoraat aan de opvoeringsgeschiedenis van Heiner Müller in Vlaanderen en is gespecialiseerd in het naoorlogse Vlaamse theater.

 

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!