© Victoriana Moreno

Leestijd 5 — 8 minuten

hetpaleis/Thomas Bellinck & Khalid Koujili El Yakoubi — De bevrijding van het edelhert

Jongleren met vorm en inhoud

In ‘De bevrijding van het edelhert’ brengen regisseurs Thomas Bellinck en Khalid Koujili El Yakoubi twee van hun inhoudelijke dada’s samen: El Yakoubi’s onderzoek naar de representatie van ‘de ander’ in het Westers theater en Bellincks aanhoudende ontleding van het Europese migratiemanagement. Twee toch wel verschillende onderwerpen, die op de grote bühne in een kader worden geplaatst van grote(ske) theatrale vormen. Een vierde element komt binnen via producent HETPALEIS: een publiek van negenplussers. Met die zo verschillende ballen (inhoud, vorm, publiek) is het soms lastig jongleren, en in ‘De bevrijding van het edelhert’ vallen af en toe wat balletjes op de grond. Maar voor dat verlies aan virtuositeit komt aan het eind iets kostbaars in de plaats.

Het onderzoek naar grensbeleid en bewegings(on)recht doordringt het hele oeuvre van Bellinck, al sinds zijn afstudeer-interventie (Sans-papiers zingen de Brabançonne in de drie landstalen, 2009). Bellinck zoekt er ook steeds andere, passende vormen voor: na de interventie maakte hij onder meer een museum (Domo de Eŭropa Historio en Ekzilo, 2012), een installatie (Simple as ABC #1, 2015) en een musical (Simple as ABC #2: Keep Calm and Validate, 2017) waarin telkens soortgelijke vragen werden gesteld rond het migratiemanagement van de Europese gemeenschap en het ontmenselijkende migratiebeleid van Europa tout court. De bevrijding van het edelhert sluit nog het meest aan bij het musicalformat van Simple as ABC #2 en haalt zowaar het decor van Memento Park (2015) uit het depot, Bellincks eerste grotezaalvoorstelling – je voelt dat Bellinck neigt naar theatervormen van de grote geste.

Ziedaar dus opnieuw die bevreemdende houten oval room, een  halfrond waarop verschillende deuren uitgeven, met een statige luchter in het midden. Boven de deuren hangen, veelal stil (tenzij ze gaan zingen!), de koppen van leeuwen, buffels en andere trofeeën van de koloniale klasse, en in het geval van deze dierenfabel zijn dat de edelherten. We bevinden ons in de thuisbasis van meneer en mevrouw edelhert, geprivilegieerde meesters over het hertenbos, de plek die voor vrijwel alle andere dieren uit de ‘droge streken vol oorlog’ het beloofde land is. Alleen: het hertenbos is behoorlijk gated: bevers, everzwijnen en wolven snuffelen voortdurend het bos af op zoek naar ongewenste nieuwkomers. Nu stommelt er toch wel geen dolfijn op een fiets (Jeroen Van der Ven) binnen zeker! 

Of neen, het is een dolfijn die zich vermomd heeft als fiets, zoals er wel andere en nog gekkere manieren zijn waarop de wanhopige dieren proberen het hertenbos binnen te komen. De bevrijding van het edelhert trapt af als een deurenkomedie, want naast de dolfijn dringen nog andere vluchtelingen (een olifant, een voortvluchtige giraf) het huis van de edelherten binnen. Ze zullen er stoten op de dubbelhartige huishond (Marjan De Schutter) annex voetveeg van de machtigen én op het kleine edelhertje (Karlijn Sileghem), dat zich afvraagt waarom zijn mama in de gevangenis zit. Het hertje kijkt nieuwsgierig naar de olifant, die het in het verleden enkel dood en in stukjes aan de muur bij zijn vriendjes heeft gezien. “Je beseft niet dat je een hert bent,” bijt de olifant (Farbod Fathinejadfard) het hertje toe, “terwijl ik nooit iets anders kan zijn dan een olifant.” Vooral in dit personage, dat een uitgesproken dekolonisatie discours voert, klinkt de stem door van Khalid Koujili El Yakoubi.

De bevrijding van het edelhert heeft bij aanvang nog het meest weg van een wannabe poppenkast: de wat knullige dierenkoppen op de hoofden van de acteurs proberen nergens te verhullen dat het hier gaat om geënsceneerde personages. De taal is muzikaal, vol sprankelende taalgrapjes, en er wordt wat afgezongen en gedanst (choreografie: Ahilan Ratnamohan). Net zoals in Simple as ABC #2 moet het contrast tussen deze uitgelaten vorm en de soms huiveringwekkende betekenis van wat er wordt verteld ons wakker schudden. De vraag is of en hoe dat lukt.

De inzet van de vorm zit af en toe de zuiverheid van de vertelling in de weg.

Er is om te beginnen een beetje een technisch probleem: de voorstelling klikt op sommige momenten regiematig gewoon niet goed in elkaar. Neem de decorwissels die echt te lang aanslepen (de ombouw van het hertenhuis naar het bos) en de inzet van de middelen van de grote zaal (licht, decor, geluid) op een manier die de vertelkracht niet altijd trefzeker vooruit helpt. Ik heb het dan over de verschijning van de ‘levende grens’ (leuke maar afleidende gimmick) of de in rood neon badende dansscène van mevrouw edelhert… af en toe ontstaat de indruk dat de regisseurs niet hebben kunnen weerstaan aan de verleiding van wat allemaal kan op een grote bühne, zonder stil te staan bij de efficiëntie van dat middelengebruik. Fijn dat er een sneeuwmachine beschikbaar is, maar de barre tocht van de vluchtelingen in ondierlijke omstandigheden mondt zo wel heel makkelijk uit in een vrolijk sneeuwballengevecht. De vraag is wat er beklijft: de sneeuwpret of het ploeteren van de ongewenste nieuwkomers? De inzet van de vorm zit af en toe gewoon de zuiverheid van de vertelling in de weg, net zoals dat overigens in Simple as ABC #2 het geval was.

© Linde Raedschelders

Naast dat technische aspect van de regie is er ook een inhoudelijk regieprobleem. De ver-beelding lijkt zeker naar het einde toe onvoldoende aan te sluiten op de tekst. Auteur Pieter De Buysser schreef een toneeltekst die in de eerste plaats enkele belangrijke standpunten en begrippen uit het dekolonisatie- en migratiediscours verwoordt. Voor de meeste volwassen kijkers zijn de musicalvorm en de dierenfabel een makkelijk leesbare (en afpelbare) code, waaronder de actuele topics uit deze discours schuilen. Het kleurenblinde hertje, dat niet beseft dat niet iedereen over zijn privileges beschikt. De olifant die gevangen is in de blik van de ander, maar zijn recht tot meervoudige identiteiten opeist. De idee dat je als geprivilegieerde macht kunt gebruiken om macht te herverdelen. De toe-eigening van het leed van de giraf door andere dieren. De edelherten, die vinden dat ze een ordentelijk en beschaafd vreemdelingenbeleid voeren… etcetera. Alleen worden dat naar het einde toe in toenemende mate holle frasen in de mond van talking animal heads. Wat ontbreekt om deze politieke uitspraken invoelbaar te maken, is psychologie. Zonder dat smeermiddel blijf je zelfs als volwassen kijker (die de politieke referenties wel snapt) met vragen zitten. Waarom laat het kleine edelhertje, uitgesproken koloniaal opgevoed, zich vanzelf door de righteous cause van de vluchtelingen op sleeptouw nemen? Hoe komt het dat ook de laffe hond, die steeds de kant van de machthebbers kiest, zich bij hen aansluit? En vooral: wat bezielt mevrouw edelhert, als echtgenote van het opperhert, om zich doelbewust te laten opsluiten tot alle dieren een gelijke stem krijgen? De grote vraag is juist hoe je andersdenkenden tot op het punt brengt dat ze anders gaan denken – maar die psychologische stap wordt overgeslagen. 

De grote vraag is juist hoe je andersdenkenden tot op het punt brengt dat ze anders gaan denken – maar die psychologische stap wordt overgeslagen. 

Wat vervolgens wél heel fijn is, is het feit dat Bellinck en El Yakoubi die missing link in hun dramaturgie durven overleveren aan het publiek en hun voorstelling simpelweg uit handen geven. Het zaallicht gaat aan, de dierenkoppen gaan af, de theatrale illusie wordt doorbroken. Er gaat een micro rond in de zaal: hoe kunnen we een eerlijke samenleving maken waarin iedereen ‘op gelijke poot’ staat? Hoe komen we eigenlijk, heel concreet, tot die hooggestemde idealen waartoe mevrouw edelhert oproept? Kunnen we daar in het hier en nu ook afspraken over maken? De ideeën waar de kinderen mee komen zijn verhelderend voor wie wil begrijpen hoe zij de voorstelling hebben gezien. Ze hebben de essentie gesnapt maar (logischerwijze) ontdaan van hun geopolitieke jasje: ‘lief zijn’, ‘respect hebben voor iedereen, waar die ook vandaan komt’, ‘elkaar helpen’,  ‘zichzelf mogen zijn’. Het gaat over samenleven met de ander, het afleggen van angst voor de ander – en dàt hebben deze negenjarigen zeer goed begrepen. Ahilan Ratnamohan modereert het zaalgesprek uitstekend en dwingt aan het eind bij de leerkrachten de belofte af om de dialoog verder te zetten. 

Zo is De bevrijding van het edelhert uiteindelijk als kunstwerk onvolmaakt, maar zorgt het verrassende einde voor een alternatief dat voor sommigen wellicht zijn esthetische belang ver overstijgt. 500 schoolkinderen hebben zich die maandagmiddag, al was het maar heel even, mogen uitspreken over hoe zij een betere wereld zien. Dat is kostbaar.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#166

01.12.2021

14.03.2022

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!