Ive Stevenheydens

Leestijd 7 — 10 minuten

‘Het wordt tijd om de tautologie achter ons te laten’

Ive Stevenheydens praat met Joëlle de la Casinière en Jan De Pauw over nieuwe media in België

Etcetera vroeg de ‘iets oudere’, vrouwelijke en Franstalige artieste/researcher Joëlle de la Casinière en de ‘iets jongere’, mannelijke en Nederlandstalige criticus/cultuurfilosoof Jan De Pauw naar hun visie op de nieuwe mediakunsten in België. Het werd een ontnuchterend gesprek waarin de twee tot eenzelfde conclusie komen: ‘We bevinden ons in een ontzettend interessant tijdsgewricht, want de digitalisering biedt ongekende mogelijkheden. Maar daar gaan artiesten al te weinig creatief mee om.’

Etcetera Hoe ervaren jullie vandaag het terrein van de nieuwe mediakunsten in België?

Joëlle de la Casinière De kunstenaars zijn erg ingenomen met de technologie: ze voelen nieuwe ontwikkelingen als opwindend aan. Op het terrein komen steeds meer artiesten bij. Het milieu is erg op zichzelf gericht. Alles samen lijkt het me een herhaling van wat er in de jaren zeventig en tachtig rond videokunst leefde.

Jan De Pauw In mijn ogen is het een overbevolkt veld dat inhoudelijk weinig te bieden heeft. Er zijn ontzettend veel enkelingen, duo’s, trio’s enzovoort die met de faciliteiten die de nieuwe media bieden, werken. Kwalitatief zijn de resultaten zeer pover. Ik sta twaalf jaar in het veld en in die periode heb ik bitter weinig veranderingen opgemerkt. Ik zie steevast herhalingen van hetzelfde idee, van dezelfde motieven en van technologische trucjes. Ik ben dus een beetje teleurgesteld. Er bestaat overigens niet echt zoiets als een Belgische scène. De artiesten delen geen ‘Belgisch’ referentiepunt en/of discours. Ze horen zich via fysieke en virtuele netwerken mondiaal te bewegen.’

Etcetera Wat bedoel je met het ‘herhalen van hetzelfde idee’?

De Pauw De artiesten -soms lijkt die naam wel een eufemisme voor werklozen- werken grofweg op twee domeinen. Ofwel sleutelen ze aan zelfgeschreven software of aan hardwired electronics -sensoren en allerlei soorten instrumenten die de omgeving kunnen veranderen. Ofwel voeren ze, al dan niet ondersteund door illustrerend werk, holle discoursen rond interconnectivity en digitale communicatie. Kortom: het milieu rakelt discoursen rond de ‘network society‘, synaesthetic environments enzovoort steeds weer op. Sterker nog: vaak is er zelfs geen discours, eerder een aankondiging naar het publiek toe. Met het eigenlijke werk – een object, performance of lezing – wordt daar niet op ingegaan. Het wordt dus tijd om de tautologie achter ons laten.

de la Casinière Digitale media zijn zonder meer leuke speeltjes. En de technologische ontwikkelingen fascineren. In mijn ogen bevinden we ons in een ontzettend spannend tijdsgewricht vol ongekende mogelijkheden. Tegelijkertijd heb ik het gevoel dat veel artiesten niet weten wat ze daar precies mee moeten aanvangen. In plaats van naar nieuwe mogelijkheden te zoeken, proberen de kunstenaars zich vooral onderling te diversifiëren door een bepaald gewicht aan hun werk toe te kennen. Dat vind ik in hun acties niet terug. In de nieuwe mediakunsten is er geen discours, maar enkel de illusie van een aanzet daartoe.

De Pauw Nieuwe media-artiesten voelen zich verplicht een discours rond hun werk te weven. Net daardoor krijg je werken en performances die zich heel ambitieus aankondigen, maar pakweg de ‘bliepzone’ van de alternatieve popcultuur niet ontstijgen.

Etcetera Lag dat vroeger anders, toen video en computer in de kunsten als nieuwe media golden?

de la Casinière In de jaren zeventig zag je in Frankrijk de eerste ‘professionele’ videokunstenaars opkomen. Televisie schonk mogelijkheden aan die destijds zeer kwetsbare artiesten: zenders als FR3 wilden, in de vorm van programma’s, de vectoren en grenzen van het medium in vraag stellen, onderzoeken en verleggen. Audiovisuele kunstenaars kregen dus kansen om producties te maken. Maar met de televisie wisten wij, de artiesten, niet precies wat aan te vangen. Het medium was immers zowel een zegen als een vloek: de televisie slokte de artiesten letterlijk op. En omwille van de toenemende commercialisering moest iedereen, overigens ook in België, na korte of langere tijd meedraaien met het systeem dat de televisie uittekende. De commercialisering wees ons zonder pardon één voor één de deur.

De Pauw We zijn nooit verder geraakt dan de situationisten. De vragen die rond televisie gesteld werden, staan helaas ook binnen de nieuwe mediakunsten opnieuw op de agenda. Enkel de context verschilt. Hoewel we de beelden waarmee we dagelijks gebombardeerd worden horen te ondervragen, produceren de nieuwe media er voornamelijk beelden bij. We bevinden ons nog steeds in een tweedimensionale realiteit. Ondanks hun driedimensionale projecties, environments, netwerken en andere technieken, produceren de nieuwe media graag mooie prentjes.

Etcetera En daar bestaan geen uitzonderingen op?

De Pauw In het artistieke milieu zijn er enkele individuen die de massa overstijgen. Maar hun artistieke inhoud wortelt dan weer zeer sterk in de jaren zestig. In het beste geval duiken er verwijzingen op naar Cage, action painting, op- en pop art. Let wel, die mensen kunnen me in extase brengen. Maar dat ligt veeleer aan mij dan aan de kwaliteiten van het werk. De evolutie van de nieuwe mediakunstenaar is overigens vaak minimaal. Wanneer ik jaren na datum een work in progress opnieuw zie, is er vaak bitter weinig veranderd. Vaak beperkte de artiest zich tot een ander schermkleurtje voor zijn presentatie, een ander decor voor dezelfde inhoud. De mogelijkheden die het internet en hedendaagse software bieden zijn zonder meer fascinerend. Maar het stoot me tegen de borst dat er horden artiesten circuleren die het begrijpen, beheersen of omvormen van een softwarepakket als een kunstwerk op zich presenteren. Ook het feit dat een database beschikbaar gemaakt wordt op het net wordt op nieuwe media-festivals (zoals Transmediale (Berlijn), Ars Electronica (Linz) of DEAF (Rotterdam), IS) als een kunstwerk gepresenteerd. Het werk zou de technische gimmick kunnen en moeten overstijgen, maar inhoud is er helaas vaak niet.

de la Casinière Ik ben het daar mee eens, maar wil dat nuanceren. Misschienzien we het beiden verkeerd. De grote poëten van vandaag zijn misschien wel de ontwikkelaars en programmeurs van software. In ieder geval distantiëren ze zich technisch gesproken van ons, de passieve gebruikers. Opnieuw: we bevinden ons in een vreemd tijdsgewricht dat tot ongemak en tot artistieke ontevredenheid leidt. We hebben vooral veel geduld nodig.

De Pauw Die programmeurs situeren zich in de eerste plaats in de privésector. In de gemeenschap vind ik het gebruik van technologie veel interessanter dan in de kunsten. Het is voor iedereen heel normaal dat we dagelijks de nieuwe media gebruiken. Ook het onderzoek binnen de industrie gaat veel sneller dan dat van de artiesten. De nieuwe wereld waarover de artiesten nog steeds praten, ligt al meer dan vijf jaar achter ons.

Etcetera Kan de privésector de artiesten een infuus bieden door hen bijvoorbeeld financieel te ondersteunen?

De Pauw Sponsoring van artiesten vanuit de industrie, zoals dat het geval was in de tijd van de televisie, gebeurt niet. De industrie is veeleer geïnteresseerd om netwerken op te zetten in weinig bedekte gebieden zoals Afrika, dan in wat er op artistiek vlak gebeurt. Voor commerciële projecten, genre ‘technoparty met projecties, interactieve snufjes en robots’ kan je dan weer wél sponsors vinden. Subsidies zijn interessanter voor artiesten. In België kunnen ze ondersteuning vinden bij diverse organisaties, zoals in Vlaanderen bij het Vlaams Audiovisueel Fonds en bij het Experimenteel Jeugdwerk. Met die verschillende kleine giften kunnen ze een budget bij elkaar scharrelen.’

Etcetera Heeft België nood aan een overkoepelend initiatief voor nieuwe mediakunsten?

De Pauw Liever niet. Instituten zoals het Zentrum für Kunst und Medientechnologie in Karlsruhe monopoliseren zowel de productie als het discours. Maar voor de ondersteuning van de Belgische artiesten zou het allicht wel praktischer zijn.

de la Casinière We bevinden ons op een paar uur van Londen, Parijs en Amsterdam. Ik vind niet dat we een gelijkwaardige kunsttempel nodig hebben.

Etcetera Tot slot: wat vinden jullie van de nieuwe media-experimenten in de podiumkunsten?

De Pauw Misschien volg ik dat te weinig om daarover een uitspraak te kunnen doen, maar in mijn ogen wordt er vooral functioneel mee omgegaan. Het komt neer op extensies van het lichaam: met sensoren, wireless technology enzovoort worden de functies ervan vermenigvuldigd.

de la Casinière Performers gebruiken die technieken en geven er metaforische invullingen aan.

De Pauw Dat heb ik zelden gezien. Vaak vervangt de technologie de klassieke licht- en geluidstechnicus. Dat biedt de danser bijvoorbeeld meer controle over de techniek, het schenkt hem een zekere autarkie.

de la Casinière Als het op nieuwe media aankomt, lijk ik wel van een andere planeet te komen. En hoewel ik in mijn eigen werk zelfs geen video meer gebruik -ik produceer vandaag manuscripten zoals in de middeleeuwen- acht ik het niet uitgesloten dat ik er ooit zelf mee aan het werk ga. Het blijft mij persoonlijk fascineren hoe snel de technologie vooruit gaat.

Cultuurfilosoof Jan De Pauw (°1966) maakt deel uit van een internationaal netwerk dat naar de naam Dorkbot luistert. Varend onder de ondertitel ‘people doing strange things with electricity‘, verricht het netwerk onderzoek naar de inzetbaarheid van nieuwe media binnen de kunsten en naar de verbanden tussen kunst, wetenschap en de privésector. De op dit moment 25 met elkaar verbonden organisaties zijn over de wereld verspreid -onder meer in New York, Linz, Melbourne, Mumbai, Barcelona, Mexico City en Tokyo- en leggen elk hun eigen accenten. Voor Jan de Pauw, die in het Gentse Nieuwpoorttheater/ De Visserij maandelijks een Dorkbot organiseert, ligt dat accent op vertoon. Maandelijks treden verschillende lokale, Belgische en buitenlandse artiesten aan om hun werk te presenteren. Ruimte voor discours reserveert hij ook: bij elke aflevering treedt een criticus, professor, kunstenaar of andere specialist terzake aan om een relevant onderwerp uit het veld (‘tactiele media’, ‘interactiviteit’,…) uit te spitten. Dorkbot is niet gecureerd, De Pauw wil eerder aan ‘mapping’ doen en de kunstenaars een podium bieden. Daarnaast doceert hij ook cultuurgeschiedenis en nieuwe media aan het Brusselse R.I.T.S. en is hij bij radio Klara als criticus actief. Voordien was hij geëngageerd bij het Brusselse Cyber Theatre, ‘een extra-ordinair project dat later helaas omgevormd werd tot een surfkot’. www.dorkbot.org

De ‘plastische poëte’ Joëlle de la Casinière, die in Frankrijk geboren werd (°1944), woont teruggetrokken op een woonboot die zich op een rivier te midden van een bos in het Waalse Belceil bevindt. In de jaren tachtig maakte ze voor de Belgische (RTBF) en Franse televisie (FR3) een reeks revolutionaire videowerken die verschillende vectoren van het medium deconstrueerden. In deze ironische werken reflecteerde ze over de beeldtaal van de televisie en de sociale implicaties van dat medium. Daarvoor wendde ze alle state of the art technieken van indertijd aan. Video, computer, met alle bijhorende mogelijkheden qua digitale montage en elektronische muziek, en andere ‘nieuwe media’ van weleer werden uitgebuit en onderzocht. Samen met het door haar opgerichte Montfaucon Research Center, een netwerk van kunstenaars uit verschillende disciplines, leverde De la Casinière Gesamtkunstwerken die verschillende beeldlagen, muziek, gesproken, geschreven en gezongen taal op een theatrale manier -alle semiotische systemen die televisie gebruikte- combineerden. Vandaag houdt ze zich voornamelijk bezig met werken op papier -grafiek, tekeningen en manuscripten. De la Casinière wendt de huidige nieuwe media aan ‘om zich met de wereld te verbinden zonder daarbij een verkoudheid op te lopen’. www.argosarts.org/catalogue.do?bio=82

gesprek
Leestijd 7 — 10 minuten

#96

15.04.2005

14.07.2005

Ive Stevenheydens

gesprek