© Stine Sampers

Leestijd 6 — 9 minuten

Het verlangen naar een horizontaal leven

Kan kunstkritiek meer zijn dan de mening van een professioneel recensent? In hun maandelijkse column laten theatermaker Freek Vielen (De Nwe Tijd) en curator/schrijver Lara Staal afwisselend hun licht schijnen op een topic dat hen bezighoudt.

Ik wandel graag door mijn nieuwe buurt. Zeker nu de kortste dag van het jaar steeds dichterbij komt en de lamp boven de ontbijttafel steeds later door het licht van buiten wordt overgenomen, ervaar ik de laatste restjes zonlicht, ook al is het grijs en koud, graag in wandelvorm. Als mijn hoofd zo tegen de middag vol begint te raken met voorverwarmde lucht, en de koffies me niet meer smaken, verwissel ik mijn werktenue (wat nu al maanden voornamelijk uit iets warms en zachts bestaat– alsof ik langzaam in een teddybeer verander) voor iets waarmee ik de buitenwereld onder ogen durf te komen.

Ik ben verhuisd in juli en ken mijn nieuwe stad dus alleen nog maar in coronastand, wat eigenlijk een aangename manier is om mijn nieuwe buurt te leren kennen. Er zijn veel mensen thuis. En ik hou van het binnenkijken. Stiekem in een paar seconden glimpen van levens zien. Het is feitelijk het enige echte theater wat me nog rest deze dagen. Goed, ik luister podcasts, kijk series, waag me weleens aan een livestream, struin door de bladen die op de deurmat vallen en de boeken die ik tegenkom in mijn huis – er zijn kortom nog genoeg nieuwe verhalen om mijn arm hoofd mee te vullen, maar iets meemaken door het in het echt te zien, zoals vroeger in het theater, overkomt me deze dagen enkel nog via de grote glazen ruiten van mijn buurtbewoners.

De Maandagavond, De Nwe Tijd, februari 2019 © Lisa Bommersom

Een oude vrouw die sigaretten rookt, een man die om twee uur drie biertjes op zijn salontafel heeft staan, de intrede van de kerstglinsteringen, de absurde varianten daarvan, de uitgerolde yogamatten, de dag-tv; het zijn kleine blikken op de levens van de mensen om me heen. Of misschien is het nog wel meer. Misschien is het wel gewoon het leven zelf.

In mijn buurt wonen een paar jonge stellen, ze hebben grote beeldschermen op hun keukentafel gezet of zitten gekromd achter hun laptop. Sommigen zijn netjes gekapt, gel in hun haar, gestreken overhemd, werkelijk alsof ze naar kantoor gaan –sommigen houden het bij het coronathuistenue: iets warms en zachts.

De eerste keer dat ik ze zag, was de dag na een nieuwe persconferentie. In Nederland volgen na die persconferenties altijd een hele dag debatten in de Tweede Kamer die live op mijn hoogstpersoonlijk draagbaar wonderapparaat te volgen zijn. En net als wandelingen, chocola, alcohol, werkdruk, stress, ambitie en eigenlijk alles wat het volume van het denken in je hoofd iets zachter zet, hebben die debatten iets verslavends – althans voor mij; dat ritueel van vragen en moties en eerste en tweede termijnen, de schijn van een echt gesprek terwijl er zorgvuldig langs piketpaaltjes wordt gelopen. En terwijl er op mijn laptop nog gesproken wordt over de implicaties van de volgende set aan nieuwe regels en waarschuwingen en geboden zie ik hier in mijn buurt live al de gevolgen van de woorden in de Tweede Kamer: er wordt weer thuisgewerkt.

“Ik hou van het binnenkijken. Stiekem in een paar seconden glimpen van levens zien. Het is feitelijk het enige echte theater wat me nog rest deze dagen.”

Het gebeurt niet vaak dat de abstracte wereld, de wereld van het discours, de gesprekken en gedachten over de wereld en de wereld zelf elkaar zo snel raken, maar in deze tijden lijkt het voortdurend aan de hand te zijn. Terwijl de gesprekken nog bezig zijn, de talkshowgasten nog niet uitgenodigd zijn en je jezelf nog niet eens de vraag hebt gesteld of je er eigenlijk zelf ook een mening over hebt, heeft je lichaam zich al lang aan de nieuwe werkelijkheid aangepast. Avondklok, mondkapje, niezen in de elleboog. Check, check en dubbelcheck.

Cultuurquiz in Vooruit tijdens het TheaterFestival 2019 © het TheaterFestival

Nu, vandaag, een grijze woensdag in december, wandel ik buiten omdat ik mot heb. Ergens in het online contact van de afgelopen weken moet ik iets verkeerds hebben gezegd tegen een oude vriend van me en nu is hij boos. Er worden me dingen verweten – er niet te zijn, hem niet te zien, de verkeerde dingen te hebben gezegd –  en ik laat nu mijn benen langs de glazen huizen in mijn buurt bewegen om mijn hoofd wat ruimte te geven om de afgelopen  gesprekken te reconstrueren. Wat heb ik precies gezegd, hoe zou dat geïnterpreteerd kunnen zijn en ben ik iets vergeten? Zie ik hem wel voor wie hij nu is, en word ik door hem wel op waarde geschat?

We leven natuurlijk al veel langer in verticale tijden, maar toch. Sinds de lockdowns zijn het voor mij geen bubbels meer, geen zuilen zelfs, maar smalle glazen pilaren. Smalle glazen pilaren die elk voor zich in verbinding staan met het groot duister universum waarvandaan we ons hoogstpersoonlijk dagelijks mediadieet ontvangen. De lockdown sluit niet alleen onze lichamen af van elkaar, daar kan ik goed mee leven, maar het heeft de uitstroom van de gedachten moeilijker gemaakt, soms bijna onmogelijk. Alles moet maar door middel van wat tikken op een telefoon zijn weg naar buiten vinden.

Een paar weken geleden had ik ook al zo’n ruzie met een goede collega. Die onvrede was voor mij nog raadselachtiger – totdat ik erachter kwam dat hij al vele mislukte gesprekken met mij had gevoerd, alleen dat het probleem was dat ik niet bij die gesprekken aanwezig was geweest. Dat kon ook niet, want ze hadden enkel plaatsgevonden in zijn hoofd. In zijn gedachten hadden we gesprek na gesprek gevoerd waarin ik steeds stommere dingen had gezegd en hij steeds slimmere manieren had gevonden om mij dat in te laten zien. Toen dat duidelijk werd, en ik mijn niet-gedane uitspraken eindelijk live kon nuanceren, klaarde de lucht grotendeels op, maar als ik eerlijk ben weet ik niet of het me echt nog zal lukken om zijn idee van mij weer helemaal te vervangen door de “echte” versie van mezelf.

We leven een groot deel van ons leven in ons hoofd en kennen de wereld voornamelijk uit verhalen. Verhalen uit boeken, van de leerkrachten geschiedenis op de middelbare school, van de reporters op het journaal – zij schetsen de wereld waarin we leven. Meer dan via mijn eigen ogen, leef ik via de ogen van anderen. Geen wonder dat populisten altijd zo snel mogelijk de universiteiten en media willen veranderen als ze aan de macht komen. Als de verhalen die ze over de wereld horen, niet kloppen met de wereld zoals zij hem in hun hoofd hebben, moeten de verhalen maar veranderen.

“De lockdown sluit niet alleen onze lichamen af van elkaar, daar kan ik goed mee leven, maar het heeft de uitstroom van de gedachten moeilijker gemaakt, soms bijna onmogelijk.”

Ik wandel door mijn buurt,  zie enkel een handvol mensen, achter glas, achter hun computers – soms lijkt het alsof we al in The Matrix leven – ze zijn waarschijnlijk aan het werk of voelen zich schuldig omdat dat eventjes niet zo goed lukt en ik verbaas me weer over hoe complex het is als de kaders van de realiteit waarbinnen we onze ideeën en gedachten kunnen vormgeven wegvallen. Als de feiten niet langer echt voor zichzelf spreken, maar zich beperken tot tongentaal of onderhandelbaar worden. Of het nu gaat om verkiezingsuitslagen of om de vraag wie nu precies wat heeft gezegd in een eeuwenoude vriendschap: we hebben blijkbaar anderen nodig om de constructies waarbinnen we leven overeind te houden, betekenis te geven. We hebben horizontale dwarsverbanden nodig om in een wereld te kunnen leven die te vertrouwen is, die stevig genoeg is om op te staan.

Mijn telefoon gaat. Terwijl ik door blijf lopen, kijk ik erop, en beantwoord ik wat appjes – de familie vraagt wat we gaan doen met kerstmis dit jaar. En hoewel ik nooit echt wat heb gehad met de feestdagen, met het ceremoniële ervan, heb ik er nu wel behoefte aan: alsof er in mij een heel primitief verlangen zit om rond de donkerste dagen van het jaar samen te komen om te vieren dat er weldegelijk licht is te zien aan de donkere sterrenhemel, om kaarsjes en kleurige appels in een winterboom te hangen als symbool voor betere tijden die eraan zullen komen om het voorbije jaar wegknallen om te vieren dat er iets nieuws kan beginnen. Maar het zal niet zo zijn, daar zijn we het al snel over eens op de groepsapp, we zullen andere rituelen moeten verzinnen.

Want ik weet: er is geen alternatief en we moeten doen wat we moeten doen om te zorgen dat er zoveel mogelijk mensen blijven leven, geen haar op mijn hoofd die daar vraagtekens bij zou willen zetten, maar net zo waar als dat is, is het nu toch ook wel waar dat ik het horizontale leven begin te missen. Het kunnen levellen met de mensen om me heen, het zij aan zij staan, het letterlijke duwtje in de rug, de hand op de schouders, de high five, met andere lijven live in dezelfde ruimte iets meemaken, echte lichamen om je heen hebben die je helpen te ontsnappen uit de echokamer die je eigen hoofd soms kan zijn.

Het zal voor volgend jaar zijn. Tot die tijd moeten we maar volhouden. De telefoon wat vaker wegleggen. En veel naar buiten gaan – kijken naar echte andere mensen.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

column
Leestijd 6 — 9 minuten

#162

01.12.2020

14.03.2021

Freek Vielen

Freek Vielen (Utrecht, 1985) is samen met Rebekka de Wit en Suzanne Grotenhuis artistiek leider van het Antwerpse theatergezelschap De Nwe Tijd. Hij studeerde in 2007 af aan de opleiding Woordkunst in Antwerpen en is aan die opleiding nu verbonden als docent. 

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!