Leestijd 11 — 14 minuten

Het toneel van de ondoden

playField over ons digitale hiernamaals

Nu AI steeds beter menselijke trekken en eigenschappen imiteert, rijst de vraag wat ze kan doen om de herinnering aan onze overledenen ‘levend’ te houden. Lana en Marthe Schneider van kunstcollectief playField vertellen over hun praktijk op het kruispunt van theater en technologie.

‘What if there was one place where all of your memories could live forever?’ Zo begint het promofilmpje van HereAfter AI, een app waarmee je stemmen en herinneringen van personen kunt vastleggen of reconstrueren, zodat nabestaanden virtueel contact kunnen houden met hun overleden geliefden. Het startpakket kost 3,44 dollar per maand en je kunt het ook als giftcard cadeau doen: ‘The gift of being remembered.’

AI-chatbots kun je trainen op je persoonlijke data, gooi daar een deepfake van je gezicht en een kloon van je stem bij en je bent digitaal vereeuwigd. Stel je voor: je moeder is er niet meer, en toch belt ze je nog elke week. Eén abonnement in ruil voor haar stem, haar adviezen, haar lach.

“Een studie van de universiteit van Oxford voorspelt dat het aantal overleden gebruikers op Facebook binnen vijftig jaar groter zal zijn dan het aantal levende gebruikers.”

Als we digitale versies van onze overleden geliefden maken, met wie we blijvend kunnen interageren, ontstaat er dan een soort hiernamaals van digitale mensen? Een geestenwereld waarin tijd losgekoppeld is van biologische processen en softwarematig programmeerbaar wordt? Zoals in Plato’s grot zien we hier geen echte mensen, maar slechts hun digitale schaduw, een afdruk waaraan de achterblijvers betekenis kunnen geven.

De confrontatie met onze digitale restanten speelt zich vandaag al af in wat je een digitale begraafplaats zou kunnen noemen. Socialemediaplatformen staan vol profielen van mensen die overleden zijn. Ze leven niet meer, maar we kunnen niet zeggen dat ze er niet meer zijn. Elk jaar komt er een automatische verjaardagsmelding en elk jaar zijn er mensen die hun proficiat wensen, elk jaar groeit hun sluimerende aanwezigheid. En ze zijn met velen, met miljoenen en miljoenen. Een studie van de universiteit van Oxford voorspelt dat het aantal overleden gebruikers op Facebook binnen vijftig jaar groter zal zijn dan het aantal levende gebruikers.

Beeld je een enorme vlakte in, vol papierstapels met uitgeprinte profieldata, neergelegd als grafzerken. En beeld je vervolgens in dat zij die daar rusten, herrijzen. Dat ze opstaan uit dit digitale massagraf en onze wereld weer bevolken.

Zullen hun stemmen meeroepen in een nu al oorverdovend mondiaal debat? Zullen zij stemrecht hebben, geïnterviewd worden op televisie, reageren in de commentsecties van onze kranten? Zullen zij een mening uitspreken over de opvoeding van hun achterkleinkinderen, over de verdeling van erfenissen? Welke agency heeft de dode nog over zijn eigen data? En wie bepaalt wat er mee gebeurt?

Wij verkennen met playField deze vragen in ons nieuwe project Don’t Forget to Die, een onderzoek op het snijpunt van theater en technologie waarin publieksparticipatie centraal staat.

Een podium voor de dood

Theater is een kunstvorm van de fysieke immediacy: lichaam, beweging, stem, adem, blik. De dood impliceert juist het verlies daarvan. Ons onderzoek vertrekt vanuit die paradox: hoe kan een podium waar alles om aanwezigheid draait, omgaan met radicale afwezigheid?

We onderzoeken welke sporen mensen achterlaten en hoe deze data als residu blijven bestaan terwijl het fysieke lichaam verdwijnt. Dat laatste is geen nieuwe tendens in de podiumwereld: naast spectaculaire hologramstunts in de popwereld, zoals ABBA Voyage, waarbij digitale avatars van de vier bandleden in Londen optreden, bracht Kris Verdonck in DARK bijvoorbeeld de stem van de overleden acteur Johan Leysen terug, terwijl Yves Degryse bij NTGent met Alva Ishii onderzoekt hoe een virtuele maker het podium inneemt—Alva Ishii is een AI-gegenereerde digitale theatermaker die door NTGent als huisartiest werd ontwikkeld.

Maar ook veel vroeger ontwikkelde het theater al technieken om afwezige lichamen en het tussenwereldse zichtbaar te maken. Met illusietechnieken zoals ‘Pepper’s ghost’, waarbij geesten via reflectie en licht op scène verschenen, of met de toverlantaarn, die schimmen en doden projecteerde op rook en doek.

DARKweekend, playField © Martin Corlazzoli

Het aanwezig maken van de dood op het theater is diep verankerd in de theatergeschiedenis en sluit aan bij een lange traditie waarin theater fungeert als bemiddelaar tussen levenden en doden. Van middeleeuwse dodendansen tot het Japanse notheater, waarin doden tot de levenden spreken: het podium was altijd al een liminale zone waarin afwezigheid tijdelijk aanwezigheid kon worden, en het vervulde op die manier verschillende functies in rouwprocessen. Het bood rituele compensatie als overgangsruimte, het maakte verlies deelbaar als collectieve ervaring, en het fungeerde als herinneringspraktijk die sporen van het verleden opnieuw activeerde.

“Ons onderzoek vertrekt vanuit die paradox: hoe kan een podium waar alles om aanwezigheid draait, omgaan met radicale afwezigheid?”

De rol die theater in deze processen kan opnemen, hangt nauw samen met zijn omgang met tijd. Theater belichaamt de relativiteit van tijd. Enerzijds kan het de verhouding tussen verteltijd en vertelde tijd manipuleren: het kan de tijd versnellen, vertragen of stoppen. Anderzijds verdwijnt theater al op het moment dat het plaatsvindt. Waar digitale technologieën beloven dat niets verloren hoeft te gaan, herinnert het theater ons aan tijdelijkheid. Dat podium en publiek dezelfde tijd en ruimte delen, maakt het tot een ervaring die onherhaalbaar is. Dat maakt theater voor ons het uitgelezen medium om de belofte van eindeloosheid die nieuwe technologieën ons aanbieden, te confronteren met het onherroepelijke verdwijnen van het moment.

Technologie is in het werk van playField een belangrijke factor, maar nooit een truc of een gadget. Ze is het onderwerp en de taal waarmee we denken en vertellen. Technologie is voor ons een tool om ‘live-heid’, het analoge en bovenal het menselijke, zichtbaar te maken. Er schuilt een enorme kracht in de ritualiteit van theater, het ‘samen beleven’ op dezelfde plek en op hetzelfde moment. Wij willen deze gedeelde ervaring versterken door ons publiek actief te betrekken, en technologie is een manier om dat te doen. Door de toeschouwers bijvoorbeeld een stem te geven via controllers (PRESS Play), door hun dromen te registreren (RUMOR) of door ze met trackingsoftware letterlijk de impact van hun perspectief te laten voelen (The Human Dance).

We gebruiken de combinatie van technologie en theater om parallelle werelden te creëren waarin tijdelijke werkelijkheden kunnen worden ervaren en waarin andere perspectieven zichtbaar worden. In Don’t Forget to Die valt deze werkwijze vrijwel samen met het onderwerp zelf: de parallelle wereld manifesteert zich hier in zijn radicaalste vorm, namelijk als de wereld van de doden.

De ontleding van de necromancer

Onze artistieke praktijk vertrekt altijd vanuit langdurig onderzoek. Als huismakers in GUM, het Gents Universiteitsmuseum, werken we in een omgeving die vertraging en reflectie mogelijk maakt. Het museum laat ons toe om het onderzoek al in een vroeg stadium te openen en te delen met bezoekers. In deze fase gaan we op zoek naar een veelheid aan verhalen en perspectieven, zodat we als makers niet alleen ons eigen verhaal naar voren schuiven. Omdat we ons publiek actief bij het uiteindelijke werk betrekken, moeten we dat ook in het maakproces al doen. Bij Don’t Forget to Die gebeurt dat onder andere via ons collectief borduurproject The Order of Disappearance, waarbij we mensen uitnodigen om samen met ons ‘fauna der lijken’ (insecten die verschijnen bij de natuurlijke ontbinding van een lichaam) te borduren, terwijl we in gesprek gaan over afscheid nemen in een steeds digitalere wereld. De gesprekken die hieruit ontstaan, worden zorgvuldig verzameld en vormen een groeiende database die als input dient voor het verdere werk.

“Memento mori, gedenk te sterven. Wat ooit werd verbeeld door een zandloper met een doodskop, verschuift vandaag naar digitale sporen die blijven circuleren: stemmen, berichten, beelden.”

Zo voeren in onze video-installatie Songs for the Unbodied een persoon en haar deadbot een gesprek over wat verloren ging. In twee naast elkaar geplaatste videobeelden zien we dezelfde figuur: één als registratie, één als deepfake. Avatar en werkelijkheid zijn slechts af en toe van elkaar te onderscheiden. We onderzochten hoe we in de door AI gegenereerde beelden diepmensenlijke elementen konden behouden. Een pukkeltje op de huid of een beetje snot aan de neus: het zijn imperfecties die in onze huidige beeldcultuur, waarop AI wordt getraind, liefst zo snel mogelijk worden gladgestreken. Op deze manier zien we technologie niet als een manier om iemand ‘tot leven te brengen’, maar om te tonen hoe kwetsbaar zo’n digitaal restant is. Hoe intiem onze omgang met technologie is geworden en wat de invloed hiervan is op ons rouwproces.

Die intimiteit is in korte tijd enorm toegenomen. Mensen vertrouwen hun diepste gevoelens en gedachten toe aan ChatGPT. Conflicten met dierbaren worden woord voor woord uitgetypt om advies te vragen, twijfels en angsten worden gedeeld op zoek naar een antwoord. Wanneer wordt een chatbot geen verzameling data meer, maar een partner (op scène)? Wat is ervoor nodig om onszelf te doen geloven dat we nooit meer afscheid hoeven te nemen?

Memento mori

Tijd is genadeloos. Tijd gaat, in onze ervaring, één richting uit. ‘You can’t turn back, you cannot not have jumped’ (om uit onze voorstelling RELAY te citeren). Het verlangen om de tijd te overstijgen en de doden te laten spreken is niet nieuw. In de loop der geschiedenis probeerden mensen via technologie contact te houden met de doden. Zo is er de befaamde spirit phone, waarvan later werd beweerd dat Edison er jarenlang in het grootste geheim aan had gewerkt, en ook fotografie was ooit een manier om de doden nog wat langer in het rijk der levenden te houden. In het victoriaanse tijdperk waren memento-mori-foto’s heel populair: mensen werden in de eerste uren na hun dood gefotografeerd alsof ze nog leefden, met touwtjes om hun lichaam in positie te houden en stokjes om de ogen te openen.

DARKweekend, playField © Martin Corlazzoli

Memento mori, gedenk te sterven. Wat ooit werd verbeeld door een zandloper met een doodskop, verschuift vandaag naar digitale sporen die blijven circuleren: stemmen, berichten, beelden. Waar rituelen vroeger fysiek en collectief waren, manifesteren ze zich nu in digitale settings. Technologie neemt steeds vaker de rol van medium op, als een sjamaan die tussen werelden beweegt en de doden opnieuw laat spreken.

Wat artificiële intelligentie onderscheidt, is dat het niet alleen registreert, maar ook creëert. Nieuwe gesprekken, nieuwe herinneringen, nieuwe beelden. Fictie dus. In die zin verschijnt AI als een hedendaagse necromancer, een dark wizard die de doden bezweert en met data een schijn van leven oproept. De deadbot—een chatbot of andere AI-gegenereerde digitale weergave van een overleden persoon—is geen archief, maar een performer. Is dit digitale hiernamaals een nieuw soort theater?

In ons onderzoek bouwen we ‘media die blijven’ (voicemails, berichten, foto’s) als hedendaagse vormen van memento mori. Met deze sporen bouwen we een digitale schrijn: een digitaal hiernamaals, een digitale Día de los Muertos op scène. Door de digitale ruimte los te maken uit haar functionele context en haar binnen te brengen in het theater, wordt ze een ritueel instrument: een plek voor rouw, herinnering en aanwezigheid. Een tijdelijke ruimte waar we oefenen met het onbekende, het afwezige en het (nog) niet bestaande.

Misschien ligt de inzet niet in het overwinnen van de dood, maar in het bevragen van wat we precies aan het bewaren zijn. In het digitale hiernamaals is niets definitief. Het zand raakt nooit op, het wordt telkens opnieuw gegenereerd. Zo ontstaat een nieuwe aanwezigheid waar iemand eigenaar van wil zijn: big tech, de nabestaande, de kunstenaar. Wie spreekt er wanneer een avatar terugpraat? Wie beslist wanneer het gesprek stopt, en wat betekent afscheid als ‘offline gaan’ een keuze wordt?

Ook als kunstenaars met een praktijk waarin datacaptatie en -visualisatie een rol spelen, moeten wij ons deze vragen stellen. We hebben een verantwoordelijkheid in het behandelen van deze thematiek, want ze is maatschappelijk urgent, maar tegelijkertijd uiterst persoonlijk. Rouw en technologie, het is een combinatie waar de meesten onder ons een bedenkelijk gezicht bij trekken. Ze lijken lijnrecht tegenover elkaar te staan, de wereld van pixels en algoritmes tegenover een ervaring van vergankelijkheid, van afscheid nemen. Toch is het precies door deze spanning dat een nieuwe verhouding tot sterfelijkheid
kan ontstaan. Ook hierin ligt een paradox: de beweging weg van de dood, via chatbots en deepfakes, is er ook één naar de dood toe. Juist omdat de dood zich niet langer laat begrenzen tot de traditionele plaatsen, maar digitaal met ons meereist, wordt ze opnieuw iets waartoe we ons actief moeten verhouden.

“In het digitale hiernamaals is niets definitief. Het zand raakt nooit op, het wordt telkens opnieuw gegenereerd. Zo ontstaat een nieuwe aanwezigheid waar iemand eigenaar van wil zijn: big tech, de nabestaande, de kunstenaar.”

Technologie bekijken we in ons onderzoek als hedendaags spiritistisch instrument: een kanaal tussen levenden en doden. De digitale restanten van een leven beschouwen we als theatrale materie. Fragiel, onvolledig, soms pijnlijk banaal. Technologie verschijnt niet als futuristisch orakel op de scène, maar als hedendaagse vormen van ‘memento mori’: een confrontatie met zowel onze drang naar onsterfelijkheid als met de onmogelijkheid daarvan.

Met ons werk hopen we een debat te openen op een plek waar nuance mogelijk is: niet in de taal van marketing of techoptimisme en niet in de reflex van afkeer, maar in een theatrale situatie waar twijfel mag bestaan. Tegelijk maken we de praktijk van het digitale hiernamaals zichtbaar als iets wat ze misschien al is: een nieuw ritueel, een herinneringsmachine, een nieuw soort theater. Niet om te vieren, niet om te veroordelen, maar om te bevragen.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 11 — 14 minuten

#182

15.04.2026

—

07.09.2026

Marthe en Lana Schneider

Lana en Marthe Schneider – Kunstcollectief playField – hebben een voorliefde voor wetenschap en creëert ervaringen waarin kunst en technologie elkaar ontmoeten. In hun installaties en voorstellingen wordt het publiek zelf deel van het onderzoek. Zo brengt hun werk onverwachte perspectieven aan het licht en opent het ruimte voor reflectie op onze samenleving. Als huismaker bij GUM & Plantentuin in Gent werkt playField mee aan een vernieuwend residentieprogramma dat podiumkunstenaars uitnodigt tot onderzoek binnen een museale context.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!