Clara Hermans

Jana Tupivic

Leestijd 5 — 8 minuten

Het theater als negatieve ruimte

Hoe kan het theater zich vandaag verhouden tot de publieke sfeer? Aan de hand van de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han formuleert Jana Tupivic een voorstel voor een hernieuwde visie op het theatergebouw en wat erin kan plaatsvinden: het theater als negatief van een overgepositiveerde samenleving.

Depressies, burn-outs, gevoelens van zinloosheid … In een wereld die gedomineerd wordt door een overvloed aan het positieve, hebben we steeds meer moeite om met negatieve gevoelens, ideeën en krachten om te gaan. Het gebod van het consumentisme zegt ons dat we positief moeten zijn en meer en beter moeten verlangen. Het resultaat is echter dat we onze eigen grenzen overschrijden. Om up-to-date te blijven met onze prestatiegerichte maatschappij verliezen we inzicht in de eigen limieten en ontstaat er het gevaar om in diepe dalen terecht te komen. In ons werk, in sociale relaties en in ons dagelijks leven worden we gevraagd te presteren en ons te onderscheiden van de anderen. We hebben alle kansen om onszelf te ontwikkelen en onze dromen (wiens dromen?) na te jagen, maar als we hierin niet slagen ligt de verantwoordelijkheid in de eerste plaats bij onszelf. Zij die falen worden veroordeeld tot de abnormaliteit, terwijl zij die succes hebben hoog worden aangeschreven. Bij de Oude Grieken was ambitie een ondeugd. Nu is het de norm.

Een soortgelijke analyse maakt de filosoof Byung-Chul Han in zijn essay ‘De terugkeer van de Eros’. In een interview met de opmerkelijke titel ‘De terreur van het positieve’ zegt hij onder andere het volgende: ‘Current society is dominated by a surplus of positivity, even in one’s own affective household. It seems negative feelings are an impediment to accelerating the process. The utmost in acceleration can be expected where the same answers to the same. Negativity slows down and prevents a chain reaction of sameness.’

Er zijn weinig domeinen waar de dominantie van het ‘positieve’ zich nog niet heeft genesteld. Ook het gebied van de kunst is er niet aan ontsnapt. Niettemin is het nooit te laat, de kunsten hebben het potentieel om een antipode te vormen van onze overgepositiveerde samenleving. Het theatergebouw, bij uitstek, heeft de mogelijkheid om te functioneren als een negatief contrapunt en zodoende een radicaal andere ruimte te bieden waar negativiteit niet wordt vermeden maar een volwaardige plaats krijgt. Het theatergebouw kan letterlijk worden beschouwd als negatieve ruimte (de black box) van de positieve ruimte rondom (de geprivatiseerde ruimte, het marktplein, winkelstraten). Zoals in de analoge fotografie elke foto ook een negatief heeft, zo kan het theatergebouw een plaats zijn voor de andere zijde van een maatschappij.

De Franse filmmaker Jean-Luc Godard beschrijft zijn oeuvre als ‘Le cinema autrement’. Godard geeft geen sluitende definitie voor deze omschrijving,  maar zijn films bekijken vertelt genoeg: hij maakt inderdaad een ander soort cinema, zeker in zijn recenter werk. Het is een cinema die zich op geen enkele wijze conformeert aan een consumeerbaar product. Het is een ‘negatieve’ cinema. Het ‘negatieve’ wordt hier niet louter geïnterpreteerd als ‘negatieve gevoelens of gedachten’ (depressie, droefheid, etc.). Neen, het duidt hier eerder op een manier van werken, een vorm van monteren, een manier om met techniek om te gaan die een geheel andere manier van denken en communiceren produceert. Een manier die nooit zou worden gebruikt of overwogen door massamedia, publiciteitsbureaus, overheden en, in toenemende mate, ook kunst en sociale instituties. Want het is een manier van communiceren die ten volle de complexiteit van het leven omarmt. Godard poneerde ooit dat het zijn doel is dat de toeschouwer zijn films minstens drie keer moet zien om er grip op te krijgen. Het is een soort cinema waarbij je als kijker moet ‘werken’: waarbij je zelf associaties kan maken tussen de fragmenten tekst en beeld, en waarbij je, om het werk te kunnen vatten en er ten volle van te genieten,  opzoekingswerk kan doen naar de vele referenties. Het is een cinema die de mogelijkheid in zich draagt om conflict te veroorzaken: zijn films kunnen woede oproepen, ze kunnen vervelen en irriteren. Tegelijkertijd is het uitermate inspirerend werk als je de wil hebt om jezelf te engageren. Het ‘negatieve’ vraagt altijd om een engagement. Misschien is dat een van de redenen waarom zijn recente films nog nauwelijks worden vertoond in cinemazalen wereldwijd.

Er zijn weinig voorbeelden van de ‘negatieve cinema’. Net zoals er weinig voorbeelden zijn van het ‘negatieve theater’. Vele (opkomende) makers dagen hun eigen vak niet uit maar kopiëren vormen en methodes die ze op kunstscholen leren. (Misschien een gevolg van het overaanbod aan kunstscholen?) Wat we voorgeschoteld krijgen als artistieke proposities en wat door de kunstcritici en het publiek gelauwerd wordt, zijn herkenbare (voor wie?) voorstellingen die vertrekken vanuit een sterke persoonlijke en poëtische inslag. We worden overspoeld door een soort theater dat troost wil bieden voor de wonden die we oplopen in onze dagdagelijkse realiteit. Het is een escapistische benadering van kunst: het geeft de toeschouwer een vluchtweg van het dagelijkse leven om even op krachten te komen. Het theater verwordt hier tot warme moederschoot waar we ons collectief geborgen en getroost weten. Verzorgd worden is een belangrijk kenmerk van dit soort theater. Het is een soort theater dat in de val trapt van de mechanismes die bijdragen tot onze over-gepositiveerde, consumentgeoriënteerde samenleving. We should feel good.

Dat kan nooit het doel zijn geweest van de hedendaagse podiumkunsten. We bouwden geen theaters en zwarte dozen als een extensie van de openbare ruimte om het onszelf comfortabel te maken. Daarvoor hebben we Disneyland gebouwd en grote concertzalen. Maar niet de schouwburg en niet het vlakke vloer theater. Misschien wordt het tijd om de functie van het theatergebouw te claimen als negatieve ruimte van onze westerse samenleving?

Waaruit bestaat die negatieve ruimte dan juist?

Ze bestaat uit dat wat niet conformeert aan onze verwachtingen. Uit zaken (objecten, woorden, bewegingen, beelden) die buiten onze wil en controle liggen. Het negatieve theater zou onze innerlijk negatieve zijde kunnen zijn. De zijde die we niet kennen, waarvan we niet weten dat ze deel uitmaakt van ons. Deze negatieve zijde van onszelf hoeft niet per se in verbinding te worden gebracht met onderbewuste of excessieve, libidinale krachten. De negatieve zijde heeft veeleer te maken met ideeën, gevoelens en gewaarwordingen waartegen we ons zouden verzetten in het dagelijkse leven, maar waarvan we ons tegelijkertijd bewust zijn dat ze een potentieel verlies zouden zijn als we er onszelf niet mee zouden confronteren. Het zijn dingen die we misschien opzij zouden zetten als nonsens maar die tegelijkertijd de mogelijkheid hebben om deuren te openen naar nieuwe domeinen van kennis en die een andere benadering van de werkelijkheid kunnen provoceren. Het zijn zaken waar we misschien ooit van droomden maar die we naar de achtergrond hebben verdrongen door ons leven in de hedendaagse prestatiemaatschappij.

‘Every time we open the pages of another piece of writing, we are embarked on a new adventure in which we become a new person.’ Dit statement van theoreticus Walker Gibson geeft goed weer wat ook het doel van het negatieve theater kan zijn. De transformatie van de eigen persoon moet hierbij niet als iets groots en levensveranderend worden geïnterpreteerd. Het moet eerder op kleine schaal worden begrepen: de transformatie gaat over het wrikken aan gedachten, dogma’s, theorieën en oordelen die iemand kan hebben. Dit kan nieuwe perspectieven op het leven openen: nieuwe vragen die nieuwe gedachten en nieuwe ideeën creëren. Een dergelijk proces wordt vaak gekenmerkt door het opgeven van bepaalde ideeën. Er vindt een innerlijke strijd plaats tussen voorheen vaststaande feiten en nieuwe argumenten die het eigen denken openbreken.

Het moge duidelijk zijn dat dit soort theater, het negatieve theater, dat amper voorkomt, niet veel succes zal hebben onder de huidige politieke, economische en sociale omstandigheden. Het benaderen van het theater als negatieve ruimte zal niet beschouwd worden als een goede ‘prestatie’. Het zal niet goed onthaald worden door kunstcritici die schrijven voor dagbladen en zich geconformeerd hebben aan de tirannie van de toegankelijkheid. De Franse filosoof Alain Badiou schrijft in zijn boek In Praise of Love: ‘Risk and adventure must be reinvented against safety and comfort’. Zoveel is zeker: het negatieve theater zal geen comfort bieden, maar gaat voor engagement, kritisch denken en dat wat een risico inhoudt.

1 Tollmann, V. (2011). The terror of positivity. An interview with the Philosopher and Media Theorist Byung-Chul Han. http://www.springerin.at/dyn/heft_text.php?textid=2533&lang=en

2 Badiou, A. & Truong, N. (2012). In Praise of Love. New York: News Press.

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

artikel
Leestijd 5 — 8 minuten

#141

15.06.2015

14.09.2015

Jana Tupivic

Jana Tupivic woont en werkt in Brussel en Parijs. Ze is stichtend lid van het recent opgerichte Disagree. magazine. Deze tekst maakt deel uit van de eerste editie van Disagree. – a critical magazine on arts and society. Ze verscheen ook in een publicatie verbonden aan de voorstelling Antithesis, the future of the image van choreograaf Michiel Vandevelde.