‘Het Rad van de Geschiedenis’ (Discordia) – Foto Bert Nienhuis

Peter De Jonge

Leestijd 2 — 5 minuten

Het Rad van de Geschiedenis

Discordia, Amsterdam

Voor Het Rad van de Geschiedenis krijgt de toeschouwer een pakje prentbriefkaarten met foto’s van recent overleden figuren uit de kunsten cultuurwereld (van Jac Heijer tot Max Frisch en Martha Graham) in de hand gestopt. Bidprentjes, een In Memoriam? Het Rad van de Geschiedenis, alias Bernhards Der Theatermacher is inderdaad een In Memoriam, een In Memoriam van de Hogere Waarden, van de Kunstenaar, van het Theater. En misschien wel een In Memoriam Maatschappij Discordia.

Bernhard ligt de Nederlanders duidelijk. Naast Discordia (dit is hun vierde Bernhard, na Am Ziel, Der Schein Trügten Ritter Dene Voss) is er immers ook Rijnders, die regelmatig een Bernhard op de planken zet (dit seizoen Het Jachtgezelschap bij Toneelgroep Amsterdam). Discordia’s sobere aanpak valt echter te pref eren boven Rijnders’ rariteitenkabinet, dat Bernhard willens nillens reduceert tot de scheldende, ongevaarlijke gek die de Oostenrijkse goegemeente in hem zien wou. Het Rad van de Geschiedenis begint benauwend. Een grimmige Titus Muizelaar wijst het publiek de weg tussen de houten stoelen; het speelvlak is ondiep en enkel verlicht door het langzaam verdwijnende daglicht. Maar gaandeweg telescopeert het decor (Lamers haalt opeenvolgende voorhangen één na één weg, een procédé dat hij reeds hanteerde in Oom Wanja) en slaat de toon om van grimmig naar elegisch met tragikomische ondertonen. Lamers geeft zichzelf niet de kans een cliché-Bernhard personage dat zelfgenoegzaam en onafgebroken kankert, te spelen. Zijn tirades breekt hij om de haverklap af om het voor hem liggende tekstboek te consulteren. Zijn Theatermacher is dubbelzinnig en vol nuances. Lamers’ aarzelende drukdoenerij (hij is tenslotte de spil van het stuk én van Discordia) steekt schril af tegen de massiviteit van Muizelaar, als waard de vertegenwoordiger van provincie en mediocriteit die alle hogere waarden naar omlaag zuigt, het rondlummelen van talentloze zoon Matthias De Koning en de afwezigheid van onwillige vrouw Ditha Van der Linden en mentaal zwakbegaafde dochter Annet Kouwenhoven. Dit zelfgeproclameerd genie dat het platteland uitkotst maar bereid is zijn stuk Het Rad van de Geschiedenis aan te passen omdat Hitler aan de muur hangt, deze begaafde toneelspeler, wiens talent helaas onvruchtbaar bleek (zou dit ook het geval zijn met zijn geestelijke kinderen?), deze tiran die zijn zoon de vloer laat dweilen (hilarische inspanning van De Koning) en kruipt voor de herbergier, deze onbetrouwbare vader die om beurt zijn kinderen verzekert dat zij zijn enige steun betekenen, levert ons een intrigerend beeld op van de Kunst en Haar beoefenaars. Nog één voorhang. Vooraan op de scène staan houten stoelen, mooi op een rij, identiek aan de stoelen waar wij momenteel op zitten. Wij kijken naar het theater, letterlijk. De voorhang trekt weg. Het plateau waarop Het Rad van de Geschiedenis gespeeld zal worden wordt zichtbaar. De acteurs bevinden er zich reeds, het doek zal meteen opgaan. Plots vallen bakken water naar beneden. De acteurs zijn nat tot op de huid en de Theatermacher jammert, omhelst zijn dochter. Het Rad van de Geschiedenis wordt niet gespeeld, wordt nooit gespeeld. Het theater is lek geslagen en lijdt schipbreuk.

Het Rad van de Geschiedenis of Der Theatermacher van Thomas Bernhard.

Maatschappij Discordia.

Met Jan Joris Lamers, Ditha Van der Linden, Matthias De Koning, Annet Kouwenhoven, Titus Muizelaar.

Produktie; Marianne De Graaf.

Gezien in het Kaaitheater te Brussel op 27 juni 1991.

recensie
Leestijd 2 — 5 minuten

Peter De Jonge

recensie