Dirk Lauwaert

Leestijd 9 — 12 minuten

Het Mechaniek van het Project

De onweerstaanbare aantrekkingskracht van het woord project

‘Het is duidelijk dat men het liefst het subsidiegeld gewoon zou uitdelen,’ schrijft Dirk Lauwaert, niet zonder ironie. Maar dat kan niet en dus moeten er ‘projecten’ ingediend worden. Een essay over het project als toekomstvorm van een maatschappij zonder utopie.

Het kopen van een huis omschrijft de bankier van bij het eerste gesprek als ‘jullie project’. Kunstencentra en theatergezelschappen moeten hun ‘project’ omschrijven om subsidies binnen te halen. Studenten in kunstscholen moeten hun ‘eindproject’ motiveren en omschrijven. Een huwelijk sluiten, kinderen wensen,… het wordt allemaal als ‘project’ benoemd.

Er gaat vandaag van het woord project een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Studies van semantische modes zijn zeldzaam, vooral satirici wijzen ons op de maniërismen ervan. Die satire is terecht, want de populariteit van zo’n term is evenredig met een niet begrijpen van wat we met de term precies doen. Het zijn stopwoorden die als een black box functioneren, of als een joker. Juist hun onduidelijkheid laat toe te verdoezelen én te instrumentaliseren. Het ene heeft iets met het andere te maken: ieder instrumentaliseren veronderstelt het onderdrukken van het niet-instrumentaliseerbare en omgekeerd leidt ieder wegdrukken tot instrumentalisering.

In het woord ‘project’ drukt zich een verschuivende ‘manière de faire’ uit (waarom en hoe huwt men, koopt men een huis, maakt men een werk?). Het ‘project’ wijst impliciet op een nieuwe constellatie voor handelen, beslissen, beoordelen. Het duidt op nieuwe verhoudingen.

Ik maak de oefening van het woordenboek. In Le Petit Robert – die mij in die oefening telkens weer schitterend dient – vind ik de volgende twee betekenissen van het woord ‘projet’:(1) Image d’une situation, d’un état que l’on pense atteindre. Ce que l’on se propose de faire, à un certain moment. (Projets administratifs, économiques, politiques). Tout ce par quoi l’homme tend à modifier le monde ou lui-même, dans un sens donné.(2)Travail, rédaction préparatoire; premier état. Description, dessin, modèle antérieur à la réalisation.’

Project heeft eerst en vooral te maken met maken, bewerken. Woorden als ‘travail’, ‘réalisation’, ‘faire’ en ‘modifier’ maken dat duidelijk. Het ‘project’ maakt deel uit van het semantische veld van de arbeid en het werk. Als er een verschuiving plaats heeft in het gebruik van het project, dan signaleert dat een gewijzigde structuur van het makende doen.

Ik wijs verder op enkele treffende contrasten. De eerste betekenis wijst op een vaag object: ‘image’, ‘ce que l’on pense’, ‘se propose’, ‘tend à’. De tweede betekenis zegt precies en concreet: ‘travail’, ‘description’, zelfs ‘état’. In de eerste betekenis gaat het om een krachtige, maar niet al te zeer omschreven potentialiteit; het is een streefdoel. Men weet wat men wil en tegelijk dat het niet te bereiken is. In de tweede betekenis is een project zeer concreet en is het intiem gekoppeld aan een verwerkelijking. Tussen ‘premier état’ en ‘réalisation’ ligt het tweede veld stevig verankerd binnen positiviteit. Hier is het project niet een doel dat men wil maar nooit helemaal kan realiseren, zoals in de eerste betekenis, maar het zeer concrete instrument om het doel juist wel te verwerkelijken.

Men kan dit contrast ook omschrijven als de tegenstelling tussen datgene wat verderop, stroomafwaarts van het maken ligt (de eerste betekenis) en datgene wat (stroomopwaarts) voorafgaat aan het maken.

Het ‘project’ in ons hedendaags taalgebruik volgt niet de eerste betekenis, maar helemaal en exclusief de tweede. Het ‘project’ vandaag is geen open potentialiteit, maar een gelimiteerde, pragmatische functie.

Het project is een tekst en dus geen beeld (‘image’ zoals in de eerste definitie, die dus ook de verbeelding oproept). Het is een bepaald type tekst. Een tot op grote hoogte geregelde, geconven-tionaliseerde tekst. Een gebruikstekst zoals een jaarverslag, een juryrapport, een inventaris, een recept, een bijsluiter. Er zijn regels om het op te stellen. Regels in functie van de bestemmeling, van de ‘project-makelaar’ (om een neologisme te maken). Het project is een middel, geen autonome prestatie. Het is een praktisch middel in relatie tot een te realiseren resultaat, maar vooral een retorisch middel in relatie tot de instantie die beoordeelt en erkent (toekennen van een lening, verkrijgen van een quotering of een subsidie). Het project zegt wat men gaat doen, minder om dat te gaan doen, maar in de eerste plaats om de makelaar te overtuigen.

De idee van het ‘project’ markeert vooral de verschijning van die derde, de project-makelaar in een cruciale maar toch zeer paradoxale positie. Ik huw niet voor mijn bankier of notaris en toch kom ik via het project-denken onder een merkwaardige afhankelijkheid van hem. Via het ‘project’ participeert hij op een intieme manier aan mijn initiatieven. Hij beoordeelt mijn ‘project’ en daarmee eigenlijk ook de intieme structuur van mijn handelen. Mijn project wordt op die manier zijn project. Maar omgekeerd past de project-leverancier zich intiem aan de verwachtingen van de projectmakelaar aan. Men schrijft het project – als een pastiche – in functie van het profiel van de projectmakelaar. Het ‘project’ als instrumentele tekst functioneert niet meer in de eerste plaats in het verlengde van het te realiseren werkstuk, maar in de meta-functie van de beïnvloeding van de project-makelaar. Het verschuift van een praktisch naar een retorisch instrument; het is er niet langer om het werkproces te begeleiden, maar om de beoordeling te sturen en zo de quotering, de rangorde, de evaluatie binnen te halen.

Het project vervangt zo het oude ‘dossier’. Een dossier bevat informatie. Zijn kracht hing af van het gehalte van de informatie, van de controleerbaarheid ervan. Het dossier moet beoordeeld kunnen worden; het project moet de beoordelaar overtuigen. Verschuiving van rol, accent, activiteit. Zich laten overtuigen is iets anders dan beoordelen.

Het project is het nieuwe strategische kruispunt voor een aantal cruciale transacties in de cultuur. Het project – eerder dan het uiteindelijke werkstuk – bepaalt. Het project is de pasmunt; niet het meesterwerk dat onaangekondigd en spectaculair het meesterschap openbaart.

Het project reorganiseert het cruciale maatschappelijke bedrijf van de beoordeling. Men beoordeelt iets anders, men beoordeelt op een andere manier. Zo plaatst men de te beoordelen aanvrager (van een hypothecaire lening, een eindquotering, een subsidie, een huwelijksaanvraag, een therapie enz.) in een centrale, actieve positie. Hij wordt sterk betrokken bij de behandeling van zijn dossier; daarin zit immers zijn project. Een goede zaak? Misschien, misschien ook niet.

Ik vraag me af: waarom geeft de beoordelaar zoveel uit handen? Waarom laat hij de aanvrager meepraten? Waarom beloont hij al voor het werkstuk er ligt? Waarom vertrouwt hij op intenties, prognoses, prospecties? Waarom laat hij de aanvrager zo diep doordringen in het geheim van zijn intieme deliberaties? Waarom doet hij alsof zijn oordeel in samenspraak kan geformuleerd worden?

Het project is minder het instrument van de aanvrager dan dat van de makelaar. De problemen van de aanvrager zijn kinderspel vergeleken met de problemen van de makelaar. Immers, diens referentiekader is zoek. Hij weet niet meer hoe te beoordelen. Het referentiekader is wezenlijk onduidelijk geworden. Door de te beoordelen aanvrager niet meer om een dossier maar om een project te vragen, probeert hij het referentiekader dat hij zelf niet meer heeft, los te krijgen van de aanvrager. De makelaar vraagt hem: ‘Geef mij jouw regels van beoordeling’ en zegt niet meer: ‘dit zijn mijn regels waarop ik jou zal beoordelen.’

Gaf het dossier facts, het project genereert de waardeargumenten. De aanvrager moet zichzelf en zijn activiteit rechtvaardigen (hier knoopt het ‘project’ weer aan bij zijn eerste, utopische betekenis – maar in welk een schamele rol!). Maar de utopie is hier een verkoopsslogan (is dat het ‘politiek correcte’?).

Hier kan je ook de onvermijdelijke vervaging van de kritiek situeren. De projecttekst is als een persdossier voor de kritiek; zijn functie is uitgehold tot echo van het project. Maar vooral, het resultaat zelf is een restfunctie, een epifenomeen van het eigenlijke project. De oude kritiek trad daar op; die plek bezoeken is nu een beetje onwelvoeglijk geworden. Noch realisatie, noch verificatie zijn vandaag cruciaal. Een eufemistische intentie-cultuur maakt van een kritiek oude stijl een vorm van onbeschoftheid.

Die instrumentalisering slaat terug op het werk zelf. Het project is meer dan een verpakking die de kern van de zaak – mijn aankoop, huwelijk, werkstuk, productie – ongemoeid laat; integendeel. Werk dat als project verdedigd wordt, staat in een nieuwe configuratie.

Het project in de eerste betekenis van het woord is wat men in de fenomenologie de horizon noemt waartegen een betekenis verschijnt. Zin ontstaat vanuit de toekomst. Het project in de tweede betekenis bakent af, tekent uit. Een actieveld, een werkwijze, intellectuele en financiële werkingskosten worden omschreven. In tijd gelimiteerd, geldend onder bepaalde voorwaarden. Zo werkt het project als een overzienbare, calculeerbare operatie. De ongelimiteerde ambitie van het eerste type project onttrekt zich bij definitie aan calculeerbaarheid.

Daarmee is een mogelijk werkstuk wel omschreven, maar tegelijk ook innerlijk gelimiteerd. Het is geen utopisch project meer. De horizon die in een existentiële lectuur van het menselijk handelen de nooit lokaliseerbare, maar cruciale dimensie gaf aan handelen is hier vernauwd tot een overzienbaar territorium, een label, een handelskenmerk, een formule. Het project is zo een pragmatische praxis geworden, in een beveiligd en tegelijk vernauwd mentaal leven.

Het werk krijgt een tactisch karakter. Het is niet meer ingebed in een ongrijpbare aanspraak op omvattendheid. De plaats van de maker is niet meer ingegeven door iets zo irrationeels als een roeping, maar door iets calculeerbaars als een belegging. Is het project (in de eerste betekenis) de ontkenning van een economische calculus, de tweede betekenis van project toont het ons als essentieel een economische berekening.

Het werkstuk dat vooraf berekend wordt, is iets anders dan het werkstuk dat onweerstaanbaar geroepen werd. Het eerste situeert zich binnen een veld, het tweede tegenover een horizon. Het eerste is wezenlijk onaangekondigd en is dus een openbaring; het tweede is wezenlijk voorspelbaar en dus deel van de mode.

De kunstenaar komt in een valse positie tegenover zijn eigen werk te staan. Door de kunstenaar mondig te willen hebben, snijdt men wellicht een pad van cruciale onbeslistheid door.

Het hedendaagse project is een manier om de bloeding van het uiteindelijk onmotiveerbare project te bezweren.

Controleerbaarheid is voor instellingen een waarde op zich; het maakt communicatie en motivering mogelijk. Overigens, niet de motivatie primeert, maar de motiveerbaarheid. Zo schuift er tussen het werkstuk en de wereld een parasitair betoog in functie van de controle. Het is een heel leger dat zich rond de logica van het motiverende project heeft genesteld. Een corps van specifieke geletterden die zich als speechschrijvers en -lezers van de cultuur manifesteert.

Aan de ene kant is het oude project als roeping de onderwerping aan een passief moment. Aan de andere kant is datzelfde oude project de grondslag zelf van het willen en dus de humus van een uiterst actieve passiviteit. Met het project in de hedendaagse betekenis zijn we samen met de onderwerping ook de wil kwijt. Immers alleen voor het onberekenbare risico is er wil nodig; voor de berekende uitkomst van de calculus alleen een berekenmachine.

Het project is een poging om het geheim van ieder willen uit te roeien en het tot een geheimloos project te maken. Het project maakt openbaar én is obsceen. Men kan echt niet zeggen wat de ultieme grond is van de eigen wil. Door het toch te zeggen vervreemdt men van wat men wil, ontvreemdt men zelf zijn eigen wil.

De roeping – die allesomvattende investering in een wens – is steeds een skandalon; het oude alternatief ervoor heet: opdracht. Maar juist die kan vandaag niet meer geformuleerd worden. De opdracht kanaliseert; zowel het werk als de wil van de roeping. De opdracht bakent af, binnen het kader van een traditie en een collectiviteit. De opdracht is wezenlijk traditioneel, ze heeft haar wortels in een continuïteit van waarden. Opleidingen, ateliers, een consensus maken het mogelijk die opdracht te formuleren en te realiseren.

Het hedendaagse project is een verschoven opdracht. Het project wordt geformuleerd door de maker, niet door de opdrachtgever. Deze wordt ontslagen van de onmogelijk geworden taak om een zinvolle opdracht te formuleren.

Er is meer, want tussen roeping en opdracht is er een mooie alternerende beweging, fundamenteel melodramatisch van aard in zijn felle contrasten en in zijn dramatische overgang. Want iedere roeping impliceert de structuur van een opdracht. Men wordt geroepen tot een taak. Hier ontstaat dan trouw.

Het project is een antwoord op de afwezigheid van die globale alternerende structuur, die tot vandaag als een nostalgische herinnering doorleeft, maar in de praktijk van levensbeslissingen geen werkzaamheid meer heeft. Het project heeft de structuur van de trouweloosheid die nochtans heel naïef te goeder trouw is.

Het project heeft de woorden discours en concept vervangen. Want zover reikt mijn herinnering aan dit soort woorden. Drie woorden, drie manieren om te zeggen dat en hoe mensen iets doen, handelen, realiseren. Drie woorden waarmee men telkens op een andere manier zegt dat iets niet zomaar, maar met een bepaalde reden of betekenis gebeurt. Het discours ziet een sprekende wereld van mensen, het concept ziet een beredeneerde kern, het project ziet de retorische pragmatiek.

Via het discours heeft men een ontcijferende verhouding tot de gerealiseerde dingen – het discours is een romaneske hypothese; via het concept triomfeert een formalistische morfologie van de dingen – het concept begeleidt een minimalistische systematiek; via het project wordt de systematiek van het werkstuk verdreven ten voordele van de intentie.

Het is duidelijk dat men het liefst het subsidiegeld gewoon zou uitdelen. Wat vervelend dat dat niet kan en dat er een verantwoording moet zijn voor het toegekende geld. Laten we het geld geven aan degene die de mooiste motivering schrijft!

Het project vervangt het resultaat. Natuurlijk verwacht de projectontwikkelaar een resultaat. Om een resultaat te bekomen heb je procedures nodig. Volg je die procedures dan heb je ook dat resultaat. Het resultaat zit in de procedures. Het hedendaagse project is de verzameling van procedures. Het is een techniek, een cultuurtechniek.

Het werk geraakt daardoor in wezen niet meer voltooid. Het blijft in de startblokken zitten. Éénmaal project, altijd project, zou men kunnen zeggen. Wie in de projectstructuur stapt, sluit eigenlijk het afgeronde resultaat uit. Ook hier keert iets van de grenzeloosheid van de oude project-idee terug; maar niet in de zin van onbereikbaarheid, maar in de zin van constitutionele voorlopigheid. Het project weigert de verantwoordelijkheid voor het definitieve.

Kan een cultuur uit een verzameling projecten bestaan? Men huivert bij zulk een gedachte! Nooit meer de pretentie van wat af is, omdat het werkelijk gewild werd!

Het project is de toekomstvorm van een maatschappij zonder utopie. De vlucht vooruit in het project heeft minder met de toekomst, dan met de vervluchtiging van het verleden te maken. Projecten voeden zich niet aan het verleden, aan een traditie, aan referenties – ze voeden zich aan een actualiteit gezien als een veld van virtuele mogelijkheden. Het project behoort tot dezelfde virtuele actualiteit als die van de trendspotter.

Het project is een instrument van de toenemende procedure-controle (van het management-project voor de wereld). Het project is de verkapte vooruitgangsidee van het management, dat in geen vooruitgang gelooft (management en vooruitgang sluiten elkaar uit; er is geen management van een utopie of van een levensideaal mogelijk). Het management gaat over het bestaande en overzienbare; nooit over het niet berekenbare.

Het project ligt in het verlengde van de mechanisering van de materiële productie; het is de mechanisering van het bewuste leven tot een productie ervan.

artikel
Leestijd 9 — 12 minuten

#72

15.06.2000

14.09.2000

Dirk Lauwaert

artikel