Yurgen Schoora ‘La Pourriture Noble’ / Serge Lichtenberg

Amos de Haas

Leestijd 7 — 10 minuten

Het lichaam in beweging

Hedendaagse mime vormde het centrale thema van de zevende editie van Festival De Beweeging (1-12 maart 1995). Terwijl de hedendaagse dans de voorbije tien jaar een stijgend aanbod en dito kwaliteit kende, verdween het lichamelijke theater veelal van het toneel. In Nederland krijgt de mime meer aandacht. De Nederlandse mimograaf Amos de Haas, die in 1994 de Aanmoedigingsprijs voor de mime van het Amsterdamse Fonds voor de Kunst ontving, volgde met aandacht het mimeluik van Festival De Beweeging.

In de inleiding van het programmaboekje van het Antwerpse Festival De Beweeging constateert Herbert Reymer (algemene leiding) dat het aanbod en de kwaliteit van mimeprodukties de afgelopen jaren niet bepaald gestegen is. In een poging hier weer nieuw leven in te blazen of op zijn minst de stand van zaken op te nemen programmeerde het festival een eigen produktie, werk van jonge mimografen, een tentoonstelling, video-viewings, twee workshops, een Vlaams- Nederlandse mime-ontmoeting en publiceerde het een boekwerkje over vraagstukken en hangijzers in de hedendaagse, vaak zo vage mime. Op uitnodiging van het festival en het Theater Instituut Nederland werd mij vrijdag en zaterdagavond een staalkaart van Vlaamse mime voorgeschoteld die op het eerste gezicht een bijzonder levenskrachtige indruk maakt.

Kwartet

Allereerst is er Luidop Stilstaan, de door het festival zelf geproduceerde voorstelling. Vier mimografieën van verschillende makers, uitgevoerd door een voor de gelegenheid samengestelde groep: Lula Béry, Neil Cadger, Bernard Eylenbosch en Nancy Nievaard. De omstandigheden waarin deze produktie gemaakt is, lijken me zeer veeleisend. Vier verschillende regisseurs in een bestek van drie maanden te moeten volgen, lijkt me zeker naar het eind van zo’n periode niet eenvoudig. Maar lichtvoetig, onvermoeibaar en met her en der een vleugje ironie, spelen ze de hele avond de sterren van de hemel. Wat al jaren voor de dans werkt blijkt ook voor mime een goed recept. Een avondvullende voorstelling met vier stukken van ieder ongeveer twintig minuten.

Luidop Stilstaan opent met Few phenomena gave me more delight, een compositie voor stem en beweging van Dirk Opstaele. Met de nadruk op luidop en wat minder op stilstaan schilderen de vier spelers een verfijnd landschap waarvoor ze inspiratie zochten bij de dichter Henry David Thoreau. Als instrumentalisten vertolken de spelers met stem en beweging hun rol. In het boekje van het festival wordt Opstaele als volgt geciteerd: ‘Sommigen denken dat acteurs moeten genieten om genot te schenken, of zelf te moeten zijn om te doen geloven dat ze ‘t zijn. Neen, daar hebben we geen tijd voor!’ Deze houding levert zeer dwingend en helder theater op.

Monica Klinger en Carmen Blanco Principal nemen het tweede deel van de avond voor hun rekening. Minimalistisch en uiterst consequent trekken spelers en stoelen een langgerekte spanningslijn door de ruimte tot het licht helemaal gedoofd is en een laatste stoel uitgeschoven. Enigzins achterhaald, maar uiterst dwingend. Het lichaam van de speler is werktuig van een consequente structuur.

Na de pauze L’idée van Karina Holla, eerder uitgebracht bij Griftheater. Repertoire in de mime kan dus toch bestaan. Het blijkt dus niet zo te zijn dat een mime-voorstelling altijd strikt gekoppeld is aan de spelers en het seizoen waarin het gemaakt is. L’idée is een voorstelling met een verhaal, een situatie, personages, muziek, geluidseffecten, licht,… kortom Holla pakt uit. Toegankelijk en misschien nog voor sommigen taboe-doorbrekend. De spelers tonen zich hier vooral als fysieke acteurs. Acteurs die niet meer dan drie woorden per zin behoeven, in een stuk waarin de wellustige geest zich meester maakt van het lichaam.

Afsluiter van de avond is de voorstelling Omgangsvormen van Jan Ruts. In een briljant begin verbeeldt Ruts wat niet uitgesproken kan worden. In een vierkant uitgelichte vloer lopen de vier spelers twee aan twee rond in een wijde cirkel. Na enige tijd treden in de formatie dusdanige verschuivingen op dat er permanente wisselingen van verhouding ontstaan. In de eenvoud van het lopen openbaart zich een grote complexiteit. Daarna bouwt Ruts deze verlichte wandeling verder uit in allerhande hilarische toestanden die hij zich dankzij het zeer professionele kwartet kan veroorloven. Ruts: ‘Het heeft niets te maken met waar het om gaaf.

Ruts klinkt nog raadselachtiger dan zijn leermeester Etienne Decroux, maar ik heb hem ook eens horen zeggen dat de waarheid ligt daar waar de kat gaat liggen. In Luidop Stilstaan ligt de kat de gehele avond in de schoot van vier spelers. Een mooi ensemble, in een zeer levendige en toegankelijke avond mime.

Afstand

In het voormalige badhuis, op de eerste verdieping, heeft beeldend kunstenaar/mimespeler Lukas Vandenabeele een aantal vitrines ingericht. Raadselachtige objecten en foto’s van lichaamsdelen met deze objecten. Misschien zijn ze bedoeld om het lichaam te completeren, te sieren, of heel wreed te dwingen. Een wereld waar niet de mens zelf, maar het lichaam de maat is van alle dingen. Ik herken de fascinatie voor de afstand die een mimespeler tot zijn eigen lichaam, zijn instrument kan hebben. Een glimlach om deze idiote abstractie in een ruimte waar men zich vroeger waste.

De sfeer van deze expositie is een aardige tussenstap naar Maquette Theatre uit Brussel, aangekondigd als een ‘gelegenheidsperformance’. In een met vaal wit zeildoek aangeklede ruimte begint de performance met drie films. Een van deze films heet Lilly of Quex: prachtige beelden uit een museum vol opgezette dieren, drie personages in een landschap en verschillende bewegingscomposities. Dan wordt een groep hybride figuren geïntroduceerd, o.a. een ondergescheten vogelman behangen met conserveblikjes en een genetisch gemanipuleerd paard in een koffer. ‘Ontmenselijkte figuren’ meldt de begeleidende tekst, ‘eengeworden met hun kostuum’. Vijf figuren die niet uit hun zelfgeschapen gevangenis lijken te kunnen ontsnappen. Men worstelt met de omstandigheden van levend beeld ten overstaan van levend publiek. Uit de films spreekt dat de groep zeer veel in zijn mars heeft. Ondertussen komt deze performance niet echt van de grond. De wereld van Maquette is er één waar we naar mogen kijken, maar kennelijk op dat moment geen deelgenoot van kunnen zijn. Maquette is surrealisme van de bovenste plank, visueel zeer uitdagend. De spelers zijn niet bang om een sprong in de diepte te wagen. Vraag is of het publiek mee wil springen.

Zaterdagavond Yurgen Schoora’s La Pourriture Noble. Een man en een vrouw bewegen wezenloos om elkaar heen, beurtelings is hun aandacht gericht op zichzelf, elkaar en het publiek (Wat willen die twee half-geklede figuren toch van me?) De schaars verlichte ruimte ademt een heimelijke sfeer, maar het lijkt niet van belang waar we zijn. Schoora hanteert een zeer eigen en veelvormig bewegingsvocabularium, met een sterk gevoel voor sculptuur. De krachten die de ruimte op de lichamen en de lichamen op elkaar uitoefenen lijken permanent met elkaar in evenwicht, waardoor er weinig dramatiek in de beweging ontstaat. Evenals bij Maquette zijn de aanwezigheid en de handeling op het toneel geen garantie dat ‘het’ gebeurt.

Nu gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat ik van dezelfde generatie mimespelers ben als Maquette en Schoora. Met de leden van Maquette heb ik gelijktijdig in Parijs gestudeerd. Ik herken de worsteling, en de wensen vanwaaruit gewerkt wordt. Allicht dat ze het op een andere manier zullen verwoorden, maar de wens dat beweging voor zichzelf spreekt, zoals in de poëzie de woorden voor zichzelf spreken, klinkt in beide voorstellingen.

Dat is vreselijk eigenwijs, en absoluut eigen aan de mime. Daar ligt ook een oorzaak waarom mime zichzelf iedere keer opnieuw moet uitvinden en vaak moeizaam te definiëren valt. De mime moet steeds maar weer zoeken naar omstandigheden waarin de beweging en de beelden op dat moment kunnen spreken. Hoe kunnen we iets dat buiten het bereik van taal ligt laten spreken?

De eerste 10 minuten van Omgangsvormen van Jan Ruts in Luidop Stilstaan voldoen volledig aan deze criteria. Bij Dirk Opstaele ligt het accent iets anders. Hij geeft zijn spelers geen gelegenheid een worsteling met het materiaal en met de situatie aan te gaan, integendeel hij laat ze er direct afstand van nemen en er mee spelen. Nu is dat voor hem ook eenvoudiger omdat hij ervoor zit. Maquette en Schoora staan in hun eigen werk, maar het werk van Opstaele heeft wat dat betreft een geheel andere tendens dan, ook in de Nederlandse mime, vaak gebruikelijk is.

Ondersteuning

De hele zaterdag vond er een gesprek plaats tussen Vlaamse en Nederlandse mimers en aanverwante belanghebbenden. Voor de Belgen stonden Luc De Smet (De Kleine Academie), Jan Ruts (Antwerpse Mime-Studio en theater Pyramide op de Punt), Ann Olaerts (Vlaams Theater Instituut), Roos De Smet(Raad voor Dans), Herbert Reymer en Bart Patoor (De Beweeging) opgesteld. De Nederlandse mime werd vertegenwoordigd door Rob de Graaf (Mime Opleiding Theaterschool Amsterdam), Wim Meuwissen (Acteursopleiding Academie voor de Hoge Kunsten Utrecht), Frits Vogels (Griftheater), Ineke Austen (Theater Instituut Nederland) en ikzelf. Het geheel werd gemodereerd door de Nederlandse journalist en mime-observator Loek Zonneveld.

De mime is meestal bijzonder verdeeld. Onverenigbare standpunten, oude vetes en anderssoortig artistiek gekrioel beheersen meestal dit soort bijeenkomsten. Het gevolg hiervan is evenveel monologen als sprekers en evenveel soorten mime als mimespelers. Van een gesprek is dan weinig sprake. Deze zaterdag maakte ik voor het eerst mee dat er in alle openheid en met werkelijke interesse met mekaar gesproken werd. Op onnavolgbare wijze vertelden Luc De Smet, Jan Ruts en Wim Meuwissen de ontstaansgeschiedenis van de Vlaamse mime. De pantomime-invloeden van het Hoste-Sabbattinitheater, de introductie van Decroux en Grotowski door Herman Verbeeck, Lecoq door Luc De Smet. Nog vele andere namen en 40 jaar Vlaamsemimegeschiedenis om uit te komen bij dit festival.

In het Nederlandse relaas lag het accent meer op de verworvenheden van de mime. Zo is er om te beginnen de mime-opleiding in Amsterdam. Verder zijn er meerjarige structurele subsidies voor gezelschappen, er zijn jaarlijkse subsidies voor gelegenheidsprojecten, van het rijk en verschillende gemeenten. Er zijn werkplaatsen en produktiehuizen die mime genereren. Er was tot voor kort het Nederlands Mime Centrum voor informatie en organisatie van de mime, wat helaas vanwege bezuinigingen is opgegaan in het Theater Instituut Nederland. Er bestaat zelfs een collectieve arbeidsovereenkomst en een pensioenfonds voor de mime. En sinds een paar jaar is er een mime georiënteerde acteursopleiding bijgekomen in Utrecht.

Groot was de verbazing aan Nederlandse zijde toen het schrille contrast met de omstandigheden van de Vlaamse mime zich aftekende. Nagenoeg alles blijkt jarenlang zonder enige overheidssteun te gebeuren. Sterker nog: de Vlaamseoverheid lijkt eerder tegen te werken, getuige een aantal bijzonder smakelijke verhalen. Momenteel valt mime in België onder het podiumdecreet ‘dans’ en krijgt ze geen eigen vermelding. Yurgen Schoora en Hoste-Sabbattini Pantomimetheater zijn de eerste gelukkigen die in deze constructie subsidies naar zich toe hebben zien komen (sinds ’93 totaal 2.350.000 Fr. voor drie produkties). De Kleine Academie verheugt zich momenteel over 1 miljoen Fr.overheidssteun. Dit zijn natuurlijk geen omstandigheden waarin een discipline zich kan ontwikkelen. Dit is een uitputtingsslag. Als voorbeeld kan de AntwerpseMime-Studio genoemd worden. De studio is slapende doordat er niet eens meer de mogelijkheid is een studio aan te houden, laat staan publiciteit te voeren om nieuwe studenten te werven.

Het festival De Beweeging heeft laten zien dat er een zeer vruchtbare bodem voor de mime aanwezig is in Vlaanderen. Er is een verscheidenheid aan makers, die verbonden zijn door hun fascinatie voor de begrenzingen van het lichaam en de onbegrensdheid van de beweging. Een citaat van Luc De Smet: ‘Beweging letterlijk in alle betekenissen als sleutelbegrip, beweging als instrument tot het verwerven van kennis. Het lichaam in beweging liegt niet. De rest is ideologie.’

Om beweging zo te kunnen ontwikkelen ontbreekt het Vlaanderen aan een goede infrastructuur die de mime ook maatschappelijk in het zadel helpt, zodat ze de tijd en de gelegenheid krijgt zich verder te ontplooien.

Het boekje Hedendaagse mime en specifiek in Vlaanderen. Verslag van een zoektocht, is voor 100 Bfr. te koop bij De Beweeging, Gasstraat 90, B-2060Antwerpen.

artikel
Leestijd 7 — 10 minuten

#50

15.06.1995

14.09.1995

Amos de Haas

artikel