Ruigoord: een virtuele dood (deel 2) (Carine Molier/Toneelgroep Amsterdam & FACT) FOTO BIFO

Leestijd 8 — 11 minuten

Het lange sterven

Ruigoord

Toen ik op een van de laatste avonden van december 2000 voor de tweede keer binnenwandelde bij Ruigoord II, een virtuele dood, begroette regisseur Carina Molier me met de tekst: ‘Zo, kom je revanche halen?’ ‘Hoezo?’ vroeg ik verbaasd. ‘Nou, twee avonden terug sloegen ze er maar een slag naar.’ Het was mij niet opgevallen. Integendeel, ik was na die eerste keer zo volledig van de kaart dat een tweede bezoek voor de hand lag.

Het werd een volledig andere avond, hij was even verpletterend. Carina Molier in een kranteninterview: ‘Wat de kijker te zien krijgt is een nagespeelde versie van het werkproces. Alles ligt precies vast maar het moet de schijn hebben van een losse spontane gebeurtenis. Daar worstel ik steeds mee: hoe bewaar ik de suggestie van chaos, met al die mooie ruismomenten, zonder dat het een troebele soep wordt? Zoals Patty Smith ooit zei: I want to express the inexpressible.’

‘Mooie ruismomenten’, dat is een karakteristiek Carina Molier-begrip, vind ik, vermoed ik. Toneel als het zorgvuldig sprokkelen van piekervaringen en momenten van pure schoonheidsbeleving, dat is niet haar piece-of-cake. Het leven zit vol ruis, theater mag dat ook hebben. Maar het moet wel mooie ruis zijn. Anders gaat Carina Molier net zo lief met haar toeschouwers in het café zitten, op een eiland, in een zonovergoten landschap of een koude kerk. Dingen die Carina Molier overigens allemaal ook graag doet, maar dan om die ‘mooie ruismomenten’ als het ware aan de werkelijkheid (en aan iets ondoorgrondelijks daarónder) te ontfutselen. Dat zou trouwens ook een mooie samenvatting van haar oeuvre tot nu toe zijn: theater, aan de werkelijkheid ontfutseld.

Carina Molier is van 1959, wat inhoudt dat de roerige jaren zestig goeddeels aan haar kinderogen voorbijgingen en dat ze haar puberteit beleefde in de jaren van het zogeheten ‘ik-tijdperk’, de jaren zeventig. Dat ze in sommige Nederlandse krantenkolommen (wellicht op grond van dat feit) de bijnaam ‘de hipste regisseur’ heeft gekregen, lijkt mij te berusten op het hardnekkige misverstand dat haar creatieve bronnen zouden samenvallen met haar autobiografie. Carina Molier is niet zozeer een kind ván haar tijd, eerder een kunstenaar die door haar inventieve blik op eigen kracht als het ware uít haar tijd is gebuiteld en er nu tegenaan kijkt alsof ze de tekens van haar tijd voor de eerste keer waarneemt. Zeker, haar voorstellingen hebben soms een hoog documentair karakter, het zijn sterke tijdsbeelden, heldere portretten van mensen die haar intrigeren, visies op verschijnselen waar ze – al theatermakend – haar vinger achter probeert te krijgen. Maar ze presenteert dat alles niet vanuit het vogelvluchtperspectief van de betweter of de commentator. Carina Molier is, met haar nieuwsgierige kijk op mensen en hun overlevingsdriften, zelf altijd deel van de materie. Al was het alleen maar door die indringende vragen die steeds onder haar producties jeuken: ‘Kijk, heb je dat gezien, kijk nog eens goed, heb je het écht gezien?’

Carina Molier is al jaren voor mij de theatermaakster met de meest persoonlijke theatrale ‘handtekening’ en ‘schriftuur’ die ik in Nederland ken. Of ze ons in de voorbije jaren confronteerde met haar fascinatie voor de diverse leden van de band Velvet Underground, met haar liefde voor de schrijver en vooral de mens Godfried Bomans, of met haar interesse voor experimenten met drugs en performance, ze zoog haar publiek iedere keer opnieuw haar binnenwereld in, als een bezweringsritueel voor de angsten die ze tijdelijk (en bepaald niet alleen voor de duur van de voorstelling) tot de onze probeert te maken. Zonder haar publiek geforceerd met iets op te zadelen, zonder pretenties ook, met veel humor, zorgvuldig van timing en opbouw, en uitgevoerd met een precisie die virtuoos is, maar die zich daar ook weer geen moment op laat voorstaan. Ik kom bij haar niet alleen altijd op prettige manier ontroerd en door elkaar geschud uit een voorstelling, ik wil bijna steeds dat het na het slotapplaus gewoon meteen opnieuw begint. Carina Molier maakt verslavend theater. Wat gewoon leek, maken zij en haar performers bijzonder, door het gewone net iets langer dan gebruikelijk is tegen een ongewoon theaterlicht te houden.

Goeroe

Ruigoord is de naam van een Nederlands dorp dat niet meer bestaat. Het was een kunstenaarskolonie onder de rook van Amsterdam, die moest verdwijnen omdat de Nederlandse hoofdstad zijn haven wilde vergroten en daartoe een stuk land, dat ooit aan het water was onttrokken, weer helemaal wilde uitbaggeren. Dat ruwe werk is nu goeddeels voltooid, van Ruigoord resten nog slechts een paar huizen en een kerkje. In dat koude kerkje is Ruigoord I ook voor een deel gerepeteerd. Het materiaal voor het multimediatweeluik ontleenden Carina Molier en haar medewerkers aan een boek dat is geschreven door een van de Ruigoordbewoners, schrijver en toneelcriticus Gerben Hellinga. In dat boek, Wintervlinder, een leven als mysticus, beschrijft Hellinga een serie bovennatuurlijke, buitennatuurlijke of zo u wilt transcendentale ervaringen, toegespitst op reïncarnatie, de wedergeboorte in een andere gedaante. Centraal in de beide delen van Ruigoord staat de goeroe Clifford A. Pickover (een prachtige rol van Gerardjan Rijnders), die in het eerste deel de nacht van zijn geboorte herbeleeft, en die in het tweede deel het sterven van zijn doodzieke moeder als het ware ensceneert, met de intentie haar geest, haar brein, haar existentie via de moderne technologie in stukjes en beetjes te uploaden, vanuit de vraag: besta je nog als je gedachten zijn uiteengespat door middel van een computergestuurde fragmentatiebom?

Het eerste deel van dit tweeluik, Ruigoord, de geboorte, was als voorstudie, work in progress, al eerder in 2000 te zien geweest tijdens de jubileumavond van het regiedebutantenproject FACT, dat het tweeluik in december jl. coproduceerde met Toneelgroep Amsterdam. Zoals gezegd herbeleeft Clifford A. Pickover in dit deel de nacht van zijn geboorte, dezelfde nacht waarin een paard aan de rand van de snelweg sterft door toedoen van een beschonken automobilist, de vader van de kersverse baby. Ruigoord I speelt zich af op een gewoon podium. Nou ja, gewoon – het speelvlak is helemaal dichtgebouwd: rechts voor een keuken, rechts achter een douche, midden achter een gemeenschappelijke woonruimte, midden voor een gedekte lange tafel, links achter een werktafel, links voor een indrukwekkende ‘batterij’ techniek. De techniek acteert intensief mee in de voorstellingen van Carina Molier, ook nu: vanachter de mengtafels van onder meer Henk Bakker (geluid) en Erik Lint en Hans Pieksma (video) wordt live geluid gemixt en wordt een fascinerende reeks boven het speelvlak geprojecteerde videobeelden – ‘actual’ vanaf de set, gemengd met beelden uit Ruigoord en van de site www.clifcam.com, en verbeeldingen van geboorte en dood als uit versneden shots gesampelde nachtmerries – door de voorstelling heen ‘gejaagd’.

Ruigoord I, de geboorte begint overigens verre van jachtig. Alle bewoners van deze kunstenaarskolonie worden rustig, bijna casual, langs de neus weg geïntroduceerd, met al hun introverte (de rare ‘klusjesman’ Sam), extraverte (de licht-hysterische Lucienne) of weirde (de hippe kunstenaar Versteegh) trekjes. Tijdens een verwarrende gezamenlijke maaltijd aan de lange tafel wordt de rebirthing sessie van goeroe Clifford A. Pickover losjes uit de pols opgezet en voorbereid, zij voltrekt zich vervolgens in een hallucinogene roes, opgestuwd door de briljante technici (waarbij de geluids-‘sampler’ Henk Bakker een swingend nummer op zichzelf is).

Het terugzien van Ruigoord I, de geboorte in het Transformatorhuis van Toneelgroep Amsterdam bood nauwelijks echte verrassingen meer: de voorstelling was een getrouwe kopie van de happening die ik tijdens de jubileumavond van FACT in het voorjaar van 2000 al op het podium van de Rotterdamse Schouwburg had gezien. En inderdaad, die ‘pilot’ van vijf kwartier was toen zo ongelofelijk goed, dat Carina Molier en haar ploeg moeten hebben gedacht: niks meer aan doen. Ze moesten toen immers nog aan deel twee beginnen. En dat deel, Een virtuele dood, zit nog ingenieuzer in elkaar.

Wat we zien is het volgende. In het Transformatorhuis is een doorzichtig huis gebouwd: op de bovenverdieping zijn enkele afzonderlijke kamers, een badkamer annex toilet en een balkon, op de benedenverdieping de kamer van moeder (‘de sterfkamer’), de ruime studio van Clifford A. Pickover (aangrenzend een terras met reusachtig Boeddahbeeld), een L-vormige gemeenschappelijke ruimte met keuken en eettafel, én het zenuwcentrum van de techniek. Overal in het huis hangen camera’s, de beelden worden door een geraffineerde schakeltechniek op de doorzichtige buitenwanden van het huis geprojecteerd, als betrof het hier een multimediale scan van een groep eigenaardige eenlingen. Het publiek neemt plaats aan beide lange zijden van het huis, maar dat hoeft niet: om het huis heen wandelen, regelmatig van plaats veranderen, af en toe een plas doen of aan de bar een glas wijn halen, het behoort allemaal tot de mogelijkheden, de ruimte nodigt er zelfs toe uit. Ook in Ruigoord II is sprake van een rustige opbouw – aanvankelijk doet iedereen zijn eigen ding. Sam (Arie de Mol) is bezig om vooralsnog onnaspeurbare redenen de maat van de diverse ruimtes te nemen en individuele bewoners gevraagd en ongevraagd van advies te dienen. Lucienne (Lotte Proot) loopt rond met een kaarslichtje waarmee ze bezwerende bewegingen maakt. Ari (Janni Goslinga kleedt zich aanhoudend aan en uit) en Versteegh (Joop Admiraal) bouwt kolossale sticks om die voornamelijk zelf op te roken. In zijn studio zit Clifford A. Pickover (Gerardjan Rijnders) te tikken achter zijn computer. Wat hij schrijft kunnen we meelezen omdat zijn scherm groot wordt geprojecteerd op de buitenkant van het huis. Af en toe verschijnt zijn gefilmde gezicht binnen diezelfde projecties en spreekt hij ons direct toe. Het onderwerp lijkt zijn primaire fascinatie van dat moment: is hij in staat het brein van zijn stervende moeder in fragmenten te uploaden in een computerprogramma, en zo ja, wat krijg je dan: is dat nog een mens, is dat nog een ‘zelf’, wat is het zelf, waar blijf je als je gedachten in onderdelen naar een computer worden overgebracht? Het lijdend voorwerp van zijn gedachten, moeder Zita (Celia Nufaar) is ondertussen met vriend Rinus (Hugo Koolschijn) in het huis gearriveerd, ze richt haar kamertje op de benedenetage in, inspecteert toilet en douche (te vies bevonden) en drinkt wijn in de gemeenschappelijke ruimte. Het feit dat Zita straks ook letterlijk het lijdend voorwerp van de ‘reïncarnatie-sessie’ zal worden, wordt geaccentueerd door het feit dat ze overal door cameraman Wieger (Pieter Smit) wordt gevolgd. Tot het ‘fatale’ moment waarop Zita de ‘verboden’ studio van haar zoon betreedt, er een fikse ruzie tussen moeder en zoon losbarst, en het drama binnen dit maffe huishouden definitief is opengebroken. Liever gezegd, vanaf dat moment worden de banale kanten in het samenzijn van dit gezelschap doorgeslagen egotrippers, middels de ‘gespeelde’ scènes en de laptopteksten van Pickover, langzaam maar zeker onthuld: de moeder weet immers nog niet dat ze straks live op internet zal doodgaan. Je denkt als argeloze toeschouwer: het zal toch niet waar wezen. Je denkt er in vrijwel dezelfde beweging achteraan: waarom ook niet, het sterven is tegenwoordig langs alle kanten van zijn strikt private karakter ontdaan. En je gaat er eens goed voor zitten. Dat loont meer dan de moeite – de verveelde of geïrriteerde weglopers hadden ongelijk. Terwijl de cadans van de in trance meeswingende dj Henk Bakker langzaam overgaat in de zevende versnelling van een opgejaagd hart, speelt zich, verspreid over de diverse ruimtes van het huis een zeer lang sterven af, dat barstensvol zit van Carina Moliers ‘mooie ruismomenten’. En onderhuids, pittig gedoseerd maar vrijwel nergens opdringerig, jeuken bij de (deze) verbijsterde toeschouwer de vragen: weet dat argeloze moedertje eigenlijk wel in welk morbide, of aandoenlijk, of lief bedoeld, of complotterig spel zij de hoofdrol wordt geacht te spelen? Weten de medebewoners wel wat zij doen, terwijl wij Clifford A. Pickover teksten zien tikken als ‘Dying is a team sport’ of ‘Als je je leven hebt geleefd als een terrific slob (luilak, knoeier, sloddervos), dan kun je nog doodgaan in stijl’? Weet die Pickover eigenlijk zelf nog wel wat hij doet? Zo te zien wel, zeker wanneer hij zichzelf in een orgie van narcisme laat ‘kruisigen’ zoals afgebeeld op zijn (klaarblijkelijk) favoriete schilderij van Salvador Dali, of wanneer hij, zwaar opgemaakt, zijn moeder op haar bed ‘voordoet’ hoé dat ongeveer in zijn werk moet gaan, sterven in stijl.

Enkele collega’s in de Nederlandse kranten leken zich ma-te-loos te ergeren aan de, in hun ogen, overdaad aan ironie waarmee dit lange sterven in wilde penseelstreken op het doorzichtig canvas van Huize Pickover werd gesmeten. Opnieuw: niks van gemerkt. Juist omdat de ploeg de onderneming volvoerde met een bloedige ernst. En omdat het multimediale karakter van Ruigoord II dermate overdonderend werd gepresenteerd, dat de reeksen bijkomende gedachten nog tot ver na de laatste scène door mijn kop bleven spoken. Zelfs de opkomende weemoed – hier stierven en passant zowel Toneelgroep Amsterdam-oude-stijl als het regiedebuutproject FACT – werd erdoor verdreven. Alsmede het chagrijn over het feit dat dit multimediale meesterwerkje maar zó kort en door zó weinig toeschouwers kon worden gezien. Plezierige troost: van Carina Molier, die onlangs voor het eerst sinds ze als regisseur haar loopbaan begon, een meerjarige subsidie van de Nederlandse rijksoverheid kreeg toegekend, zullen we nog veel gaan horen.

Ruigoord

REGIE EN SCRIPT Carina Molier

DRAMATURGIE EN SCRIPT Liet Lenshoek

VORMGEVING EN CAMERA Pieter Smit

LICHT Hans Boven

VIDEO Roger Muskee, Sander Trispel (Channel Zero), Erik Lint, Hans Pieksma,

Joost deJager

WEBMASTER Erik Lint i.s.m. Dante Le Poole

COMPOSITIE LIVE MUZIEK Henk Bakker

COPRODUCTIE Toneelgroep Amsterdam en FACT

 

SPEL

Ruigoord de geboorte

deel 1

Joop Admiraal, Henk Bakker, Karen Claes, Janni Goslinga, Arie de Mol, Lotte Proot, Gerardjan Rijnders, Pieter Smit e.a.

SPEM

Ruigoord een virtuele dood

deel 2

Joop Admiraal, Karen Claes, Janni Goslkinga, Hugo Koolschijn, Arie de Mol, Celia Nufaar, Lotte Proot, Gerardjan Rijnders, Pieter Smit e.a.

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 8 — 11 minuten

#75

15.03.2001

14.06.2001

Loek Zonneveld

Loek Zonneveld (1948) is toneelrecensent en leraar toneelgeschiedenis. In 2013 ontving hij de ACT Award voor zijn “liefdevolle toneelrecensies” en “het delen van zijn immense kennis op het gebied van de theatergeschiedenis met acteurs”.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!