Het Gezin Van Paemel (NTG) – Foto Luk Monsaert

Dirk Verstockt

Leestijd 3 — 6 minuten

Het Gezin Van Paemel

NTG, Gent

NTG sloot zijn jubileumjaar, volledig gewijd aan Vlaamse dramaturgie, af met Dirk Tanghes versie van Het Gezin Van Paemel, dé naturalistische klassieker van Cyriel Buysse, geschreven in 1902 en voor het eerst opgevoerd door de Gentse Multatuli-kring in januari 1903.

Dirk Tanghe doet het in zijn drukbezochte enscenering van deze naturalistische net-niet-draak filmisch, met de vakmatige kracht van een Hollywood-regisseur: een stevig rechtlijnig scenario in een wijds beeld dat mooi oogt, bevolkt met goede goeden en doorslechte slechten, slim gecast en met een katharsis-afloop. Eenduidig, proper, afgewerkt, de opdracht professioneel uitgevoerd. Meer heeft hij ons niet te vertellen.

Wat hij ons vertelt is een reconstructie van een zeer nabij verleden, nauwelijks vier of vijf generaties van ons verwijderd. De Vlaamse Gemeenschap was toen nog een gemeenschap van ongeletterde en totaal verpauperde boeren, levend in een feodale verhouding tot een franstalige adel die op hun armoede teerden, daarin bevestigd door de tot berusting oproepende kerkelijke klasse. En die status-quo werd langzaam doorbroken door een steeds groter wordend industrieel proletariaat dat op langere termijn andere machtsverhoudingen kon afdwingen. Het Gezin Van Paemel vertelt het gevecht van de archetypische boer Van Paemel met zichzelf en de hem omringende veranderende wereld, waarin hij zijn hele familie verliest, door emigratie naar het beloofde land – de Verenigde Staten – of door creperen. Hij blijft vereenzaamd en in diepste armoede achter, met zijn vrouw. Het leven en hijzelf hebben hem verslagen. Koppigheid maakt te laat plaats voor een beetje inzicht.

Tanghe en het NTG volgen Buysse naar de letter van de tekst: integraal met overname van allerlei regie- aanwijzingen. De enige denkvrijheid die Tanghe zich heeft gegund is de ruimte: om die uitgestrekte echoput van een Tolhuis toch een beetje zinvol aan te kleden, werd de hele zaal omgetoverd in een bijna vierkant graanveld. De acteurs spelen hoofdzakelijk op de eerste vier meter van de scène. Loodrecht op elkaar doorkruisen wegeltjes het veld, op één diagonale lijn na, die doorgetrokken werd in de gigantische tafel die vooraan staat. Op het achterste stuk van de tafel staan stapels vaatwerk, potten en pannen, een Christusbeeld met open-hartoperatie. Rond deze tafel concentreren de acteurs hun spel. Ze spreken allen moeiteloos het dialect waarin Buysse zijn stuk heeft geschreven, een taal die ten zuidwesten van Gent gesproken wordt. Er werd gekozen voor zogenaamd realistisch-emotioneel acteren, en die stijl staat niet haaks op de abstractie van het decor, evenmin op de filmische beelden die in en rond het graanveld opgezet worden. Tanghe bedient zich van licht en geluid om te illustreren, – we zullen geweten hebben dat de dag begint met fluitende vogels en een steeds fellere rode gloed op de witte infini -, en vooral ook om sfeer te scheppen, schaamteloos sentimentaliteit los te weken. Scoren, kortom. Filmmuziek (in het programmablad wordt niet vermeld om welke muziek het gaat) legt er nog een laagje boven op. De acteurs, met o.a directeur Demedts als Van Paemel en Lieve Moorthamer als zijn wijf, voelen zich lekker in deze speelstijl en taal. Ze zijn strak geregisseerd, perfect ‘authentiek’ gekleed en draaien het verhaaltje in het gevraagde ritme af. Veel plaats voor nuance is er niet, zeker niet in de tekening van de adellijke familie en Cyriel Van Gent is alleen maar vervelend als pastoor. Elke rol wordt voorspelbaar uitgetekend, de herkenning is het directe doel, zodat verrassing uitgesloten blijft, geen vragen geopperd worden.

En hoe het publiek dit apprecieerde?. Daarvoor verwijs ik graag naar het Zomerleven dagboek van Buysse waarin hij op 1 april, naar aanleiding van, een lied schreef: ‘Toen dat lied uitgezongen was, was ‘t net of heel de zaal plotseling snikverkouden werd. Men hoorde niets dan snuiten neuzen en alom over de potten bier en glazen limonade was ‘t een geflodder en gewuif van vochtige zakdoeken.” Zoiets, maar dan zonder potten bier en glazen limonade.

Het Gezin Van Paemel.

Tekst: Cyriel Buysse;

regie: Dirk Tanghe;

decor: Steven Demedts;

licht: Jaak Van De Velde;

spel: Jef Demedts, Lieve Moorthamer, Els Magerman, Koen De Sutter e.a.;

Gezien in NTG/Tolhuis op 9 juni 1991 te Gent.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#35

15.09.1991

14.12.1991

Dirk Verstockt

recensie