‘Voorjaarsontwaken’ (De Tijd) – foto Patrick De Spiegelaere

Luk Van den Dries

Leestijd 4 — 7 minuten

Het gebrek

De sokken van Dyonisos hebben me lang bezighouden. Niet alleen het feit dat deze billengod sokken droeg in Van Hoves Bacchanten bij Akt-Vertikaal, en voor de rest niets om het lijf had, ook het soort : dikke, grijsgespikkelde wollen, van het huismerk dat voor de vredelievende groene model heeft gestaan. Is het in die richting dat de verklaring diende gezocht, de vrouwenbevrijder Dyonisos als een wat oudbakken wereldverbeteraar, een salonanarchist, een belegen opsteker ? Of was dit te ver gezocht, lag de oplossing dichter bij huis, was het misschien de koude vloer, dat harde metaal, dat blote Dyonisos niet verdroeg, i.t.t. zijn Bacchanten? Op weg naar een ingewikkelde schoeisel, constructie tussen blootvoetse Bacchae, geitewollen Dyonisos en kothurnenouderlingen (Kadmos en Teiresias), kwam het ontstellende antwoord van regisseur Van Hove: alle interessante kunst heeft een vlekje.

Nu weet men, het al te ronde vraagt naar hoeken, niets zo saai als de gepolijste perfectie. Maar hoe hierin de juiste maat te vinden: m.a.w. wanneer wordt een vlekje smoezelig, en wanneer wordt het groezige precies omdat het zo buitensporig morsig is opnieuw interessant ? Hoeveel fouten verdraagt schoonheid voor ze lelijk wordt ? En hoe kitscherig moet iets zijn opdat het kuns twordt ? Wanneer wordt een gebrek teveel, en wanneer wordt teveel juist goed ?

Nogal wat theaterprodukties dit seizoen lijden aan een gebrek teveel. Niet zomaar een vlekje dat precies met de schittering van de rest contrasteert en daardoor de aandacht trekt op de eigen ingreep van de artiest, op de onafgewerktheid van het kunstwerk waardoor er voor de toeschouwer nog iets te doen staat. Evenmin wordt het zo’n gespat dat het opnieuw plezierig wordt, staat het zo scheef dat het tot attractie groeit. Gewoon een groot gebrek. Een groot gebrek aan durf.

Durf om een esthetische keuze te maken en door te zetten. In Droomnovelle van Schnitzler door Arca zit één sterk beeld. Huisvader Fridolin loopt zijn lust achterna en komt in een verboden besloten huis terecht. In Schnitzlers erotisch vermogen wemelt het daarvan nonnen en novicen. Regisseur Buyse doet het hem braafjes na : blote nonnen en deftige paters) Vlaamse erotische kunst. Ontdekt, offert iemand van het roomse genootschap zich op om het leven van de bezoeker te redden. Ondersteboven opgehangen aan een pendel tikt ze de rest van de nacht in: een beeld van oninhaalbare lust, op hol gedreven sexualiteit, pijnlijke schoonheid. Maar je moet wel de rest van de voorstelling in koop nemen, zwemend tussen gestileerd realisme, schmierige typering, expressionistische hoekigheid. Stel dat de esthetiek van het pendelbeeld aangehouden was : een verwarrende, onrustige, branderige zoektocht in de toendra van de lust doemt op, i.p.v.de begeleide safari in het oudheidkundig museum.

Durf om verder dan het vertrouwde te gaan. De gastregie van Alexander Lang(een van de DDR kunstenaars die al eerder naar het Westen overliep) in het NTG creëerde grote verwachtingen : we zouden kennismaken met het scherpe mes van de Oostblokmentaliteit dat steekt in tegenstellingen en schraapt tot de eigenlijke drijfveren zichtbaar worden. De Drie Zusters van Tsjechow worden inderdaad opengegooid. Ruimtelijk vooral : geen naturalistisch stijlmeubilair, maar een kleurrijke enorme vlakte waarin de smachtende maar volstrekt dadenloze personages zich als schipbreukelingen recht proberen te houden. In het acteren merk je echter weinig van Langs scalpel: enkel Erik van Herreweghe (als Andrej) en Karin Tanghe (als Natasja) slagen er in om ook in de afgronden van hun karakter te laten meekijken, voornamelijk door een gestiek te ontwikkelen die deze personages sociaal en psychologisch binnenstebuiten keert. De drie zusters blijven de wat zeurderige tantes die bang zijn voor een ladder in hun kous. Ze wagen niets, zetten niets op het spel, laten geen hoeken zien. Stel dat de gestus van de broer en diens vrouw als voorbeeld gediend had: er zou een veel interessanter landschap ontstaan zijn, gelaagd, vol spanningen en breuken, i.p.v. een rimpelloze vlakte.

Durf om los te laten. Wedekinds Voorjaarsontwaken bij de Tijd begint heel kwetsbaar : de bloedjonge acteurs komen op, presenteren zich, laten zich bekijken, één ervan vertelt het sprookje van de koningin zonder hoofd. Er heerst een onwennigheid, de frictie van de illusie, de gespannen huid van het personage die afgetast wordt. Naarmate het stuk vordert verdwijnt echter die broosheid, die geladenheid, vooral onder het gewicht van Wedekinds lange leerstellingen over opvoeding en sexualiteit. Er wordt te weinig afstand gehouden, zodat de lichamen, te zeer geplooid al naar de personages, ongeloofwaardig worden of breken onder de woordenlast. Even zijn ze terug. Bij het groeten knispert opnieuw die uitdagende spontaneïteit, de heldere blik, het sprekende lichaam. Stel dat men Wedekind achtergelaten had, en deze jongen mensen had laten vertellen over opstandige lichamen, de angst zich bloot te geven, de aanpassing aan de wereld, het zou een ander verhaal geworden zijn, met meer puisten, agressie en schaamte, en minder theatrale dekking.

Durf om steil te gaan. Jonger dan de vorige fin de siècleauteurs, beweegt Crommelynck zich meer in een farcicale traditie. Cocu magnifique is een bolle burleske, een stotige komedie, zonder meer pretentie dan je het hoofd te laten botsen tegen statige waarden als huwelijkstrouw. Welgeteld één moment vindt KVS de juiste stijl: terwijl Stella het met het hele dorp doet,is Bruno, achternagezeten door zijn onafscheidelijke secretaris, op zoek naar het ultieme bewijs van haar ontrouw. We zien door de open ramen hoe het duo het huis tracht langs te sluipen. Op dat ogenblik krijgt de produktie, door de situatie, de gelaatsexpressie en het raamkader, de allure van een stripverhaal. Stel dat men consequent voor strip gekozen had, het zou ritme, oppervlakkigheid en onnozelheid gebracht hebben in een produktie die stijfstond van serieuzige symboliek.

Beeldkracht, speeldurf, eerlijkheid, stijleenheid : het zijn evenveel gemiste kansen om deze produkties theatraal (op)nieuw te doen spreken. Bliksemschichten die laten zien hoe het anders hadkunnen zijn. Schitterende fouten die afstaken tegen al te veel dofheid. Maar stel nu dat Dyonisos geen sokken aanhad?

artikel
Leestijd 4 — 7 minuten

#28

15.12.1989

14.03.1990

Luk Van den Dries

Luk Van den Dries is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en redacteur van Etcetera. Hij wijdde zijn doctoraat aan de opvoeringsgeschiedenis van Heiner Müller in Vlaanderen en is gespecialiseerd in het naoorlogse Vlaamse theater.  

artikel