(redactie Etcetera)

Leestijd 3 — 6 minuten

Het gebeuren

Drukke personeelswissel aan de top van de grote gezelschappen. Marc Clémeur volgt Gerard Mortier op als intendant bij de Vlaamse Opera. Mortier stapte op bij de Vlos o.a. als gevolg van aanvaringen met de voorzitter van de raad van bestuur, De Moor. Uit de talrijke kandidaten koos Minister van Cultuur Dewael uiteindelijk Clémeur, zeer tegen de zin van Mortier die Franz Marijnen naar voor had geschoven. Het organigram van de Vlos blijft verder voorlopig ongewijzigd. Voor hoelang ?

Robert Wangermée is benoemd tot voorzitter van de raad van bestuur van de Munt. “L’homme de culture le plus ‘indispensable’ de la Communauté française” (dixit Le Soir) krijgt van zijn voorganger André Leysen een evenwichtige begroting, maar moet op vrij korte termijn zorgen voor een opvolger van Gerard Mortier. Deze laatste verlaat de instelling in december 1991, maar aangezien operarepertoires twee jaar op voorhand samengesteld worden staat de opvolging nu op de agenda. Lees het staatsblad.

Philippe van Kessel werd aangeduid als directeur van het grootste theater van de Franse Gemeenschap, Le Théâtre National. Dit gezelschap speelt een zeer belangrijke rol in het franstalige theater, al was het maar omdat het zoveel theater-geld opsoupeert. Jacques Huisman, die de National decennia lang leidde, opteerde voor een ruime culturele spreidingsopdracht, maar hield het gezelschap vrij gesloten voor nieuwe ontwikkelingen in het Frans-Belgische theater. Zijn opvolger Drouot koos voor vernieuwing: vertegenwoordigers van het zgn. Jeune Théâtre, als Dezoteux, Sirieul en Pousseur kregen nu de kans om er te regisseren. De traditie van samenwerking met Vlaanderen werd voortgezet in een gastregie van Franz Marijnen. Met de aanstelling van Van Kessel lijken de openingen verder vergroot te worden. Van Kessel (43 jaar) behoort tot dezelfde Jeune Théâtre stroming die het franstalige theater grondig gewijzigd heeft, niet alleen door een ander soort repertoire te spelen, maar vooral door met andere theatervormen te werken. In 1975 richtte Van Kessel het Atelier de Sainte-Anne op, en specialiseerde zich in de Duitse dramaturgie. In 1985 kreeg hij de driejaarlijkse prijs van de beste regie. Met zijn benoeming stoot het Jeune Théâtre verder door naar het grote plateau, een doorstroming die in Vlaanderen (nog) onmogelijk is.

Needcompany kreeg in Hamburg de ‘Pegasus Preis ‘voor de produktie Ca va. De prijs (15.000 DM) wordt jaarlijks toegekend aan de beste produktie van het Sommertheater Festival. Lauwers trad daarbij in concurrentie met o.a. La Fura, Mathilde Monnier, Corsetti, en Adriana Borriello.

Anne Teresa De Keersmaeker ontving in Brussel de Eve-prijs, toegekend door de Franstalige theatercritici. Een beeldje, geen geld.

Michèle Anne De Mey start met een nieuw gezelschap, de Compagnie Michèle Anne De Mey, in een samenwerkingsverband met het Théâtre Varia dat als vaste speelplaats en omkaderingsstructuur fungeert. De Mey was de zeer opvallende partner van Anne Teresa De Keersmaeker in Fase, en bleef als danseres verbonden aan Rosas voor de produkties Rosas danst Rosas, Elena’s Aria en Ottone, Ottone. In 1984 presenteerde ze haar eerste choreografie, Balatum, twee jaar later gevolgd door Face à Face. De eerste produktie van het nieuwe ensemble wordt Sinfonia Eroïca. Het Kaaiteater zendt zijn dochters uit.

Daniel Benoin is de initiatiefnemer van de Convention Théâtrale Européenne, een genootschap van elf repertoiregezelschappen uit tien Europese landen. België is er in vertegenwoordigd door de KNS en het Théâtre National, Nederland door het Nationaal Toneel uit Den Haag, zeg maar de grote traditionele theaters. De bedoeling is tot een grotere samenwerking te komen, tot culturele confrontatie en uitwisseling, met het oog op een ééngemaakt Europa. Eén van de samenwerkingsvlakken is een grotere draaischijf tussen de verschillende gezelschappen, wat o.a. uitgetest werd met Woyzeck (zie Etcetera 24 p. 18-19) dat Benoin achtereenvolgens mocht regisseren in Saint-Etienne, Berlijn, Brussel en Antwerpen. Deze produktie, in een Frans-Vlaamse bezetting, was ook te gast op het eerste festival van de Conventie te Saint-Etienne, naast o.a. Le Balcon in een regie van Marijnen, de rode draad in het gebeuren.

De Scène organiseerde op 27 oktober een debat over ‘Theater en de media’. Debat is veel gezegd, eigenlijk kwam men niet veel verder dan het poneren van de bekende stellingen en tegenstellingen i.v.m. de double bind tussen theater en kritiek. De sector (Yvonne Lex, Jo Decaluwe, Kamiel Pauwels, Manu Verreth) klaagt over een gebrek aan media (lees televisie)-aandacht en eisen een ‘objectief-informerende’ kritiek, de critici (Roger Arteel, Ingrid Vander Veken, Luk Van den Dries) houden het op een gebrek aan professionaliteit en serieuze theatercultuur. Een inhoudelijke discussie over verhouding, zin en functie van de media tegenover het theater werd niet gevoerd. Een diepgaander debat is gewenst.

artikel
Leestijd 3 — 6 minuten

(redactie Etcetera)

artikel