Louis van der Waal in Rijgen © Michiel Devijver

Joachim Robbrecht

Leestijd 2 — 5 minuten

Het gat in de ozonlaag

Joachim Robbrecht over Louis van der Waal

De lezer weze gewaarschuwd: ik schrijf dit portret over Louis van der Waal met complete vooringenomenheid. We werkten niet alleen samen in een ondertussen indrukwekkende rij producties van Sarah Moeremans en mezelf, we vieren ook samen huwelijken en vakanties, delen regelmatig lief en leed.

Louis van der Waal volgde kleinkunst in Antwerpen, maar heeft zich na zijn opleiding als speler snel verbonden aan regisseurs en makers zoals Luc Perceval, Abke Haring, Stef Lernous, Benny Claessens en Sarah Moeremans en ik. Ook al mogen sommige namen in deze reeks op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hebben, toch is het niet verwonderlijk dat net Louis van der Waal in hun werk optreedt en niet in dat van pakweg Ivo van Hove of Guy Cassiers. Het zijn stuk voor stuk regisseurs die een mentaal of fysiek uithoudingsvermogen vragen en de bereidheid om een rol conceptueel aan te gaan. Ze interesseren zich minder voor psychologische karakterisering dan voor een in vette strepen neergezet personage en de performatieve intensiteit van het spel. Hun processen veronderstellen acteurs die openstaan voor risico’s en niet-evidente keuzes.

Dat alles is Van der Waal op het lijf geschreven. Wekenlang abstract geformuleerde opdrachten spelen, dagenlang teksten improviseren, uren in de maquillage zitten, zesendertig verschillende haarstijlen uitproberen: hij doet het met volle toewijding en levert vaak uit het niets quasi-dadaïstische performances af die voor de makers een fundus aan ideeën opleveren, of een totaal onverwachte en soms onnavolgbare interpretatie van spelopdracht of tekst. De terugkerende vraag in repetities van Sarah Moeremans luidt dan ook: ‘Wat speel je toch, Louis?’

Zijn populariteit bij een bepaald slag makers verklaart nog niet de empathie die hij voor zichzelf of zijn personage weet op te wekken bij het publiek. Die verklaring ligt volgens mij niet in de technische specificiteit van van der Waals spel: gebalde en explosieve energie, muzikaliteit en een volkstheaterachtig gevoel voor het tragikomische. Waar dan wel? Volgens mij is het de manier waarop hij de waardigheid van zijn personages en zichzelf op het spel zet die een publiek zo aanspreekt.

Volgens een artikel van Jens Roselt1 is schaamte de ozonlaag van het individu en is het toneel de sociale ruimte waar de voorwaarden voor schaamte en beschaming onderhandeld worden. Van der Waal riskeert meer dan anderen en tast de grenzen van gedragsnormen en waardigheid af, zonder ironisch afstand te nemen. Dat laat hij bijvoorbeeld zien in Rijgen, een stuk met een van de meest met schaamte beladen thema’s als onderwerp, namelijk ‘de liefde’. In Rijgen staat van der Waal bijna twee uur lang in blote billen op scène, en stort zich in dat halve adamskostuum hartstochtelijk in een incestueuze relatie. Vervolgens stelt hij zich minutenlang bloot aan de lach van het publiek met het vertoon van zijn danskunsten als amateuristische camgirl, om zich meteen daarna met een Nabokov-achtige schaamteloosheid tot pedofiel te ontpoppen.

Met gespeelde naïviteit overschrijdt Van der Waal de grenzen van het fatsoen, verdedigt getaboeïseerd gedrag en tart de normen die beschaafdheid markeren. Zijn personages zijn altijd — op z’n minst ten dele — ontremde schlemielen. Hij gebruikt de scène als vrijplaats om gaten te slaan in de ozonlaag van schaamte waarmee we ons omhullen. Dat is waar het publiek van geniet in zijn spel, iemand die zich de vrijheid permitteert en het gevaar opzoekt uitgestoten te worden.

1Roselt, J. (2001). Die Würde des Menschen ist antastbar. Kapitalismus und Depression. BAND III Erniedrigung Geniessen, p. 47 – 59.

KRIJG JE GRAAG ALTIJD ONS MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS?
Abonneer je dan hier.

artikel
Leestijd 2 — 5 minuten

#160

15.03.2020

14.05.2020

Joachim Robbrecht

Joachim Robbrecht schrijft en maakt toneel in Nederland en België. Hij ziet theater als een machinerie om zich poëtisch, collectief en met het hele lijf te engageren in de wereld. Sinds kort maakt hij deel uit van de kleine redactie van Etcetera.