De Materie – Phia Ménard/Opera Ballet Vlaanderen/Bas Wiegers
Een schurend vooruitgangsdenken
Sébastien Hendrickx
‘De Ronde’ © Woestijnvis
Twee recente VRT- reeksen, Het goddelijke monster naar de monstertrilogie van Tom Lanoye en De Ronde, werpen een blik op de recente geschiedenis van Vlaanderen. Maar welk beeld hangen zij op van onze realiteit? En wat vertelt ons het engeltje dat Fabian Cancellara op weg naar de eindmeet inde Ronde van Vlaanderen uit zyn achterzak haalde?
Meer dan een eeuw geleden, in 1904-05, publiceerde de Duitse socioloog Max Weier de eerste versie van zijn beroemde essay ‘Die protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus’ (1). Daarin poneerde hij de stellingdat de protestantse ethiekde basis vormde voor het moderne kapitalisme. Weber analyseerde in zijn essay een tekst van Benjamin Franklin, begenadigd uitvinder, verlicht puritein en ‘founding father’ van de Verenigde Staten van Amerika. ïnzijn ‘Necessary Hints to Those That Would Be Rich’ (1736) en ‘Advice to a Young Tradesman, Written by an Old One’ (1745) (2) zette Franklin zijn economische theorie uiteen met als centrale stelling de spreuk ‘time is money’. Want stel u voor, stelt Franklin, datu per dagzes shilling kunt verdienen, maar in plaats daarvan uw dag in bed doorbrengt: dat is niet alleen tijd, maar vooral geld verliezenl Franklin benadrukte de productieve aard van geld: geld brengt geld voort. Volgens Max Weber toonden deze teksten aan op welke manier de opkomst van het kap italisme hand in hand gaat met de puriteinse protestantse ethiek. Sparen voor de eeuwigheid ligt aan de basis van het verzamelen en productief maken van kapitaal.
Benjamin Franklins ’time is money’ wordt in de laatste aflevering van de televisiereeks Het goddelijke monster toegeschreven aan… de Nieuw-Zeelandse Maori’s. De uitspraak (And time, as the ancient Maori saying goes, is money’ komt op een aandeelhoudersvergadering uit de mond van de hondsbrutale Amerikaanse raider die het imperium van de familie Deschryver wil overnemen. Broer Leo Deschryver verzet zich uitalle macht tegen die overname van het familiebezit en steekt zijn tapijtfabriek – de trots van deze ‘koning van de tapis-plain’ – liever in brand dan ze over te dragen in buitenlandse handen. Voordien had hij al – anders dan veel reële Vlaamse ondernemers – geweigerd om zijn tapijten te laten maken in ‘Gratiswakije of Voorniksistan’.
Het goddelijke monster is een portret van de uiteenvallende familie Deschryver als ‘pars pro toto’ voor het uiteenvallende België van de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw.
Leo Deschryver (Michel Van Dousselaere) is het meest memorabele personage uit de televisiereeks. B(r)oer Leo was al het sappigste en meest karikaturale karakter uit de romantrilogie van Lanoye, maar in de televisiereeks groeit hij (en niet de eigenlijke hoofdpersoon, ‘het goddelijke monster’ Katrien Deschryver) werkelijk uit tot de hoofdfiguur. Wat niet helemaal de bedoeling van Tom Lanoye kan geweest zijn. Er zijn twee redenen voor die opwaardering van broer Leo in de televisiereeks. De eerste heeft te maken met identificatie. La-noyes trilogie is een meesterlijk volgehouden oefening in retoriek, een krachttoer van ironie en satire. Die retorische houding overbrengen naar een televisiereeks is onmogelijk – je kan Lanoye alleen letterlijk citeren, zoals overvloedig gebeurt in de voice-over van de reeks. Een film of televisiereeks werkt echter heel anders dan een boek. En vereist een veel verregaander identificatie met de hoofdpersonages. En wat dat betreft hebben de makers van de televisiereeks de adaptatieproblemen van het boek van Lanoye onderschat. Lanoye creëert via ironie en clichés een afstand tussen de lezer en zijn personages. Geen enkel is sympathiek, wel integendeel. Geen enkel personage is de held, ook Katrien Deschryver niet. De mon-stertrilogie is een afstandelijk portret van een gedoemde familie.
Dat is geen groot probleem in een roman, maar je maakt geen geloofwaardige film of televisiereeks zonder personage(s) waarmee je je kunt identificeren. En gewild of ongewild is dat b(r)oer Leo geworden, de ‘larger than life-ondernemer, de belichaming van het Vlaamse privéinitiatief, de Zuid-West-Vlaamse zonnekoning van de tapis-plain. Een personage dat door Michel Van Dousselaere niet bijster subtiel, maar wel erg effectief wordt neergezet. Van Dousselaere blaast daarbij de rest van de cast – betere acteurs misschien, maar opgezadeld met minder dankbare rollen – van het scherm. De hoofdrol, Katrien Deschryver (Joke Devynck) bijvoorbeeld, is niet meer dan een lege huls, een moderne versie van De stomme van portici. Die beruchte opera van Auber is immers opgebouwd rond een hoofdfiguur die gespeeld wordt door een mimer. Ook Katrien Deschryver uit nauwelijks een paar replieken in de hele 500 minuten van de reeks. En terwijl het boek uitvoerig citeert uit haar warrige schrijfsels, worden die in de reeks tot bijna niets gereduceerd. Ze wordt een schim, een bindmiddel, om het verhaal van haar oom Leo’s strijd te binden.
Maar er is nog een reden, veel belangrijker dan de misrekening van de bewerkers vanLanoyes trilogie, dat b(r)oer Leo uitgroeit tot het hoofdpersonage van de reeks. En dat is omdat hij het enige personage is dat nog actueel is, ja, dat nog steeds onder ons is. Meer dan ooit zelfs. Tom Lanoyes monstertrilogie werd eind de vorige eeuw geschreven in het spoor van de zaak Dutroux en de Witte Mars. Hoewel het boek en de reeks zeer uitdrukkelijk stellen dat ‘elke gelijkenis met bestaande personages puur toeval is’, is natuurlijk niets minder waar. De Kor-trijkse familie Deschryver is geïnspireerd op de Wase textielfàmilie De Clerck, en Lanoye maakt een karikatuur van de cvp-staat van eind vorige eeuw. Affaires rond straaljagers, helikopters. obussen en compostboxen refereren duidelijk aan de schandalen uit die periode. En soms zelfs aan die van een kwarteeuw tevoren: Paul Van den Boey nants is nooit ver weg en b(r)oer Leo citeert vdb’s beroemde ‘trop is te veel’ als om de relatie duidelijk te maken. Zelfs de zelfmoord van Yves Chevalier-de Vilder is gebaseerd op een waargebeurde zelfmoord van een luchtmachtkolonel in een Brussels hotel.
Dat alles is niet eens zo lang geleden maar het gegeven lijkt toch letterlijk uit een ander tijdvak te komen. Ongeveer alles is intussen veranderd – zij het meestal niet ten goede. De ooit zo almachtige cvp heeft als volkspartij plaats moeten ruimen voor de alles opslokkende N-VA, de staat België is gesplitst in twee democratieën die nog slechts in eindeloze palavers met elkaar communiceren, de almachtige corruptie eigen aan de ‘oude politieke cultuur’ is, tenminste in Vlaanderen, vervangen door wat de Vlaamse regering ‘goed bestuur’ noemt. Of is die corruptie in feite, zoals zovele functies van het staatsapparaat, enkel geprivatiseerd? (3) En om helemaal duidelijk te maken dat wij in andere tijden leven: waar in Het goddelijke monster nog sensatie gezocht werd bij hoge magistraten die in louche sauna’s als de Corydon kastijding zochten, hebben wij nu een homoseksueel als federale premier.
Eén ding is gebleven, ondanks zijn vurige hellevaart aan het einde van de reeks: b(r)oer Leo, de koning van de tapis-plain, de Vlaamse ondernemer par excellence, blijkt onverwoestbaar. Hij houdt stand, hij is de held, ja de enige min of meer sympathieke figuur uit de televisiereeks. Het is geen toeval dat Michel Van Dousselaere de show steelt: de rest van de geschiedenis, inclusief de oedipale relatie tussen Katrien en haar patriarch van een vader is ‘ancient history’ en doet eerder denken aan de Atreiden dan aan vandaag. Wat in het boek nog een actuele bijtende politieke commentaar was, is in de reeks gedateerd en ongevaarlijk geworden. Vandaar natuurlijk dat de commentaren op de reeks in de media zich beperkten tot een discussie over de authenticiteit van het gebruikte West-Vlaams.
Sinds Tom Lanoye zijn monstertrilogie schreef, houden ons andere dingen bezig dan de zaak Dutroux of de Witte Mars. De ineenstorting van het piramidespel van het kapitalisme heeft de wereld in zijn greep. Toen de Amerikaanse overheid in september 2008 Lehman Brothers failliet liet gaan, kwamen wij terecht in een wereldwijde bankencrisis. Die bankencrisis werd een Europese crisis toen Duitsland, als rijkste land van het continent, ging besparen. En landen als Griekenland, Spanje en Italië in de wind zette. De Duitse belastingbetaler weigerde te betalen voor de Griekse potverteerders. Grappen als: ‘Wat gebeurt er wanneer een Griek, een Italiaan en een Portugees aan de bar staan? De Duitser betaalt!’ werden razend populair in Merkel-land. Bezuinigen, besparen, de riem aanhalen: de nieuwe ordewoorden.
Dat is bizar, want tegen elke economische logica in. Iedereen weet datje geld moet uitgeven in tijden van crisis en sparen als het goed gaat. Zo simpel is dat, vraag het aan economen als Paul De Grauwe ofPaul Krugman (4). Maar uit angst en onzekerheid doen wij precies het tegenovergestelde. Ook Angela Merkel en haar almachtige minister van Financiën menen dat er geleden moet worden in het heden, om het financiële hiernamaals te bereiken. Financiële zelfkastijding is aan de orde. Rechts Vlaanderen holt daarbij alweer Duitsland achterna.
Een nooit geziene wind van protestantse ethiek waait over Europa. Maar anders dan in de tijd van Benjamin Franklin dreigt die een catastrofe te veroorzaken, een heuse puinhoop.
Ook Vlaanderen is in de greep van dat kapitalistisch protestantisme. Een goede helft van de bevolking loopt rond met een knoop in de maag, komt alleen nog voor zichzelf op, verzet zich tegen elke vorm van solidariteit, verschanst zich in zijn zelfgenoegzaamheid en brulde – tot voor kort – zegebulletins over hoe goed het wel ging in Vlaanderen en hoe slecht elders. De angst regeert.
Angst lijkt nog het enige sociale bindmiddel. Dat is niet zomaar een bewering uit de losse pols. Ook de Vlaamse regering, gewoonlijk nochtans niet vies van een goednieuws-show, constateert dat de sociale cohesie in Vlaanderen daalt. “… Het gaat niet zo goed met de burgerzin van de Vlaming. Zo vindt de Vlaming het steeds minder belangrijk om anderen in binnen- of buitenland te helpen.’ Dat blijkt uit een onderzoek van de Studiedienst van de Vlaamse Regering (SVR) naar het burgerschap in Vlaanderen. Amper 4 op de 10 Vlamingen vindt het nog belangrijk om mensen in het buitenland te helpen. Ook het belang dat gehecht wordt aan ‘het begrijpen van de mening van anderen’ daalt. In 2004 was dat begrip nog voor 78 procent van de Vlamingen belangrijk, in 2009 nog maar voor 68 procent. We zien kortom op alle vlakken een daling van het belang dat men hecht aan burgerschap, zo staat te lezen in de studie. (5)
Die studie van de Vlaamse regering toont aan dat, net als de familie Deschry ver, niet alleen België intussen is uiteengevallen. Alle sociale relaties zijn gedesintegreerd. In die zin is de televisieserie Het goddelijke monster tegelijkertijd erg actueel en compleet achterhaald. Achterhaald omdat het de kwaal enkel toeschrijft aan een elite, een corrupte en machtsgeile familie, actueel omdat de kwaal van de sociale desintegratie inmiddels een groot deel van de bevolking heeft aangetast, met name de hele middenklasse.
Gelukkig is er nog een ander deel van de bevolking (4 van de 10 Vlamingen als wij bovenstaande studie mogen geloven) voor wie solidariteit wel nog iets betekent. Want met alleen troosteloosheid in het onmiddellijke verschiet doet de utopie opnieuw zijn intrede. Niet als socialistisch paradijs, of in het financiële hiernamaals van Merkel, maar in kleine, bizarre vormen zoals het populaire genre van het kookprogramma. Wij kijken ernaar, maar hebben geen tijd om te koken en eten dan maar de voorverpakte en voorgekookte gerechten uit de supermarkt, voorzien van de blauwe ruitjes van het populaire televisieprogramma. Of het nu de idee van Vlaamse zelfstandigheid, een kookprogramma of Music for Life is: overal wordt de utopie, de illusie van sociale samenhang gekoesterd. Een sociale samenhang die – zo stellen studies als bovenstaande – in feite totaal verloren is gegaan. Het gevoel overleeft nog slechts als illusie, als occasionele oprisping, als utopie van een lang verloren wereld. De Ronde is daar een perfect voorbeeld van.
De Ronde, geschreven en geregisseerd door Jan Eelen, is een veel betere televisiereeks dan Het goddelijke monster. De formule is even simpel als geniaal: het koppelen van een serie pijnlijke schetsen van de realiteit (die herinneren aan Eelens eerdere In de Gloria en Het eiland) aan het verloop van de Ronde van Vlaanderen, de hoogmis van het Vlaamse wielerseizoen. Woestijnvis produceerde de reeks, de VRT zond uit. Meegenomen was dat Woestijnvisbaas Wouter Vandenhaute eigenaar is van Flanders Classics, dat de Ronde van Vlaanderen organiseert, en dat die wedstrijd door de VRT (tot nader order) wordt uitgezonden. Ook businesswise klopte het plaatje.
Eelen kon beschikken over het materiaal dat de vrt in en rond de Ronde schiet. En hij liet voor het eerst cameraatjes plaatsen in enkele ploegauto’s. Het voor de reeks gemonteerde wielermateriaal wordt op een vierde dvd gepresenteerd en is (voor wielerfanaten) bijna nog interessanter dan de televisiereeks zelf. Onbegrijpelijk dat Eelen de soms letterlijke aanrijdingen tussen Wilfried Peeters van Quick Step en Laurenzo Lapage van Pro Team Astana niet in de televisiereeks heeft opgenomen. Ze zijn boeiender (en levensechter) dan de fictiefragmenten die hij verzon. Bekijk ook die vierde dvd!
Als genre is De Ronde niet nieuw. Collectieve portretten in mozaïekvorm waren al lang een specialiteit van cineast Robert Altman. Hij experimenteerde ermee in films als MASH, A Wedding, Nashville, Gosford Park en vooral zijn meesterwerk Shortcuts, gebaseerd op kortverhalen van Raymond Carver. Maar nog meer herinneren de soms pijnlijke fictiefragmenten uit De Ronde aan Festen, het typevoorbeeld van een film over een gefragmenteerde disfunctionele familie. Toch is het uiteindelijke opzet van De Ronde heel anders dan dat van de film van Thomas Vinterberg.
Niet dat er veel goed functionerende familieverbanden in De Ronde te ontwaren zijn. Het begint al meteen met het radionieuws waarin op paaszondag 4 april 2010 niet alleen de start van de Ronde van Vlaanderen in Brugge wordt aangekondigd, maar ook een speech van aartsbisschop Léonard over kindermisbruik in de kerk. De toon is meteen gezet: dit is het Vlaanderen van vandaag. De rest van de verhalen is even weinig opbeurend. Lou, een ex-psycholoog, heeft keelkanker en nog maar drie maanden te leven. Samen met zijn vrouw Nora wil hij zelfmoord plegen. Zijn broer Rik, een priester, zal dat tegen beter weten in uiteindelijk gedogen. Vera, een bewust ongehuwde regieassistente waarvan de zoon bij grootouders verblijft, moet vechten voor haar job en tegen de vooroordelen van haar collega’s. Ouders Luk en Annick kijken wantrouwig naar de relatie van hun dochter Liesje met de geheimzinnig doende Brahim. Peter is een gescheiden vader die zijn zoon bemoedert en een racist blijkt te zijn. Drie dronken leraars plegen een vluchtmisdrijf. Het slachtoffer is de aan drugs verslaafde dochter van een Duitse vader. PR-verantwoordelijke Mare is (ironisch genoeg) de meest eenzame figuur uit de reeks: zijn baas behandelt hem als een hond en hij zoekt dan maar soelaas in een bordeel – wat hem slecht bekomt. En ga zo maar door.
Maar het opvallende is dat – uitgezonderd de gefrustreerde vader en de leraar die het vluchtmisdrijf op zijn vriend wil afschuiven – de meeste van die personages sympathiek tot zeer sympathiek overkomen. Heel anders dus dan in Het goddelijke monster. Mooi is de manier waarop Eelen tegen de clichés in cast en zijn acteurs onverwachte rollen geeft: Johan Heldenbergh als de antipathieke vader en buurman, Wim Helsen als de leraar met een vluchtmisdrijf op zijn geweten, Josse De Pauw als priester. Dirk Roofthooft als wielergekke bedrijfsleider, Wim Opbrouck als rechercheur, Sven De Ridder als chagrijnige technicus en Damiaan De Schrijver als bordeelhouder: het zijn geen voor de hand liggende rollen en de meesten – vooral Wim Helsen is overtuigend in een erg dubbelzinnige rol – maken er het beste van. De Ronde is een ware staalkaart van Vlaams acteertalent.
Wat alles aan elkaar bindt is de wielerwedstrijd, dé Ronde van Vlaanderen. Het is de wedstrijd die voor het logisch verloop van de actie zorgt, die voor een illusie van gemeenschap zorgt, de illusie dat Vlaanderen als gemeenschap nog bestaat. De Ronde fungeert hier als het ultieme sociale bindmiddel, als de utopie van een gefragmenteerde maatschappij die – virtueel – een paar uur verbonden raakt via het televisiescherm. Op paaszondag dan nog. Niet toevallig is het een priester. Rik (Josse De Pauw) die tegen zijn demente moeder zegt, hoewel ze al lang niet meer in staat is om televisie te kijken: ‘Ik zal hem (de Ronde) laten opstaan, dan kijken wij vanmiddag allemaal samen/ En wanneer aan het eind zijn broer zich verstikt in zijn auto, meldt de andere broer (Frank Focketyn) aan priester Rik: ‘Hij was de koers aan het volgen – op de radio/ Het zijn pijnlijke momenten waarmee Eelen de illusie van collectiviteit die de Ronde opwekt, benadrukt. De Ronde is in vele opzichten een mis, een hoogmis, een paasmis.
‘Wat is dat koersen in Vlaanderen mooi’, beweert commentator Michel Wuyts ietwat bombastisch. Niet bij Jan Eelen. De Ronde is een pijnlijk portret van Vlaanderen, een disfunctioneel Vlaanderen, een gefragmenteerd Vlaanderen. Een Vlaanderen waarin elk alternatief voor de bestaande toestand lijkt te ontbreken.
Het meest bizarre fictiefragment is dat van het baanbordeel Havanna, dat David Lynch-achtige dimensies krijgt. John (Damiaan De Schrijver) baat dit bordeel uit samen met zijn vriendin Chris (Marleen Merckx) en zijn vriend, de dwerg Jimmy (Chris Willemsen). Maar het is een surrealistisch bordeel, waar de klanten gechanteerd worden om aan liefdadigheid te doen. Volgens John is dat de enige manier om de Vlamingen hun portefeuille nog te laten opendoen. Maar zelfs van deze bene-fietchantage zien de vermoeide bordeelrevolu-tionairen uiteindelijk af.
Moet Vlaanderen werkelijk gechanteerd worden om nog vrijgevig te zijn? Dat is slechts voor 6 van de 10 Vlamingen juist, als bovenvermelde enquête van de Vlaamse regering klopt. Wat wel zo is, is dat liefdadigheid en solidariteit nog alleen werken onder de vorm van opgeklopte media-utopieën. Music for Life (6) verschilt wat dat betreft niet zo erg van het utopische aspect dat hier in de televisiereeks aan de Ronde van Vlaanderen wordt toegekend. Het is alleen voor een televisiescherm dat wij nog een gemeenschap vormen.
Solidariteit is ook bij heel wat van de personages uit De Ronde ver te zoeken. Je vindt ze niet bij de vips in de volgwagen, die elkaar misprijzend bejegenen en slechts een gewapende vrede bewaren. Niet bij de racistische buurman (die echter te clichématig is om te overtuigen). En al zeker niet bij de leraars die de schuld voor het vluchtmisdrijf in de schoenen willen schuiven van hun vriend die te dronken was om zich te herinneren dat hij op de achterbank van de wagen lag te slapen.
Solidariteit is er bij de rechercheur (Wim Opbrouck) die zijn oude vlam (Tania Van der Sanden) langs het parcours terugvindt. En in de aanvankelijk moeilijk ontluikende vriendschap tussen Dieter De Leus (Stefaan Degand) die – ‘Da meendje niet’ – maar moeilijk over de ontgoocheling geraakt dat hij niet met de vip-wagen mag meerijden. Hij raakt bevriend met chauffeur Lasse (Koen De Graeve) in de publiciteitscaravaan en is uiteindelijk blij dat hij niét tussen de vips zit.
Maar het mooiste voorbeeld van solidariteit dat De Ronde uit een hoge hoed te voorschijnt tovert, is geen fictie. Met de eindstreep in zicht en de zege binnen handbereik haalt wielrenner Fabian Cancellara uit zijn achterzak een gouden engeltje en toont het aan de camera. Jan Eelen pikt briljant in op dat waargebeurde feit door er de ontknoping van te maken van de ruzie tussen regieassistente Vera (An Miller) en een misnoegde technicus (Sven De Ridder). Die weet net op tijd zijn kaduke slow motionmachine weer aan de praat te krijgen om het engeltje in slow motion en close-up toch nog op antenne te krijgen. Meteen krijgt zo zijn vete met Vera een happy end: ze wordt letterlijk opgelost door een paasengeltje.
Een engeltje, zo maar een plastieken engeltje, bekroont deze prachtige reeks en volbrengt zo waar oud-marxist John met zijn bizarre bordeel niet toe in staat was: de mensen tot betere gedachten brengen. ‘Optimisme is een morele plicht’ was een paar jaar geleden een vld-slogan. Dat is overdreven, maar wat zeker juist is, is dat pessimisme vandaag een self fulfilling prophecy is geworden. Wie denkt dat het slecht gaat, doet het economisch slecht gaan. En toch is precies dat de intuïtieve reflex van de angstige burger. Vlaanderen (of toch 6/10) is een angstige natie geworden waarin niet meer geleefd wordt maar nog enkel ge- en bespaard, voor het hiernamaals dat nooit komt. Het is alsof men vergeten is wat Plautus, Hooft en Molière in hun toneelstukken aantoonden: dat de vrek die zijn geld oppot zijn eigen graf graaft. Het engeltje van Cancellara wijst nochtans de weg uit deze protestantse zelfkastijding: de weg van generositeit en solidariteit.
Het goddelijke monster. Regie: Hans Herbots naar de trilogie van Tom Lanoye. Met Joke Devynck, Michel Van Dousselaere,Johan VanAssche, Katelijne Verbeke, Kevin Janssens, lankaFleerackers, e.a.
De Ronde. Regie en scenario: Jan Eelen. Met Dirk Roofthooft, WarreBorgmans, Damiaan De Schrijver, Marleen Merckx, An Miller, Sven De Ridder, Johan Heldenbergh, Wim Helsen, Josse De Pauw, Dirk Roofthooft, Wim Opbrouck, e.a.
Noten
(1) Max Weber: Die protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus, Herausgegeben und eingeleitet von Dirk Kaesler. München, C.H. Beck, 2010.
(2) The Writings of Benjamin Franklin, Volume II: Philadelphia, 1726-1757.
(3) ‘Goed bestuur is de meest perverse communicatiestunt van de eenentwintigste eeuw’, volgens de ex-kabinetschef Rudy Aernoudt. Zie zijn: Wedervaren van een cabinetard. Politiek en machtsmisbruik, 2008, Roeselare, Roularta Books.
(4) Zie bijvoorbeeld Paul Krugman: Depression and Democracy, in: The New York Times, 11 december 2011.
(5) Geciteerd in Het Nieuwsblad van vrijdag 23 december 2011.
(6) Zie Marc Holthof: Music for Life en het dilemma van de gevangene, in: rekto:verso, nr. 46, maart-april 2011.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.