I Silenti, Lisaboa Houbrechts © Fabrizio Cassol

Leestijd 8 — 11 minuten

Het brandende geheim van het archief

Lisaboa Houbrechts over de breekbare schoonheid van mondelinge tradities

Theatermaker Lisaboa Houbrechts ging in India op zoek naar de link tussen de Roma-volkeren in het Westen en hun bakermat aan de Indusrivier. Een intense ontmoeting met een Indiase danslegende maakte haar ervan bewust hoe kwetsbaar mondelinge tradities zijn, hoe snel oraliteit kan worden opgeslokt. In I Silenti doet ze samen met gelijkgestemde makers een poging om zo’n verzwegen verleden voelbaar te maken.

Ik bevind me in het zuiden van Moeder India, in Chennai, op een van de eerste droge dagen na weken van moesonsregens die de streek van Madras teisterden. Via Kalashetra Road wandel ik naar het ouderlijke huis van danseres Shantala Shivalingappa. Ik ben helemaal naar hier gevlogen om met haar te werken aan I Silenti, een nieuw werk van componist Fabrizio Cassol en Roma-muzikant Tcha Limberger, waarvoor ik de regie verzorg. Voor I Silenti hercomponeert Cassol de klassieke, op schrift gestelde madrigalen1 van Monteverdi en brengt hij ze in verbinding met het mondeling overgeleverde oeuvre van de nomadische Roma-muziek die Tcha Limberger belichaamt.

Shantala Shivalingappa was geïntrigeerd door het idee om de neergeschreven operatraditie met orale bronnen te versmelten. Dans is voor haar ook altijd tweeledig geweest; enerzijds is ze getraind in Indische orale bewegingstradities, in Europa kwam ze dan weer in aanraking met de westerse klassieke en (post)moderne danstechnieken. Shantala is een kind van beide geheugens. Enkele weken voor de repetities van I Silenti vernam ik dat ze niet meer naar België kon reizen omdat haar moeder ziek was, dus ik besloot haar zelf op te zoeken. Haar moeder, Savitry Nair, is een legende in India. Ze is een meester in de kuchipudi en de bharata natyam, twee dramatische danstradities, maar ze excelleert ook in de Zuid-Indiase uiterst gesofisticeerde en complexe carnatische2 zang. In de jaren 1970 ging Savitry als jonge vrouw naar Parijs om een vergelijkende studie te maken tussen klassieke Indiase dans en westers ballet. Ze werd meteen opgemerkt door Maurice Béjart en werd lid van zijn gezelschap. Savitry raakte innig bevriend met Pina Bausch en Peter Brook, met wie ze het legendarische Mahabharata voorbereidde, een theatervoorstelling gebaseerd op het magistrale religieus-filosofische epos waarvan Savitry de 100.000 verzen uit het hoofd kende en ze via beweging en zang had geïncorporeerd. Het was Savitry Nair die haar dochter Shantala opleidde in zowel de Europese als de Indiase danstradities, en ze reisde met haar de wereld rond om op te treden.

Hoe dichter ik me begeef bij het appartementsblok waar deze twee legendes uit de westerse en oosterse dans wonen, hoe nerveuzer ik word. Ik sla de straat in bij Kalashetra Foundation, de school waar Savitry vroeger lesgaf, en in de vredevolle binnentuin vind ik de voordeur die Shantala voorzichtig voor me opent. Ik stap wat onwennig de woonkamer binnen. Savrity Nair zit op een stoel met haar rug naar me toe. Ik haal diep adem en ga in de sofa tegenover haar zitten. Plots kijk ik recht in haar levendige, lichtbruine maar verwaterde ogen. Ze lijkt even te schrikken. Savitry schudt haar hoofd en huilt. De tranen vallen uit haar opengesperde ogen op haar schoot die niet meer beweegt. Ze huilt omdat ze niet meer kan bewegen of spreken. Ze is boos op zichzelf. Door een cerebrovasculair incident enkele weken geleden kreeg ze een hersenbloeding. In de vijf minuten die het incident duurde, verloor deze legende alle gevoel in het rechterdeel van haar dansende lichaam en de eloquentie van het zingen en spreken door optredende afasie. In die vijf minuten ging het verzameld repertoire dat ligt opgeborgen in haar lichaam en stem op slot. In die vijf minuten stierf niet de oraliteit, maar wel haar transmissie ervan.

Ik leg mijn hand op de hare en kus haar handpalm. Ze glimlacht en knikt me bemoedigend toe. Ik stel voor om de muziek uit de voorstelling te laten horen. De stem van Tcha breekt alle geluiden die vanuit het openstaande raam de woonkamer komen binnengewaaid. Vanuit de speakers van mijn computer zingt Tcha Savitry in het Grieks toe: ‘Het moment en het uur zijn gekomen dat ik mijn mond open, dat ik mijn mond open om een goede nacht te wensen aan mijn goede gezelschap.’ Savitry luistert met ogen gesloten en uit haar mond die niet meer spreekt, vallen gebroken klanken van waardering. Daarna sleuren enkele verpleegsters Savitry op een blauwe plastic stoel naar de trap en dragen haar naar de slaapkamer.

De eruptie van het verleden

Volgens een Afrikaans gezegde is een stervende oude man als een bibliotheek die in brand staat. Savitry is een archief dat brandt. Ze was een verhalenvertelster, een vat vol ervaring, expertise en kennis die ze nog wou overdragen. Ik wilde haar vragen hoe de oosterse oraliteit zich tot het westerse repertoire verhoudt en wat van oraliteit in het repertoire doordringt. Ik wilde haar vragen naar het belang van tekst voor het lichamelijke ‘tekenen’ of ‘dansen’ van abstracte mythologische figuren. Ik vroeg me af hoe mondeling overgedragen anekdotes uiteindelijk op schrift worden gesteld, en of er door het noteren iets verloren gaat of juist iets gewonnen wordt. Ik wenste haar antwoorden uit te werken in dit artikel en toe te voegen aan de eigentijdse bevraging rond de verhouding tot tekst in ons westers repertoire. Maar Savitry is bevangen door de rook van haar brand enkan geen geluid geven aan haar volleerde en meesterlijke stem. Ze is verstild. I Silenti. Ze is a silenced one.

“Volgens een Afrikaans gezegde is een stervende oude man als een bibliotheek die in brand staat. Savitry Nair is een archief dat brandt. Ze was een verhalenvertelster, een vat vol ervaring, expertise en kennis.”

Savitry’s zwijgen lijkt een metafoor voor deze tijd, want India is onheilspellend stil. Vanwege de overheidsmaatregelen rond Covid-19 is toerisme er verboden. Het is een surrealistisch beeld. Het land komt terug in de handen van zijn oorspronkelijke bevolking. Een monocultuur. Ik struikel over mijn woorden in het verlaten Chennai, waar ik die avond door de lege straten dwaal. Het vroeger altijd zo drukke Besant Nagar, waarover de Indische Oceaan dagen- en nachtenlang golven spuwt, ademt een wild soort vereenzaming uit. Ik wandel door Rigshaw Village, waar alle taxichauffeurs blijken te wonen. Ik zie de gele karretjes voor hun slaapplekken geparkeerd. Hun lawaaierige, rokende en hikkende motoren lijken eindelijk te slapen. De mensen kijken me vreemd aan en vragen me wat ik hier kom doen. Ik ben als toerist een symbool van een vorige, voorbije wereld. Ik vertel hun dat ik een werkvisum heb. Ik vertel hun dat ik hier ben om op zoek te gaan naar de stem van de stilte. Terwijl ik dat zeg denk ik aan Savitry, hun archief dat zwijgt en aan Tcha Limberger; aan de stilte rond het verleden en de oorsprong van zijn gemeenschap waarover I Silenti gaat.

Ik laat een spraakbericht achter voor Tcha en vertel hem dat ik naar het hart van zijn verhaal ben gereisd. Een van de oorsprongsverhalen van de Roma situeert zich namelijk hier, in India. Het stelt dat de Roma uit Noord-India kwamen, rond de oevers van de rivier Indus, waar een stoet van muzikanten, wevers en paardentemmers rond het jaar 1000 onder druk van Afghaanse invallen gedwongen werd om weg te trekken en zich over de wereld te verspreiden. Ze trokken rond de 14de eeuw door Roemenië en Hongarije en zwermden zo uit over West-Europa. De Roma-diaspora. Tcha Limberger onderzoekt al jaren de orale tradities door al reizend contact te leggen met Roma-gemeenschappen uit Roemenië, Hongarije, Griekenland en Turkije, en daarbij via muziek hun mondelinge overleveringen te incorporeren. Hij brengt de liederen van deze volkeren met elkaar in verbinding en vindt in de muziek delen en verhalen terug van de diaspora, van de vlucht, die iets vertellen over zijn verleden en dat van zijn voorouders. Hij is gefascineerd door de Indische oorsprong van de Roma en probeert die terug te vinden in verschillende muzikale overleveringen.

“Tcha Limberger is als een troubadour, een griot, een verzamelaar van poëzie en verhalen die ons een geheimzinnige getuigenis komt brengen.”

De Roma-traditie van verhalen vertellen bezingt de liefde voor de nomadische manier van leven, maar drukt zich ook emotioneel uit over de ballingschap en vervolging waar ze vaak het slachtoffer van zijn. Tijdens zijn zoektocht naar de oorsprong van zijn volk stootte Tcha op getuigenissen van de vaak vergeten of onderbelichte Roma-holocaust ten tijde van Wereldoorlog II. Deze getuigenissen zijn onderbelicht in de officiële geschiedschrijving, maar worden wel overgedragen in de muziek. Ze zijn nooit opgetekend maar leven voort in de oraliteit. In I Silenti proberen we de Roma-genocide aan te boren via de oraliteit. Dit is niet vanzelfsprekend want de taal, het Romani, mag niet vertaald worden voor gadje (niet-Roma). De getuigenissen en verhalen zitten dus verdoken in de oraliteit. Ze zitten er vergrendeld, beveiligd door de gemeenschap die deze verhalen bewaakt als een goed geconserveerd geheim dat ze beschermen tegen een schriftelijke overlevering. Het is een vorm van verzet. Oraliteit is een geheim repertoire. Het is een onzichtbaar geheugen, of op z’n minst een dat enkel voor ingewijden zichtbaar is. Tcha is een daarvan nog levend archief. Hij heeft zichzelf daarbij ook een orale wijze van herinneren en archiveren aangeleerd, omdat hij blind is en niet kan noteren. Hij vertelt me dat zijn blindheid weleens wordt beschouwd als de uitkomst van wat er met zijn volk is gebeurd. In zijn hoofd en lichaam woont een voor ons ongekend en geheim arsenaal van verhalen, anekdotes en getuigenissen, samen met de complexe muzikale ritmes en de negen talen die hij spreekt. In België wacht Tcha op mijn terugkeer uit Indië om de repetities te hervatten. Hij hoopt dat Shantala met me mee zal reizen en dat ze haar moeder voor even kan achterlaten, zodat ze kan dansen op zijn verzwegen en gearchiveerde verhalen, die nu eindelijk ter sprake kunnen worden gebracht. Maar Shantala twijfelt omdat haar tot zwijgen herleide moeder haar ook verwacht.

Een gemeenschap door oraliteit

Terwijl ik die nacht voor de Indische Oceaan sta, kijk ik de zwarte diepte in. Aan de andere kant alleen maar water en daarachter Maleisië. Ik bevind me hier zo ver weg van het westerse denken en observeer mijn verleden. Het is onmogelijk te weten wat er buiten het repertoire valt. We kunnen in het algemeen stellen dat er op wereldschaal veel meer oraliteit is dan repertoire. Ik heb ervaring met het verbeelden van westers repertoire; het op scène brengen van het iconische ‘to be or not to be’ in Hamlet (2019) confronteerde me met de ontelbare versies die al gecreëerd zijn van die zin, en het was een vrijgeleide om er zo associatief en persoonlijk mogelijk mee om te gaan. De verhalen van Tcha Limberger, die voortkomen uit de oraliteit, zijn echter moeilijker om vorm te geven. Repertoire nodigt uit tot een radicale verbeelding, maar het werken met mondeling overgeleverde verhalen vraagt om eenvoud en respect. Het gaat nog meer om de bijzondere en unieke persoonlijkheid van degene die het brengt. Tcha Limberger is als een troubadour, een griot, een verzamelaar van poëzie en verhalen die ons een geheimzinnige getuigenis komt brengen. Het werkt anders dan in het repertoire, waar een speler een gevierde rol of een iconische tekst op een persoonlijke wijze belichaamt. Tcha brengt ons opnieuw in contact met een geschiedenis en een volk dat we als westerlingen uit ons culturele geheugen hebben geband. De teksten die hij zingt zijn abstract. Het zijn poëtische verzen waarin een symbolische boodschap verscholen ligt die – zelfs als je ze letterlijk zou vertalen – voor ons onbegrijpelijk en ongrijpbaar is.

“In I Silenti proberen we de Roma-genocide aan te boren via de oraliteit. Dit is niet vanzelfsprekend want de taal, het Romani, mag niet vertaald worden voor niet-Roma.”

In deze omgeving in Zuid-India, waar oraliteit nog ontzettend belangrijk is, ontstaan er veel vragen. Orale verhalen worden hier verbonden aan een grootse uitdrukking wanneer ze op scène worden gebracht. Hier kiezen ze ervoor om een vernetwerkte mythos van verhalen zoals de Mahabharata op een zeer gestileerde, soms beangstigende en illustere wijze uit te beelden in ritueel spel, vertekend gebaar en via groteske kostuums. De oraliteit leeft hier om de bloedconnectie tussen de mensen van dezelfde gemeenschap sterker te maken. Verhalen worden verteld om kinderen te laten dromen van hun voorouders en om hen ze te laten vervoegen. Voorstellingen duren hier gemiddeld acht tot twaalf uur en de kinderen bevinden zich in een staat van waken en slapen terwijl ze worden geconfronteerd met de bewegende beelden van hindoeïstische goden en demonen. De grens tussen theater en leven, hogere dimensies en alledaagse werkelijkheid vervaagt. Op die manier worden ze op jonge leeftijd geïnitieerd in de oraliteit door een diepe, theatrale geste.

I Silenti, gebaseerd op orale bronnen, heeft echter geen behoefte aan een grootse of formele uitdrukking. Het zou een viering kunnen zijn van de menselijkheid en de troost van de eenvoud om opnieuw om te kunnen gaan met verdrongen verhalen en getuigenissen. De oraliteit van de Roma, waarin door de diaspora ook veel elementen uit de flamenco, de Indische muziek en folkloristische balkantradities doorklinken, heeft vaak een excentrieke visuele uitdrukking. Maar op de theaterscène nodigt dit materiaal me vandaag uit om juist te vereenvoudigen en te detheatraliseren, om zo naar de essentie van het luisteren te gaan. Misschien zijn we dat luisteren in al onze beeldenstormen wel verloren. Orale tradities zijn aan het verdwijnen binnen onze westerse cultuur, of we hebben er alvast minder voeling mee. Ons oraal archief is misschien al opgebrand of overgeheveld naar andere vormen van repertoire, maar dat proces van verdwijnen vindt ook elders plaats. In Moeder India en op andere plaatsen op deze planeet wordt de grootse wereld van de oraliteit bedreigd door processen van modernisering, urbanisatie en verwesterlijking. Toch blijft er altijd een geheim licht dat brandt en brandt en wordt overgebracht van mond naar mond.

 

Geschreven op 7 januari 2021.

1Kort, meerstemmig lied gebaseerd op gedichten rond wereldlijke thema’s uit de renaissance en barok.2Zuid-Indiase klassieke muziek, gecentraliseerd rond een vocale solist die poëzie voordraagt via een schema van raga’s (melodische formules) en tala’s (ritmische cycli). Muzikale traditie ontstaan in de 12de eeuw.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 8 — 11 minuten

#163

15.03.2021

31.05.2021

Lisaboa Houbrechts

Lisaboa Houbrechts (1992) voltooide in 2016 de masteropleiding Drama aan de School of Arts | KASK Gent. Ze is schrijver en regisseur. In haar theaterwerk evoceert ze de geschiedenis en klassiek repertoire in een rituele daad. Haar meest recente werk is Bruegel (2019). De première van het nieuwe I Silenti is vanwege Covid-19 tot een nog te bepalen datum uitgesteld.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!