Elke Van Campenhout

Leestijd 3 — 6 minuten

Het artistieke vacuüm van het kapitalisme

Is politieke stellingname in kunst vandaag nog mogelijk? Etcetera maakt een provisoir bilan op van mogelijke strategieën van kunstenaars, schrijvers en programmatoren.

La singularité est en quelque sorte la virginité du producteur, son innocence (et Dieu sait à quel point l’innocence est chère). Cependant, en étant réintégré comme producteur culturel indépendant, en étant validé comme “artiste”, la singularité quelconque se transforme en travailleur exploitant sa propre force de travail et sa subjectivité en vue d’alimenter un marché des biens symboliques ou un marché des significations. La gratuité s’est évanouie comme un rêve, ou plutôt la rêverie elle-même s’est transformée en travail. En travail potentiel, pour autant que le producteur culturel indépendant peut ne pas être sûr de ses investissements, des retombées du temps passé à réaliser ses productions.’

(Art et production culturelle, Le Syndicat Potentiel / Paris, Bureau d’études Bonnacini_Fohr_Fourt, octobre 2000)

Is er nog een plek waar kunst politiek kan zijn? In een wereld waarin artistieke termen restloos in het managementjargon zijn opgenomen, blijft de kunstenaar niet veel anders over dan zich bij de feiten neer te leggen: het creatieve kapitalisme heeft hem zijn barricaden ontnomen. Zoals Botanski en Chiapello in Le nouvel esprit du capitalisme aantonen is het vertoog van de kunstenaar sinds ’68 de bouwsteen geworden van een ‘nieuw’ bedrijfsethos dat zijn werknemers onder het mom van ‘zelfontplooiing’ en ‘creativiteit’ tot identificatie met de eigen uitgangspunten dwingt.

Als de kunst zich tegenwoordig nog vanuit een goedbedoeld eigen politiek bewustzijn precies tegen het globale wereldbedrijf keert, is dit dan ook vaak een slag in het water. Zoals Dieter Lesage zeer terecht opmerkt in zijn Vertoog over verzet is het feit dat de kunstenaar zich steeds vaker opnieuw tracht te positioneren in de tegenstroom van wat in onnauwkeurige terminologie het globale kapitalisme kan worden genoemd, een naïeve inschatting van de mogelijkheid om zichzelf als kritische stem buiten dat systeem te plaatsen.

‘De exposure die het vertoog over het nieuwe engagement zal genereren voor het vermeende nieuwe engagement in de kunst, zal namelijk verlopen volgens de marketingtechnieken van het nieuwe kapitalisme, dat door het nieuwe engagement juist vaak ter discussie gesteld wordt.’ (Vertoog over verzet, p. 284-285)

Tenminste, dat is het probleem met de kunstproductie die zich feitelijk afspeelt in het verlengde van de managementstrategieën en precies uit een al te gelijkaardig discours haar paradoxale engagementspotentieel heeft gecondenseerd. Een kunstproductie die tegelijkertijd deze libidinale binding met het kapitaal niet onder ogen wil zien. Al te vaak blijft de poltieke geste van de kunstenaar steken op het oppervlakkige niveau van het demonstratieve. Een voorstelling die spreekt over duizenden oorlogsslachtoffers, of over de veilig politiek incorrecte Bezette Gebieden, over politieke marketing of de wapenindustrie, waagt zich in feite niet verder dan zijn eigen achtertuin. Ze doet niet meer dan op haar beurt het dubieuze schuldgevoel van een autistisch economisch systeem tot collectieve verwerking brengen.

Een kritisch artistiek vertoog zou misschien een spreken kunnen zijn dat zich niet verliest in loze slogans of sentimentele anekdotiek, en zich evenmin de pretentie toemeet buiten de samenleving te staan die ze veroordeelt. Een kunstenaar is net zo onafhankelijk van de context waarin hij funcioneert als de consument vrij is zijn eigen identiteit te construeren in de shopping mall.

De enige manier waarop de kunstenaar vandaag met deze paradox kan omgaan, is door hem ofwel te aanvaarden en als artillerie in te zetten, zoals het gebeurt bij groepen als Superamas en Big Art Group, waar de consumer society de bouwstenen levert voor een perverse demonstratie van de conditionering van onze perceptie. Oftewel door met onaflatende vasthoudendheid de premissen waarop kunst en samenleving functioneren telkens weer in vraag te stellen. Door te duiden op de begripsverwarring die opduikt in precies die centrale termen die zowel het hedendaags management als de artistieke productie voorstaan. Woorden als ‘vrijheid’, ‘kritisch bewustzijn’, ‘verzet’ of’authenticiteit’.

In het volgende tekstcluster willen we een paar van deze stemmen aan het woord laten. Schrijvers of kunstenaars die in hun praktijk trachten het onoverzichtelijke syteem zichtbaar te maken in zijn kleinst mogelijk gemene deler: het (onbestaande) ik met zijn (onvervulbare) verlangen naar vervulling, bevrediging en individualiteit.

artikel
Leestijd 3 — 6 minuten

#95

15.02.2005

14.05.2005

Elke Van Campenhout

Elke Van Campenhout is redacteur van Etcetera, is freelance publicist voor diverse kunsttijdschriften, en werkt als curator en dramaturg.

artikel