© Stef Lernous

Wouter Hillaert

Leestijd 5 — 8 minuten

Herrie – Maja Westerveld & Abattoir Fermé

Een boek op scène blijft puzzelen

Vertellers zijn zo oud als het theater, en toch doet Maja Westerveld bij Abattoir Fermé iets nieuws. Ze speelt een personage dat een boek vertelt over nog een ander boek met daarin het personage dat zij speelt. Kan u nog volgen? De titel van haar solo is Herrie.

In een groezelig kamertje, aan een tafel, voor een flakkerende kachel, onder een kroonluchter, tussen verroeste emmers, tegenover een rochelend koffiezetapparaat, enfin, als in een tekening uit het ondergrondse, legt een dikbuikige man een puzzel. Vet zijn de donkere strepen boven zijn ogen, vet zijn platgestreken rode haar, pluizig zijn blonde paardenstaart eronder. Hij heeft iets van een buitenmaatse eekhoorn, maar dan met een snor. Puzzelen lijkt zijn enige bezigheid.

Wie het werk van Abattoir Fermé een beetje kent, kan zich daar vast iets bij voorstellen: eens te meer zien we een outsider met een lichte aandrang tot monomanie, dik aangezet onder de grime. Geen scherpe foto, meer een uitgelopen veeg onder gedimd licht.

En toch is deze figuur vooral van wie eronder zit: Maja Westerveld. Opgeleid als regisseur op het RITCS, nu in een ontwikkelingstraject van vijf jaar bij Abattoir, viel de Nederlandse eerder al op met Drek: een monoloog van een nette vrouw die plots ‘van de realiteit is afgekukeld’, afgesplitst is van zichzelf en in een telefooncel in het zand maar blijft doortateren over één grote surreële trip door het universum, van een walkabout door de Australische woestijn tot een transformatie in een struisvogel. Om dan voorbij het einde van de wereld te vliegen. Tot bij Hades en weer terug.

Wat daar vooral des Westerveld aan voelde – voor zover dat van een debuut te zeggen valt – was de epiek: de jagende adem van een verhaal, hoe versplinterd dat ook de zaal in kwam ratelen, op het randje van hyperventileren. Vóór het beeld komt in dit oeuvre de vertelling. Bij Abattoir is het doorgaans net omgekeerd: de personages zijn de beelden. Bij Westerveld daarentegen stijgt er boven al die figuren een eigen bewustzijn uit. Die centrale verteller maakt van haar theater meer literatuur dan theater, maar ook meer theater dan film. Het is levende epiek.

Herrie zet daarin nog een stap verder. Even lijzig als geprononceerd, in een volks accent, begint het mannetje op scène ons in te wijden in een hele historie die niet eens over hemzelf gaat, wel over ene Mevrouw Van Veen. Haar huwelijk was ooit een ongelukje, nu raakt ze in het keukentje op kantoor verwikkeld in een flirt met de compagnon van haar baas. Prompt worden relaties op de werkvloer ten strengste verboden, tot de baas zelf aanpapt met de zoveelste stagiaire. Pogingen tot liefde telt dit verhaal dus bij de vleet, lukken doet er niet één. Herrie is als de Libelle vol geschreven door Roy Andersson. Bewuste anti-romantiek.

De sleutelmetafoor van dat alles is de puzzel op tafel. Hoe jezelf verbinden met anderen? Hoe het leven dat uiteenvalt, toch weer bijeenkrijgen? Het kader ligt er al, maar de rest van alle stukjes blijkt niet te passen. En niet veel later gaat zelfs de hele puzzel aan de kant. Het lijkt bij Westerveld niet minder dan een levensvisie: de bij voorbaat verloren strijd van kleine mensen om in een wereld die zweert bij opmerkelijke prestaties, ook maar één verschil te kunnen maken. Hun banaliteit schetst ze met droog constaterende humor, prachtig gedrenkt in treurige details. Neem het spaarvarken op de balie van de bibliotheek, met daarachter de schoonmoeder van Mevrouw Van Veen:

Naast de plank met afgeschreven boeken staat een glimlachend, enigszins misvormd spaarbeest, dat het midden houdt tussen een knobbelzwijn en een aardappel. Het heeft op een vreemde manier dezelfde haardracht als de schoonmoeder en dezelfde beteuterde blik in de wereld. Vermoedelijk gemaakt op één van de creatieve dinsdagmiddagen met de meidenclub, een vereniging waar de schoonmoeder voorzitter van is, niet zo zeer vanwege de sociale behoefte van een groep dames die graag knutselend hun middag doorbrengt, maar vanwege de zeer individuele wens van de schoonmoeder om ergens voorzitter van te zijn.

De zieligheid druipt van tussen de regels, maar wel tot smakelijke harde stroop. Als puzzelstukjes heeft Westerveld dit soort portretjes door haar verhaal gesmeerd, binnen één literaire constructie vanuit vogelperspectief. Daarin zit haar grootste werk als maker: haar tekst. Was die in Drek nog één gulp zonder limieten, dan zijn die buitenranden nu net wel bewust bewaakt. Zo bewust als in een boek. Of blijkt er toch een hoekje af?

Halfweg het verhaal van onze verteller openbaart zich ineens nóg een puzzel, wanneer Mevrouw Van Veen in de bib een boek mee grist over een man die nog minder kan. Getiteld: Herrie. ‘Herrie’ van ‘Herman’: de dikbuikige man die al die tijd al op scène staat. Prompt jumpen we over in zijn eigen verhaal, als wederhelft van Gerda. ‘Ik moet dringend de plaatjes bij elkaar zoeken’, zo begint hij. ‘Beginnen bij de hoekjes, dan de randjes, dan sorteren op kleur en de plaatjes bij elkaar zoeken.’ Eindelijk komt onze verteller thuis in zijn eigen bestaan op scène, klikt de literatuur in het theater en snap je ook als kijker hoe het hele eerste stuk in het stuk zit, zoals de vork aan de steel.

Verrassend, misschien zelfs ingenieus. Maar waarom moet deze postmoderne romanconstructie zo nodig op de bühne? Waarom Herrie niet gewoon laten lezen als boek – een boek dat Westerveld blijkbaar ook echt aan het schrijven is?

Als actrice dwingt ze het antwoord moeiteloos af. Zelfs als verteller blijkt ze vooral een dwingende speler: genereus naar de zaal, maar toch sterk afgemonteerd en gemillimeterd in haar wisselende tempo’s. Ze is volledig geïncarneerd in haar personage, maar weet ook als speler perfect wat ze staat te doen, en waarom. Vlot werkt ze zich zo over de hoge lat die ze zichzelf heeft opgelegd: spelen en vertellen tegelijk, terwijl zelfs haar Herman over zichzelf vooral een ‘hij’ blijft gebruiken. Van alle uiteenlopende verhaallijnen die over de scène worden uitgespannen, blijft Westerveld met beide voeten op de grond in het kristallisatiepunt staan, kop koffie in de hand.

Wringen doet het veeleer tussen de schrijfster en de maakster, haar twee andere rollen. De schrijfster houdt van multiperspectief: nog een droom erbij, nog een achtergrondportretje van nog een ander personage ertussen, en naar het slot opnieuw die hallucinatie die Drek in the end zo onnavolgbaar maakte. Vele realiteiten wil Westerveld combineren, vele kleuren in haar puzzel. Op witte pagina’s kan dat natuurlijk ook.

Maar op het podium, zeker als je er alleen staat en in zo’n figuratief en karakterieel scènebeeld, binnen een medium dat zweert bij het moment, is dat speelvlak een stuk vlakker, en gelden ook in de breedte grenzen aan narratieve nevenplaatsing en ondergeschoven vertellagen. Bezwerende visuele adempauzes, zoals de kachel die plots rook begint te spuiten, helpen maar half. Waarom dat blijvende opbod van epiek? Enige mateloosheid mag dan wel het handelsmerk zijn van Abattoir Fermé, en voor al die krappe leventjes in Herrie een bevrijding op zich, de breedte van Westervelds vertelling put uiteindelijk de lengte van haar voorstelling uit. Minder Herrie zou je willen. Minder epiek. Een puzzel van minder stukken. Of gewoon een boek.

Want schrijven kan Westerveld. En theater maken niet minder. De beide samen, als de kunst van de vertelling, vergt blijvende oefening. Niet toevallig duurt die zoektocht al een paar duizend jaar.

 

‘Herrie’ speelt (hopelijk) nog op 9 april in De Nieuwe Vorst in Tilburg, en op 9 mei in KAAP / De Werf in Brugge. Meer info: abattoirferme.be.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#160

15.03.2020

14.05.2020

Wouter Hillaert

Wouter Hillaert studeerde Germaanse talen aan de Universiteit Gent, GGS Theaterwetenschap en ‘Teatervetenskap’ aan de Universiteit van Stockholm. Hij is is al jaren freelance theatercriticus, was kernredacteur bij Rekto:Verso en is actief bij Hart boven Hard.